-A +A

Potpourri II verzet in strafzaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het recht op verzet in strafzaken werd grondig hervormd door de de Potpourri II: wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering). Hierna geven wij de nieuwe actuele en thans vigerende regeling.

Het beperkte recht op verzet in strafzaken na de potpourri wetten.

Potpourri II: wet inzake verzet in strafzaken

Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering

Het verzet wordt ingevolge Art. 187, § 6, 1° Sv.(in deze gewijzigde vorm sinds de wet van 5 februari 2016) als ongedaan beschouwd wanneer vaststaat dat de eiser in verzet kennis had van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, behoudens overmacht of een wettige reden ter verschoning. Het ongedaan maken van het verzet kan bij gebrek aan vordering hiertoe zelfs ambtshalve door de rechter worden uitgesproken.

Een beklaagde die kennis heeft gekregen van de dagvaarding, verliest aldus het recht op verzet. Dit belet niet dat deze beklaagde die met kennis van de dagvaarding verstek liet gaan nog steeds hoger beroep mag aantekenen, dit conform art. 203 SV. Let wel, anders dan op verzet bestaat er geen buitengewone termijn voor hoger beroep. 

Om het verzet ongedaan te verklaren volstaat het bewijs dat de verzetdoende partij kennis had van de dagvaarding. Kenis van de betekening is niet vereist. Dit behelst dat de dagvaarding fysisch ter beschikking was van de gedaagde en dat hij dus de mogelijkheid had hiervan kennis te nemen, zonder dat een betekening aan de persoon daarom vereist is.

Het beperkte recht op verzet in strafzaken na de potpourri wetten (Potpourri II: wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering)

 

De regel van artikel 187 van het Wetboek van strafvordering


(zowel van toepassing voor de politierechtbanken, de correctionele rechtbank als de hoven van beroep)

 

Art. 187.

§ 1. De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is betekend.

Is de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon gedaan, dan kan hij die bij verstek veroordeeld is, wat de veroordelingen tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen.

Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld.

Indien niet blijkt dat hij kennis heeft gekregen van de betekening, kan hij die bij verstek veroordeeld is in verzet komen totdat de termijnen van verjaring van de straf verstreken zijn. Wat de burgerrechtelijke veroordelingen betreft, kan hij in verzet komen tot de tenuitvoerlegging van het vonnis.

De burgerlijke partij en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij kunnen alleen in verzet komen overeenkomstig de bepaling van het eerste lid.

§ 2. Het verzet wordt betekend aan het openbaar ministerie, aan de andere vervolgende partij of aan de andere partijen in de zaak.

Indien het verzet niet is betekend binnen een termijn van vijftien dagen na de betekening van het vonnis, kunnen de veroordelingen ten uitvoer gelegd worden; ingeval hoger beroep is ingesteld door de vervolgende partijen of door een van hen, kan de behandeling in hoger beroep voortgang vinden.

§ 3. Het verzet brengt van rechtswege dagvaarding mee tegen de eerstkomende terechtzitting na het verstrijken van een termijn van vijftien dagen, of van drie dagen indien de eiser in verzet zich in hechtenis bevindt.

§ 4. Ten gevolge van het verzet wordt de veroordeling voor niet bestaande gehouden, behoudens in de gevallen bedoeld in paragrafen 5 tot 7.

§ 5. Het verzet wordt inzonderheid onontvankelijk verklaard :

1° behoudens overmacht, indien het niet overeenkomstig de wettelijke vormen en termijnen is betekend;

2° indien het bestreden vonnis niet bij verstek is gewezen;

3° indien de eiser in verzet vooraf een ontvankelijk hoger beroep heeft ingesteld tegen dezelfde beslissing.

§ 6. Het verzet wordt als ongedaan beschouwd :

1° indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter;

2° indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard.

§ 7. De partij die verzet heeft gedaan kan ervan afstand doen of dat beperken volgens de nadere regels inzake afstand of beperking in hoger beroep, verduidelijkt in artikel 206.

§ 8. De partij in verzet die zich een tweede keer laat vonnissen bij verstek, mag geen nieuw verzet meer aantekenen.

§ 9. Tegen de beslissing die op verzet is gewezen staat hoger beroep open of, indien zij gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep.

Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis.

§ 10. De door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van uitgifte en van de betekening van het vonnis, blijven evenwel ten laste van de eiser in verzet, indien het verstek aan hem te wijten is.

