-A +A

Recht op een eerlijk proces

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het recht op eerlijk proces wordt gewaarborgd door Algemene beginselen van behoorlijk proces of beginselen van behoorlijke rechtspraak. Dit recht werd ingeschreven in artikel 10 van de Universele verklaring van de rechten van de mens.

Artikel 6 EVRM formuleert het grondrecht op een eerlijk proces (fair trial) .

Dit recht omvat:

• het decisiebeginsel: recht op een behandeling en beslissing binnen een redelijke termijn
• het verdedigingsbeginsel (hoor en wederhoor)
• het onpartijdigheidsbeginsel: recht op onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak
• het motiveringsbeginsel: recht op motivering van de uitspraak
• het beginsel van toegang tot de rechter (jus de non evocando)
• het recht van partijen op rechtsbijstand
• het openbaarheidsbeginsel: het recht op (interne) openbaarheid: de interne openbaarheid garandeert dat betrokkenen inzage hebben in alle stukken, de externe openbaarheid maakt dat de samenleving de rechtsgang kan controleren

 

Het recht op wapengelijkheid, zoals het thans wordt opgevat als een «billijk en rechtvaardig evenwicht tussen de procespartijen 11 » («juste équilibre»), is een algemeen rechtsbeginsel 12 dat vervat ligt in het ruimere begrip van het recht op een eerlijk proces, gewaarborgd door art. 6 EVRM 15 en door art. 14 IVBPR 16 en dat sterk verweven is met het recht op tegenspraak. 

Het begrip «wapengelijkheid» of de draagwijdte ervan ligt evenwel verscholen in een aantal internationale beginselverklaringen of in verdragsrechtelijke teksten. Dit is onder meer het geval met art. 10 en 11.1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948. Deze principes werden verder uitgebreid door art. 6 EVRM, dat overigens nauw aanleunt bij het principe van niet-discriminatie van art. 14 EVRM. De rechtsbescherming van de partijen, zoals die gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM, wordt nog verder uitgediept in art. 14 IVBPR.

"Artikel 6. Recht op een eerlijk proces

Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld.

De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.

Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden, totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:
a. onverwijld, in een taal die hij verstaat en in bijzonderheden, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging;

b. te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging;

c. zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen;

d. de getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden onder dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge;

e. zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt."

Het recht op een eerlijk proces, waaronder het recht op gelijke wapens valt en dat onder meer door art. 6.1. E.V.R.M. wordt gewaarborgd, houdt alleen in dat iedere partij in het proces dezelfde processuele middelen moet kunnen aanwenden en op gelijke wijze moet kunnen kennisnemen van stukken en gegevens die worden voorgelegd aan het oordeel van de rechter die van de zaak kennisneemt. Daaruit volgt niet dat partijen met een verschillende hoedanigheid en belang steeds over dezelfde mogelijkheden moeten beschikken om rechtsmiddelen in te stellen.

Rechtspraak:

• Hof van Cassatie, 2e Kamer – 25 oktober 2006, RW 2008-2009, 321

• EHRM 27 oktober 1993, Dombo Beheer B.V. t/ Nederland.

• EHRM 23 juni 1993, nr. 12952/87, Ruiz-Mateos t/ Spanje;

 

• Cass. 17/09/2015, C.14.0332.N, juridat

onpartijdigheid recht op eerlijk proces en hoger beroep

samenvatting
Een miskenning van het recht van een partij op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd kan in burgerlijke zaken dan ook niet aangenomen worden wanneer enkel een gebrek aan onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de eerste rechter wordt aangevoerd en blijkt dat de appelrechters, waarvan de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid niet in vraag worden gesteld, het geschil algemeen opnieuw hebben beslecht (1). (1) Cass. 21 januari 1983, AR nr. 3621, AC 1982-83, nr. 294.

Tekst arrest
Nr. C.14.0332.N
A.-M. V., .
eiseres,
tegen INDUVER GENT nv, met zetel te 9070 Destelbergen, Meersstraat 162,
verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 24 maart 2014.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De appelrechters oordelen dat:
- het wettig geregeld oogmerk van de wraking ertoe strekt de geviseerde rechter te onttrekken van de verdere behandeling van de zaak;
- waar aan de wraking aldus geen terugwerkende kracht toekomt, deze dan ook geen effect vermag te hebben op de voorgaande handelingen die door deze rechter werden gesteld op een ogenblik dat zijn wraking niet aan de orde was;
- het door de eiseres voor het eerst op 14 november 2012 ingediende verzoek tot wraking niet tot gevolg kon hebben dat de eerder gewezen vonnissen van 22 januari 2007 en 4 juni 2009 onvermijdelijk nietig dienden te worden bevonden, minstens volledig buiten beschouwing dienden te blijven.

