-A +A

Burgerlijk bewijsrecht APR

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Cattoir Bart
Tijdschrift: 
APR
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789046549995
Samenvatting

bespreking van dit werk door de uitgever

Het burgerlijk bewijsrecht speelt in de rechtspraktijk een kapitale rol. Toch wordt in de rechtsleer, vooral aan Nederlandstalige kant, aan dat bewijsrecht tot op vandaag een tweederangs rol toebedeeld.

Dit boek vormt een volledige, diepgaande en praktijkgerichte studie van het bewijsrecht dat geldt in burgerlijke zaken en in handelszaken. Er wordt grondig ingegaan op de drie hoofdvragen van het burgerlijk bewijsrecht : wat moet worden bewezen, wie moet bewijzen en hoe kan/mag worden bewezen, inbegrepen de nieuwe technologieën. Bovendien wordt uitvoerig aandacht besteed aan de Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie inzake ongeoorloofde bewijsmiddelen en aan de kwestie van de bewijsovereenkomsten.

Ook de meest recente wetgeving inzake de overlegging van schriftelijke verklaringen van derden (Wet van 16 juli 2012) en de door de advocaten van de partijen medeondertekende onderhandse akte (Wet van 29 april 2013) worden behandeld.

Inhoudstafel tekst: 

INHOUD V
AFKORTINGEN EN CITEERWIJZEN XV
LITERATUURLIJST XVII
Nrs.
TITEL I INLEIDING. AFBAKENING VAN HET ONDERWERP 1-43
Hfdst. I HET BEGRIP ‘‘BEWIJZEN’’ 2-15
Afd. I DEFINITIE 2-6
Afd. II HET OVERTUIGEN VAN DE WAARACHTIGHEID VAN EEN FEIT 7
Afd. III HET OVERTUIGEN VAN DE RECHTER 8-12
Afd. IV HET OVERTUIGEN OVEREENKOMSTIG DE WET 13
Afd. V BEWIJZEN EN INTERPRETEREN 14-15
Hfdst. II HET BEWIJSRECHT 16-25
Afd. I DEFINITIE 16-17
Afd. II SOORTEN BEWIJSRECHT: FORMEEL EN MATERIEEL BE-
WIJSRECHT 18-21
Afd. III BELANG VAN HET BEWIJSRECHT 22-25
Hfdst. III HET BURGERLIJK BEWIJSRECHT 26-33
Afd. I HET VERMOGENSRECHTELIJK BEWIJSRECHT 27-28
Afd. II GEEN BEWIJSRECHT IN STRAFZAKEN 29-31
Afd. III GEEN BEWIJSRECHT IN FISCALE, SOCIALE EN ADMINI-
STRATIEFRECHTELIJKE ZAKEN 32-33
Hfdst. IV HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 34-43
Afd. I DE BRONNEN 35-41
Afd. II TALRIJKE AFWIJKENDE WETTELIJKE BEPALINGEN 42
Afd. III DE STRUCTUUR VAN DE STUDIE 43
TITEL II DE BASISKENMERKEN VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 44-71
Hfdst. I EEN GEREGLEMENTEERD BEWIJSSTELSEL 45-53
Afd. I EEN VRIJ OF EEN GEREGLEMENTEERD BEWIJSSTELSEL 45-49
Afd. II HET GEREGLEMENTEERD KARAKTER VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSSTELSEL 50-51
Afd. III DE RATIO LEGIS: RECHTSZEKERHEID EN CONFLICTBESLECHTING 52-53
Hfdst. II DE VASTSTELLING VAN DE JURIDISCHE WAARHEID 54-61
Afd. I DE OBJECTIEVE TEGENOVER DE JURIDISCHE WAARHEID 54
Afd. II DE VOORRANG VAN DE JURIDISCHE WAARHEID 55-60
Afd. III TEMPERINGEN 61
Hfdst. III HET BEGINSEL VAN DE LIJDELIJKHEID VAN DE RECHTER 62-67
Afd. I HET UITGANGSPUNT VAN HET BURGERLIJK WETBOEK 62-64
Afd. II EVOLUTIE NAAR EEN MEER ACTIEVE RECHTER 65-67
Hfdst. IV NIET VAN OPENBARE ORDE, NOCH VAN DWINGEND RECHT 68-71
Afd. I ENKEL BESCHERMING VAN LOUTER PRIVATE BELANGEN 68
Afd. II AFSTAND EN AFWIJKENDE OVEREENKOMSTEN 69-70
Afd. III NIET VOOR HET EERST VOOR HET HOF VAN CASSATIE 71
TITEL III HET FORMEEL BURGERLIJK BEWIJSRECHTDE OBJECTIEVE BEWIJSLAST: WAT MOET WORDEN BEWEZEN? 72-116
Hfdst. I DE FEITEN 73-83
Afd. I ALLEEN DE FEITEN. NIET HET OBJECTIEVE RECHT 74-77
Afd. II NIET HET VREEMD RECHT 78-79