Bespreking:

De potpourriwet schaft derhalve het absolute recht op verstek en verzet af. Doelbewust verstek laten gaan om nadien de zaak opnieuw in verzet te laten behandelen zal niet meer als tactiek kunnen aangewend worden.

Het recht op verstek en verzet werd beperkt tot het absolute recht om gehoord te worden en een verdediging te kunnen uitbrengen voor de strafgerechten.

In welbepaalde gevallen wordt verzet uitgesloten door de techniek van het “ongedaan verzet”.

art. 187, § 6 Sv., «Het verzet wordt als ongedaan beschouwd:

indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter;

De verzet doen de partij draagt niet de bewijslast van het feit dat zij geen kennis had van de dagvaarding en de datum van de terechtzitting. De bewijslast ligt ter zake bij het Openbaar Ministerie, onverminderd het recht van andere partijen in het geding om dit bewijs te leveren.

indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard».

De eiser in verzet zal derhalve niet alleen op de inleidende zitting op verzet waarop elke verdere zitting waarop de zaak al dan niet behandeld wordt, dienen aanwezig te zijn, bij gebreken waaraan het verzet kan worden ongedaan gemaakt). Dus indien de zaak bv verdaagd wordt louter voor de neerlegging van het stuk of louter voor sluiting van debatten zal de verzet doen de partij aanwezig dienen te zijn op deze zittingen, bij gebreken waaraan zijn verzet zal worden ongedaan gemaakt., Let wel de verstek doen de partij kan zich laten vertegenwoordigen door een advocaat. De regel zal zeer strikt worden toegepast, zelfs bij ziekte of ongeval van de advocaat (die zich kan laten vervangen.

Het Nederlandse systeem van de secondant zal hiermee wellicht in België ook ingang vinden, waarbij, zeker in belangrijke zaken en advocaat zich kan laten bijstaan door een secondant-advocaat, die hem niet alleen kan bijstaan tijdens de zitting, maar bij geval van overmacht de zaak kan overnemen. Let wel, door de absolute aansprakelijkheid van de advocaat die alle mogelijke schikkingen kan en moet treffen om op de zitting aanwezig te zijn, zal zulks kostenverhogend werken. De praktijk zal uitwijzen of een telefoontje van de echtgenote van de advocaat aan de griffie, met melding dat haar echtgenoot ziek is, met vraag of er een confrater aan de telefoon kan komen om een uitstel te vragen zal worden aanvaard en op het uitstel inderdaad zal verleend worden.

De rechtsleer verdedigt dat op basis van artikel 6 EVRM extreme overmacht moet kunnen weerhouden worden (zoals bijvoorbeeld de advocaat die naar aanleiding van een ongeval bewusteloos of overleden is. Op de alleenwonende advocaat die zo zwaar ziek is (met 47° koorts in Nijlen de toestand) niet meer in staat is om zelfs een telefoontje plegen, laat staan zich naar de zitting te begeven.

De appreciatiebehoefte van de rechtbank te dezen is onbestaande. De rechtbank heeft niet de mogelijkheid haar goed hart te tonen en begripvol te zijn, de rechtbank dient ambtshalve in de gevallen van artikel 187 §6 van het wetboek van strafvordering het verzet ongedaan te maken. Enkel extreme overmacht op basis van artikel 6 EVRM blijft openstaan.

 

Wanneer de rechter het verzet ontvankelijk verklaard heeft, is zelfs geen vrijgeleide worden verdere procedure. Elke verdere afwezigheid, onafgezien van het ontvankelijk verklaarde verzet, resulteert in het ongedaan maken van het verzet.

De termijn van verzet blijft 15 dagen na de betekening en ook de buitengewone termijn van 15 dagen werd behouden

Overige wijzigingen die aangebracht werden door potpourri II werd met betrekking tot het verzet:

- er kan geen verzet meer aangetekend worden door een verklaring onderaan op de akte van de betekening van het verstekvonnis van de politierechter.

- De rechter rechtsprekend op verzet kan geen voorschot toekennen.

- De mogelijkheid om verzet aan te tekenen door gedetineerden in de gevangenis werd vereenvoudigd, in die zin dat de gedetineerde niet in het bezit dient te zijn van de kosten te betalen van het gerechtsdeurwaardersexploot

Rechtsleer:

• Steven VAN OVERBEKE, Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie («Potpourri II») (eerste deel), , RW 2015-2016, 1403

• V. Vereecke, « Het onderscheid tussen kennisname van de betekening en kennisname van de dagvaarding bij verzet in strafzaken », R.A.B.G., 2018/1, p. 59-64

Nog dit: 

Uittreksel uit de Omzendbrief van 18/01/2018 van het college procureurs-generaal na vernietigingsarrest van Potpourri II 148/2017 van het grondwettelijk hof.

