-A +A

Buitencontractuele aansprakelijkheid voor schending van persoonlijkheidsrechten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Verjans Elisabeth
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
522
Samenvatting

Overzicht

De auteur onderzoekt in deze bijdrage de buitencontractuele aansprakelijkheid bij schending van persoonlijkheidsrechten. Zij verwijst naar het stijgend belang ervan door de opmars van sociale netwerksites.
In deze bijdrage wordt onderzocht :

• hoe de bescherming van persoonlijkheidsrechten, zoals het recht op afbeelding, het recht op privacy en het recht op naam, georganiseerd wordt

• hoe deze ingebed wordt in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht

• de begroting van de schadevergoeding bij inbreuken op persoonlijkheidsrechten (III).
 

Korte inhoud

Inleiding
I. De organisatie van de bescherming van persoonlijkheidsrechten

A. Het begrip persoonlijkheidsrechten

B. Grondslag van de aansprakelijkheid

• art. 10 van de Auteurswet en . 1382 BW

II. De inpassing van de bescherming van persoonlijkheidsrechten in het aansprakelijkheidsrecht

A. Het foutvereiste

1° De invulling van het foutbegrip

• Stelling door procureur-generaal Leclercq, die de stelling ontwikkelde dat de loutere schending van een recht een fout oplevert.
• Cass. 22 augustus 1940, Pas. 1940, I, 205 traditionele benadering van het foutbegrip als overtreding van een vooraf bestaande gedragsnorm.
• verwarring en overlapping tussenen de fout en de schade.
• objectieve component van de fout: de schending van een door het recht opgelegde gedragsnorm die zijn oorsprong vindt in de algemene zorgvuldigheidsnorm of in een specifieke rechtsnorm die een bepaald gebod of verbod oplegt.
• subjectieve component: de schending van specifieke norm maakt fout uit, zonder dat verdere zorgvuldigheidstoetsing vereist is, wel toetsing aan de algemene zorgvuldigheidsnorm.

2° Toepassing van het foutbegrip bij inbreuken op persoonlijkheidsrechten

a) Toepassing van het foutbegrip bij de inbreuk op subjectieve rechten en i.h.b. op persoonlijkheidsrechten

• Stelling L. Cornelis: de loutere inbreuk op een recht leidt niet automatisch leidt tot de aanwezigheid van een fout in de zin van art. 1382 BW.
• Stelling van Leclercq zoals verder uitgewerk door Bocken :. een inbreuk op subjectieve rechten maakt automatisch een fout uitmaakt in de zin van art. 1382 BW. Subjectieve rechten kennen aan de titularis autonome bevoegdheden toekennen over bepaalde zaken, bepaalde personen of de eigen persoon, die respect afdwingen ten aanzien van andere personen. Wie aldus persoonlijkheidsrechten niet respecteert begaat zonder verder bewijs een fout in de zin van art. 1382 BW. Deze stelling-krijgt steeds meer navolging in de rechtspraak.

b) Toepassing van het foutbegrip bij inbreuk op specifieke persoonlijkheidsrechten

Meerderheidsopvatting in de rechtspraak: indien persoonlijkheidsrecht duidelijk bij wet is omschreven, is de loutere schending ervan op zich foutief is:
Vb. recht op afbeelding art. 10 van de Auteurswet, onder voorbehoud van stilzwijgende toestemming.
• Persoonlijkheidsrechten waarvoor geen wettelijke bepaling voorhanden is legt de plicht op aan de rechter moeten nagaan of het recht duidelijk en precies genoeg omschreven is opdat er exclusieve bevoegdheden voor de houder ervan uit afgeleid kunnen worden. Dit is duidelijk het geval mbt het recht op naam.
• Gevallenstudie
- zaak Kim Clijster: “proficiat met uw prestatie + reclame: inbreuk.
- «typetje» Xavier De Baere in het programma «Morgen Maandag». Geen inbreuk omdat de man inhoudelijk niets gemeen had met de neergezette figuur

3° Persoonlijkheidsrechten in conflict met fundamentele rechten en vrijheden

a) De belangenafweging tussen persoonlijkheidsrechten en conflicterende rechten

Het recht op privéleven, het recht op goede naam, het recht op afbeelding tegenover het recht op vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid.

