-A +A

The Built and the Beautiful»: esthetische regulering in de ruimtelijke ordening en de rol van de rechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
De Somer S
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1322
Samenvatting

Het «visueel vormelijke» is volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening een stedenbouwkundig relevant criterium. In vele gevallen is het bestuur dan ook verplicht om de esthetische impact van het aangevraagde te betrekken bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag. Deze bijdrage gaat na hoe esthetische regulering vorm krijgt in het Vlaamse recht van de ruimtelijke ordening en vooral welke rol is weggelegd voor de bestuursrechter. Een vergelijking met het Franse recht leert dat de bestuursrechter daar veel verder gaat in zijn inhoudelijke toetsing. Eén van de verklaringen daarvoor is dat Frankrijk meer dan Vlaanderen een traditie kent van normatieve kaders over omgevingsesthetiek. Van schoonheid wordt echter gezegd dat zij in de ogen van de toeschouwer ligt, wat het maken van algemene regels bemoeilijkt. Een goed doordacht besluitvormingsproces lijkt ons van groot belang. Hier is nog ruimte voor een verdere reflectie, maar enkele vergunningverlenende besturen in Vlaanderen experimenteren thans al met innovatieve instrumenten en oplossingen op het vlak van governance.

 

Inhoudstafel tekst: 

I. Maatschappelijke en juridische relevantie van omgevingsesthetiek

«We shape our buildings

• thereafter they shape us.» (Winston Churchill)

1. Zorg voor de esthetiek van onze leefomgeving draagt bij tot het publieke welzijn

2. Maar betekent dit alles ook dat omgevingsesthetiek een domein van overheidsinterventie kan of zelfs moet zijn?

3. Niet iedereen is er echter van overtuigd dat de overheid goed geplaatst is om aan esthetische oordeelsvorming te doen.

4. In een dichtbebouwde regio als Vlaanderen vormt de zorg voor omgevingsesthetiek een bijzondere uitdagingII. Afbakening en definitie

5. Deze bijdrage probeert een (begin van) antwoord te formuleren op de volgende vragen:

– In welke mate is esthetiek een stedenbouwkundig relevant en eventueel een verplicht criterium binnen het Vlaamse recht van de ruimtelijke ordening? Welke instrumenten kunnen besturen gebruiken om aan esthetische regulering te doen?

– Welke rol kan de bestuursrechter spelen bij het afdwingen of handhaven van normen op het vlak van omgevingsesthetiek? Welke rol speelt hij nu al in het Vlaamse recht van de ruimtelijke ordening?

6. Onder «esthetische regulering» verstaan we regulering m.b.t. de vorm, het uitzicht of het ontwerp van de bebouwde 17omgeving

III. Rol en inbedding van omgevingsesthetiek in het Vlaamse recht van de ruimtelijke ordening

A. Esthetiek als stedenbouwkundig relevant criterium?

7. In de meeste westerse rechtssystemen beperkt het recht van de ruimtelijke ordening zich niet langer tot het organiseren van trade-offs tussen de diverse functies die de ruimte kan vervullen (wonen, landbouw, industrie, recreatie enz.).

8. De Stedenbouwwet van 1962 bepaalde reeds dat de ruimtelijke ordening werd ontworpen zowel uit economisch, sociaal en esthetisch 20 oogpunt als het doel ’s lands natuurschoon ongeschonden te bewaren.

B. Bronnen / instrumenten van esthetische regulering

9. Esthetische regulering kan plaatsvinden via:

 

[…]

10. Normatieve bepalingen inzake omgevingsesthetiek vinden we nu hoofdzakelijk terug in ruimtelijke plannen, in stedenbouwkundige verordeningen of in stedenbouwkundige voorschriften in verkavelingsvergunningen

11. De juridische grondslag voor de discretionaire bevoegdheid die alle vergunningverlenende besturen in Vlaanderen genieten m.b.t. het reguleren van de omgevingsesthetiek ligt vervat in art. 4.3.1., § 1, eerste lid, 1o, b) VCRO

12. Normatieve bepalingen inzake omgevingsesthetiek kunnen op hun beurt echter ook een bron zijn van discretionaire bevoegdheden, in het bijzonder wanneer zij open normen of begrippen hanteren.

13. Het Vlaamse recht van de ruimtelijke ordening wordt soms bekritiseerd omdat het steeds meer gedetailleerde beperkingen zou opleggen op het vlak van architecturaal ontwerp.

C. Esthetiek als verplicht criterium bij het beoordelen van vergunningsaanvragen?

14. Wanneer een norm voorschrijft dat een bepaalde esthetische voorwaarde moet zijn vervuld alvorens het bestuur een vergunning kan verlenen, dan is dat bestuur uiteraard verplicht om een esthetische toets door te voeren.

