-A +A

Oplichting

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Definitie: Het misdrijf van oplichting omvat drie constitutieve bestanddelen: het oogmerk om zich bedrieglijk andermans zaak toe te eigenen, de aanwending van bedrieglijke middelen hiertoe, gevolgd door een afgifte of levering van de zaak, welke de benadeelde zonder de aangewende bedrieglijke middelen niet zou hebben afgegeven of geleverd (art. 496 Sw.).

Strafbaarstellingn art.496 S.W.

“ Hij die met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort door het aanwenden van listige kunstgrepen zich zaken doet afgeven, maakt zich schuldig aan oplichting”

Oplichting en diefstal zijn duidelijk te onderscheiden verschillende misdrijven:

• bij oplichting laat de dader zich zaken overhandigen mits gebruik van listige kunstgrepen, bedrieglijke handelingen;
• bij diefstal neemt de dader zaken zelf bedrieglijk weg, al of niet met geweld en/of bedreigingen.

Bestanddelen:

1) bedrieglijk inzicht:
Het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort.

2) de afgifte of aflevering:
Alle soorten van materiële zaken die tot andermans vermogen behoren kunnen rechtstreeks of onrechtstreeks het voorwerp van oplichting zijn, met uitzondering van onroerende goederen en van dienstprestaties of levering van diensten.

3) gebruikmakend van bedrieglijke middelen tot het bekomen van de afgifte of de aflevering:
De bedrieglijke middelen kunnen zijn:
• een valse naam:hetzij mondeling of schriftelijk.
• een valse hoedanigheid: een titel, een functie, een verwantschap aanmeten die men in werkelijkheid niet heeft: hetzij mondeling of schriftelijk.
• listige kunstgrepen:
dit is het stellen van bedrieglijke handelingen, manoeuvres. Het moeten uitwendige dus zichtbare en tastbare handelingen zijn; een louter mondelinge bewering (leugen) volstaat niet.

die manoevers die determinerend moeten zijn voor de afgifte of aflevering moeten op hun beurt aan minstens één van volgende voorwaarden voldoen:
- ze moeten ofwel bedrieglijk zijn
- ze moeten ofwel gepaard gaan met uitwendige handelingen die aan de kunstgreep een bepaald krediet toekennen.
- ze moeten ofwel doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen , of om op een andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid.

Grond van verschoning:
Art.462 S.W. is van toepassing op het misdrijf van oplichting. De verschoningsgrond geldt echter niet voor de eventuele samenhangende misdrijven zoals valsheid in geschriften en valse naamdracht.

Art. 462. Diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van zijn echtgenoot, door een weduwnaar of een weduwe wat zaken betreft die aan de overleden echtgenoot hebben toebehoord, door afstammelingen ten nadele van hun bloedverwanten in de opgaande lijn, door bloedverwanten in de opgaande lijn ten nadele van hun afstammelingen, of door aanverwanten in dezelfde graden, geven alleen aanleiding tot burgerrechtelijke vergoeding.
Ieder ander persoon die aan deze diefstallen deelneemt of die de gestolen voorwerpen of een gedeelte ervan heeft, wordt gestraft alsof de vorige bepaling niet bestond.


Poging tot oplichting:
Ook de poging tot oplichting is strafbaar gesteld.

 

uittreksel uit het strafwetboek: oplichting en bedriegerij

Art. 496
Hij die, met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort, zich gelden, roerende goederen, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen doet afgeven of leveren, hetzij door het gebruik maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door het aanwenden van listige kunstgrepen om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot drieduizend [euro].
[Poging tot het wanbedrijf omschreven in het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig tot tweeduizend [euro].]
[In de gevallen in de vorige leden omschreven kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.]


Art. 497
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] worden gestraft: [Zij die met bedrieglijk opzet aan een in België of in het buitenland wettelijk gangbare munt de schijn geven of pogen te geven van een munt van grotere waarde;
Zij die munten uitgeven of pogen uit te geven, waaraan de schijn is gegeven van munten van grotere waarde, of zodanige munten in het land invoeren of pogen in te voeren met het doel die in omloop te brengen];
Zij die stukken metaal zonder enige muntslag uitgeven of pogen uit te geven voor muntstukken.


[Art. 497bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] worden gestraft zij die munten waaraan de schijn is gegeven van munten van grotere waarde, ontvangen of zich aanschaffen met het doel die in omloop te brengen.
Poging wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot duizend [euro].]



Art. 498
Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot duizend [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die de koper bedriegt: Omtrent de identiteit van de verkochte zaak, door bedrieglijk een andere zaak te leveren dan het bepaalde voorwerp waarop de overeenkomst slaat;
Omtrent de aard of de oorsprong van de verkochte zaak, door een zaak te verkopen of te leveren, die in schijn gelijk is aan die welke hij heeft gekocht of heeft gemeend te kopen.



Art. 499
[Tot gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en tot geldboete van zesentwintig [euro] tot duizend [euro] of tot een van die straffen alleen worden veroordeeld zij die door het aanwenden van listige kunstgrepen: 1° De koper of de verkoper omtrent de hoeveelheid van de verkochte zaken bedriegen;
2° De partijen, verbonden door een contract van huur van werk, of een van die partijen, bedriegen, hetzij omtrent de hoeveelheid, hetzij omtrent de hoedanigheid van het geleverde werk, wanneer in dit tweede geval de bepaling van de hoedanigheid van het werk moet dienen om het bedrag van het loon vast te stellen.]



Art. 500
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot duizend [euro] of met een van die straffen alleen worden gestraft: Zij die [voedingsmiddelen] bestemd om verkocht of gesleten te worden, vervalsen of doen vervalsen;
Zij die deze zaken verkopen, slijten of te koop stellen, wetende dat zij vervalst zijn;
Zij die door aanplakbiljetten of door berichten, al dan niet gedrukt, kwaadwillig of bedrieglijk het procédé om diezelfde zaken te vervalsen, verbreiden of bekendmaken.



Art. 501
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij bij wie [voedingsmiddelen gevonden worden] bestemd om verkocht of gesleten te worden, en die weet dat zij vervalst zijn.