Afd. III NIET HET GEWOONTERECHT, WEL DE CONVENTIONELE GEBRUIKEN 80-83
Hfdst. II DE DOOR DE PARTIJEN AANGEVOERDE FEITEN 84-91
Afd. I HET AANVOERINGSRECHT VAN DE PARTIJEN 85-89
Afd. II DE AANVOERINGSPLICHT VAN DE PARTIJEN 90-91
Hfdst. III ALLE AANGEVOERDE FEITEN, ONGEACHT DE AARD 92-110
Afd. I SOORTEN FEITEN 93-96
Afd. II OOK NEGATIEVE FEITEN 97-102
Afd. III VRIJGESTELDE FEITEN 103-110
§ 1. De niet-pertinente of ter zake dienende feiten 104-106
§ 2. De algemeen bekende feiten en de algemene ervaringsregels 107
§ 3. De processuele feiten 108
§ 4. Feiten die het voorwerp uitmaken van een wettelijke vermoeden 109
§ 5. Feiten die het voorwerp uitmaken van een gedingbeslissende eed 110
Hfdst. IV ALLEEN DE BETWISTE FEITEN 111-116
Afd. I HET PRINCIPE 111-113
Afd. II BETWISTEN EN NIET-BETWISTEN 114-115
Afd. III DE AANVOERINGSLAST EN DE OBJECTIEVE BEWIJSLAST 116
TITEL IV HET FORMEEL GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT. DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST:
WIE MOET BEWIJZEN? 117-253
Hfdst. I DE VERDELING VAN DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST 118-220
Afd. I ARTIKEL 1315 BW 119-121
Afd. II ARTIKEL 870 GER.W. 122-123
Afd. III DE RATIO LEGIS 124-127
Afd. IV HET TOEPASSINGSGEBIED 128-148
§ 1. Wettelijke bevestigingen 129-130
§ 2. Ook voor negatieve feiten 131-135
§ 3. Ongeacht de wijze waarop verweer wordt gevoerd 136-138
§ 4. Uitzonderingen 139-148
A. Daadwerkelijk voorhanden? 139-140
B. Afwijkende overeenkomsten 141-142
C. Bijzondere wetsbepalingen 143-145
D. Weerlegbare wettelijke vermoedens 146-148
Afd. V OVERZICHT VAN ENKELE CONCRETE TOEPASSINGEN 149-220
§ 1. Bestaan en inhoud van de ingeroepen verbintenis 150-163
A. Verbintenis uit overeenkomst of rechtshandeling 151-155
B. Oneigenlijke contracten 156-158
C. Andere 159-163
§ 2. Uitvoering van de verbintenis 164
§ 3. Onvolledige of slechte uitvoering 165-177
A. Contractuele, delictuele of quasi-delictuele aansprakelijkheid 166-168
B. Het onderscheid tussen resultaatsverbintenissen en inspanningsverbintenissen 169-173
C. De exceptie van niet-uitvoering van een wederkerige overeenkomst 174-175
D. Gerechtelijke ontbinding en eenzijdige buitengerechtelijke ontbinding 176-177
§ 4. Tenietgaan van de verbintenis (anders dan door uitvoering) 178-184
§ 5. Enkele bijzondere overeenkomsten 185-207
A. De huurovereenkomst 185-188
B. De pachtovereenkomst 189
C. De aannemingsovereenkomst 190-191
D. De verkoopovereenkomst 192-198
1. Bestaan van de verkoopovereenkomst 193
2. De leveringsplicht van de verkoper 194-197
3. De stilzwijgende aanvaarding van de (aankoop)factuur 198
E. De bewaargeving 199
F. De verzekeringsovereenkomst 200-207
1. Omschrijving van het verzekerd risico en gronden van uitsluiting en verval 201-205
2. Regresvordering 206
3. Duurtijd van de overeenkomst
§ 6. Enkele bijzondere rechtsdomeinen 208-220
A. Het zakenrecht 208-212
B. Het huwelijksvermogensrecht en erfrecht 213
C. Het consumentenrecht 214-215
1. Overeenkomsten gesloten buiten de lokalen van de onderneming 214
2. Consumentenkrediet 215
D. Het bankrecht 216-217
E. Het merkenrecht 218-219
F. De dwangsom 220
Hfdst. II HET BEWIJS VAN AFDOENDE WAARSCHIJNLIJKHEID 221-223
Hfdst. III DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST EN DE BEWIJSGARING 224-247
Afd. I PROBLEEMSTELLING 224
Afd. II EVOLUTIE IN DE WETGEVING 225
