-A +A

Opschorting van de uitspraak en strafregister

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Beslissingen tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling worden in het strafregister opgenomen : die gegevens zijn weliswaar niet toegankelijk voor de administratieve overheden (artikel 594, eerste lid, 3°, van het Wetboek van strafvordering), noch voor particulieren (artikel 595, eerste lid, 1°), maar zijn dat wel voor de overheden belast met de uitvoering van opdrachten van de rechterlijke macht in strafzaken, zonder dat de betrokkenen dat kunnen vermijden, terwijl een herstel in eer en rechten verhindert (krachtens artikel 634 van het Wetboek van strafvordering) dat de beslissing tot veroordeling in de uittreksels uit het strafregister wordt vermeld.

Dat verschil in behandeling berust op het criterium van de aard van de rechterlijke beslissing die ten aanzien van de betrokkene werd genomen. De beslissing tot opschorting van de uitspraak of tot probatieopschorting onderscheidt zich van het herstel in eer en rechten in zoverre zij wordt genomen met inachtneming van de gepleegde feiten, het gerechtelijk verleden van de beklaagde en zijn persoonlijkheid, en in zoverre zij enkel kan worden toegekend indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

1. Artikel 621 van het Wetboek van strafvordering bepaalt :

« Iedere veroordeelde tot straffen die niet kunnen worden uitgewist overeenkomstig artikel 619, kan in eer en rechten hersteld worden, indien hij sedert ten minste tien jaar geen zodanig herstel heeft genoten.
Indien het herstel in eer en rechten sedert minder dan tien jaar is verleend en alleen betrekking heeft op de veroordelingen bedoeld in artikel 627, kan het Hof evenwel beslissen dat zulks geen beletsel vormt voor een nieuw herstel in eer en rechten voor het verstrijken van deze termijn ».

Terwijl het, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten vastgesteld bij de artikelen 622 tot 634 van het Wetboek van strafvordering, de veroordeelden tot een criminele of correctionele straf de mogelijkheid biedt om in eer en rechten te worden hersteld, biedt artikel 621 van hetzelfde Wetboek de personen die een opschorting van de uitspraak van de veroordeling genieten, niet de mogelijkheid om dat herstel in eer en rechten te verkrijgen, omdat zij niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een veroordeling. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over het verschil in behandeling dat aldus tussen die twee categorieën van rechtsonderhorigen wordt gecreëerd.

Iedere veroordeelde tot een criminele of correctionele straf kan in eer en rechten worden hersteld, terwijl de politiestraffen het voorwerp uitmaken van de uitwissing waarin artikel 619 van het Wetboek voorziet. De veroordeelde moet in beginsel de vrijheidsstraffen hebben ondergaan en de geldstraffen volledig hebben gekweten (artikel 622). Tevens moet hij aan de in het vonnis vastgestelde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en betaling van kosten hebben voldaan (artikel 623). Ten slotte moet de betrokkene een proeftijd ondergaan, gedurende welke hij een vaste verblijfplaats in België of in het buitenland moet hebben gehad, blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag moet zijn geweest (artikel 624).

Een herstel in eer en rechten heeft tot gevolg dat voor de toekomst een einde wordt gemaakt aan de strafrechtelijke gevolgen van de veroordeling (artikel 634).

Met het herstel in eer en rechten streeft de wetgever voornamelijk de maatschappelijke re-integratie na. Reeds bij de wet van 25 april 1896 werd de figuur van het eerherstel gezien als een moreel herstel dat door de openbare macht wordt toegekend aan een veroordeelde wiens gedrag onberispelijk is geweest (Pasin., 1896, 111). Ook bij de wet van 7 april 1964 werd gesteld dat « de nieuwe wetgeving [tegemoet] komt aan het verlangen van vergeving voor de veroordeelde » en « dit is trouwens in het belang van de maatschappelijke rust » (Parl. St., Senaat, 1962-1963, nr. 186, p. 2). Herstel in eer en rechten bestaat bijgevolg zowel in het belang van de veroordeelde als in het belang van de maatschappij.

De opschorting van de uitspraak van de veroordeling, waarin de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie voorziet, is een wijze van opdeproefstelling van een delinquent, met diens instemming, waarbij de rechter de ten laste gelegde feiten bewezen verklaart, zonder dat een veroordeling wordt uitgesproken en waarbij de vervolging wordt beëindigd indien de beslissing niet wordt herroepen. Aan de opschorting kunnen eventueel probatievoorwaarden worden gekoppeld.

