-A +A

Recht op afbeelding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het recht op eigen afbeelding is een persoonlijkheidsrecht dat elke natuurlijke persoon toelaat zich te verzetten tegen het gebruik van zijn afbeelding voor niet toegestane doeleinden. Het recht op afbeelding werd ontwikkeled door de rechtspraak en en de rechtsleer (en anders dan in Nederland niet in de auteurswet) waarbij principieel de toestemming vereist wordt voor elk gebruik van een afgebeelde persoon.

Maar ook de privacy wet beschermt het recht op afbeelding.  Op grond van de Privacywet kan alleen de betrokken persoon zelf beslissen over opname en gebruik van zijn beeltenis en zijn beide enkel mogelijk als de betrokkene daarvoor zijn toestemming heeft gegeven.

Het recht op gebruik en verspreiding van allerlei vormen van beeldmateriaal staat volledig los van het auteursrecht van de fotograaf.. Niet alleen geldt het algemeen principe dat het nemen van een foto van een persoon de uitdrukkelijke toestemming van die persoon vergt, maar dat ook toestemming nodig is van de gefotografeerde om de genomen foto's te verspreiden, of te  publiceren op het internet, in een gedrukte portofolio, in een magazine of in een krant.

Enkel personen waarvan hun afbeelding kan erkend worden door andere personen en die voldoende kunnen geïndividualiseerd worden, kunnen zich, gedurende heel hun leven, beroepen op hun recht op afbeelding. Na hun overlijden blijft het recht op afbeelding gelden gedurende twintig jaar en kunnen de erfgenamen van de overledene die rechten blijven uitoefenen.

De toestemming om de afbeelding van een persoon te fotograferen, tentoon te stellen, mede te delen, te verspreiden en te reproduceren, kan zowel mondeling als schriftelijk worden gegeven. Ook een stilzwijgende toestemming wordt aanvaard indien uit de omstandigheden ondubbelzinnig en onvoorwaardelijk kan worden afgeleid dat de afgebeelde persoon zijn toestemming heeft gegeven tot het fotograferen, reproduzeren en verspreiden. De toesteming tot fotograferen kan reeds afgeleid worden door het louter poseren voor de fotograaf. De toestemming tot verspreiding kan afgeleid worden wanneer de geportreteerde zelf de foto's verspreidt of tentoonstelt of op het internet plaatst..

Voor minderjarigen is de toestemming van de ouders of de voogd noodzakelijk, en vanaf het ogenblik dat de afgebeelde persoon de ouderdom van het oordeel des onderscheid heeft bereikt, moet de minderjarige persoon, samen met zijn ouders of voogd, deze toestemming geven.

Bij personen, die in de openbare belangstelling staan (politici, sporters, artiesten, zogeheten bekende personages...) wordt de toestemming tot het nemen, tentoonstellen en reproduceren van hun afbeelding vermoed, voor zover dat deze afbeeldingen werden genomen tijdens de uitoefening van hun openbare activiteit.

Er wordt algemeen door de rechtspraak en rechtsleer aangenomen dat deze toestemming van een afgebeelde persoon zeer strikt moet worden uitgelegd..

Rechtspraak

• Rb. Gent (16e k.) nr. 01/52/A, 24 juni 2002, AM 2003, afl. 2, 143, noot ISGOUR, M. ; , Juristenkrant 2002 (weergave VOORHOOF, D.), afl. 55, 13; , NjW 2002, afl. 12, noot BREWAEYS, E. Noot ISGOUR, M., La loi du 8 décembre 1992 telle que modifiée par la loi du 11 décembre 1998: fondement du droit à l'image?

Het feit dat iemand toelaat dat zijn foto binnen de holebi-beweging of tijdens de nieuwsuitzendingen wordt gebruikt, betekent niet dat zijn afbeelding als politiek promotiemateriaal mag worden aangewend. Wanneer men dit doet zonder de toestemming van de geportretteerde houdt dit een inbreuk op zijn persoonlijkheidsrecht of op het recht op afbeelding in. Deze ongewenste openlijke associatie met een politieke partij geeft recht op een morele schadevergoeding. De geportretteerde heeft bovendien recht op geheimhouding van zijn politieke overtuiging. Rekening houdend met het feit dat de foto slechts éénmaal werd gebruikt tijdens een openbare en pluralistische manifestatie die niet als politieke optocht kan worden aangemerkt, wordt de morele schade bepaald op 750 EUR. 

