-A +A

Opzet in het strafrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Principieel kan men als beklaagde slechts veroordeeld worden mits het bewijs wordt geleverd van opzet, het weze als dader, het weze bij wijze van strafbare deelneming.

Om iemand strafrechtelijk te veroordelen dient derhalve bewezen te worden dat de persoon wist dat hij strafbaar handelde. Hierop zijn weliswaar uitzonderingen en soms worden ook aan het opzet bepaalde vereisten gesteld, waartoe we verwijzen naar verschillende links onderaan deze pagina.

Dat de dader had moeten weten dat hij strafbaar handelde volstaat op zich niet, behoudens in die gevallen waarin de wet het anders bepaalt.

Bij de beoordeling van dit “weten” moet men zich op het moment van de feiten plaatsen en mag men niet overgaan tot een postfactum-redenering.

Grove onachtzaamheid kan niet gelijk gesteld worden met opzet of de wetenschap dat men meewerkte aan strafbare feiten.

Deze overweging is vooral van belang voor criminele organisaties dan wel criminelen die intellectuele hulp nodig hebben bij de verwezenlijking van misdrijven, zoals witwassen, BTW-carrousel, fiscale misdrijven en waarbij vrije beroepen zoals boekhouders worden ingeschakeld. Maar dit kunnen ook ingeschakelde advocaten, notarissen, revisoren, … zijn.
De “slachtoffers” die later vervolgd zullen worden voor mededaderschap worden vaak precies gekozen niet omwille van hun reputatie of ervaring maar precies omwille van het gebrek ervan.

Zij worden vaak onder extreme tijdsdruk geplaatst zodat hun oordeel en hun besef vertroebeld wordt.
Voor de toepassing waarbij aldus een vrijspraak werd bekomen op grond van de afwezigheid van een bewezen deelnemingsopzet, zie Antwerpen 15.09.2010 RABG 2011/14, pagina 983.

In een arrest van 10.02.2011 stelde het Hof van Beroep te Antwerpen (RABG 2011/14, pagina 987): “Het komt de vervolgende partij toe om de schuld van de beklaagden te bewijzen. Buiten elke twijfel moet worden aangetoond dat de beklaagden de hen ten laste gelegde feiten materieel hebben gepleegd en dat het vereiste moreel element in hunnen hoofde aanwezig is. De beklaagden hoeven hun onschuld niet te bewijzen. Indien zij een grond van rechtvaardiging of verschoning aanvoeren die niet van elke geloofwaardigheid is ontdaan dient de vervolgende partij de ongegrondheid van die grond aan te tonen.

De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de beklaagde en in zonderheid het vereiste moreel element moet worden beoordeeld rekeninghoudende met de kennis en de inzichten die zij hadden op het ogenblik dat de hen verweten feiten werden gepleegd. Een schuldigverklaring is maar mogelijk indien vaststaat dat de beklaagden hebben gehandeld met het vereiste deelnemingsopzet.

Er moet dan ook worden aangetoond dat de beklaagden wisten dat ze strafbaar handelden hetzij als dader, hetzij als deelnemer. Dat ze dat hadden moeten weten volstaat – behoudens voor wat een aantal specifieke misdrijven betreft – niet. Daarbij dient men zich te hoeden voor postfactum-redeneringen. Het is niet omdat het nu van algemene bekendheid is dat kasgeldvennootschapsconstructies waarbij bepaalde Zweedse staatsburgers als overnemers optraden niet echt koosjer waren, dat dit ook gekend was in de tweede helft van de jaren 90.

Door verschillende beklaagden worden terecht voorgehouden dat het systeem van de verkoop van een kasgeldvennootschap geen intrinsiek frauduleuze techniek is. Dit systeem werd in de rechtsleer en door gereputeerde fiscale kantoren voorgesteld als een legale fiscale optimalisatiestructuur.

Terecht wordt door meerdere beklaagden aangevoerd dat het loutere gegeven dat de overnemers van de kasgeldvennootschap de kasgeldvennootschapsconstrutie hebben misbruikt doordat zij hebben nagelaten de handelingen te stellen met het oog op een legale vermijding van de vennootschapsbelasting (effectieve investeringen) en gewoon de liquide middelen van de kasgeldvennootschap zich hebben toegeëigend zonder zich te bekommeren op de latente belastingsschuld, niet automatisch impliceert dat ook de verkopers frauduleuze intenties hadden of dat zij mee in het complot zaken.”

Zie ook noot onder voormeld arrest van P. Waeterinckx, After the event the fool is wise, RABG 2011/14, pagina 989 met diverse verwijzingen.

 

Franse term: 
dol
Gerelateerd
0
Aangemaakt op: do, 12/04/2012 - 13:27
Laatst aangepast op: ma, 03/08/2015 - 15:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.