Door de verdachten toe te staan de opschorting van de uitspraak van de veroordelingen te vragen, heeft de wetgever diegenen zonder een zwaar strafrechtelijk verleden, die kans maken op verbetering, aan de gevolgen van een veroordeling en een vermelding van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling in de uittreksels uit het strafregister en, in voorkomend geval, aan het opzien dat de behandeling op een openbare terechtzitting kan baren, willen onttrekken.

Aangezien de rechtsonderhorigen die een opschorting van de uitspraak van de veroordeling hebben genoten, niet zijn veroordeeld, hebben zij niet de gevolgen van een veroordeling ondergaan die een herstel in eer en rechten doet ophouden krachtens artikel 634 van het Wetboek van strafvordering, namelijk, onder meer, de onbekwaamheden die uit de veroordeling voortvloeien en de mogelijkheid dat de beslissing tot veroordeling als grondslag dient voor de herhaling, dat zij een beletsel vormt voor de voorwaardelijke veroordeling of dat zij in de uittreksels uit het strafregister wordt vermeld.

De wetgever vermocht derhalve zich ervan te onthouden in de mogelijkheid van een herstel in eer en rechten te voorzien voor de rechtsonderhorigen die, zoals diegenen die een opschorting van de uitspraak van de veroordeling hebben genoten, per definitie niet de gevolgen van een veroordeling hebben ondergaan.

Toch worden de beslissingen tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling evenwel in het strafregister opgenomen : die gegevens zijn weliswaar niet toegankelijk voor de administratieve overheden (artikel 594, eerste lid, 3°, van het Wetboek van strafvordering), noch voor particulieren (artikel 595, eerste lid, 1°), maar zijn dat wel voor de overheden belast met de uitvoering van opdrachten van de rechterlijke macht in strafzaken, zonder dat de betrokkenen dat kunnen vermijden, terwijl een herstel in eer en rechten verhindert (krachtens artikel 634 van het Wetboek van strafvordering) dat de beslissing tot veroordeling in de uittreksels uit het strafregister wordt vermeld.

Dat verschil in behandeling berust op het criterium van de aard van de rechterlijke beslissing die ten aanzien van de betrokkene werd genomen. De beslissing tot opschorting van de uitspraak of tot probatieopschorting onderscheidt zich van het herstel in eer en rechten in zoverre zij wordt genomen met inachtneming van de gepleegde feiten, het gerechtelijk verleden van de beklaagde en zijn persoonlijkheid, en in zoverre zij enkel kan worden toegekend indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

Het doel van die clementiemaatregel is het bevorderen van de reclassering van de betrokkene. Met een herstel in eer en rechten wordt eveneens de maatschappelijke re-integratie van de veroordeelde nagestreefd, maar het is afhankelijk van het onberispelijk gedrag van diegene die is veroordeeld, en van de vergeving die men hem wil toekennen.

Het feit dat beide rechtsfiguren nauw met elkaar verwant zijn, verplicht de wetgever daarom niet, bij het nemen van een beslissing over de opname van de beslissingen tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling en tot probatieopschorting in het strafregister, te voorzien in een mechanisme waardoor zij onder bepaalde voorwaarden kunnen worden geschrapt. Hij kon daarentegen oordelen dat het doel dat erin bestaat de overheden belast met de uitvoering van de opdrachten van de rechterlijke macht in strafzaken volledig te informeren over de strafbare feiten die in het verleden door de in het centraal strafregister vermelde personen zijn gepleegd, verantwoordt dat de beslissingen tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling en tot probatieopschorting, die op ernstige feiten betrekking kunnen hebben, niet zonder meer na het verstrijken van een bepaalde termijn worden uitgewist.

Overigens heeft het herstel in eer en rechten, dat trouwens niet automatisch plaatsvindt, tot gevolg dat de veroordelingen waarop het betrekking heeft, ontoegankelijk worden gemaakt voor de administratieve overheden en verhindert het dat zij nog op de voor particulieren bestemde uittreksels uit het strafregister worden vermeld. De informatie over die veroordelingen blijft niettemin toegankelijk voor de overheden belast met de uitvoering van de opdrachten van de rechterlijke macht in strafzaken, aangezien de arresten van herstel in eer en rechten eveneens in het strafregister worden vermeld met toepassing van artikel 590, eerste lid, 11°, van het Wetboek van strafvordering; de situatie van de beklaagden die een opschorting van de uitspraak van de veroordeling hebben genoten, verschilt bijgevolg niet fundamenteel van die van de beklaagden die tot een straf zijn veroordeeld en in eer en rechten zijn hersteld, omdat de inlichtingen betreffende de gepleegde feiten in beide gevallen voor de gerechtelijke overheden toegankelijk blijven.