[Art. 501bis
Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van zesentwintig tot driehonderd [euro] of met één dezer straffen alleen, hij die, zonder het in artikel 500 vereiste bedrieglijk opzet, vervalste [voedingsmiddelen] heeft verkocht, gesleten of te koop gesteld.]


Art. 502
In de gevallen [van de artikelen 500 en 501] kan de rechtbank bevelen dat het vonnis zal worden aangeplakt op de plaatsen die zij bepaalt, en in zijn geheel of bij uittreksel zal worden opgenomen in de bladen die zij aanwijst; een en ander op kosten van de veroordeelde.
[...]



Art. 503
[De vervalste voedingsmiddelen die in het bezit van de schuldige worden gevonden, worden in beslag genomen en verbeurd verklaard.
Nochtans moeten die voedingsmiddelen, wanneer zij ingevolge de vervalsing voor de voeding ongeschikt zijn gemaakt en wegens hun aard of toestand niet kunnen worden bewaard, na monsterneming worden vernietigd of gedenatureerd door de bekeurende [persoon], bijgestaan door een [persoon] bedoeld in artikel 11 van de wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, welke personen gezamenlijk de processen-verbaal van de inbeslagneming en vernietiging of denaturering van die voedingsmiddelen ondertekenen. In ieder geval wordt de verbeurdverklaring bevolen.
De voedingsmiddelen die niettegenstaande hun vervalsing voor de voeding geschikt blijven, mogen worden overgemaakt aan een van een ondergeschikt bestuur afhangende inrichting voor maatschappelijk dienstbetoon, hetzij onmiddellijk na monsterneming zo het voedingsmiddelen betreft die niet voor bewaring vatbaar zijn, hetzij na rechterlijke beslissing waarbij de verbeurdverklaring wordt bevolen, zo deze voedingsmiddelen vatbaar zijn voor bewaring.]


Art. 504
De bepaling van artikel 462 is toepasselijk op de misdrijven, in de artikelen 496, 498 en 499 omschreven.

Rechtspraak:

oplichting bestanddelen van het misdrijf

•• Gent (10e k.) 30 oktober 1998, T. Strafr. 2001, 143.

Bij oplichting moet de dader niet enkel 'wetens handelen' maar hij moet daarbij ook nog het oogmerk hebben om zich andermans zaak onrechtmatig toe te eigenen. Daarenboven vereist oplichting, buiten bedrieglijk opzet en afgifte aan de beklaagde van zaken, als bedoeld in art. 496 Sw., aanwending van bepaalde middelen, zoals o.m. listige kunstgrepen om zich de zaken, zoals gelden, te doen afgeven of leveren.
Deze kunstgrepen moeten bedrieglijk zijn, bedoeld om te misleiden. Daarenboven moeten deze bedrieglijke middelen gepaard gaan met uitwendige handelingen, die er een bepaald krediet aan toekennen. Louter bedrog volstaat niet. Bovendien moet er een noodzakelijk verband bestaan tussen de bedrieglijke middelen van de oplichter en de afgifte van de geldsommen.

•• Cass. AR 1277, 7 januari 1981 (Lambert / Massot), Arr. Cass. 1980-81, 493; , Bull. 1981, 486; , Pas. 1981, I, 486.

Is niet wettelijk verantwoord de beslissing die een verdachte veroordeelt lastens oplichting zonder vast te stellen dat hij gehandeld heeft met het oogmerk zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort (art. 496 Sw.).

• • Cass. 4 december 1979, Pas. 1980, I, 416; , R.W. 1980-81, 62, noot.

Het misdrijf van oplichting kan bestaan wanneer leugenachtige beweringen misbruik van vertrouwen veroorzaken omdat ze verbonden worden met een bepaalde hoedanigheid van de dader of met feiten en omstandigheden die deze beweringen geloofwaardig maken.


 

oplichting vergt meer dan loutere leugens

•• Cass. (2e k.) AR P.96.1072.N, 4 maart 1997 (Dossche / Allemeersch) http://www.cass.be  (18 oktober 2001); , Arr. Cass. 1997, 300; , Bull. 1997, 308; , Pas. 1997, I, 308.

Zo enkel leugenachtige beweringen werden vastgesteld, die niet gepaard gaan met feiten of omstandigheden, welke deze beweringen kracht bijzetten en ze geloofwaardig maken, kunnen deze beweringen op zichzelf geen listige kunstgrepen opleveren, die het misbruik van vertrouwen of van de lichtgelovigheid uitmaken (art. 496 Sw.).

•• Cass. (2e k.) AR P.99.0508.F, 22 september 1999 (Lesage / Moreau) http://www.cass.be  (18 oktober 2001); , Arr. Cass. 1999, 1149; , Bull. 1999, 1196; , J.T. 2000 (verkort), 51.

Leugenachtige verklaringen alleen leveren het misdrijf oplichting niet op, wanneer zij niet gepaard gaan met een extern feit of enige handeling om ze geloofwaardig te maken (art. 496 Sw.).

•• Brussel 27 februari 1997, J.L.M.B. 1997, 1442.

In tegenstelling tot bedrog in burgerlijke zaken, kan een eenvoudige leugen die noch op de identiteit noch op de hoedanigheid van de agent betrekking heeft, vanuit strafrechtelijk oogpunt niet volstaan, als die leugen niet wordt bevestigd door extrinsieke materiële elementen zoals bijvoorbeeld het verschaffen van valse documenten. Zo kan ook het louter niets doen niet worden beschouwd als een frauduleuze handeling omdat een positief feit van de oplichter nodig is; deze handeling zou niet kunnen zijn opgebouwd uit verzwijgingen, het verbergen van de waarheid voor het slachtoffer of het feit geen zaken te vermelden die ertoe zouden hebben geleid dat het slachtoffer van de overeenkomst afzag als het ze had gekend.


•• Cass. AR P.96.0807.F, 2 oktober 1996 (Dozin / Lowet) http://www.cass.be  (18 oktober 2001); , Arr. Cass. 1996, 836; , Bull. 1996, 894; , Pas. 1996, I, 894.

