-A +A

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
De Staercke
Tijdschrift: 
Advocatenpraktijk
Boek: 
Reeks 'AdvocatenPraktijk - Administratief en Publiek Recht', nr. 9. Kluwer, Mechelen, 2004, 43 p.
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2004
Samenvatting

Formele beginselen

• Legaliteitsbeginsel. Er is geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet.
• Zorgvuldigheidsbeginsel. De overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen: correcte behandeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming
• Motiveringsbeginsel. De overheid moet haar besluiten goed motiveren: de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn
• Rechtszekerheidsbeginsel. De overheid moet haar besluiten zó formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen.
• Fair-play-beginsel. De overheid moet zich onpartijdig opstellen bij het nemen van een besluit en moet de noodzakelijke openheid en eerlijkheid in acht nemen
• Verbod op détournement de procédure. Er mag geen lichtere procedure worden gevolgd om tot een besluit te komen, wanneer daarvoor een met meer waarborgen omklede procedure openstaat.
• Vertrouwensbeginsel. Wie op goede gronden -bijvoorbeeld na een duidelijke toezegging- erop mag vertrouwen dat de overheid een bepaald besluit neemt, heeft daar ook recht op.

Materiële beginselen

• Specialiteitsbeginsel. Een bestuursorgaan mag alleen die belangen behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt
• Rechtszekerheidsbeginsel. De overheid moet haar besluiten zó formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen.
• Evenredigheidsbeginsel. De overheid moet ervoor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit 
• Vertrouwensbeginsel (materiële rechtszekerheid). Een burger mag, onder bepaalde voorwaarden, kunnen vertrouwen op uitlatingen van een bestuursorgaan waarin dingen worden toegezegd maar die later niet nagekomen (kunnen) worden door het bestuursorgaan.
• Gelijkheidsbeginsel. De overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen
• Verbod van détournement de pouvoir. Een bestuursorgaan mag de hem geattribueerde of gedelegeerde bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid is gegeven
• De overheid mag geen zaken regelen die niet binnen haar bevoegdheid liggen of die willekeur oproepen.
 

Inhoudstafel tekst: 

Inhoud:
Inleiding:
Situering;
Begripsomschrijving;
Tot welke vormen van rechtsherstel kan een schending van een beginsel van behoorlijk bestuur aanleiding geven?
De beginselen van behoorlijk bestuur:
Het leidmotief doorheen de beginselen van behoorlijk bestuur;
Het redelijkheidsbeginsel;
Het zorgvuldigheidsbeginsel (m.i.v. de procedurele beginselen van behoorlijk bestuur).

Rechtspraak:

• Raad van State,12e Kamer – 9 juni 2009, RW 2010-2011, 25:

Samenvatting:

Wanneer het bestuur voornemens is ten aanzien van een bestuurde een maatregel te nemen die hem op meer dan geringe wijze nadelig in zijn belangen raakt en wanneer die maatregel blijkens de motivering van de bestreden beslissing gebaseerd is op zijn gedrag dat hem als een tekortkoming wordt aangerekend, is het bestuur ertoe gehouden – vooraleer de kwestieuze maatregel te nemen – de bestuurde de mogelijkheid te geven om op nuttige wijze zijn standpunt daarover te doen kennen. Dit maakt een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit.
 

Tekst van het arrest Arrest nr. 194.015 (uittreksel):

"G.M. t/ Stad Gent

Gezien het verzoekschrift dat G.M. op 25 november 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing, haar meegedeeld bij brief van 2 juli 2008, waarbij zij met ingang van 1 september 2008 geaffecteerd wordt naar de basisschool Westerhem te Sint-Denijs-Westrem;

...

Feitelijke gegevens van de zaak

1.1. Verzoekster wordt bij gemeenteraadsbesluit van 28 maart 1988 vast benoemd als onderwijzeres van de stedelijke basisscholen van de stad Gent. Zij geeft sedertdien zonder onderbreking les in het Fr. Laurentinstituut te Gent.

1.2. Op 2 juli 2008 wordt haar door departementshoofd L.H. meegedeeld dat zij met ingang van 1 september 2008 wordt geaffecteerd naar de basisschool Westerhem te Sint-Denijs-Westrem, als leerkracht van het tweede leerjaar. In de brief is ook te lezen: «Zoals reeds mondeling toegelicht, achten de heer P.D., algemeen directeur basisonderwijs, en ikzelf deze nieuwe affectatie noodzakelijk in het belang van de werking van de school waaraan u nu geaffecteerd bent».

Op 24 juli 2008 vraagt de raadsman van verzoekster op deze beslissing terug te komen. Er wordt op 19 augustus 2008 op geantwoord dat een nieuwe affectatie in een uitzonderlijk geval kan worden toegekend in het belang van de werking van de school en dat verzoekster in een persoonlijk onderhoud op de hoogte werd gebracht van de beslissing en van de motieven ervan.