 

IV. Esthetische regulering en de bestuursrechter: rechtsbescherming en toetsingsintensiteit

A. Hoe komen geschillen over esthetische regulering bij de bestuursrechter?

15. Inherent aan esthetische regulering binnen de ruimtelijke ordening is dat de overheid die zich eraan waagt, vaak wordt geconfronteerd met tegengestelde visies.

16. Verschillende scenario’s zijn denkbaar.

17. In al deze gevallen zal de beroepsindiener middelen moeten aanvoeren m.b.t. de onwettigheid van de beslissing.

B. Rechtsbescherming door de Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen

18. In de bestaande rechtspraak 46 vindt men grosso modo drie redenen terug die verband houden met esthetische regulering en die de bestuursrechter ertoe kunnen aanzetten een besluit m.b.t. een vergunningsaanvraag onwettig te bevinden.

19. Zoals eerder aangegeven, kan de verplichting om een vergunningsaanvraag te toetsen aan esthetische of visueel-vormelijke elementen voortvloeien uit een normatieve bepaling.

2° Rechtsbescherming bij het niet correct omgaan met adviezen inzake omgevingsesthetiek

20. Wanneer het vergunningverlenende bestuur afwijkt van een niet-bindend advies m.b.t. de esthetiek van het aangevraagde of de impact ervan op de schoonheidswaarde van de omgeving, moet het daarvoor een afdoende motivering geven.

21. Een bestuur dat zich door derden laat adviseren i.v.m. een door te voeren esthetische toets, mag echter niet nalaten om finaal een eigen beoordeling door te voeren.

3° Rechtsbescherming tegen de inhoud van de esthetische beoordeling

22. de formele motivering van de beslissing en de esthetische toets

23. Een voorbeeld.

24. De benadering en toetsingsintensiteit

25. Rechtspraak

26. Raad van State

27. Soms is het echter ook voor de rechter moeilijk te bepalen waar het wettigheidsoordeel ophoudt en het opportuniteitsoordeel begint.

28. Factoren die toetsingsintensiteit beïnvloeden.

29. Adviezen die het toetsingsintensiteit beïnvloeden

C. Conclusie m.b.t. de rechtsbescherming en de toetsingsintensiteit

30. Uit dit rechtspraakoverzicht blijkt …

D. Inspiratie uit Frankrijk

31. Franse rechtssysteem

32. Code de l’urbanisme (CU),

33. Vergelijking Belgische en Vlaamse rechtspraak

34. Art. R. 111-27 CU

35. Rechter die een volledige inhoudelijke controle doorvoert

36. intensiteit van de feitencontrole

38. Vergelijking met Belgische/Vlaamse tegenhangers

39. De houding van de Belgische Raad van State en de Vlaamse Raad voor Vergunningsbetwistingen

40. Ook meer inhoudelijk richtinggevende normen vragen vaak nog een appreciatieV. Voor- en nadelen van een codificatie van inhoudelijke esthetische regels

«Qu’il soit permis de réfuter d’emblée une affirmation selon laquelle «le beau ne se décrète pas»: ce serait faire injure au législateur et au droit.»

41. In Vlaanderen zijn er maar weinig voorbeelden van «esthetische regulering» in de zin van algemeen geldende normen die inhoudelijk een bepaalde omgevingsesthetiek voorschrijven

42. voordelen in vergelijking met de huidige situatie.

43. objectiviteit van de besluitvorming en de rechtszekerheid.

44. Rechtsbescherming effectiever

45. kanttekeningen

46. Een eerste gevaar is rechtsonzekerheid.

47. Een tweede gevaar is behoudsgezindheid.

48. Een derde gevaar betreft de verenigbaarheid van té gedetailleerde regels met het eigendomsrecht enerzijds en met de creativiteit van de architect als onderdeel van zijn vrijheid van meningsuiting anderzijds.

VI. Conclusies en toekomstperspectieven

Enkele bronverwijzingen

• D.E. Berlyne, Aesthetics and Psychobiology, New York, Appleton-Century-Crofts, 1971, 336 p.

• M.P. Galindo Galindo en J.A. Corraliza Rodrìguez, «Environmental Aesthetics and Psychological Wellbeing: Relationships between Preference Judgements for Urban Landscapes and Other Relevant Affective Responses», Psychology in Spain 2000, 13-27, http://www.psychologyinspain.com/content/full/2000/2frame.htm

• D. Kopec, Environmental Psychology for Design, New York, Fairchild Books, 2012, 367 p.

• C. Seresinhe, T. Preis en S. Moat, «Quantifying the Impact of Scenic Environments on Health», Scientific Reports 2015, artikel nr. 16899, https://www.nature.com/articles/srep16899 (laatst geconsulteerd op 8 september 2017).

• J. Urist, «The Psychological Cost of Boring Buildings», New York Magazine 12 april 2016: http://nymag.com/scienceofus/2016/04/the-psychological-cost-of-boring-bu....

•A. Tutt, «Blightened Scrutiny», U.C. Davis Law Review 2014, 1807-1841.

• Berman v. Parker, 348 U.S. 26 (1954).