Leugenachtige verklaringen alleen leveren het misdrijf oplichting niet op, wanneer zij niet gepaard gaan met een extern feit of enige handeling bedoeld om ze geloofwaardig te maken (art. 496 Sw.).

•• Cass. (2e k.) AR P.95.0610.N, 9 december 1997 (Van Bavel / Belgische Staat) http://www.cass.be  (18 oktober 2001); , Arr. Cass. 1997, 1307; , Bull. 1997, 1382; , F.J.F. 1998, 5; , P.&B. 1998 (verkort), 275; , Pas. 1997, I, 1382.

Een eenvoudige leugen die op zichzelf geen listige kunstgreep in de zin van art. 496 Sw. oplevert, kan de door voormeld artikel bedoelde kunstgreep uitmaken wanneer hij gepaard gaat met een door een beklaagde op touw gezette enscenering waardoor aan die leugen kracht en geloofwaardigheid wordt toegevoegd, en die determinerend is voor het bereiken van het doel, zich door die handelwijze gelden te doen overhandigen, of in combinatie wordt aangewend met een geheel van andere praktijken van een beklaagde die bedoeld zijn om misbruik te maken van het vertrouwen en andere te misleiden, waarbij het gebruik van valse hoedanigheden slechts één van de praktijken is.



•• Cass. (2e k.) AR P.01.1091.N, 25 september 2001 (Procureur-generaal bij het Hof van Cassatie inzake A.H., K., M., A. en A.H.) http://www.cass.be  (9 juli 2002); , Arr. Cass. 2001, afl. 8, 1538; , Pas. 2001, afl. 9-10, 1482.

Om als dader schuldig te zijn aan oplichting zijn vereist het oogmerk om zich bedrieglijk andermans zaak toe te eigenen, de aanwending van bedrieglijke middelen hiertoe, die meer zijn dan leugenachtige mondelinge of schriftelijke beweringen, en gevolgd zijn door een afgifte of levering van de zaak; de omstandigheid dat de dader niet persoonlijk de gebruikte middelen heeft aangewend of de opgelichte zaak in ontvangst heeft genomen, maar dit bewust overliet aan een mededader doet geen afbreuk aan de omstandigheid dat hierdoor in zijn hoofde alle strafbare bestanddelen van oplichting kunnen verenigd zijn (art. 66 en 496 Sw.).

Om als mededader schuldig te zijn aan oplichting, zijn vereist een door de wet bepaalde vorm van medewerking en de kennis dat die een bepaalde oplichting betreft, niet het opzet om zelf bedrieglijk andermans zaak toe te eigenen, maar om zijn medewerking aan de oplichting te verlenen; die kennis moet alle omstandigheden betreffen die van het feit een strafbaar feit maken (art. 66 en 496 Sw.).
 

•• Cass. (2e k.) AR P.99.0612.N, 6 februari 2001 (A. / M.) http://www.cass.be  (18 oktober 2001); , Arr. Cass. 2001, afl. 2, 226; , Pas. 2001, afl. 2, 226; , R.W. 2001-02, 416, Noot VANDEPLAS, A., Over valse hoedanigheden en oplichting

Oplichting kan bestaan door het gebruik maken van een valse hoedanigheid is het aannemen van een hoedanigheid met de bedoeling een derde te misleiden en hem het vertrouwen in te boezemen dat aan die hoedanigheid is verbonden (art. 496 Sw.).
 

•• Cass. (2e k.) AR P.97.0469.N, 15 april 1997 (Delcroix) http://www.cass.be  (18 oktober 2001); , Arr. Cass. 1997, 445; , Bull. 1997, 461; , Pas. 1997, I, 461; , Rev. dr. pén. 1998, 236.

Kunstgrepen die zijn aangewend na de afgifte van de door het misdrijf beoogde gelden of waarden, kunnen in samenhang met andere een bestanddeel vormen van de oplichting, wanneer zij tot doel en tot gevolg hebben gehad dat het slachtoffer misleid werd omtrent de eerlijkheid van de verrichte handelingen, en het misdrijf aldus voltrokken werd (art. 496 Sw.).

Klanten lokken met valse beloften

•• Antwerpen 24 oktober 2001, T. App. 2002, afl. 2, 31.

Wanneer klanten gelokt worden met de voorspiegeling dat ze een 'reis' hadden gewonnen, doch in realiteit het om een 'verblijf' bleek te gaan, wanneer voorgehouden wordt dat een 'eigendomsrecht' werd gekocht doch in werkelijkheid een 'genotsrecht' werd overgedragen, wanneer gesuggereerd wordt dat timeshares worden gekocht onder een stelsel van mede-eigendom, lees timesharing, en kopers in de mening verkeerden zich een eigendom te hebben gekocht doch de juiste aard van het recht nooit werd gespecificeerd, wanneer bewust misleidende en verwarringstichtende informatie werd verstrekt en wanneer bovendien gelden van de kopers van de timeshares werden ontdragen zodat er geen aanbetalingen aan de clubuitbater meer kunnen worden gedaan en het timesharecertificaat, waarop de koper recht had, niet wordt geleverd, dan gaat het om een geheel van bedrieglijke middelen die er toe strekten de kopers te misleiden.
De tenlastelegging van oplichting is dan ook voldoende naar recht bewezen.

Oplichting middels fictieve vennootschap met benadeling van de schuldeisers

•• Luik 12 mei 1989, Pas. 1990, II, 17.

De oprichtingsakte van een fictieve vennootschap maakt een valsheid in geschrifte uit zodra het bedrieglijk inzicht van de opstellers van deze akte erin bestond zich definitief veilig te stellen voor vervolging van de fiscus op de onroerende goederen die eigendom waren van sommige auteurs van de akte.
Wordt wettelijk vervolgd als mededader, degene die, ook al heeft hij de oprichtingsakte niet ondertekend, wist dat bedoelde simulatie enkel tot doel had zijn belangen te dienen en het zonder zijn deelname niet mogelijk was geweest de akte te laten doorgaan.

