-A +A

Bevoegdheidsbeding betwisten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Titel van het boek: 
Grenzen van contractvrijheid, Bevoegdheidsbedingen nationale context
Publicatie
Auteur: 
Burette N
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/290
Pagina: 
774
Samenvatting

Invalshoek 

De ene rechter werkt al vlugger dan de andere.

De ene rechter is met betrekking tot factuurvoorwaarden al soepeler dan de andere.

Er zijn derhalve repeat-spelers die in hun algemene voorwaarden een rechtbank kiezen die vlug en efficiënt vonnissen verleent conform hun algemene voorwaarden waarbij ze weten dat deze door de rechter aanvaard worden.Anderzijds is het voor een schuldeiser aantrekkelijk om te kiezen voor een rechter die ver van de medecontractant verwijderd is, dichter bij zijn zetel, of dichter bij het kantoor van zijn advocaat. Tenslotte is het interessant en goedkoper voor een schuldeiser om al zijn invorderingen te concentreren voor één en dezelfde rechter, zodat deze samen op zelfde zittingen kunnen behandeld

Sommige goedmenende  vrederechters slaan aan de alarmbel en vrezen een toeloop aan zaken naar hun Vredegerecht waarbij ze precies afgestraft worden voor hun efficiënte behandeling. Anderen ontmoedigen deze schuldeisers, nog anderen stellen hun bevoegdheid in vraag. Betere advocaten en magistraten laten zich inspireren door de nieuw geschapen betwistingsgronden van deze door de schuldeisers opgedrongen bevoegdheidsclausule om precies deze schuldeisers te ontmoedigen en de verdediging van hun cliënt goedkoper te maken.

N. Burette onderzoekt in "Grenzen van contractvrijheid, Bevoegdheidsbedingen nationale context" in hoeverre er grenzen zijn aan de geldigheid van een bevoegdheidsbeding en of het gebrek aan enig aanknopingspunt met de bevoegd gemaakte rechter een reden kan zijn om de bevoegdheidsaanduiding af te wijzen.

Inhoudstafel tekst: 

Inleiding 1-2
I. Uitgangspunt: keuzevrijheid 3
II. Gevallen waarin het Gerechtelijk Wetboek bepaalt welke rechter bevoegd is 4-6
III. Gevallen waarin de WMPC bepaalt welke rechter bevoegd is 7-10
IV. Gevallen waarin de rechter bepaalt welke rechter bevoegd is ... Hoewel. 11
A. Forum non conveniens 12
B. Gekwalificeerde benadeling, goede trouw en rechtsmisbruik 13
1. Een uitstap naar het consumentenrecht. 14-17
2. en de gekwalificeerde benadeling 18-20
3. Over de 'omstandigheden van inferioriteit' 21-23
4. Aanvullende werking van de goede trouw 24-27
5. Beperkende werking van de goede trouw 28-33
6. Dus nog een uitstapje: de buitencontractuele aansprakelijkheid 34-36
Conclusie 37-40
 

Synthese van de bijdrage

Forum non conveniens is een leer die de rechter een ruime discretionaire beoordelingsvrijheid om voor elke bij hem aanhangig gemaakte zaak te oordelen of de uitoefening van rechtsmacht gerechtvaardigd is en waarbij de rechter zich onbevoegd kan verklaren, bij gebreke aan onvoldoende aanknopingspunten en hij van mening is dat een andere rechter in een geschiktere positie verkeert om van de zaak kennis te nemen.

Maar dit beginsel is geen regel naar Belgisch recht.

De rechter die in een bevoegdheidsbeding wordt aangeduid dient niet bevoegd te zijn conform artikel 624 Ger.W. en deze aangeduide rechter mag de regel forum non conveniens niet toepassen.geldt niet voor een bevoegdheidsbeding.

Judge-shoppen kan echter getoetst aan de kwalificeerde benadeling, goede trouw en rechtsmisbruik

- door het opdringen van de eisende partij aan de verwerende partij van een afgelegen zetel, met hierbij horende verplaatsingen en disproportionele verhoging van de kosten

- het aanduiden van een verwijderde rechter als een "extreem afwijkend beding"

- een "aberrante aanwijzing van een ver verwijderde zetel";

- de verschalking van de verwerende partij.

- gekwalificeerde benadeling als toepassing van de leer van de culpa in contrahendo.

Judge shopping en het consumentenrecht ...

1 het onrechtmatig beding

• artikel 74, 23° WMPC
• artikel 2, 28° WMPC
• de Europese Richtlijn 1993/13 inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
• de rechtspraak van het Hof van Justitie stellende dat een bevoegdheidsbeding dat de rechter van de plaats van de vestiging van de verkoper bevoegd verklaart voor de beslechting van alle uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen, het instellen door de consument van een vordering belemmert, zich te onderwerpen aan de uitsluitende bevoegdheid van een rechterlijke instantie die mogelijk ver van zijn woonplaats verwijderd is, afschrikkend kosten voor de consument dat hij zal nalaten een rechtsvordering in te stellen of zijn verweer te voeren, waarna het hof oordeelt dat bevoegdheidsbeding oneerlijk kan zijn in de zin van de Richtlijn 1993/13 inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten .

2. het misbruik van onoplettendheid als bijzondere toepassing van de gekwalificeerde benadeling

Immers, de partij die in een contractspartij een 'abnormaal' bevoegdheidsbeding inlast, speculeert op het feit dat de andere contractspartij er niet op zal letten, dit des te meer in factuurvoorwaarden die niet individueel onderhandeld zijn.

Ook de aanvullende werking van de goede trouw verzet zich tegen het speculeren op de onoplettendheid van een contractspartij.

Ere-Vrederechter Jan Nolf heet dit de verschalking ("overvaltechnieken") van de medecontractant door het verbergen van het afwijkend bevoegdheidsbeding in een resem algemene contractvoorwaarden, in "traditioneel in microscopisch kleine letterdruk".

Prof. Storme stelt dat in vele gevallen inderdaad het een pure fictie is om uit het stilzwijgen van de bestemmeling een aanvaarding van de algemene voorwaarden af te leiden.

3. De vertrouwensleer.

De ontvangst van een factuur zonder protest wordt als een principiële aanvaarding aanzien. Maar de vraag dient gesteld of het vertrouwen van de verzender in de aanvaarding van een niet geprotesteerde factuur rechtmatig is.

Het stilzwijgen van de ontvanger van een factuur, dan wel de afwezigheid van protest levert geen aanvaarding op van een abusief opgesteld beding waarvan een aanvaarding volkomen onwaarschijnlijk is.

Een bevoegdheidsbeding in algemene voorwaarden met aanwijzing van een ver verwijderde rechter kan niet zo maar aanzien worden als een beding dat middels de afwezigheid van protest aanvaard werd.

Ere-Vrederechter Jan Nolf heeft een dergelijk beding extreem afwijkend ten opzichte van hetgeen modaal te verwachten is.

De "kritieke lading" van het contract is hetgeen waarover partijen hebben onderhandeld. Algemene voorwaarden hebben tussen de partijen vaak niet meer betekenis gekregen dan een louter formalistische waarde, dan wel als bijkomstig element.

4. Artikel 624 Ger.W

“Art. 624. Met uitzondering van de gevallen waarin de wet uitdrukkelijk bepaalt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vordering, kan deze naar keuze van de eiser worden gebracht;

1° voor de rechter van de woonplaats van de verweerder of van één der verweerders;

2° voor de rechter van de plaats waar de verbintenissen, waarover het geschil loopt, of een ervan zijn ontstaan of waar zij worden, zijn of moeten worden uitgevoerd;

3° voor de rechter van de woonplaats gekozen voor de uitvoering van de akte;

4° voor de rechter van de plaats waar de gerechtsdeurwaarder heeft gesproken tot de verweerder in persoon, indien noch de verweerder noch, in voorkomend geval, een van de verweerders een woonplaats heeft in België of in het”

Dit artikel 624 Ger.W. is van suppletief recht.

Partijen zijn dus onverminderd de overige wettelijke bepalingen vrij om een andere rechter territoriaal bevoegd te maken.

Evenwel laat artikel 624 Ger.W. een keuzerecht aan de eiser met in de eerste plaatst het keuzerecht om in te leiden voor de rechter van de woonplaats van de verweerder. Deze keuze wordt als eerste vermeld, precies omdat deze keuze de meest billijke en rechtvaardige keuze is voor de verweerder (actor sequitur forum rei). De rechter van de woonplaats voor de verweerder berokkent de verweerder de minste last, de minste kosten, de minste tijd, de minste verplaatsing.

Deze overweging kan derhalve meegenomen bij de beschouwing dat een andere keuze wel eens rechtsmisbruik zou kunnen uitmaken.

Jan NOLF: "Het zou moeilijk aanvaard kunnen worden dat een verzoekende partij een vorm van 'judge-shopping' uitvoert, waarbij de verwerende partij opzettelijk benadeeld wordt door afgehouden te worden van haar natuurlijke rechter, en gedagvaard op een verafgelegen zetel, zodat haar kosten van verweer ongeproportioneerd verhoogd worden ten opzichte van het belang ten gronde van het geding".

Het keuzerecht van artikel 624 Ger. Wetboek, dan wel de keuze om hierop geen beroep te doen op basis van een forumbeding kan aldus evenzeer het voorwerp van rechtsmisbruik uitmaken.

Wanneer een rechter oordeelt dat een bevoegdheidsbeding rechtsmisbruik uitmaakt, kan de rechter oordelen dat aan de eisende partij het recht wordt ontzegd om op het bevoegdheidsbeding in kwestie een beroep te doen en derhalve de eiser verplichten beroep te doen op art. 624 Ger.W.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 06/10/2014 - 11:00
Laatst aangepast op: wo, 15/10/2014 - 18:30

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.