Publieke personen worden geacht stilzwijgend toestemming te verlenen om hun afbeelding te publiceren. Dit impliceert zeker niet dat deze afbeeldingen commercieel kunnen geëxploiteerd worden. Het recht op afbeelding van een publieke persoon is verbonden aan de actualiteitsvereiste en verbonden aan de verslaggeving van de publieke activiteit. Zie de zaak over het portretrecht van Kim Clijsters Rb. Gent, 18/05/2005, AM 2005/5,453, geciteerd in NJW 145,539. Geen schending auteursrecht door het daadwerkelijk poseren voor de camera's hetgeen toestemming impliceert.

De deelnemers aan een missverkiezing stemmen in dat van hen videobeelden worden gemaakt, Rb. Gent, 18/05/2005, AM 2005/5,455, geciteerd in NJW 145,539. 

Wanneer de publicatie van de afbeelding van de publieke figuur evenwel de goede eer of de goede naam schendt van de afgebeelde persoon kan het portretrecht van de publieke persoon worden geschonden (zie zaak De Mol, Antwerpen 11/10/2005, Juristenkrant 116,13.



•• Antwerpen 26 maart 2007, NjW 2007, afl. 170, 801, noot BREWAEYS, E.

De uitgever kan zich niet beroepen op het feit dat de foto’s werden genomen op een voor het publiek toegankelijke plaats, als het niet gaat om een groepsfoto of een sfeerbeeld op die openbare plaats, maar als het gaat om een foto van welbepaalde, duidelijk herkenbare personen die zijn onderscheiden van andere personen die op de foto op de achtergrond verdwijnen.

De gevorderde publicatie van het uit te spreken vonnis heeft hier niets van doen met het recht tot antwoord dat van de natuurlijke of rechtspersoon uitgaat en dat onderworpen is aan de beperkingen opgesomd in het artikel 2 van de wet van 23 juni 1961 betreffende het recht tot antwoord. De burgerlijke vordering wegens overtreding van die wet verjaart na drie maanden te rekenen van de dag waarop de opneming of de uitzending hadden moeten plaatshebben.

Het recht op eigen afbeelding is een persoonlijkheidsrecht dat elke natuurlijke persoon toelaat zich te verzetten tegen het gebruik van zijn afbeelding voor niet toegestane doeleinden.
De geïntimeerden werden zonder hun toestemming afgebeeld nu de vroeger gegeven toestemming van de geïntimeerden niet geldt voor onderhavige publicatie. Bovendien werd de afbeelding van de geïntimeerden voor niet toegestane doeleinden gebruikt. De appellante heeft bijgevolg het recht op afbeelding van de geïntimeerden geschonden.
Die niet toegestane publicatie gebeurt hier bovendien in een artikel waarmee de geïntimeerden niet wensen te worden geassocieerd.

De gegeven toestemming van privé personen voor het nemen en het publiceren van hun foto met een welbepaald doel houdt geen stilzwijgende toestemming in om die foto voor enig ander artikel te publiceren.

•• Antwerpen (1e k.) 11 oktober 2005, AM 2006, afl. 2, 201, noot -; , AM 2006, afl. 2, 201, noot LEMMENS, K., Wie is Demol? Bedenkingen bij een boek en een arrest [De vrijheid van meningsuiting in het politieke debat; , Juristenkrant 2005 (weergave VOORHOOF, D.), afl. 116, 13.