Rechtspraakcriterium : Criterium van een zorgvuldige en voorzichtige journalist, geplaatst in dezelfde omstandigheden. Het Hof van Cassatie ziet streng toe op de vervulling van de voorwaarden die het EVRM stelt voor beperkingen aan het recht op vrije meningsuiting.

Onderzoek Cassatie rechtspraak:

• Zaak Johan Demol de opgelegde beperking beantwoordde door de rechter beantwoordde aan een dwingende sociale noodwendigheid, noch dat de evenredigheid werd geëerbiedigd tussen het aangewende middel en het beoogde doel.

• Skepp/”Kwak waarbij een dokter in een publicatie op het web als een «hooggeschoolde kwak» werd aangeduid. Getolereerd door cassatie rekening houdende de context, in casu het maatschappelijke debat, waarin de mening werd geuit. 69

b) Aangewende criteria in de rechtspraak

(i). Private belangen vs. publieke belangen

- de context
- doel
- de strikte privésfeer

(ii). Publieke vs. private personen

- hoedanigheid van de betrokken personen. De grenzen van het toelaatbare zijn ruimer ten aanzien van bekende personen en politici

- zelf de aandacht opzoeken

- Zelf controversiële uitspraken doen

(iii). Aard van de publicatie

Onderscheid tussen:
- Informatieve boeken, dagbladen en tijdschriften grotere tolerantie

- Commerciële toepassingen geringe tolerantie

(iv). Feiten vs. waardeoordelen

- Feiten vergen correcte of zo correct mogelijke objectieve weergave, weze het een inspanningsverbintenis.

- Geruchten verspreiden zonder enige verificatie beschuldigingen is onaanvaardbaar.

- Gevoelige gegevens of ernstige aantijgingen strengere controle van de onderzoeks- en verificatieplicht

- Waardeoordeel niet onderworpen aan onderzoeks- en verificatieplicht. Waardeoordelen

- De grenzen van het redelijke als criterium van de rechterlijke tussenkomst. (bespreking cases Yves De Smet/PG en de zaak MO/ Forrest)

B. Het schadevereiste

De schade blijft een essentiële voorwaarde voor aansprakelijkheid op grond van art. 1382 BW
1° Materiële schade

• vermindering van inkomsten wegens verlies aan cliënteel. (aangehaalde voorbeeld:. het geval voor een advocaat of een arts
• commerciële aanwending met aantasting van het persoonlijkheidsrecht bestaat uit het verlies om zelf financieel voordeel te halen uit een commercieel of publicitair gebruik van het persoonlijkheidsrecht.
• Door bewijsproblemen wordt materiële schade zelden aanvaard door de rechtspraak. (verwezen wordt naar de zaken Clijsters
• materiële schade door «verlies van een kans». om zelf financieel voordeel te halen uit de (commerciële) exploitatie van een persoonlijkheidsrecht

2° Morele schade

• Rechtspraak en rechtsleer die stellen dat de schending van een persoonlijkheidsrecht automatisch morele schade zonder dat nog het bewijs van morele schade dient geleverd.
• Kritiek op deze rechtspraak omdat aldus geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen de fout en de schade, terwijl art. 1382 BW het bewijs van beide vereist.

• Rechtspraak en rechtsleer die stelt dat een inbreuk op persoonlijkheidsrechten niet automatisch tot het bestaan van morele schade leidt en het slachtoffer de bewijlast oplegt van het bewijs van de morele schade
C. Het vereiste van oorzakelijk verband

• Na bewijs van fout (en schade) wordt in de regel weinig aandacht besteed aan het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, zelfs niet door het Hof van Cassatie bij morele schade
Indien materiële schade wordt gevorderd , wordt het bestaan van het oorzakelijk verband wel onderzocht. Aandacht wordt besteed aan het zeer moeilijke bewijs van dit oorzakelijk verband.

III. De begroting van de schadevergoeding

• in natura geschieden, bv. door de publicatie van de uitspraak of geldelijk.