Bedrieglijk onvermogen veronderstelt niet noodzakelijk een absoluut onvermogen. Het is dus irrelevant dat één van de daders van deze inbreuk nog over inkomsten beschikt die voor beslag vatbaar zijn, dat hij bepaalde schuldeisers nog verder afbetaalt conform een afbetalingsplan en dat hij aan zijn schuldeisers niets verborg m.b.t. zijn patrimonium.

Een valsheid in geschrifte in een ontleningsakte is strafbaar wanneer de valsheid gepleegd werd met het bedrieglijk opzet gelden te bekomen voor de aankoop van een onroerend goed door een schuldeiser-vennootschap die in werkelijkheid fictief was.

Bedrieglijke handelingen nodig voor het bestaan van het misdrijf oplichting kunnen voortvloeien uit valsheid in geschrifte zodra deze valsheid nodig was om de gelden te bemachtigen en, zonder deze handelingen de overdracht van gelden niet zou zijn doorgegaan.

•• Cass. (2e k.) AR P.05.1304.N, 17 januari 2006 (P.L., V.G.F. / K.M., K.E.) http://www.cass.be  (6 februari 2006); , RABG 2006, afl. 12, 883, noot VAN VOLSEM, F. . Strafbare deelneming is tijdige deelneming

Het wanbedrijf 'oplichting' is voltrokken zodra de dader ervan, die gehandeld heeft met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort, erin geslaagd is zich deze zaak te doen afgeven of afleveren.

Enkel een positieve daad die voorafgaandelijk of gelijktijdig aan het misdrijf is gesteld kan een daad van strafbare deelneming als bedoeld in artikel 66 Strafwetboek uitmaken.

Er is slechts strafbare deelneming aan oplichting wanneer door de mededader een positieve daad gesteld wordt voorafgaandelijk of gelijktijdig aan de afgifte of het afleveren van de zaak die de hoofddader zich wenst toe te eigenen.

Listige kunstgrepen:

•• Cass. AR 6326, 17 februari 1988 (De Brouwer / Van Innes), Arr. Cass. 1987-88, 775; , Bull. 1988, 713; , J.L.M.B. 1988, 657; , Pas. 1988, I, 713; , Rev. dr. pén. 1988, 695.

Kunstgrepen die zijn aangewend na de afgifte van de gelden of waarden kunnen, in samenhang met andere, als oplichting worden aangemerkt wanneer zij tot doel en tot gevolg hebben gehad dat het slachtoffer overtuigd werd van de eerlijkheid van de verrichte handelingen en het wanbedrijf aldus voltrokken werd (art. 496 Sw.).

•• Cass. AR 4964, 11 juni 1986 (Ducruet / Dewagenaere), Arr. Cass. 1985-86, 389; , Bull. 1986, 1248; , Pas. 1986, I, 1248.

Oplichting pleegt hij die, met het oogmerk om zich een aan een ander toebehorende zaak toe te eigenen, door listige kunstgrepen, aangewend om misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, zich voorschotten op de aankoop van nog te bouwen woningen doet afgeven (art. 496 Sw.).

•• Cass. AR 7170, 5 oktober 1982 (S., P., G., R., V. / Belgische Staat), Arr. Cass. 1982-83, 185; , Bull. 1983, 167; , Pas. 1983, I, 167.

Naar recht verantwoord is de beslissing waarbij als listige kunstgreep, in de zin van art. 496 Sw., wordt aangemerkt het feit dat voor het vervoer van leerlingen facturen zijn opgemaakt waarin meer kilometers worden aangerekend dan de werkelijk afgelegde afstand, zulks met de bedoeling geld te verkrijgen waarop de beklaagde geen recht had.

•• Antwerpen 24 december 1992, R.W. 1992-93, 1200, noot.

Aan oplichting maakt zich schuldig hij die een verkoop voorwendt ten einde zich goederen te doen afleveren terwijl hij van meetaf de intentie niet had te betalen. De onderhandelingen over de prijs en het sluiten van de verkoopovereenkomst zijn dan slechts bedrieglijke middelen ten einde de verkoper te misleiden en zo in het bezit te komen van de goederen.

• • Brussel 9 oktober 1968, Pas. 1968, II, 300.

Wanneer koopwaar bewust wordt verkocht in een verpakking die een groter gewicht doet vermoeden dan het reële gewicht, is er sprake van het aanwenden van listige kunstgrepen en bedrog omtrent de hoeveelheid van de verkochte zaken in de zin van art. 499 Sw.

•• Gent 19 maart 1981, Pas. 1981, II, 85.

De omstandigheid dat bepaalde sommen werden bekomen in uitvoering van een beslissing die in kracht van gewijsde was getreden, maar die bekomen werd door bedrieglijke handelingen, sluit oplichting niet uit.



•• Brussel 19 januari 1998, J.L.M.B. 1999, 240 en http://jlmbi.larcier.be (15 januari 2003).

Het feit van op een kunstwerk een valse handtekening te plaatsen van een kunstenaar - bekend of denkbeeldig -, of het feit van op een origineel kunstwerk aanvullingen aan te brengen die zogezegd van de hand van de kunstenaar zijn die het werk heeft genaamtekend, vormt noch een inbreuk op art. 191 Sw. noch een valsheid bedoeld in art. 193 en volgende van datzelfde wetboek.
Afgezien van de misdrijven van oplichting en van bedrog die worden begaan bij de verkoop van het onechte schilderij, valt het enkele feit van een valse handtekening te hebben aangebracht op een kunstwerk enkel onder art. 25 Auteurswet 1886 gewijzigd door art. 80 en 81 Auteurswet 1994.


Opdat er sprake zou zijn van oplichting, dienen de listige kunstgrepen de afgifte of de aflevering te hebben bepaald van de zaak die het voorwerp is van het misdrijf.
Het feit de handtekening te plaatsen of te laten plaatsen van een erkend schilder op een anoniem schilderij of op een schilderij van bescheiden afkomst, verhoogt de waarde van dat schilderij en vormt dan ook een listige kunstgreep die de afgifte bepaalt van de fondsen onder de vorm van de betaling van een prijs.
Datzelfde geldt voor het plaatsen van een handtekening van een vermaard schilder op een schilderij van een erkend schilder die echter niet zo beroemd is.

•• Brussel 14 maart 1997, J.T. 1998, 4.