1 Artikel 187 § 6 van het Wetboek van strafvordering (vervangen bij art. 83 van de wet van 5 februari 2016)

Onder voorbehoud van de volgende interpretatie van het Grondwettelijk Hof met betrekking tot het begrip "ongedaan verzet" doet artikel 187, § 6 Sv. niet op onevenredige wijze afbreuk aan het recht van de beklaagde op toegang tot de rechter.

1.1 Kennis van de dagvaarding in hoofde van de verzet doende partij

Het Grondwettelijk Hof stelt de volgende voorwaarden (B.39.2)"Wat de in artikel 187, § 6, 1°, van het Wetboek van strafvordering geviseerde situatie betreft, dient opdat het verzet als ongedaan kan worden beschouwd allereerst vast te staan dat de verzetdoende partij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan. Het komt aan de vervolgende partij of de burgerlijke partij toe dat bewijs te leveren: op de beklaagde rust ter zake geen enkele bewijslast (Cass. 17 januari 2017, P.16. 0989.N). Die kennisname moet bovendien met zekerheid vaststaan: er mag geen enkele redelijke twijfel over bestaan."

1.2 Begrip overmacht of wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van het verstek

Het Grondwettelijk Hof stelt de volgende voorwaarden (B. 39.2): "Vervolgens kan het verzet slechts ongedaan worden verklaard indien de verzetdoende partij geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging. Zoals in B.35 is vermeld moet die voorwaarde overeenkomstig de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, aldus worden geïnterpreteerd dat "het verzet effectief blijft voor de niet verschenen beklaagden die geen afstand hebben gedaan van te verschijnen en zich te verdedigen, en evenmin de intentie hadden zich te onttrekken aan het recht" (Parl.St. Kamer, 2015-2016, DOC 54-1418/001, p. 79). Het volstaat dat de verzetdoende partij "gewag maakt" van overmacht of van een wettige reden van verschoning, en dus dat zij het bestaan van die reden voldoende aannemelijk maakt, zonder dat zij daarvan het bewijs dient te leveren.

Slechts in zoverre aan die cumulatieve voorwaarden is voldaan, en aldus vaststaat dat de beklaagde afstand heeft gedaan van het recht te verschijnen en zich te verdedigen dan wel de intentie had zich aan het gerecht te onttrekken, wordt het verzet als ongedaan beschouwd.

1.3 Verstek na verstek

Het Grondwettelijk Hof stelt in essentie dat steeds rekening moet gehouden worden met de situatie van overmacht (B. 39.3): "Krachtens artikel 187, § 6, 2° van het Wetboek van strafvordering wordt het verzet eveneens als ongedaan beschouwd indien de verzetdoende partij nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard. Die situatie werd reeds gedeeltelijk geviseerd bij het vroegere artikel 188 van het Wetboek van strafvordering, namelijk in zoverre het een afwezigheid op de eerste nuttige terechtzitting na het aantekenen van verzet betrof, en werd bij artikel 83 van de wet van 5 februari 2016 uitgebreid tot alle afwezigheden van de verzetdoende partij in de verzetsprocedure.

Het kan worden verantwoord dat een afwezigheid ter terechtzitting met meer gestrengheid wordt beoordeeld ten aanzien van een partij die reeds verstek heeft laten gaan en die door verzet aan te tekenen zelf initiatief heeft genomen om vanwege het rechtscollege dat bij verstek heeft geoordeeld, een nieuwe beslissing na een contradictoir debat te verkrijgen.

Bovendien geldt ook dat in dat geval het algemene rechtsbeginsel dat de gestrengheid van de wet in geval van overmacht kan worden gemilderd, waarvan de bestreden wet niet is afgeweken. Zoals in de parlementaire voorbereiding wordt bevestigd, kan het verzet bijgevolg niet als ongedaan worden beschouwd indien de afwezigheid van de verzetdoende partij in de verzetsprocedure door overmacht kan worden gerechtvaardigd (Parl. St., 2015-2016, DOC 54- 1418/001, p. 81, en DOC 54-1418/005, pp 110-111)".

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 30/04/2016 - 11:05
Laatst aangepast op: vr, 06/04/2018 - 15:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.