• K. Regan, «You can’t build that here: the constitutionality of aesthetic zoning and architectural review», Fordham Law Review 1990, 1013-1031

• J. Delafons, «Planning and censorship», Journal of Planning & Environment Law 1993, 527-533

• C. Haywood, «Planning regulation and architectural freedom of expression», Journal of Planning & Environment Law 2011, 664-674.

• Droit et Ville 1992, nr. 33, 161 p., dat volledig was gewijd aan de verslagen van een colloquium over «L’esthétique urbaine».

• De Standaard 16 januari 2013, «Een schepen van Schoonheid»).

• R. Braem en F. Strauven, Het lelijkste land ter wereld, Brussel, ASP, 2010, 95 p. (heruitgave van het in 1968 uitgebrachte werk met een inleiding door F. Strauven) en R. Braem, Het Schoonste Land ter Wereld, Leuven, Kritak, 1987, 215 p.).

• «De schoonheid van België zit aan de achterkant», De Standaard 14 augustus 2015.

• «Gent rouwt, Venetië applaudisseert», De Standaard 28 augustus 2012.

• «Met een openbaar toilet ben je zelden op ‘t gemak», De Standaard Avond 29 december 2016.

• RvVb 4 april 2017, nr. A/1617/0737, Debièvre en Iliano.

• RvVb 8 november 2016, nr. A/1617/0248, Wouters en Rosenfeld.

• L. Coomans, «Het kluwen van de gemeentelijke leegstandsheffing op woningen en gebouwen in het Vlaamse Gewest», AFT 2016, (14) 14 en 15-16.

J. Van Campen, Omgevingskwaliteit en ruimte, Amsterdam, Berghauser Pont Publishing, 2013, 5.

• P.-J. Defoort, «Ruimtelijke ordening als regulator voor de ruimtelijke behoeften van de sectoren» in B. Goossens, Y. Loix en F. Sebreghts (eds.), Tussen algemeen belang en toegewijde zorg. Liber Amicorum Hugo Sebreghts, Antwerpen, Intersentia, 2014, 43-56.

• RvS 28 juni 2006, nr. 160.736, stad Mortsel:

• B. De Smet, Het criterium van de goede ruimtelijke ordening bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning, Herentals, Knops Publishing, 2012, 219 p.

• Algemeen bouwreglement stad Gent (https://stad.gent/reglement/algemeen-bouwreglement).

• B. De Smet, Het criterium van de goede ruimtelijke ordening bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning, masterproef Rechten UGent, 2013, https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/458/281/RUG01-001458281_2011_0001..., 65.

•Omzendbrief van 8 juli 1997 «betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen», gewijzigd via omzendbrief van 25 januari 2002 en 25 oktober 2002,

• RvVb 2 juni 2015, nr. A/2015/0340, Van Aelst).

• Y. Loix, «Ruimte voor creativiteit» in B. Goossens, Y. Loix en F. Sebreghts (eds.), Tussen algemeen belang en toegewijde zorg. Liber Amicorum Hugo Sebreghts, Antwerpen, Intersentia, 2014, 227-235.

• B. Hubeau en G. Vloebergh, «Over zwaarden en schilden: de juridisering van de ruimtelijke ordening» in B. Goossens, Y. Loix en F. Sebreghts (eds.), Tussen algemeen belang en toegewijde zorg. Liber Amicorum Hugo Sebreghts, Antwerpen, Intersentia, 2014, (163) 169.

• RvVb 13 juni 2017, nr. A /1617/0944, NV JCDecaux Billboard Belgium.

• J. Geens, «Rechtszekerheid en ruimtelijke ordening: hoe omgaan met het stedenbouwkundig beleid bij de aflevering van vergunningen?» in D. D’hooghe, K. Deketelaere en A.-M. Draye (eds.), Liber Amicorum Marc Boes, Brugge, die Keure, 2011, 99-111.

• Memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid, Parl.St. Vl.Parl. 2008-09 , nr. 2011/1, 125.

• RvVb 19 november 2013, nr. A/2013/0679, X.

•. RvS 18 maart 2008, nr. 181.194, Moors.

• RvS 14 juli 2008, nr. 185.401, Blanken e.a.

• B. De Smet, «De goede ruimtelijke ordening als criterium bij stedenbouwkundige vergunningen», TOO 2013, (37) 40.

• RvVb 23 februari 2016, nr. A/1516/0689, X.

• B. Lennertz en A. Lutzenhiser, «Charrettes 101: Dynamic Planning for Community Change», BuildingBlocks 2003, 3-11 (https://www.innovations.harvard.edu/sites/default/files/5536.pdf).

• S.M. Judge, «Codex Imaginarius: Visual Codes in Land Use Planning and Aesthetic Regulation», Notre Dame Law Review 2006, 1595-1627.

• C. Mialot, «Améliorer l’interprétation de la règle contenue dans un PLU», AJDA 2015, 1177.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 13/04/2018 - 16:38
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 23:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.