A. Beginselen inzake de schadebegroting bij schending van persoonlijkheidsrechten

• «geheel de schade en niets dan de schade» dient vergoed te worden.
• schadeloosstelling mag geen bestraffend karakter hebben. De ernst van de fout speelt geen rol bij
• ex aequo et bono begroting of symbolische vergoeding voor morele en vaak ook voor materiële schade toekent

B. Afwezigheid van ontradend effect door toekenning van lage schadevergoedingen

De meeste rechters begroten de morele schade ex aequo et bono, waarbij bedragen van 500 tot 1250 euro gebruikelijk zijn

C. Evolutie in de rechtspraak

Rechtspraak die na degelijke motivering in conclusies ondermeer op basis van de omvan gvan de verspreiding veel hogere schadevergoedingen toekent.

Rechters die gebruik maken van hun in cassatie onaantastbare beoordelingsbevoegdheid met betrekking tot het bestaan en de omvang van de schade, om hogere vergoedingen toe te kennen.
Bespreking van de zaak Goedele Liekens waarbij een vrouw zonder kennis gefilmd werd en waarbij werd gesuggereerd werd dat ze uit was op een relatie met een miljonair: vergoeding van 702.000 fr, zijnde 1 fr per kijker van de uitzending.
Bespreking zaak Lefèvre tegen Het Laatste Nieuws, schadevergoeding van 500.000 euro nadat de krant in een reeks voorpagina-artikelen onthullingen over zijn zogenaamde dopingverleden.

Een (verdoken) bestraffend motief in de rechtspraak?

D. Naar de invoering van punitive damages in het Belgische recht?

IV. Besluit

Persoonlijke Opmerking:

De bijdrage behandelt evenwel enkel die inbreuken waarin geen contractuele basis bestaat die de bescherming van persoonlijkheidsrechten vastlegt en waarbij een conventioneel vergoedingssysteem werd uitgewerkt.
 

Bronvermeldingen

• Rb. Mechelen 15 januari 2013, NJW 2013, 80.

• S. Gutwirth, Waarheidsaanspraken in recht en wetenschap, Antwerpen, Maklu, 1993, 647 e.v.;

• F. Rigaux, La protection de la vie privée et des autres biens de la personnalité, Brussel, Bruylant, 1990, 734;

• F. Rigaux, La vie privée, une liberté parmi les autres, Brussel, Larcier, 1992, 134.

• E. Langenaken, «L’indemnisation des atteintes aux droits de la personnalité et son implication quant à la nature de ces droits», TBBR 2011, (422) 424;

• P. Senaeve, Compendium van het personen- en familierecht, Leuven, Acco, 2011, 118; W. Van Gerven, Beginselen van het Belgisch privaatrecht, I, Algemeen Deel, Brussel, Story-Scientia, 1987, nr. 3.

• E. Guldix, De persoonlijkheidsrechten, de persoonlijke levenssfeer en het privéleven in hun onderling verband, doctoraatsproefschrift, Brussel, VUB, 1986, nrs. 195-200;

• E. Guldix en A. Wylleman, «De positie en de handhaving van persoonlijkheidsrechten in het Belgisch privaatrecht», TPR 1999, (1589) 1594.

• Guldix, P. De Hert, A. Wylleman et al., «Overzicht van rechtspraak personenrecht (2001-2008)», TPR 2009, (769) 836-837;

• G. Baeteman, A. Wylleman, J. Gerlo et al., «Overzicht van rechtspraak. Personen- en familierecht 1995-2000», TPR 2001, (1551) 1605.

• Rb. Brussel 20 september 2001, AM 2002, 77.

•.Rb. Gent 24 juni 2002, AM 2003, 143;

• Rb. Brussel 19 mei 2000, AM 2000, 338;

• Rb. Brussel 16 december 1997, AM 1998, 260, Journ. proc. 1998, afl. 341, 24, noot F. Jongen, JLMB 1998, 204.

• Cass.fr. 16 juli 1998, D. 1999, 541, noot J.-C. Saint-Pau.