Afd. III DE ACTIEVE ROL VAN DE RECHTER IN DE BEWIJSGARING 226-243
§ 1. De overlegging van bewijsmateriaal 227-230
§ 2. Onderzoeksmaatregelen 231-234
§ 3. Mogelijke sancties 235-243
A. Het beschikkingsbeginsel 235
B. Feitelijk vermoeden tegen de onwillige partij 236-237
C. Veroordeling tot een geldboete en/of tot schadevergoeding
wegens misbruik van procesrecht 238
D. Veroordeling tot de gedingkosten 239
E. Opleggen van een dwangsom 240
F. Toepassing van artikel 882 Ger.W. 241
G. Herroeping van het gewijsde 242
H. Strafrechtelijke veroordeling 243
Afd. IV DE VERPLICHTING VAN DE PARTIJEN TOT SAMENWERKING AAN DE BEWIJSGARING 244-247
Hfdst. IV DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST EN HET BEWIJSRISICO 248-253
TITEL V HET MATERIEEL GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT. HOE MAG/MOET WORDEN BEWEZEN? 254-988
Hfdst. I HET ONDERSCHEID TUSSEN BURGERLIJKE ZAKEN EN HANDELSZAKEN 255-266
Afd. I DE DRAAGWIJDTE VAN HET ONDERSCHEID 256-257
Afd. II HET ONDERSCHEIDINGSCRITERIUM 258-261
Afd. III HET GEMENGD BEWIJSSTELSEL 262-265
Afd. IV BINDEND VOOR DE PARTIJEN EN VOOR DE RECHTER 266
Hfdst. II HET BEWIJSSTELSEL IN BURGERLIJKE ZAKEN 267-847
Afd. I HET TOEPASSINGSGEBIED 267-278
§ 1. Enkel voor rechtshandelingen 268-271
§ 2. Enkel tussen en door de partijen 272-276
§ 3. Niet in handelszaken 277-278
Afd. II DE TOEGELATEN BEWIJSMIDDELEN 279-282
Afd. III DE HIE¨ RARCHIE TUSSEN DE TOEGELATEN BEWIJSMIDDELEN 283-299
§ 1. De hie¨rarchie op grond van de toelaatbaarheid 284-289
A. Het begrip toelaatbaarheid 284-286
B. De hie¨rarchie 287-289
§ 2. De hie¨rarchie op grond van de bewijskracht/bewijswaarde 290-299
A. Het begrip bewijswaarde/bewijskracht 290-294
. De hie¨rarchie 295-299
Afd. IV DE BEWIJSMIDDELEN MET AFDOENDE BEWIJSKRACHT 300-421
§ 1. De bekentenis 201-378
A. Definitie 301
B. Essentie¨ le bestanddelen 302-334
1. Een eenzijdige daad waaruit een bewijs kan worden gehaald 303-312
2. Daad die uitgaat van de persoon tegen wie ze wordt ingeroepen 313-317
3. Aangaande een betwist en persoonlijk feit met nadelige
gevolgen 318-323
4. Geen vormvoorwaarden 324-334
C. Soorten 335-342
1. De gerechtelijke bekentenis 336-339
2. De buitengerechtelijke bekentenis 340-341
3. Belang van het onderscheid 342
D. Het bewijs van de bekentenis 343-349
1. De subjectieve bewijslast 344
2. De toegelaten bewijsmiddelen 345-349
E. De toelaatbaarheid 350-358
1. Het principe: altijd toegelaten 350-351
2. Uitzonderingen 352-358
F. De bewijskracht 359-376
1. Volle bewijskracht 361-365
2. Enkel tegen degene die bekend heeft 366-368
3. Onsplitsbaar ten nadele van degene die bekend heeft 369-373
4. Onherroepelijk 374-376
G. Controle door het Hof van Cassatie 377-378
§ 2. De gedingbeslissende eed 379-421
A. Definitie 379-380
B. Essentiële bestanddelen 383-401
1. Een gerechtelijk karakter 384-385
2. Uitgaan van een procespartij 386-387
3. Betrekking hebben op een betwist en persoonlijk feit dat gunstig is voor degene die de eed aflegt 388-395
1. De subjectieve bewijslast 344
2. De toegelaten bewijsmiddelen 345-349
E. De toelaatbaarheid 350-358
1. Het principe: altijd toegelaten 350-351
2. Uitzonderingen 352-358
F. De bewijskracht 359-376
1. Volle bewijskracht 361-365
2. Enkel tegen degene die bekend heeft 366-368
3. Onsplitsbaar ten nadele van degene die bekend heeft 369-373
4. Onherroepelijk 374-376