2. Gelet op dit oordeel dienden de appelrechters niet meer te antwoorden op het in het onderdeel bedoeld verweer, dat niet meer dienstig was.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel
Tweede subonderdeel

3. Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Hieruit volgt dat door het hoger beroep het geschil op de rechter in hoger beroep overgaat met alle feitelijke en juri-dische vragen die daarmee samenhangen.

Een miskenning van het recht van een partij op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd kan in burgerlijke zaken dan ook niet aangenomen worden wanneer enkel een gebrek aan onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de eerste rechter wordt aangevoerd en blijkt dat de appelrechters, waarvan de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid niet in vraag worden gesteld, het geschil algeheel opnieuw hebben beslecht.

4. De appelrechters stellen niet-betwist vast dat:
- zoals de eiseres overigens zelf uitdrukkelijk erkent, het hof van beroep in de op 18 juni 2007 en 13 december 2010 gewezen arresten in alle onafhankelijkheid en onpartijdigheid geoordeeld heeft over het door de eiseres zowel tegen het vonnis van 22 januari 2007 als tegen het vonnis van 4 juni 2009 ingesteld hoger beroep waarmee de tussen partijen bestaande betwisting aan de beoordeling van de rechter in hoger beroep werd voorgelegd;
- anders dan de eiseres voorhoudt, de voormelde beroepsprocedures dan ook niet hebben voortgebouwd op de bestreden vonnissen;
- het hof van beroep op basis van de voorliggende objectieve gegevens en van de eigen en van de bestreden vonnissen losstaande beoordelingen en overwegin-gen, als onafhankelijke en onpartijdige beroepsinstantie, de door de eiseres in-gestelde hoger beroepen als ongegrond heeft afgewezen;
- uit niets blijkt dat het door de eiseres ingeroepen gebrek aan onpartijdigheid van de eerste rechter enige ontoelaatbare invloed heeft gehad op het hof van beroep;
- dit aangevoerd gebrek aan onpartijdigheid van de eerste rechter een eerlijk pro-ces niet onmogelijk heeft gemaakt voor het hof van beroep, dat zich geenszins gehouden achtte door de door de eerste rechter al gemaakte beoordeling en in alle onafhankelijkheid de door de eiseres ingestelde hoger beroepen heeft beoordeeld.

5. Uit deze niet-betwiste vaststellingen blijkt dat de appelrechters, waarvan de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid niet in vraag werden gesteld, de zaken algeheel opnieuw hebben beslecht, zodat het aangevoerde gebrek aan onpartijdig-heid van de eerste rechter geen miskenning van het recht van de eiseres op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd, noch van haar recht van verdediging tot gevolg kan hebben.

Het subonderdeel kan niet worden aangenomen.

Eerste subonderdeel

6. Uit het antwoord op het tweede subonderdeel volgt dat het subonderdeel dat uitsluitend betrekking heeft op de aangevoerde nietigheid van de vonnissen in eerste aanleg geen belang vertoont en mitsdien niet ontvankelijk is.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 706,49 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,

Rechtsleer:


P. DUINSLAEGER, Het recht op wapengelijkheid, RW 2015-2016, 402 (Ingekorte versie. De integrale versie, met uitgebreide citaten en bijkomende voorbeelden uit de rechtspraak, kan geraadpleegd worden op de website www.cassonline.be van het Hof van Cassatie in de rubriek «nieuws». Deze tekst zal later beschikbaar zijn in de rubriek «redes» onder de hoofding «Documenten» van dezelfde website).

• J.-P. Dintilhac, «L’égalité des armes dans les enceintes judiciaires» in Rapport annuel 2003 de la Cour de Cassation de France, www.courdecassation.fr.

• J. Du Jardin, «Woord vooraf» in F. Kuty, Justice pénale et procès équitable, Brussel, Larcier, 2006, p. IX.

• G. Cohen-Jonathan, «L’égalité des armes selon la Cour européenne des droits de l’homme», Petites affiches 28 november 2002, nr. 238, p. 21.

• J.-P. Didier en F. Melin-Soucramanien, «Le principe de l’égalité des armes», Revue de la recherche juridique 1993, p. 489.

• J. Pradel, «La notion de procès équitable en droit pénal européen», RRD 1996, 505.

• B. Oppetit, Philosophie du droit, Parijs, Dalloz, 1999, 117.
F. Kuty, Justice pénale et procès eéuitable, Brussel, Larcier, 2006, p. 427, nr. 673.

• J. Sterling Silver, «Equality of Arms and the Adversarial Process: A New Constitutional Right», Wisconsin Law Review 1990, 44; J.P. Dintilhac, «L’égalité des armes dans les enceintes judiciaires» in Rapport annuel 2003 de la Cour de Cassation de France, www.courdecassation.fr.

• EHRM Guide sur l’article 6, Droit à un procès équitable, Conseil de l’Europe, 2013, p. 43, nr. 222.

Franse term: 
égalité des armes
Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:13
Laatst aangepast op: do, 09/02/2017 - 11:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.