• Cass. fr. (1e civ.) 5 novembre 1996, Bull.civ., I, no 378, D. 1997, 403, noot S. Laumon, D. 1997, 289, noot P. Jourdain, JCP 1997, I, 4025, noot G. Viney, en II, p. 22805, noot J. Ravanas, RTDC 1997, 632, noot J. Hauser.

• P. Jourdain, «La seule constatation de l’atteinte à la vie privée ouvre droit à réparation» (Cass.fr. (1e civ.) 5 novembre 1996), D. 1997, 289;

• J. Ravanas, noot onder Cass. fr. (1e civ.) 5 novembre 1996, JCP 1997, II, 22805; G. Viney, «Responsabilité civile», JCP 1997, I, 4025.

• J.-C. Saint-Pau, «L’article 9 du code civil: matrice des droits de la personnalité» (noot onder Cass.fr. 16 juli 1998), D. 1999, 541;

• A. Lepage, «L’article 9 du Code civil peut-il constituer durablement la matrice des droits de la personnalité?», Gaz.Pal. 18-19 mei 2007, 43.

• J.-P. Ancel, «La protection des droits de la personnalité dans la jurisprudence récente de la Cour de cassation» in Rapport annuel 2000,

• C. Cauffman en B. Weyts, «Privaatrecht en rechtshandhaving» in Preadviezen 2009 voor de Vereniging van de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2009, (303) 334;

• L. Cornelis, Beginselen van het Belgische buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Maklu, 1989, 150-151;

• B. Dubuisson, V. Callewaert, D. De Coninck et al., La responsabilité civile. Chronique de jurisprudence 1996-2007. Vol. I. Le fait générateur et le lien causal, Brussel, Larcier, 2009, 963;

• T. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, 144;

• B. Weyts, «Punitieve elementen in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht» in J. Rozie, A. Van Oevelen en S. Rutten (eds.), Toetsing van sancties door de rechter, Antwerpen, Intersentia, 2011, (173) 179.

• T. Léonard, Conflits entre droits subjectifs, libertés civiles et intérêts légitimes, Brussel, Larcier, 2005, 436.

• P. Leclercq, conclusie voor Cass. 4 juli 1929, Pas. 1929, I, 26;

•. Leclercq, noot onder Cass. 23 juni 1932, Pas. 1932, I, 200.

• Cass. 4 juli 1929, Pas. 1929, I, 259;

• Cass. 27 september 1934, Pas. 1934, I, 388;

• Cass. 17 maart 1939, Pas. 1938, I, 92.

• Cass. 22 augustus 1940, Pas. 1940, I, 205.

• R. Dalcq, Traité de responsabilité civile, I, Brussel, Larcier, 1967, 159-160;

• H. Mazeaud en A. Tunc, Traité théorique et pratique de la responsabilité civile, délictuelle et contractuelle, I, Parijs, Montchrétien, 1965, nr. 385;

• J. Limpens, «La faute et l’acte illicite en droit comparé» in Mélanges J. Dabin, II, Brussel, Bruylant, 1963, 735.

• S. Stijns, Verbintenissenrecht. Leerboek 1bis, Brugge, die Keure, 2013, 40;

• H. Vandenberghe, «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (2000-2008)», TPR 2010, (1749) 1752.

• H. Bocken en I. Boone, Inleiding tot het schadevergoedingsrecht: buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en andere schadevergoedingsstelsels, Brugge, die Keure, 2011, 99

• J. Dabin en A. Lagasse, «Examen de jurisprudence. La responsabilité délictuelle et quasi-délictuelle (1939 à 1948), RCJB 1949, 57;

• Cass. 8 november 2002, Pas. 2002, 2136, RABG 2003, 851, noot S. Lust;

• Cass. 3 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 807, JT 1995, 26, RW 1996-97, 1227, noot;

• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, II, Brussel, Bruylant, 1964, 937;

• H. Vandenberghe, M. Van Quickenborne et al., «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (1994-1999)», TPR 2000, (1551) 1583 e.v.

• Rb. Brussel 9 maart 2005, Ing.Cons. 2006, 136;

• Rb. Hasselt (kort geding), 30 januari 1997, Limb.Rechtsl. 1997, 100;

• Brussel 12 januari 1994, RW 1994-95, 229.