Er bestaat geen bedrog aangaande de aard van de verkochte zaak, wanneer de afwezigheid van de hoedanigheden die de verkoper aan de zaak toeschreef, gemakkelijk door de koper kon worden vastgesteld (art. 498 Sw.)

•• Corr. Brugge 10 september 1992, T.B.R. 1993, 91.

Art. 498 Sw. veronderstelt listige kunstgrepen van de verkoper en ontslaat de koper niet van de verplichting de geleverde zaak te kontroleren. Er is geen sprake van bedriegerij in de zin van art. 498 Sw. als een niet-specialist met het blote oog onmiddellijk het duidelijk verschil tussen de geleverde en de in de overeenkomst bepaalde zaak kan vaststellen.

•• Corr. Brussel 19 maart 1992, Rev. dr. pén. 1992, 807, noot H.D.B.

Listige kunstgrepen na de overhandiging van de zaak om de prijs niet te betalen, leiden niet tot oplichting daar zij niet noodzakelijk waren voor de afgifte. 

•• Corr. Dinant 29 oktober 2003, Journ. proc. 2003, afl. 470, 26, noot DERMAGNE, J.

Er moet zorgvuldig een onderscheid worden gemaakt tussen oplichting in de morele en maatschappelijke betekenis van het woord en de juridische betekenis ervan om een homonymiesofisme te voorkomen.
De strafrechtelijke sanctie kan op zichzelf niet worden beschouwd als een vergoeding voor het nadeel van de slachtoffers van weinig scrupuleuze machinatie op gevaar af een terugkeer te bekrachtigen naar de wet van oog om oog en tand om tand als reactie op de complexiteit van de burgerlijke rechtsplegingen en op het risico van insolventie.
De buitensporige ambities van een inrichter van 'cursussen inzake kruidenkunde en aromatherapie', de totale onwetendheid van deze beklaagde inzake de verwezenlijking ervan en zijn reële miskenning van zijn contractuele verplichtingen volstaan niet om het bestaan van een oplichting te bewijzen.


Cheque zonder dekking en oplichting

•• Cass. AR 5858, 30 mei 1988 (B.V.B.A. Konstruktiewerkhuizen Stas / Plume), Arr. Cass. 1987-88, 1256; , Bull. 1988, 1166; , Pas. 1988, I, 1166; , R.W. 1988-89, 715, noot SPRIET, B., Oplichting door de listige kunstgreep van de uitgifte van een cheque zonder dekking.

De overhandiging van een cheque zonder dekking kan een listige kunstgreep zijn in de zin van art. 496 Sw. (oplichting), zelfs wanneer de trekker die de cheque overhandigt, geen andere arglistigheid heeft aangewend om de begunstigde te doen geloven aan het bestaan van een denkbeeldig krediet.

•• Luik 28 juni 1988, J.L.M.B. 1989, 522

De afgifte van een cheque zonder dekking is constitutief voor oplichting wanneer de afgifte determinerend was voor de levering van de goederen.

•• Luik 13 november 1985, J.L. 1986, 230.

Het louter overschrijden van de kredietlijn van een Diner's Club kaart is op zichzelf geen daad van oplichting, vermits hierdoor niet bewezen is dat frauduleuze handelingen werden aangewend om de kredietkaart te bekomen.
 

•• Corr. Oudenaarde 10 oktober 1996, Jaarboek Krediet 1996, 447, noot.

Bij systematische overschrijding van het kredietplafond zonder protest van de bank, kan de incriminatie van cheques zonder dekking niet weerhouden worden wanneer de begunstigden door de bank toch uitbetaald werden. Wat betreft het misdrijf van oplichting, wordt verwezen naar dezelfde cheques als listige kunstgreep om te doen geloven in een denkbeeldig krediet.
De bank blijkt jarenlange op losse wijze de overschrijding van de kasfaciliteiten te hebben toegestaan, zonder tot een evaluatie van de financiële situatie van de klant te zijn overgegaan wat in strijd is met de Wet Consumentenkrediet. Beklaagde was er steeds in geslaagd zijn rekening aan te zuiveren. Uiteindelijk werd het door de schuldenlast te veel, doch dit is een misrekening die niet op een strafrechtelijke fout wijst maar een gevolg is van de te soepele houding van de bank.
 

•• Corr. Charleroi 11 oktober 1978, Pas. 1979, III, 51.

Wanneer een cheque zonder dekking uitgegeven is als tegenprestatie ter betaling van koopwaren die in normale omstandigheden niet onmiddellijk geleverd zouden worden dan kan de benadeelde zich burgerlijke partij stellen ook voor het verlies van de waarde van de goederen ten belope van het bedrag van de cheque.


Wissels en oplichting

•• Cass. AR 339, 15 maart 1988 (Claeys / B.V.B.A. Benimpex), Arr. Cass. 1987-88, 923; , Bull. 1988, 849; , Pas. 1988, I, 849.

Naar recht verantwoord is de beslissing waarbij als listige kunstgreep, in de zin van art. 496 Sw., wordt aangemerkt het feit dat de beklaagde zich de aan een ander toebehorende koopwaar heeft doen afgeven of leveren door het overhandigen van door hem geaccepteerde wisselbrieven waarvan hij bij de acceptatie wist dat noch de vennootschap, waarvan hij zaakvoerder was, noch hijzelf ze op de vervaldag zouden kunnen betalen, en dat hij dit middel alleen gebruikte om zich de goederen te doen leveren.

Piramidespelen

•• Antwerpen 27 juni 2000, Limb. Rechtsl. 2000, 408, noot DELBROUCK, L. .
Noot DELBROUCK, L., [De strafbaarstelling van het piramidespel]

Piramidespel waarin argeloze goedgelovige mensen gelokt worden met listige kunstgrepen en met het voorhouden van duizelingwekkende winsten, maakt oplichting uit.
Dit spel is geen kansspel omdat de kansen om te winnen niet voor iedereen gelijk zijn. zie ook:
piramidespel

"Zeep voor de blinden"

•• Antwerpen 26 april 1985, R.W. 1986-87, 528, noot.