Zie arrest van het grondwetteijk Hof van 08/03/2012 die oordeelde dat het verschil in behandeling tussen de veroordeelden die een volledige uitwissing kunnen bekomen uit het strafregister middels eerherstel en zij die de gunst van opschorting bekwamen geen volledige uitwissing  kunnen bekomen uit het strafregister omdat eerherstel voor hen niet openstaat, niet ongrondwettelijk is.

 

 

Nog dit: 

Hof van Cassatie, 2e Kamer – 15 juni 2010, RW 2010-2011, 1601

R.H.D.S. t/ Openbaar ministerie

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 januari 2010.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van art. 623 Sv.: de verzoeker werd in het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 8 november 1989, dat het voorwerp uitmaakt van zijn verzoek tot herstel in eer en rechten, veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van één frank provisioneel aan de burgerlijke partij die haar vordering had geraamd op 715.278 fr.; deze laatste die daartoe de initiatiefplicht heeft, heeft nooit enige moeite gedaan haar vordering ter zake te begroten in tegenstelling tot de eiser, zoals uit de stukken blijkt; de kamer van inbeschuldigingstelling wijst ten onrechte eisers verzoek af op grond van de vaststelling dat hij zich niet van zijn burgerlijke veroordeling heeft gekweten.

2. Krachtens art. 624, tweede lid, Sv. moet het hof van beroep bij zijn beoordeling van een verzoek tot herstel in eer en rechten inzonderheid rekening houden met de moeite door de verzoeker gedaan om de uit de misdrijven voortvloeiende schade die niet gerechtelijk mocht zijn vastgesteld, te herstellen.

In zoverre het middel opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de kamer van inbeschuldigingstelling of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

Het Hof gaat enkel na of de kamer van inbeschuldigingstelling uit de door haar vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

3. De kamer van inbeschuldigingstelling stelt onaantastbaar vast dat:

– uit de gegevens van het dossier blijkt dat de eiser «geen enkele inspanning heeft geleverd om de door hem veroorzaakte schade te vergoeden, noch om deze schade gerechtelijk te laten vaststellen indien hij ze betwist»;

– de eiser duidelijk op de hoogte is van de vordering van de burgerlijke partij, zoals blijkt uit het op tegenspraak gewezen vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 8 november 1989 en eisers verklaring dienaangaande naar aanleiding van een eerdere vraag tot eerherstel;

...

Aldus verantwoordt zij haar beslissing dat het verzoek op grond van art. 624 Sv. dient te worden afgewezen, naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...

NOOT – T. Roes gepubliceerd onder dit arrest in het RW Herstel in eer en rechten
 

Commentaar: 

Iedere veroordeelde tot een criminele of correctionele straf kan in eer en rechten worden hersteld, terwijl de politiestraffen het voorwerp uitmaken van de uitwissing waarin artikel 619 van het Wetboek voorziet. De veroordeelde moet in beginsel de vrijheidsstraffen hebben ondergaan en de geldstraffen volledig hebben gekweten (artikel 622). Tevens moet hij aan de in het vonnis vastgestelde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en betaling van kosten hebben voldaan (artikel 623). Ten slotte moet de betrokkene een proeftijd ondergaan, gedurende welke hij een vaste verblijfplaats in België of in het buitenland moet hebben gehad, blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag moet zijn geweest (artikel 624).
Een herstel in eer en rechten heeft tot gevolg dat voor de toekomst een einde wordt gemaakt aan de strafrechtelijke gevolgen van de veroordeling (artikel 634).

Met het herstel in eer en rechten streeft de wetgever voornamelijk de maatschappelijke re-integratie na. Reeds bij de wet van 25 april 1896 werd de figuur van het eerherstel gezien als een moreel herstel dat door de openbare macht wordt toegekend aan een veroordeelde wiens gedrag onberispelijk is geweest (Pasin., 1896, 111). Ook bij de wet van 7 april 1964 werd gesteld dat « de nieuwe wetgeving [tegemoet] komt aan het verlangen van vergeving voor de veroordeelde » en « dit is trouwens in het belang van de maatschappelijke rust » (Parl. St., Senaat, 1962-1963, nr. 186, p. 2). Herstel in eer en rechten bestaat bijgevolg zowel in het belang van de veroordeelde als in het belang van de maatschappij.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 13/04/2013 - 14:27
Laatst aangepast op: vr, 05/01/2018 - 12:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.