• H. Bocken, «Nog iets over inbreuk op recht» in Liber Amicorum Walter Van Gerven, Deurne, Kluwer, 2000, (183) 183-202;

• A.S. Hartkamp en C.H. Sieburgh, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 6. Verbintenissenrecht. Deel IV. De verbintenis uit de wet, Deventer, Kluwer, 2011, nr. 46.2.

• Gent 12 juni 2001, TBBR 2003, 305, noot S. Sottiaux; Brussel 14 september 1999, AM 2000, 92.

• Rb. Namen 29 juli 2011, JLMB 2012, 792; Rb. Brussel 28 september 2010, AM 2011, 334.

• M. Isgour, Le droit à l’image, Brussel, Larcier, 1998, 88-106.

• Gent 21 februari 2008, AM 2008, 318, RABG 2008, 1271, noot F. Petillion.

• Antwerpen 8 februari 1999, AM 1999, 241, noot D. Voorhoof, RW 2001-02, 452;

• Rb. Hasselt 14 augustus 2009, NJW 2009, 777.

• Cass. 27 april 2007, Arr.Cass. 2007, 903, AM 2007, 377, NJW 2007, 897, noot E. Brewaeys, Pas. 2007, 793, RTDF 2008, 779, RW 2009-10, 321.

• Rb. Gent 19 november 2003, AM 2004, 384.

• Brussel 12 januari 1994, RW 1994-95, 229.

• EHRM 9 november 2006, nr. 64772/01, Leempoel en S.A. éd. Ciné Revue t/ België.

• S. Hoebeke en B. Mouffe, Le droit de la presse, Limal, Anthemis, 2012, 678;

• E. Montero en H. Jacquemin, «Livre 26bis. La responsabilité civile des médias. Volume 2. Les devoirs et responsabilités des acteurs des médias: aperçu de la jurisprudence belge» in J. Fagnart (ed.), Responsabilités. Traité théorique et pratique, Waterloo, Kluwer, 2003, 5.

• M. Isgour, «La presse, sa liberté et ses responsabilités» in Média et Droit, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2008, (73) 100;

• H. Vandenberghe, «Over civielrechtelijke persaansprakelijkheid. Een stand van zaken» in M. Debaene en P. Soens (eds.), Actuele tendensen aansprakelijkheidsrecht, Brussel, Larcier, 2005, (109) 140.

• K. Lemmens, «La nécessité d’une ingérence dans la liberté d’expression n’est jamais évidente. L’obligation de réparation d’une faute civile non plus?» (noot onder Cass. 23 mei 2011), RCJB 2012, (434) 441 e.v.

• Rb. Veurne 18 februari 2000, AM 2000, 341, noot D. Voorhoof, RW 2000-01, 1463.

• EHRM 24 februari 1997, nr. 19983/92, De Haes en Gijsels t/ België.

• Cass. 9 november 2012, nr. D.12.0013.N;

• Cass. 12 januari 2012, AM 2012, 358, noot D. Voorhoof, Pas. 2012, 92;

• Cass. 27 april 2007, Arr.Cass. 2007, 903, AM 2007, 377, NJW 2007, 897, noot E. Brewaeys, Pas. 2007, 793, RTDF 2008, 779, RW 2009-10, 321.

• Rb. Antwerpen 9 mei 2003, AM 2006, 201.

• Antwerpen 11 oktober 2005, AM 2003.

• Cass. 27 april 2007, Arr.Cass. 2007, 903, AM 2007, 377, NJW 2007, 897, noot E. Brewaeys, Pas. 2007, 793, RTDF 2008, 779, RW 2009-10, 321.

• Cass. 12 januari 2012, AM 2012, 358, noot D. Voorhoof, Pas. 2012, 92.

• K. Lemmens, «Wie is Demol? Bedenkingen bij een boek en een arrest», AM 2006 2006, (147) 150;

• EHRM 9 november 2006, nr. 64772/01, Leempoel en S.A. éd. Ciné Revue t/ België.