Als de techniek van het leuren met koopwaar erin bestaat de kopers te doen geloven dat de leurhandel slechts met een liefdadig oogmerk geschiedt, is er oplichting.
 

• • Antwerpen 11 mei 1984, R.W. 1984-85, 2558, noot ARNOU, P. , Liefdadigheid, handelsreclame en oplichting

Het feit produkten aan te bieden tegen zeer hoge prijzen, maar met het argument dat de verkoop ten voordele van gehandicapten gebeurt, maakt oplichting uit wanneer slechts 2 % van de verkoopprijs aan liefdadigheidswerken wordt besteed en de beweerde hulp aan 'goede werken' determinerend is voor de klanten om tot aankoop van deze produkten over te gaan.

Oplichting en verzekeringen

•• Antwerpen 19 maart 1981, R.W. 1982-83, 362.

De beklaagde die valse verklaringen heeft afgelegd voor de politie en een valse aangifte aan zijn verzekeringsmaatschappij heeft gedaan, welke valse stukken door een derde zijn gebruikt ten einde op bedrieglijke wijze verscheidene bedragen te verkrijgen van de verzekeringsmaatschappij en van het ziekenfonds, terwijl de beklaagde zeer goed besefte dat zulks zou gebeuren en hij zich dan ook akkoord heeft verklaard met die gang van zaken die zonder zijn medewerking niet op die wijze had kunnen verlopen, heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting, ook al heeft hij niet zelf de aangifte van het ongeval ondertekend en heeft hij zich beperkt tot een verklaring aan de agent van de verzekeringsmaatschappij die de aangifte heeft gedaan.

Ogenblik van voltrekking van het misdrijf oplichting

•• Bergen 28 juni 1989, J.L.M.B. 1991, 1168, noot.

Het misdrijf van oplichting is voltrokken op het ogenblik dat de zaak wordt overhandigd.
De termijn van verjaring van de strafvordering neemt een aanvang wanneer het misdrijf is voltrokken, en niet op het ogenblik waarop een van de bestanddelen van het strafbare feit werd gesteld.
Kunstgrepen die van na de overhandiging van de zaak dateren, zouden eveneens in aanmerking kunnen komen, doch enkel voor zover die kunstgrepen tot gevolg zouden hebben gehad dat het misdrijf werd voltrokken, door het slachtoffer te overtuigen van de oprechtheid van de gestelde daden.

Vergoedingsplicht versus nalatigheid van het slachtoffer

•• Gent 23 december 1986, T.B.R. 1986-1991, 150.

De oplichter kan zijn civiele fout niet ongedaan maken door onvoorzichtigheid of zelfs grove en overschoonbare nalatigheid van de bedrogene in te roepen. De bedrogene heeft recht op het volledig herstel van de ingevolge het bedrog geleden schade. 

Nog dit: 

Vormen van oplichtingen enkele voorbeelden:

Een kat in de zak

Een van de meest voorkomende en simpelste manieren van oplichting is het zich laten betalen voor de levering van een goed of de verrichting van een dienst, waarbij het verkochte goed of de dienst achteraf inferieur of waardeloos blijkt te zijn. Sommige oplichters laten zich zelfs vooraf betalen voor goederen die ze nooit zullen leveren.

Een sprekend voorbeeld is de malafide autohandelaar die de kilometerteller van een tweedehands auto terugdraait om deze auto later voor een veel te hoge prijs te verkopen.

Een moderner voorbeeld is advertentiefraude, waarbij bedrijven worden benaderd door de fraudeur om tegen betaling te worden genoemd op bepaalde websites. De geboden tegenprestatie is echter waardeloos, want deze websites bestaan niet, bevatten minimale informatie, of kopiëren gegevens uit publieke bronnen.

Ook het versnijden of aanlengen van producten valt feitelijk onder deze vorm van oplichting, evenals het knoeien met gewichten.

Spookfacturen Sommige oplichters sturen facturen voor diensten die niet zijn verricht of goederen die niet zijn geleverd naar ondernemingen. Meestal zijn dit facturen voor kleinere bedragen (ca. 10 tot 250 euro) die naar zeer veel ondernemingen worden verstuurd. Soms doet men zich tevens voor als een instantie die een verplichte contributie factureert, Men anticipeert dat men facturen voor kleinere bedragen makkelijker zal betalen en minder streng zal controleren. Telefoonnummers die op spookfacturen vermeld staan leiden bovendien naar dure betaallijnen. Het komt ook voor dat particulieren een spookfactuur per e-mail ontvangen.

Kassatruc Wordt vooral toegepast in fastfoodrestaurants waar de bestelling bij een rijenkassa geschiedt. De klant komt binnen en bestelt het eten. De frauduleuze kassamedewerker schat de klant in en besluit dan de wisseltruc wel of niet uit te halen in samenwerking met een collega. Wanneer de klant een klein bedrag betaalt met een grotere coupure, bijvoorbeeld een bestelling van 6 euro betaalt met een biljet van vijftig euro haalt de medewerker het correcte wisselgeld ( 2x twintig euro en 4 euro) uit de kassa maar geeft deze niet direct terug maar loopt eerst naar de collega en overhandigt deze onzichtbaar de twee biljetten van twintig euro en krijgt een kleinere coupure toegestopt. Hierna komt de medewerker terug en overhandigt wisselgeld van 10 of 20 euro Als de klant het niet door heeft is de truc meteen geslaagd, bij reclameren ontstaat er een probleem. Dit kan echter niet opgelost worden door het controleren van de kassa of opvragen van eventuele videobeelden want de kassa-inhoud klopt en op de video is ook te zien dat er geld is uitgehaald maar hoeveel is nooit te onderscheiden.

Ook de omgekeerde truc bestaat: de klant beweert ten onrechte voor te weinig gegeven geld wisselgeld te hebben ontvangen. Deze wordt uitgevoerd bij drukke rijenkassa's of op een drukke marktsituatie. Dan is de kassamedewerker of marktkoopman het slachtoffer en niet de klant. De oplichter maakt hierbij ook vaak gebruik van een medeplichtige die een stukje er naast staat en ongevraagd doend alsof deze een onbekende is bij hoog en bij laag beweert dat de klant inderdaad meer geld heeft gegeven. Deze truc heeft er toe geleid dat diverse bedrijven tegenwoordig een rechtopstaande bankbiljettenhouder op de kassa hebben geplaatst zodat voor klant en kassamedewerker helder is voor welk bedrag er aan wisselgeld dient te worden teruggegeven. Pas na teruggave van het wisselgeld doet de medewerker het ontvangen biljet in de kassalade.

