-A +A

Belaging en legaliteit. Hoe legaal is 'belaging'?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Vanbelle J
Uitgever: 
UGent
Jaargang: 
2009-2010
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

INHOUDSOPGAVE
INLEIDING . 1
1. CONTEXTUALISERING IN DE TIJD 3
1.1. Proces van strafbaarstelling. 3
1.1.1. Erkenning van belaging als een sociaal probleem. 3
1.1.1.1. Respect voor de privacy 3
1.1.1.2. Evolutie in de sociale omgangsvormen . 4
1.1.1.3. Toename van vreemde individuen . 4
1.1.1.4. Betere bescherming van mishandelde vrouwen 4
1.1.2. Drie fasen 4
1.1.2.1. Mobilisering van de media . 5
1.1.2.2. Mobilisering van politici en deskundigen 6
1.1.2.3. Indienen van een wetsvoorstel of -ontwerp. 6
1.2. Relevante criteria bij strafbaarstelling. 10
1.2.1. Aannemelijkheid en motivering van de schade. 11
1.2.2. Tolerantie 11
1.2.3. Subsidiariteit. 12
1.2.4. Proportionaliteit 13
1.2.5. Legaliteit . 14
1.3. Latere specificaties 15
1.3.1. Mobbing en ongewenst seksueel gedrag op het werk. 15
1.3.2. Discriminatie als strafverzwarende omstandigheid 16
1.3.3. Belaging en belaging via telecommunicatie . 17
2. JURIDISCHE ANALYSE VAN HET MISDRIJF BELAGING. 19
2.1. Generieke belaging . 20
2.1.1. Constitutieve bestanddelen van het misdrijf . 20
2.1.1.1. Materieel element. 21
A. Belagen 22
B. Van een bewuste persoon 24
C. Waardoor diens rust ernstig wordt verstoord. 26
2.1.1.2. Moreel element. 28
A. Wist. 28
B. Had moeten weten 29
ii
2.1.1.3. Wederrechtelijk element. 30
2.1.2. Aard van het misdrijf 31
2.1.2.1. Wanbedrijf 31
2.1.2.2. Aflopend of ogenblikkelijk misdrijf. 31
2.1.2.3. Voortgezet misdrijf. 32
2.1.2.4. Gewoontemisdrijf 32
2.1.2.5. Klachtmisdrijf. 33
2.1.3. Bestraffing 36
2.1.3.1. Basisstraf 36
2.1.3.2. Verzachtende omstandigheden. 38
2.1.3.3. De verzwarende omstandigheid van artikel 442ter Sw. 39
2.1.3.4. Poging 39
2.1.3.5. Strafbare deelneming. 40
2.1.3.6. Herhaling 40
2.1.3.7. Samenloop 41
2.2. Belaging via telecommunicatie . 42
2.2.1. Constitutieve bestanddelen van het misdrijf . 42
2.2.1.1. Materieel element. 42
2.2.1.2. Moreel element. 44
2.2.2. Onderzoeksverrichtingen 45
2.2.2.1. Identificatie van telefoonnummers 46
2.2.2.2. Opsporen of lokaliseren van telecommunicaties . 46
2.2.2.3. Afluisteren van privé(tele)communicaties. 47
2.2.3. Bestraffing 47
2.2.3.1. Basisstraf 47
2.2.3.2. Poging 48
2.2.3.3. Strafbare deelneming. 49
2.3. Conclusie. 50
3. BELAGING EN LEGALITEIT 52
3.1. Het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel 52
3.2. De interpretatie van de strafwet en het lex certa-beginsel. 55
3.3. Hoe legaal is belagen?. 59
4. CONTEXTUALISERING IN DE RUIMTE . 63
4.1. Denemarken. 65
4.2. Verenigd Koninkrijk. 66
iii
4.2.1. Schotland 69
4.2.2. Noord-Ierland 71
4.3. Ierland . 72
4.4. Nederland . 74
4.4.1. Omvang van het probleem 74
4.4.2. Parlementaire geschiedenis 75
4.4.3. Wetsvoorstel wordt wet. Een bespreking van artikel 285b Sr. . 80
4.4.4. Het legaliteitsbeginsel op de helling. 86
4.5. Malta . 88
4.6. Oostenrijk 89
4.7. Duitsland . 91
4.8. Italië . 93
4.9. Verenigde Staten van Amerika . 94
4.9.1. Omvang van het probleem 94
4.9.2. Yes we can! Ontstaan van de eerste antistalkingwetgeving . 95
4.9.2.1. Beteugeling van stalkinggedrag vóór de specifieke wetgeving in Californië 95
A. Temporary/permanent restraining order 96
B. Terrorist threat . 96
C. Harassing telephone calls . 97
D. Trespassing . 97
E. Assault 97
4.9.2.2. De pioniersrol van Californië: eerste antistalkingwetgeving in de VS 98
A. Willfull, malicious, and repeated following or harassment 99
B. To make a credible threat. 99
4.9.3. Op weg naar de huidige antistalkingwet. 101
4.9.4.Toetsing van de huidige antistalkingwetgeving aan het legaliteitsbeginsel . 104
4.9.4.1. Void-for-Vagueness doctrine. 104
4.9.4.2. Overbreadth doctrine . 105
4.9.4.3. Doorstaat de huidige antistalkingwet de vagueness en overbreadth doctrine? 105
CONCLUSIE.107
BIBLIOGRAFIE109

Overige werken inzake belaging:

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4
• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging. 14 de VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453
• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;
• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.
• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;
• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15
• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).
• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.
• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.
• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265
• E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.
• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.
• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263
• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.
• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.
• E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849
• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.
• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.
• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;
• E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.
• E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.
• N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;
• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.
• C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.
• M. DE RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.
• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;
• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.
• J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;
• J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;
• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;
• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;
• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;
• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.
• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 341, p. 267.

 

Gerelateerd
Nog dit: 

Wetgeving:

• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/4, 1 en nr. 1046/8, 8;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8,
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 1;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/3, 1
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr nr. 1046/5, 1.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/6, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 3.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 5.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 6.
• Art. 114 § 8, 2° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestrafte met een geldboete van 500 tot 50.000 EUR en of gevangenisstraf van één tot vier jaar het misbruik maken van een telecommunicatiemiddel met het oogmerk om overlast te veroorzaken aan een andere persoon. Die bepaling werd opgeheven door art. 155, 4° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en belaging via telecommunicatie werd strafbaar gesteld met art. 145 § 3, 2° van deze wet en dit met behoud van deze straffen. Na het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 55/2007 van 28 maart 2007 heeft de wetgever art. 145 § 3, 2° van de wet van 13 juni 2005 opgeheven en werd de belaging via telecommunicatie strafbaar gesteld door art. 145 § 3bis van die wet met vergelijkbare straffen als die voorzien in art. 442bis Strafwetboek (P. DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c., 7-8).
• Art. 119 van het Sociaal Strafwetboek bepaalt dat een inbreuk op het verbod van pesterijen op het werk wordt bestraft met een sanctie van de vierde categorie, nl. een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en of een geldboete van 600 tot 6.000 EUR.
 

Aangemaakt op: vr, 11/11/2016 - 10:55
Laatst aangepast op: vr, 11/11/2016 - 10:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.