-A +A

Aanneming Artikel en commentaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Van Houtte Vera
Auteur: 
Kogl Benoît
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2012
ISBN nummer: 
9789046539330
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Artikel 1779 1
Artikel 1787 23
Artikel 1788 27
Artikel 1789 37
Artikel 1790 41
Artikel 1791 45
Artikel 1792 55
Artikel 1793 89
Artikel 1794 99
Artikel 1795 113
Artikel 1796 117
Artikel 1797 119
Artikel 1798 123
Artikel 1799 137
Alfabetisch register

De besproken artikels in het Burgerlijk Wetboek:

Art. 1779. Er zijn drie hoofdsoorten van huur van werk en van diensten :
1° De huur van werklieden die in iemands dienst treden;
2° Die van vervoerders te land en te water, die zich belasten met het vervoer van personen of van koopwaren;
3° Die van aannemers van werken die handelen ingevolge bestekken of aannemingen.

Art. 1787. Wanneer men iemand belast met het maken van een werk, kan men overeenkomen dat hij alleen zijn arbeid of zijn diensten, ofwel dat hij ook de stof zal verstrekken.

Art. 1788. Ingeval de werkman de stof verstrekt en de zaak op welke wijze ook teniet gaat voordat zij geleverd is, komt het verlies voor rekening van de werkman, tenzij de opdrachtgever in gebreke was om de zaak te ontvangen.

Art. 1789. Ingeval de werkman alleen zijn arbeid of zijn diensten verstrekt en de zaak teniet gaat, is hij slechts voor zijn schuld aansprakelijk.

Art. 1790. Indien, in het geval van het vorige artikel, de zaak teniet gaat, zelfs buiten enige schuld van de werkman, voordat het werk ontvangen is en zonder dat de opdrachtgever in gebreke was het werk goed te keuren, kan de werkman geen aanspraak maken op loon, tenzij de zaak is teniet gegaan door een gebrek in de stof.

Art. 1791. Wanneer een werk bij het stuk of bij de maat vervaardigd wordt, kan de goedkeuring ervan bij gedeelten geschieden; zij wordt geacht te zijn gedaan voor al de betaalde gedeelten, indien de opdrachtgever de werkman telkens betaalt naar verhouding van hetgeen is afgewerkt.

Art. 1792. Indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, zijn de architect en de aannemer daarvoor gedurende tien jaren aansprakelijk.

Art. 1793. Wanneer een architect of een aannemer het oprichten van een gebouw op zich heeft genomen tegen vaste prijs, volgens een met de eigenaar van de grond vastgelegd en overeengekomen plan, kan hij geen vermeerdering van de prijs vorderen, noch onder voorwendsel van vermeerdering van de arbeidslonen of van de bouwstoffen, noch onder voorwendsel van verandering of vergrotingen die in het plan zijn aangebracht, tenzij voor die veranderingen of vergrotingen schriftelijke toestemming is verleend, en de prijs ervan met de eigenaar is overeengekomen.

Art. 1794. De opdrachtgever kan de aanneming tegen vaste prijs door zijn enkele wil verbreken, ook al is het werk reeds begonnen, mits hij de aannemer schadeloos stelt voor al zijn uitgaven, al zijn arbeid, en alles wat hij bij die aanneming had kunnen winnen.

Art. 1795. Huur van werk wordt ontbonden door de dood van de werkman, de architect of de aannemer.

Art. 1796. Maar de eigenaar is gehouden aan hun nalatenschap de waarde van het gedane werk en die van de in gereedheid gebrachte bouwstoffen te betalen, naar evenredigheid van de bij de overeenkomst bedongen prijs, doch alleen indien die werken of die bouwstoffen hem van nut kunnen zijn.

Art. 1797. De aannemer is aansprakelijk voor de daad van de personen die hij bezigt.

Art. 1798. <W 19-02-1990, art. 2> Metselaars, timmerlieden, arbeiders, vaklui en onderaannemers gebezigd bij het oprichten van een gebouw of voor andere werken die bij aanneming zijn uitgevoerd, hebben tegen de bouwheer een rechtstreekse vordering ten belope van hetgeen deze aan de aannemer verschuldigd is op het ogenblik dat hun rechtsvordering word ingesteld.
De onderaannemer wordt als aannemer en de aannemer als bouwheer beschouwd ten opzichte van de eigen onderaannemers van de eerstgenoemde.

Art. 1799. Metselaars, timmerlieden, slotenmakers en andere werklieden die rechtstreeks werken aannemen tegen vaste prijs, zijn gehouden aan de regels in deze afdeling voorgeschreven : zij zijn aannemers voor het werk dat zij uitvoeren.
 

Beschrijving van dit werk door Kluwer

Dit boek is verschenen in de reeks "Artikel & Commentaar".

De aannemingsovereenkomst kan omschreven worden als de overeenkomst waarbij de ene partij - de aannemer - zich jegens de andere partij - de opdrachtgever - verbindt om buiten dienstbetrekking tegen betaling van een prijs een werk uit te voeren of een dienst te leveren.
Zij wordt voornamelijk behandeld door de artikelen 1779 B.W. en 1787 t.e.m. 1799 B.W. deze overeenkomst bekleedt in het Belgische recht de functie van gemeen dienstencontract en vormt het juridische kader van een indrukwekkend aantal rechtsverhoudingen.

De opzet van dit boek bestaat erin om op beknopte wijze een algemeen beeld te geven van de op de aannemingsovereenkomst toepasselijke regelgeving. De artikelsgewijze bespreking wordt echter beperkt tot de analyse van de bepalingen van voornoemde artikels van het B.W.. De bespreking van elk wetsartikel van het B.W. wordt voorafgegaan door een beknopte vermelding van de belangrijkste rechtsleer, die als vertrekpunt voor een verdere uitdieping kan worden aangewend.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 13/05/2012 - 11:44
Laatst aangepast op: vr, 01/06/2012 - 20:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.