Straattrucs Veel oplichting vindt plaats op straat, of aan de huisdeur. Omdat een vlotte babbel hier cruciaal is, spreekt men ook van babbeltrucs. Meestal gaat het hier om kleine criminelen die hun slachtoffers voor kleinere bedragen oplichten. In toeristische gebieden zijn toeristen vaak gemakkelijke prooien. Sommige oplichters zetten zelfs kinderen in, want wie weigert nou een schattige hummel iets? Bekende trucs zijn:

Gokspelletjes op straat, zoals balletje-balletje. Uiteindelijk is er maar een winnaar en dat is de organisator, die meestal op een of andere manier vals speelt om de uitslag in zijn voordeel te manipuleren;

Wisseltrucs: De oplichter incasseert geld bij zijn slachtoffer en geeft vals geld terug. Hij doet zich bijvoorbeeld voor als een politieman die een biljet van 50 euro wil controleren op echtheid. Het nietsvermoedende slachtoffer geeft een biljet, dat de oplichter vliegensvlug omwisselt voor een vals biljet. Het valse biljet geeft hij terug met de mededeling dat het biljet "gelukkig echt" is;
De malafide geldwisselaar: Iemand biedt aan euro's of dollars tegen de lokale valuta te wisselen. Het slachtoffer wisselt tegen een zeer ongunstige wisselkoers of krijgt vals geld terug.

In landen waar net een nieuwe valuta is ingevoerd (met dezelfde naam als de oude valuta) en zowel de oude als de nieuwe valuta betaalmiddel zijn, komt het voor dat de malafide geldwisselaar beweert de "nieuwe" valuta te wisselen maar in werkelijkheid de "oude" valuta wisselt. Vaak is de "oude" valuta vele malen minder waard dan de nieuwe. Dit kwam onder andere voor toen Mexico een nieuwe peso invoerde, en veel toeristen met waardeloze oude peso's werden opgelicht;

Een andere truc: de oplichter telt de bankbiljetten terwijl hij ze in de hand ombladert. Het slachtoffer ziet niet dat er een paar dubbelgevouwen biljetten bij zijn, die dus dubbel worden geteld.

Geld voor benzine: De oplichter beweert dat hij zonder geld zit en geen benzine meer heeft voor zijn auto, en smeekt voorbijgangers om geld omdat hij anders vastzit. Varianten zijn geld voor leges vragen om een uitkering of verblijfsvergunning te krijgen, of geld voor een treinkaartje;

De malafide touroperator: De oplichter benadert toeristen voor een trip naar een bekende trekpleister. Als de toerist betaald heeft wordt een afspraak gemaakt om op een bepaalde tijd op een verzamelpunt te verschijnen. Uiteraard bestaat de hele trip niet en verdwijnen de oplichters spoorloos. Het komt wel eens voor dat een toerist de oplichter vindt: deze beweert dan dat de toerist "op de verkeerde plaats had gewacht" en dat ze "zonder hem zijn gegaan". Uiteraard krijgt hij zijn geld niet terug, want "het was immers zijn eigen schuld";

De nep-collectant: De oplichter doet zich voor als een collectant. Soms gaat hij zelfs de deuren langs. Om geloofwaardiger over te komen maakt de nep-collectant een collectebus met het logo van een stichting of goed doel, of trekt bepaalde kleding aan met dit logo. Uiteraard komt van het geld niets bij het goede doel terecht, maar verdwijnt het allemaal in de zak van de oplichter;

De nep-postbode: Een 'postbode' belt aan met een bezorging. Hiervoor moeten echter wel portokosten worden betaald. Hiervoor wordt een mobiel pinapparaat gebruikt. Contant betalen is niet mogelijk 'voor de veiligheid van de postbode'. Wanneer het slachtoffer dit apparaat gebruikt werkt dit niet, waarop de postbode beweert dat het apparaat 'kapot' is en dat hij 'morgen zal terugkomen'. Uiteraard komt de postbode niet terug, maar blijken achteraf wel kleinere of zelfs grotere bedragen van de bankrekening van het slachtoffer afgeschreven;

Malafide klusjesmannen: Een of meerdere klusjesmannen bieden op opdringerige of agressieve wijze hun diensten aan aan nietsvermoedende bewoners. Het werk is meestal slecht of onnodig en er worden hoge prijzen gerekend.

De liefhebbende kleinzoon: De oplichter belt oudere mensen op en doet zich voor als kleinzoon. Onder dit voorwendsel vraagt hij om geld, dat 'door een vriend wordt opgehaald'. Zonder dat oma het weet noemt ze vaak de naam van de kleinzoon ('Ben jij dat Casper?') waar de oplichter handig op inspeelt ('Ja, met Casper'). Vervolgens doet hij zich voor als 'vriend' die het geld komt halen. Wanneer de opa of oma lont begint te ruiken is de oplichter al verdwenen.

Diefstal aan de deur: Men trekt in teams van twee langs de deuren, en probeert zich met een verhaal naar binnen te kletsen. Terwijl de een het slachtoffer afleidt, steelt de ander kostbaarheden van het slachtoffer.

Chinese thee: Deze truc wordt met name in China beoefend. Een of twee charmante Chinese jongedames benaderen het slachtoffer (vaak een toerist), en proberen met hem in gesprek te komen "om hun Engels te oefenen". Vervolgens stellen ze voor ergens thee te gaan drinken of een maaltijd te gebruiken. De dames bestellen in rap Chinees terwijl het slachtoffer niet eens de kans krijgt de kaart te zien, maar denkt "dat dat zo gaat in China". De rekening wordt uiteindelijk aan de toerist gepresenteerd, en is uiteraard extreem hoog. De toerist betaalt en durft niet te protesteren uit angst voor een "onbeschofte Westerling" te worden versleten door zijn "nieuwe vrienden". Meestal werken de dames voor de eigenaar van het restaurant, om zo klanten binnen te halen en veel te laten betalen.