• EHRM 24 juni 2004, nr. 59320/00, Von Hannover t/ Duitsland.

• Rb. Brussel 11 september 2007, AM 2007, 505.

• D. Voorhoof en P. Valcke, Handboek mediarecht, Brussel, Larcier, 2011, 189-194.

• Antwerpen 20 februari 2012, AM 2012, 370; Rb. Brussel 19 maart 2002, AM 2002, 532, noot F.J.

• EHRM 8 juli 1986, nr. 9815/82, Lingens t/ Oostenrijk.

• Rb. Brussel 19 maart 2002, AM 2002, 532.

• Rb. Brussel 11 december 2007, AM 2008, 323.

• EHRM 1 juli 1997, nr. 20834/92, Oberschlick t/ Oostenrijk.

• Rb. Brussel 27 januari 2012, AM 2012, 609.

• Rb. Antwerpen 9 mei 2003, AM 2003, 401.

• Luik 13 mei 2002, AM 2002, 530.

• Rb. Brussel 13 december 2011, AM 2012, 597.

• Rb. Brussel 13 december 2011, AM 2012, 597.

• Rb. Brugge 30 april 2012, AM 2012, 592

• Brussel 26 februari 2003, RGAR 2004, nr. 13.867; Rb. Luik 14 januari 2004, AM 2005, 91, noot.

• Rb. Brussel 28 oktober 1999, AM 2000, 113, RGAR 2001, nr. 13.340.

• EHRM 8 juli 1986, nr. 9815/82, Lingens t/ Oostenrijk

• EHRM 24 februari 1997, nr. 19983/92, De Haes en Gijsels t/ België.

• EHRM 24 februari 1997, nr. 19983/92, De Haes en Gijsels t/ België.

• M. Isgour, «La satire: réflexions sur le droit à l’humour», AM 2000, 59-68;

• D. Voorhoof, «Fotomontage in Humo beschermd door persvrijheid of manifeste schending van de privacy?» (noot onder Voorz. Rb. Brussel 4 november 2008 en Voorz. Rb. Brussel 4 november 2008), AM 2008, (502) 504.

• Rb. Leuven 10 oktober 2006, AM 2007, 13.

• Rb. Nijvel 12 maart 2002, AM 2003, 77, noot.

• Brussel 19 mei 2005, AM 2006, 80, noot, NJW 2006, 124, noot E. Brewaeys.

• Rb. Brussel 11 september 2007, AM 2007, 505;

• Rb. Mechelen 15 januari 2013, NJW 2013, 80, noot E. Brewaeys.

• E. Brewaeys, noot onder Rb. Mechelen 15 januari 2013, NJW 2013, 83;

• D. Voorhoof, «Hoofdredacteur veroordeeld wegens foute opinie», Juristenkrant 2013, afl. 262, (12) 12.

• Rb. Brussel 25 april 2008, AM 2008, 226, noot, Juristenkrant 2008, afl. 171, 3, weergave D. Voorhoof.

• Brussel 11 december 2012, Juristenkrant 2013, afl. 261, 1, weergave D. Voorhoof.

• E. Dirix, Het begrip schade, Antwerpen, Maklu, 1984, 13.

• J. Ronse, Schade en schadeloosstelling, Gent, Story-Scientia, 1984, 2.

• Rb. Brussel 14 maart 2002, Journ.proc. 2002, afl. 448, 27, noot.

• Brussel 8 november 1989, RGAR 1992, nr. 11.906.

• Rb. Brugge 31 januari 1990, RW 1991-92, 234.

• D. De Callataÿ en N. Estienne, La responsabilité civile. Chronique de jurisprudence 1996-2007. Vol. II. Le dommage, Brussel, Larcier, 2009, 483.

• Rb. Gent 19 november 2003, AM 2004, 384.

• Rb. Hasselt 19 december 2003, AM 2004, 388. 110 Gent 21 februari 2008, AM 2008, 318, RABG 2008, 1271, noot F. Petillion.

• Antwerpen 5 mei 2003, NJW 2003, 1193.