Een Vlaams Belang-politicus is een publiek figuur, die zich in principe niet mag verzetten tegen de openbaarmaking van zijn foto gelet op het recht op informatie van het publiek. In de gegeven omstandigheden kan niet worden aanvaard dat zijn toestemming wordt vermoed. De foto werd aangewend om hem te kwetsen in zijn eer en goede naam. Naast de foto van de politicus onderaan op de kaft van het boek staat de tekst "Als hij zijn bek opendoet, sla je erop", waardoor bij het publiek minstens de indruk wordt gewekt dat de tekst van hem afkomstig is. Ook al houdt de publicatie van de foto's geen verband met zijn privé-leven, belet dit niet dat de publicatie ervan, zoals is geschied, zijn eer en de goede naam aantast.

•• Rb. Antwerpen (5e k. B) nr. 04-5514-A, 23 juni 2005, AM 2005, afl. 5, 455; , NjW 2005, afl. 122, 987, noot BREWAEYS, E.

Het recht op afbeelding van een persoon met een publieke functie is niet geschonden wanneer blijkt dat de gebruikte foto's niet kwetsend zijn en geen privé-karakter vertonen.

• Rb. Antwerpen (5e k. B) nr. 01/4356/A, 20 september 2002, AM 2003, afl. 2, 145, noot ISGOUR, M.; , Juristenkrant 2002 (weergave VOORHOOF, D.), afl. 55, 13; , NjW 2002, afl. 4, 137, noot, ISGOUR, M., La loi du 8 décembre 1992 telle que modifiée par la loi du 11 décembre 1998: fondement du droit à l'image?


Iedere persoon heeft het recht zich te verzetten tegen het gebruik van zijn afbeelding wanneer zijn persoonlijke levenssfeer erdoor geschonden wordt. Zo kan de afgebeelde persoon weigeren om geïdentificeerd te worden met instellingen of overtuigingen die strijdig zijn met zijn eigen levensopvatting. Het feit dat beelden worden genomen in een ruim voor het publiek toegankelijke plaats, maakt op zich geen rechtvaardiging uit, zeker niet wanneer de afbeelding werd vertoond in een TV-programma (in casu van het Vlaams Blok) betreffende een bepaalde politieke overtuiging die niet deze is van de persoon wiens afbeelding wordt vertoond.


 

Nog dit: 

Zowel het recht op afbeelding als het auteursrecht houden beperkingen in voor fotograaf en geportretteerde. Maar deze rechten raken niet de openbare orde, waardoor de voorzichtige beroepsfotograaf, zeker wanneer deze met modellen werkt, steeds met overeenkomsten zal werden. Wij stellen hiertoe een model ter beschikking, maar kunnen ook modellen maken op maat van een fotomodel of een fotograaf waarin alle rechten van beide partijen geregeld worden, discussies uitgesloten en de rechten van beiden worden gevrijwaard.

Nuttige tips: 

Beeldhouwkunst, monumenten, kunstwerken, gebouwen

Het recht op afbeelding is een persoonlijkheidsrecht en dus enkel van toepassing op personen.

Maar het auteursrecht beschermd de afbeelding van de voormelde werken, die zonder toestemming van de auteur/kunstenaar/architect niet kunnen gefotografeerd. Hier speelt dan wel de vereiste van originaliteit, zodat niet elk bouwwerk of elk huis beschermd is. Het auteursrecht blijft bestaan gedurende zeventig jaar na het overlijden van de auteur. Vóór het verstrijken van deze termijn moet men toestemming vragen aan de nabestaanden van de auteur.
De toestemming van de auteur (of de nabestaanden) is echter niet vereist wanneer het tentoongestelde werk op de achtergrond en niet centraal staat (bijvoorbeeld tijdens een publieke gebeurtenis).

Er gendt vrijstelling van toestemming voor de reproductie van beeldwerken of de communicatie aan het publiek over deze werken, met als doel te informeren over actualiteitsgebeurtenissen. Deze uitzondering richt zich tot de media die geen tijd hebben om toestemming te vragen aan alle auteurs; zij is dus slechts van toepassing indien een snelle communicatie noodzakelijk is. Wanneer het onderwerp van de bijeenkomst het kunstwerk zelf is, moeten de naam en titel van de auteur van het kunstwerk vermeld worden. 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: do, 06/03/2014 - 00:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.