G. Controle door het Hof van Cassatie 377-378
§ 2. De gedingbeslissende eed 379-421
A. Definitie 379-380
B. Essentie¨ le bestanddelen 383-401
1. Een gerechtelijk karakter 384-385
2. Uitgaan van een procespartij 386-387
3. Betrekking hebben op een betwist en persoonlijk feit dat gunstig is voor degene die de eed aflegt 388-395
4. Gedingbeslissend 396-397
5. Strikte vormwaarden 398-401
C. De toelaatbaarheid 402-411
1. In principe: altijd toegelaten 402
2. Uitzonderingen 403-411
D. De bewijskracht 412-421
1. Volledige, definitieve en onherroepelijke bewijskracht 413-418
2. Relatieve werking 419-421
Afd. V DE BEWIJSMIDDELEN MET EEN BEPAALDE BEWIJSKRACHT 422-662
§ 1. De wettelijke vermoedens 423-447
A. Definitie 423-424
B. Essentiële bestanddelen 425-430
1. Gevolgtrekking gebaseerd op een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit 425-428
2. Gevolgtrekking door de wetgever 429-430
C. Soorten 431-432
D. Toepassingen 433-442
1. Vermoedens van wetsontduiking 434
2. Vermoedens van eigendomsrecht of van bevrijding van schuld 435
3. Het gezag van gewijsde 436-437
4. De bewijskracht van de bekentenis en van de eed 438
5. Andere toepassingen 439-442
E. De bewijskracht 443-447
§ 2. De akten 448-648
A. Definitie 448-449
B. Essentie¨ le bestanddelen 450-526
1. Algemeen 450-452
2. Het geschrift 453-459
3. De volledigheid 460
4. De handtekening 461-515
5. Geen andere vormvoorwaarden aan de akte 516-526
C. Soorten 527-600
C. Soorten 527-600
1. De authentieke akte 528-545
2. De onderhandse akte 546-600
D. De bewijskracht 601-648
1. Algemeen 601-604
2. De bewijskracht van de akte tussen de partijen onderling 605-621
3. De bewijskracht van de akte tegenover derden 622-644
4. De bewijskracht van de akte en uitlegging 645-648
§ 3. De met onderhandse akten gelijkgestelde geschriften 649-662
A. De ondertekende onregelmatige authentieke akte 650-654
B. De ondertekende brieven en e-mails 655-662
Afd. VI DE BEWIJSMIDDELEN MET EEN VRIJE BEWIJSWAARDE 663-847
§ 1. Het getuigenbewijs 664-783
A. Definitie 664-667
B. De toelaatbaarheid 668-781
1. Dubbele begrenzing 668-670
2. De eerste grens: de dubbele regel van artikel 1341 BW 671-771
3. De tweede grens: soevereine appreciatie door de rechter 772-780
4. Beperkte controle door het Hof van Cassatie 781
C. De bewijswaarde 782-783
1. Geen bewijskracht 782
2. Tegenbewijs steeds mogelijk 783
§ 2. Het bewijs door feitelijke of rechterlijke vermoedens 784-809
A. Definitie 784
B. Essentiële bestanddelen 785-798
1. Een redenering door afleiding van de rechter 786-788
2. Uitgaan van een vaststaand feit in het geding 789-790
3. Een plausibele gevolgtrekking 791-794
4. Zekerheid omtrent het onbekende feit 795-797
5. Controle door het Hof van Cassatie 798
C. De toelaatbaarheid 799-802
1. Enkel wanneer getuigenbewijs toegelaten is 800
2. Steeds in geval van bedrog 801
3. Een rechtskwestie 802
D. De bewijswaarde 803-809
1. Geen bewijskracht 803-805
2. Enkel concrete werking 806
3. Vrijstelling van bewijslast 807
4. Tegenbewijs steeds mogelijk 808
5. Ruime toepassing 809
§ 3. Andere geschriften dan de (authentieke en onderhandse) akten, de met onderhandse akten gelijkgestelde geschriften en het begin van bewijs door geschrift 810-847
A. Een overzicht 810-812
B. Huishoudelijke registers en papieren (art. 1331 BW) 813-815
1. Definitie 813
C. Aantekeningen op titels (art. 1332 BW) 816-818