• Rb. Antwerpen 24 juni 1984, RW 1985-86, 2645, noot G. Ballon

• Rb. Brugge 27 juni 1994, RW 1994-95, 473.

• H. De Page en J. Masson, Traité élémentaire de droit civil belge, II, Les personnes, Brussel, Bruylant, 1990, 955.

• Gent 20 september 2006, AM 2007, 386;

• Antwerpen 11 oktober 2005, AM 2006, 202: «Nu de fout vaststaat, kan aan de zekerheid van morele schade in hoofde van appellant sub 1 niet worden getwijfeld: aantasting van een moreel rechtsgoed»;

• Rb. Antwerpen 12 juni 2008, RABG 2008, 1.267.

• Rb. Luik 12 december 1997, JLMB 1998, 819.

• E. Langenaken, o.c., TBBR 2011, 434.

• Rb. Luik 12 december 1997, JLMB 1998, 819. Zie ook: E. Langenaken, ibid.

• Rb. Brussel 17 april 2004, AM 2005, 81;

• Antwerpen 5 mei 2003, NJW 2003, 1193.

• Rb. Kortrijk 17 november 1989, TGR 1990, 116, noot D. Voorhoof.

• Rb. Brussel 20 februari 1996, AM 1998, 259.

• Cass. 16 november 2007, AM 2008, 72, JLMB 2008, 77, Pas. 2007, 2047, RW 2009-10, 1599.

• Brussel 18 december 2002, NJW 2003, 1194 (verlies van een kans op vergoeding voor de prestaties als fotomodel).

• Rb. Brussel 20 februari 2007, AM 2007, 393.

• Rb. Kortrijk 27 oktober 2009, AM 2010, 216, noot D. Voorhoof.

• M. Isgour, o.c., in Média et Droit, 109; E. Montero en H. Jacquemin, o.c., in Responsabilités. Traité théorique et pratique, nr. 160.

• D. Simoens, Buitencontractuele aansprakelijkheid, II, Schade en Schadeloosstelling, Antwerpen, Kluwer, 1989, 22.

• Cass. 20 februari 2009, Arr.Cass. 2009, 606, Pas. 2009, 553, RGAR 2010, nr. 14665, RW 2010-11, 1474.

• P. Van Ommeslaghe, Droit des obligations, II, Brussel, Bruylant, 2010, 1597; T. Vansweevelt en B. Weyts, o.c., 665 e.v.

• Cass. 10 oktober 1972, Pas. 1973, I, 147;

• Brussel 27 april 2007, JLMB 2008, 785.

• E. Montero en H. Jacquemin, o.c., in Responsabilités. Traité théorique et pratique, nr. 152.

• Rb. Brussel 21 maart 2012, AM 2012, 602).

• Cass. 12 januari 2012, AM 2012, 358, noot D. Voorhoof, Pas. 2012, 92;

• Cass. 27 april 2007, Arr.Cass. 2007, 903, AM 2007, 377, NJW 2007, 897, noot E. Brewaeys, Pas. 2007, 793, RTDF 2008, 779, RW 2009-10, 321. Zie nr. 11.

• EHRM 15 februari 2005, nr. 68416/01, Steel en Morris t/ United Kingdom.

• Brussel 3 april 2003, AM 2003, 303, RGAR 2004, 13.909: «Que statuant sur la base de l’article 1382 du Code civil, il n’appartient pas aux cours et tribunaux de prononcer des condamnations dissuasives de poursuivre dans la voie de pratiques journalistiques répréhensibles; que ce faisant ils octroieraient aux victimes la réparation d’un dommage qu’ils n’ont pas subi».

• Rb. Mechelen 15 januari 2013, NJW 2013, 80 (Y. De Smet/ PG Antwerpen)

• Rb. Brugge 17 december 2007, AM 2008, 151 (J.M. Dedecker één euro schadevergoeding betalen beweringen over doping)

• B. Weyts, «Lucratieve fouten in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht. The winner takes it all», RW 2005-06, (1641) 1645.

• Gent 12 juni 2001, TBBR 2003, 305, noot S. Sottiaux.

• Rb. Luik 15 december 1999, AM 2000, 160.

