-A +A

Arbeidsongevallen anders bekenen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2010/14
Pagina: 
901
ISBN nummer: 
9782804437671
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Inhoud van deze bijdrage in RABG

 
• Gent, 11/03/2010 — Arbeid – Tijdelijke en uitzendarbeid – Uitzendarbeid Arbeid – Tijdelijke en uitzendarbeid – Terbeschikkingstelling Sociale zekerheid – Arbeidsongeval – Burgerlijke aansprakelijkheid RABG, 2010 p. 903
• Hoe een strafrechtelijke inbreuk kan leiden tot burgerlijke immuniteit (nl), C. Vandermeulen, RABG, 2010 p. 908
• Antwerpen, 26/03/2009 — Bijzondere strafwetten – Algemeen (bijzondere strafwetten) Sociale zekerheid – Arbeidsongeval – Burgerlijke aansprakelijkheid, RABG, 2010, 910
• Over de strafrechtelijke gevolgen van gebrekkige uitvoering en coördinatie van werken na een dodelijk arbeidsongeval, V. Dooms, RABG, 2010 p. 923
• Rb. Gent, 16/11/2009 — Bijzondere strafwetten – Algemeen (bijzondere strafwetten) Sociale zekerheid – Arbeidsongeval – Burgerlijke aansprakelijkheid , RABG, 2010, 929
• Rb. Gent, 21/12/2009 — Sociale zekerheid – Arbeidsongeval – Burgerlijke aansprakelijkheid, RABG 2010 p. 935
• De immuniteit bij arbeidsongevallen en het begrip “rechthebbenden”: een status questionis, V. Vervliet, RABG, 2010 p. 938
• Cass., 08/06/2009 — Arbeid – Arbeidsovereenkomst – Aansprakelijkheid (arbeidsovereenkomst) Sociale zekerheid – Arbeidsongeval – Burgerlijke aansprakelijkheid RABG 2010 p. 944
• De limieten van de beperkte burgerlijke aansprakelijkheid van de werknemer bij toepassing van artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet, D. Van Strijthem en M. Van Den Bunder, RABG 2010 p. 947
• Cass., 21/09/2009 — Sociale Zekerheid – Arbeidsongeval – Beroepsziekte – Overheidsdiensten – Burgerlijke aansprakelijkheid RABG 2010p. 950
• Cass., 09/03/2009 — Arbeid – Jaarlijkse vakantie – Vakantiegeld Sociale zekerheid – Arbeidsongeval – Uitkering RABG 2010 p. 954 en RW 2010-2011, 800
Art. 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers bepaalt dat die gecoördineerde wetten, in de regel, toepasselijk zijn op de personen die onderworpen zijn aan de socialezekerheidsregelingen voor werknemers.

Volgens art. 11 van die wetten bepaalt de Koning voor de hoofdarbeiders de inactiviteitsdagen die met dagen werkelijke arbeid of met dagen normale werkelijke arbeid worden gelijkgesteld, de voorwaarden waaronder zij in aanmerking mogen worden genomen, alsook het fictief loon dat als grondslag voor de berekening van het vakantiegeld van de gelijkgestelde dagen moet dienen.

Krachtens art. 38 van het KB van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van voormelde gecoördineerde wetten, betaalt de werkgever aan de bediende die vakantie neemt, de normale bezoldiging in overeenkomst met de vakantiedagen, alsook een toeslag.

Art. 41 van datzelfde koninklijk besluit bepaalt dat, voor de berekening van het bedrag van het vakantiegeld, bepaalde dagen arbeidsonderbreking met dagen normale werkelijke arbeid worden gelijkgesteld; hieronder vallen ook de dagen die voortvloeien uit een arbeidsongeval dat tot vergoeding aanleiding geeft.

Volgens art. 43, 1o, a), van dat besluit wordt de volledige periode van tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een dergelijk ongeval in aanmerking genomen in het raam van die gelijkstelling.

Uit die bepalingen volgt, enerzijds, dat de verplichting om die vakantiegelden te betalen die verschuldigd zijn aan een bediende die tijdelijk algeheel arbeidsongeschikt is ten gevolge van een arbeidsongeval, geen verband houdt met de schadevergoeding die is bepaald in de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, en, anderzijds, dat dit vakantiegeld door de werkgever betaald moet worden.

Het arrest stelt vast dat de eiser die als bediende in dienst van de verweerster werkt, getroffen werd door een arbeidsongeval, dat de arbeidsongevallenverzekeraar een algehele arbeidsongeschiktheid van 12 augustus 1999 tot 31 maart 2003 heeft erkend, dat de eiser de betaling van het vakantiegeld voor de jaren 2000 tot 2003 vordert en dat hij zijn vordering in hoger beroep uitbreidt tot het jaar 2004.

Het arrest verantwoordt door geen enkele overweging die het grondt op de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en, in het bijzonder, op het verbod om af te wijken van de door die wet ingevoerde regeling tot forfaitaire schadevergoeding door de arbeidsongevallenverzekeraar, zijn beslissing om het gevorderde vakantiegeld te weigeren, naar recht.

Het middel is gegrond.
 

• Het vakantiegeld en de vergoeding voor arbeidsongeschiktheid ingevolge een arbeidsongeval in de private sector: wie betaalt welke rekening? M. Demedts RABG 2010 p. 959

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 24/09/2010 - 17:01
Laatst aangepast op: ma, 10/01/2011 - 20:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.