1. Definitie 816
2. Bewijsrechtelijke betekenis 817-818
D. Afschriften van titels (art. 1334-1336 BW) 819-838
1. Definitie 819
2. Essentiële bestanddelen 820-824
3. Bewijsrechtelijke betekenis 825-828
4. Enkele bijzondere toepassingsgevallen 829-835
5. Niet van openbare orde 836
6. Kritische beoordeling 837-838
E. Akten van erkenning (art. 1337 BW) 839-847
INHOUD XI
1. Definitie 839-840
2. Bewijsrechtelijke betekenis 841-847
Hfdst. III HET BEWIJSSTELSEL IN HANDELSZAKEN 848-988
Afd. I DE VRIJHEID VAN BEWIJS IN HANDELSZAKEN 849-885
§ 1. Het principe: artikel 25, eerste lid W.Kh. 849-851
§ 2. Eerste regel: de principie¨ le toepasselijkheid van de bewijsregels in burgerlijke zaken 852-876
A. De toepasselijkheid van de bewijsregels in burgerlijke zaken 852-857
B. Belangrijke uitzonderingen 858-876
1. Ook andere bewijsmiddelen toegelaten 858-859
2. Artikel 1341 BW geldt niet 860-861
3. Uitzonderingen inzake akten 862-875
4. Artikel 1353 BW 876
§ 3. Tweede regel: de soevereine appreciatiebevoegdheid van de rechter 877-879
§ 4. Uitzonderingen op de vrijheid van bewijs in handelszaken 880-885
A. Het geschrift vereist als bewijsmiddel 881
B. Het geschrift vereist als geldigheidsvoorwaarde 882
C. Verplichte vermeldingen 883
D. Specifieke regelingen 884-885
Afd. II DE WETTELIJK GEREGELDE BIJZONDERE EWIJSMIDDE-
LEN IN HANDELSZAKEN 886-986
§ 1. De aanvaarde factuur 888-943
A. Definitie 891
B. Algemene (vorm)voorwaarden 892-895
C. Bijzondere voorwaarden 896-931
1. Primaire verbintenissen en meer bepaald een schuldvordering in geld uit een vooraf bestaande overeen-
komst tot voorwerp hebben 897-900
2. Een handelskoop-verkoop betreffen 901-902
3. Gericht zijn aan een handelaar 903-906
4. Aanvaard zijn door de bestemmeling 907-931
D. De bewijskracht 932-943
1. Een wettelijk vermoeden 932
2. Bewijs van het bestaan van de verkoopovereenkomst en van zijn essentiële bestanddelen 933
3. Bewijs van de factuurvoorwaarden 934-937
4. Weerlegbaar of onweerlegbaar vermoeden? 938-939
5. Andere bewijsmiddelen toegelaten 940
6. Uitzonderingen 941
7. Bewijs tegen de handelaar-verzender 942-943
§ 2. De regelmatig gehouden boekhouding 944-981
A. Definitie 945-947
B. De voorwaarde: regelmatige boekhouding betreffende een
commerciële verrichting 948-951
C. De bewijskracht 952-968
1. In principe geen bewijskracht, doch enkel bewijswaarde 952-953
2. De bewijskracht van de boekhouding tegen de handelaar die ze bijhoudt 954-957
3. De bewijskracht van de boekhouding ten gunste van de handelaar die ze bijhoudt 958-968
D. De aanwending in rechte van de boekhouding 969-981
1. Vrijwillig of gedwongen 969-971
2. De ‘‘overlegging’’ van de boekhouding (art. 21 W.Kh.) 972-977
3. De ‘‘openlegging’’ van de boekhouding (art. 22-24 W.Kh.) 978-981
§ 3. De andere wettelijk geregelde bijzondere bewijsmiddelen 982-986
Afd. III HET BEWIJSRECHT IN HANDELSZAKEN EN HET BEWIJSRECHT IN BURGERLIJKE ZAKEN. EEN VERGELIJKING 987-988
TITEL VI DE GRENZEN VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 989-1092
Hfdst. I HET GEOORLOOFD KARAKTER VAN DE AANGEWENDE BEWIJSMIDDELEN 990-1055
Afd. I DE VEREISTE VAN DE GEOORLOOFDHEID VAN DE AANGEWENDE BEWIJSMIDDELEN 991-995
Afd. II DE SOORTEN ONGEOORLOOFDE BEWIJSMIDDELEN 996-1022
§ 1. De onrechtmatige bewijsmiddelen 997-1004
A. De wettelijke bewijsverboden 1000-1001