Op 16 september 2008 schrijft dan het departementshoofd in een brief aan de personeelsleden van het Fr. Laurentinstituut onder meer:

«(...) Zo werden beslissingen van het kernteam niet altijd in dezelfde versie overgebracht naar de achterban en werden beslissingen systematisch op een negatieve manier bekritiseerd en veelal niet aanvaard door bepaalde personeelsleden van de school, onder wie G.M.

Deze houding manifesteerde zich niet alleen ten aanzien van T.E.A.M., maar ook ten aanzien van de directeur van de school, de algemeen directeur basisonderwijs en ten slotte blijkens de brief van 21 augustus ll. ook t.a.v. mijzelf.

Ook de aanwezigheid van en de communicatie door de directeur naar het personeel toe botste steeds opnieuw op weerstand bij dezelfde groep en in het bijzonder bij G.M. Deze incompatibiliteit tussen beiden had een grote invloed op het schoolklimaat en vormde een fundamenteel probleem om de negatieve spiraal te doorbreken. Daarom werd ervoor geopteerd om G.M. te affecteren naar een andere school».

Voorwerp van het beroep

2. Verwerende partij betoogt dat de brief van 2 juli 2008 enkel een kennisgeving is van, en vooruitlopend is op, een beslissing die is geformaliseerd in een besluit van het college van burgemeester en schepenen van 4 september 2008, zodat dit collegebesluit te begrijpen is als de bestreden beslissing. Verzoekster antwoordt dat dit collegebesluit haar volkomen onbekend is.

Het bestaan zelf van de affectatiebeslissing en de strekking ervan wordt bijgevolg door partijen niet betwist; enkel is onduidelijk wat het instrumentum ervan is. Omwille van de rechtszekerheid houdt de hierna uit te spreken nietigverklaring rekening met deze onduidelijkheid.

Ten gronde

Standpunt van de partijen

3. Verzoekster voert in een tweede middel de schending aan van de hoorplicht. Zij betoogt dat dit beginsel te dezen van toepassing is, dat het niet is nageleefd, dat zij nooit is geconfronteerd met de «overigens uit de lucht gegrepen» feiten en dat haar nooit is meegedeeld dat een nieuwe affectatie werd overwogen.

...

Beoordeling

5. Wanneer het bestuur voornemens is ten aanzien van een bestuurde een maatregel te nemen die hem op meer dan geringe wijze nadelig in zijn belangen raakt en wanneer die maatregel blijkens de motivering van de bestreden beslissing gebaseerd is op zijn gedrag dat hem als een tekortkoming wordt aangerekend, is het bestuur ertoe gehouden – vooraleer de kwestieuze maatregel te nemen – de bestuurde de mogelijkheid te geven om op nuttige wijze zijn standpunt daarover te doen kennen. Dit maakt een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit.

6. Te dezen werd verzoekster met de bestreden beslissing geaffecteerd naar een andere onderwijsinstelling dan die waar zij gedurende meer dan twintig jaar heeft gewerkt.

Die maatregel is duidelijk gebaseerd op verzoeksters gedrag dat haar als een tekortkoming wordt aangerekend: op systematische wijze zou zij kritiek geven op beslissingen van het kernteam, zij manifesteert zich alzo op negatieve wijze ten aanzien van de directeur, de algemeen directeur en het departementshoofd, zij gedraagt zich niet compatibel met de directeur en veroorzaakt daardoor een «fundamenteel probleem».

Het is evenmin betwistbaar dat de getroffen maatregel, hoewel financieel zonder gevolgen, toch ernstig is, namelijk verzoekster op meer dan geringe wijze nadelig in haar belangen raakt. Verzoekster kan in dat verband worden bijgevallen dat de bestreden beslissing haar voornamelijk op het morele vlak bijzonder treft, omdat zij als enige wordt genoemd en getroffen voor de problemen die gerezen waren op het Fr. Laurentinstituut. De overplaatsing, die uitdrukkelijk is gebaseerd op een persoonlijke tekortkoming van verzoekster en die met de brief van 16 september 2008 bovendien aan al haar collega‘s is meegedeeld, kan inderdaad ernstige reputatieschade meebrengen. Alleen al om die reden wordt verzoekster op meer dan geringe wijze nadelig in haar belangen geraakt. Bovendien kan worden aangenomen dat een overplaatsing na een langdurige tewerkstelling in een en dezelfde, haar vertrouwde onderwijsinstelling (meer dan twintig jaar) gepaard kan gaan met aanpassingsmoeilijkheden in de nieuwe werkomgeving, en daardoor de belangen van de betrokkene ernstig kan aantasten.

Verzoekster diende derhalve de mogelijkheid te worden geboden dienaangaande op nuttige wijze haar standpunt kenbaar te maken.