• K. Lemmens, «Toch maar morele schadevergoeding, tegen beter weten in?» in W. Debeuckelaere, S. Guthwirth, M. Lambrechts et al. (eds.), Ontmoetingen met Koen Raes, Brugge, die Keure, 2012, (230) 234. Zie ook: M. Isgour, o.c., in Média et Droit, 112.

• C. Cauffman, «Naar een punitief Europees verbintenissenrecht? Een rechtsvergelijkende studie naar de draagwijdte, de grondwettigheid en de wenselijkheid van het bestraffend karakter van het verbintenissenrecht », TPR 2007, (799) 810;
• E. van der Heijden, «Punitive damages en de calculerende schadeveroorzaker», NJB 2001, (1749) 1749-1750.

• Rb. Gent 19 november 2003, AM 2004, 384.

•B. Delbecke en K. Lemmens, «Honderdvijftig jaar perszaken voor de burgerlijke rechter», Juristenkrant 2013, afl. 262, 13.

• Rb. Brussel 16 december 1997, AM 1998, 260, JLMB 1998, 204, Journ.proc. 1998, afl. 341, 24, noot F. Jongen.

• Brussel 5 februari 1999, AM 1999, 274, noot F. Ringelheim, Journ.proc. 1999, afl. 367, 26, noot F. Jongen.

• Brussel 16 februari 2001, AM 2002, 282, RGAR 2002, nr. 13.590; Rb. Brussel 28 oktober 1999, AM 2000, 113, RGAR 2001, nr. 13.340, noot.

• Rb Brussel 27 april 2007, JLMB 2008, 785 (6.000 euro);

• Rb. Brussel 16 december 2003, JLMB 2004, 793 (4.000 euro);

• Rb. Brussel 16 november 1999, AM 2000, 117 (990.000 fr. respectievelijk 297.000 fr.).

• Rb. Brussel 19 mei 2000, AM 2000, 339.

• Rb. Brussel 16 november 1999, AM 2000, 117, noot S. De Coster. .

• Rb. Brussel 15 oktober 2009, AM 2010, 202.

•: S. Carval, La responsabilité civile dans sa fonction de peine privée, Parijs, LGDJ, 1995, nr. 29.

• Rb. Brussel, 16 november 1999, AM 2000, 132. C

• J. Herbots, «De punitieve vergoeding in het Engelse en het Amerikaanse recht van de onrechtmatige daad en van de contracten» in K. Bernauw, P. Colle et al. (eds.), Liber amicorum Yvette Merchiers, Brugge, die Keure, 2001, (141) 142.

• M. Isgour, o.c., in Média et Droit, 112-113; H.O. Kerkmeester, «Punitive damages ter compensatie van lage veroordelingskans», NJB 1998, (1807) 1807-1813;
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

De veroordeling van Yves Demet bij vonnis van 15 januari 2013 door de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, werd ongedaan gemaakt door het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 15 april 2015.

In haar arrest van 15 april 2015 stelt het Hof van Beroep te Antwerpen dat het opleggen van een schadevergoeding wegens een burgerrechtelijke fout door gebruik of misbruik van het recht op vrije meningsuiting en het persrecht, dient beoordeeld in concreto en dat aldus het recht op vrije meningsuiting en de persvrijheid primeert, zeker wanneer het toekennen van een schadevergoeding een afremmend effect zou hebben op het recht van vrije meningsuiting en de vrijheid van de pers in onze rechtstaat.

Een veroordeling tot schadevergoeding zou een chilling effect of afschrikkingseffect hebben op de vrije meningsuiting en de persrijheid en dient derhalve ten alle tijde vermeden.

In haar arrest stelt het hof verder dat een opinie op zich, weze het zelfs een kritische opinie, omwille van de persvrijheid en anders dan een berichtgeving, niet aan een waarheidsproef kan worden onderworpen.

Jelle Flo, Hof van Beroep maakt veroordeling Yves Desmet ongedaan, Juristenkrant 29 april 2015, pagina 1

Aangemaakt op: ma, 02/12/2013 - 02:15
Laatst aangepast op: di, 05/05/2015 - 13:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.