B. De bewijsverboden die voortvloeien uit de bescherming van grondrechten of mensenrechten 1002-1003
C. De bewijsverboden die het gevolg zijn van algemene (procesrechtelijke) beginselen 1004
§ 2. De onrechtmatig verkregen bewijsmiddelen 1005-1021
A. Verkrijging door een strafrechtelijk misdrijf 1007
B. Verkrijging door schending van wetten die de fundamentele rechten van elke burger waarborgen 1008
C. Verkrijging door schending van het recht op eerbiediging van het prive´leven 1009-1014
D. Verkrijging door miskenning van een regel van het strafprocesrecht 1015
E. Verkrijging door miskenning van het recht van verdediging 1016
F. Verkrijging door miskenning van het recht op menselijke waardigheid 1017
G. Verkrijging door immorele of deloyale middelen 1018-1021
§ 3. Belang van het onderscheid 1022
Afd. III DE SANCTIE OP DE AANWENDING VAN ONGEOORLOOFDE
BEWIJSMIDDELEN 1023-1055
§ 1. De Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie 1023-1025
§ 2. De aard van de sanctie: de uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1026-1027
§ 3. Het principe van de niet-uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1028-1032
§ 4. De uitzonderingen op het principe van de niet-uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1033-1053
A. De verplichte uitsluitingen 1034
B. De facultatieve uitsluitingen 1035-1053
1. Enkel in drie gevallen 1035-1040
2. Belangenafweging op grond van bijkomende criteria 1041-1052
3. De toepassing van de Antigoontest door de feitenrechters 1053
§ 5. Kritiek in de rechtsleer 1054-1055
Hfdst. II BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJSCLAUSULES 1056-1092
Afd. I DE PRINCIPIELE GEOORLOOFDHEID EN HET BINDEND KARAKTER VAN BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJSCLAUSULES 1057-1061
Afd. II DE SOORTEN BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJS
CLAUSULES 1062-1075
§ 1. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules betreffende de bewijslast 1063-1065
§ 2. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules betreffende de toege-
laten bewijsmiddelen 1066-1069
§ 3. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de bewijskracht 1070-1072
§ 4. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de geoorloofdheid van de aangewende bewijsmiddelen 1073
§ 5. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de bewijsgaring 1074
§ 6. Allesomvattende bewijsovereenkomsten 1075
Afd. III DE BEPERKINGEN AAN DE CONTRACTVRIJHEID VAN DE
PARTIJEN OP BEWIJSRECHTELIJK VLAK 1076-1092
§ 1. De gemeenrechtelijke beperkingen 1077-1081
A. De gevallen waarin de wet een welbepaald bewijsmiddel
oplegt of verbiedt 1078-1079
B. Artikel 1326 BW 1080
C. De basisprincipes van het privaatrechtelijk procesrecht 1081
§ 2. De beperkingen ingevolge bijzondere wetsbepalingen 1082-1092
A. De weerlegbare wettelijke vermoedens 1083
B. De wettelijke bepalingen die de gemeenrechtelijke subjec-
tieve bewijslastverdeling bevestigen 1084
C. Bijzondere wetsbepalingen in specifieke materies 1085-1092
1. De wet marktpraktijken 1086-1088
2. De wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen 1089-1091
3. De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens 1092

ZAAKREGISTER

 

 

 

 

 

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 30/08/2013 - 11:37
Laatst aangepast op: do, 20/07/2017 - 10:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.