7. Om op nuttige wijze zijn standpunt naar voor te kunnen brengen, moeten heel wat modaliteiten zijn vervuld. Zo zal het bestuur onder meer de betrokkene behoorlijk moeten uitnodigen om dat standpunt kenbaar te maken, meer in het bijzonder moeten de ten laste gelegde feiten precies worden omschreven, alsook de maatregel die het bestuur van plan is te nemen en de juridische grondslag ervan. Het tijdstip waarop de betrokkene wordt gehoord moet worden meegedeeld, waarbij het bestuur een redelijke termijn moet laten, zodat de betrokkene in staat gesteld wordt zijn verweer behoorlijk voor te bereiden.

Verwerende partij spreekt niet tegen dat dit alles niet is gebeurd. Terecht heeft de auditeur-verslaggever dan ook gemeend dat korte debatten volstaan om deze zaak op te lossen. Het middel is gegrond.

De rechtsgevolgen van het arrest

Standpunt van de partijen

8. Verwerende partij stelt vast dat verzoekster geen schorsingsvordering aanhangig heeft gemaakt, zodat ervan uit te gaan is dat zijzelf meent ten gevolge van de bestreden beslissing geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel te ondergaan.

Daartegenover betoogt verwerende partij dat de eisen van de continuïteit van de openbare dienst – hier van het onderwijs – vergen dat, aangezien het schooljaar 2008-2009 reeds ver is gevorderd, de onderwijsverstrekking aan de leerlingen van het tweede studiejaar in de basisschool Westerhem niet onderbroken wordt, maar integendeel tot het einde van het schooljaar zou worden verdergezet door dezelfde leerkracht.

9. Verzoekster antwoordt dat er geen gevaar is dat lessen niet gegeven zouden kunnen worden. Wanneer de bestreden beslissing vernietigd wordt, betekent dit dat zij terug geaffecteerd is bij haar voormalige school. Verwerende partij kan volgens haar dan zonder problemen een andere onderwijzer affecteren naar de basisschool Westerhem; logischerwijze zal er immers op het Fr. Laurentinstituut een onderwijzer op overschot zijn door haar terugkeer. Verwerende partij moet volgens verzoekster zelf de gevolgen van haar onbehoorlijk bestuur dragen.

Beoordeling

10. Verzoekster gaat in het licht van de hier aan de orde komende continuïteit van de onderwijsverstrekking voorbij aan het gegeven dat, zelfs in de veronderstelling dat verwerende partij voor haar onmiddellijk een vervanger kan vinden, de belangen van de leerlingen van haar huidige klas in de basisschool Westerhem niet gediend worden door zo kort bij het einde van het schooljaar geconfronteerd te worden met een nieuwe leerkracht, die een eigen aanpak heeft en die wel met de eindevaluatie zal worden belast – mogelijk met inbegrip van het opstellen en verbeteren van toetsen – over leerstof die door verzoekster tijdens het schooljaar is aangebracht en over leerlingen die hij of zij amper heeft leren kennen. Ook de leeftijd van de betrokken leerlingen – het betreft een tweede jaar van het basisonderwijs- is een gegeven dat in de hier gevraagde belangenafweging moet spelen.

Dat de bestreden beslissing door een onrechtmatigheid is aangetast, biedt overigens aan verzoekster nog niet de garantie dat zij onbeperkt terug aan de slag kan in haar vroegere school. Door zich over het besproken middel uit te spreken, heeft de Raad van State geen stelling genomen over de kwestie of de feiten die aan verzoekster worden verweten al dan niet «uit de lucht gegrepen» zijn en al dan niet een overplaatsing kunnen verantwoorden. Blijft verwerende partij die overtuiging gestand, dan zal zij mogelijk in het belang van de dienst in het Fr. Laurentinstituut verzoekster weer willen overplaatsen, maar zal zij, rekening houdend met de annulatiegrond, dit slechts mogen doen na verzoekster gehoord te hebben. Een – zelfs spoedige – nieuwe affectatie is dus door de navolgende uitspraak niet uitgesloten, in welk geval opnieuw twee klassen de gevolgen moeten ondergaan van een personeelswisseling."

Ten slotte stelt de Raad van State vast dat verzoekster in haar nota geenszins concretiseert welk nadeel zij zou ondergaan wanneer zij toch nog enkele weken, tot het einde van het schooljaar, haar ambt verder zou uitoefenen in de basisschool Westerhem.

11. Het betoog van verzoekster overtuigt dan ook de Raad van State niet, in tegenstelling tot wat verwerende partij aanbrengt. Het mogelijke nadeel dat verzoekster ondergaat door toch nog enkele weken langer te moeten functioneren in de basisschool Westerhem weegt niet op tegen het zekere nadeel dat de verstoring van de onderwijsverstrekking in die basisschool zal veroorzaken door de onmiddellijke retroactieve werking door de aanzegging van dit arrest.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 13/02/2016 - 13:33
Laatst aangepast op: za, 13/02/2016 - 13:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.