Antiek: Deze truc is vooral in Thailand gesignaleerd. De oplichter benadert een toerist en zegt dat hij weet waar voordelige Thaise antiekvoorwerpen, kunst of juwelen gekocht kunnen worden. De toerist wordt per tuktuk of auto naar meerdere winkels gebracht die allemaal gerund worden door handlangers van de oplichter. Ook worden regelmatig ontmoetingen geregisseerd met handlangers die zich als 'neutrale derden' voordoen en het verhaal van de oplichter bevestigen. De als antiek verkochte waren zijn uiteraard allemaal kitsch en waardeloos.

Valse schade claimen Soms probeert men het slachtoffer te laten geloven dat hij schade heeft aangericht om hem zo te laten betalen. De oplichter laat zich bijvoorbeeld luid kermend op straat vallen naast een achteruitrijdende auto zodat de bestuurder gelooft dat hij hem heeft aangereden. Maar voor een luttel bedrag, bijvoorbeeld 50 euro, 'zal de politie erbuiten worden gehouden'. De bestuurder, die zich uiteraard is doodgeschrokken en denkt dat het zijn schuld is, is bang voor eventuele civiele of strafrechtelijke procedures en zal betalen.

Ook komt het voor dan men opzettelijk met iets dat al kapot is tegen het slachtoffer aanloopt waarna men de doos met het voorwerp laat vallen en beweert dat het slachtoffer 'zijn kostbare vaas' heeft gebroken.

Een bijzondere vorm van het claimen van schade onder valse voorwendselen is verzekeringsfraude.

Chantage Soms chanteert de oplichter het slachtoffer. Het verschil met gewone chantage is echter dat de oplichter hier het feit waarmee hij zijn slachtoffer chanteert zelf heeft uitgelokt.

Een oplichtster kan bijvoorbeeld opzettelijk een getrouwde man verleiden tot overspel. Terwijl ze met elkaar naar bed gaan maakt een handlanger foto's, waarmee het slachtoffer uiteindelijk afgeperst wordt. Op ludieke wijze vindt deze vorm van oplichting plaats in de film Flodder, wanneer dochter Kees de buurman verleidt ("maar buurman wat doet u nu?"), waarna Johnny hem een gratis nieuwe auto kan afpersen.

Artsen kunnen in het bijzonder slachtoffer worden van dit soort oplichterij. Een jonge vrouw laat zich onderzoeken (bij voorkeur de borsten of de vagina). Na verloop van tijd probeert ze de arts te verleiden, waarna een 'boze echtgenoot' binnenstormt. De vrouw kiest uiteraard direct partij voor hem en het 'echtpaar' dreigt met (juridische) stappen. Maar als de arts een bedrag betaalt is het uiteraard vergeven en vergeten. De arts, totaal overdonderd en bang voor reputatieschade en procedures, betaalt.

Het komt voor dat slachtoffers in het kader van een oplichtingstruc worden aangezet tot illegale activiteiten. Hierdoor durft het slachtoffer niet naar de politie te stappen en hebben de oplichters een extra chantagetroef achter de hand.

Een bekend geval van oplichting door chantage was de zogenaamde Angola-zwendel in de Angola-gevangenis (Louisiana State Penitentiary). Een aantal gevangenen bleek hier via correspondentie homoseksuele mannen die nog niet 'uit de kast' waren af te persen. Ze plaatsten advertenties in homobladen, en wanneer hierop werd gereageerd werd na verloop van tijd om geld gebedeld. Indien nodig werd chantage gehanteerd door te dreigen te onthullen dat het slachtoffer homoseksueel was en stiekem met mannen correspondeerde. De advocaat van de gevangenen bleek een cruciale rol te spelen in het naar binnen en buiten brengen van correspondentie en het beheer van de offshore bankrekeningen waarop de gelden werden geïnd.

Pigeon dropDe 'pigeon drop' is een truc waarbij het slachtoffer wordt verleid de oplichter op te lichten. In feite is het precies andersom.

De oplichter kan bijvoorbeeld met een of ander voorwendsel het slachtoffer vragen wat geld van hem een paar uur lang te bewaren in een enveloppe, samen met diens eigen geld. De oplichter steelt echter het geld van het slachtoffer en geeft in plaats daarvan een lege enveloppe of een enveloppe met gewoon papier aan het slachtoffer. Het slachtoffer komt in de verleiding het geld voor zichzelf te houden en zal vluchten of niet op de afgesproken plaats komen. In werkelijkheid vlucht hij van zijn eigen geld.

Een ander voorbeeld is de truc van de 'kostbare viool'. De oplichter gaat in een duur restaurant eten. Achteraf blijkt hij echter de rekening niet te kunnen betalen en biedt aan geld te halen terwijl hij als onderpand een viool, juweel of ander artefact achterlaat. Terwijl de oplichter weg is, wordt de viool door een andere klant 'opgemerkt'. Deze klant, uiteraard een handlanger van de oplichter, is onberispelijk gekleed en beweert dat de viool een kostbaar pronkstuk is, waar hij wel € 50,000 voor overheeft. De klant laat een kaartje achter, maakt een 'afspraak' met de restauranthouder, of 'realiseert zich dat hij een afspraak heeft maar belooft snel terug te komen'. De restauranthouder ruikt winstgevende zaken en biedt bij terugkomst van de oplichter aan de viool voor bijvoorbeeld 5000 euro te kopen (met het oogmerk hem door te verkopen met winst). De eigenaar koopt echter een gewone waardeloze viool en de oplichters hebben 5000 euro verdiend.

Oplichterij rond loterijen en belspelletjesDe oplichter benadert het slachtoffer met een lot met een winnend nummer. Hij kan helaas de prijs niet zelf innen om een of andere reden, maar hij biedt aan het voor bijvoorbeeld de helft van de prijs aan het slachtoffer te verkopen. Het lot is echter vervalst en waardeloos. De oplichter heeft het slachtoffer voor veel geld opgelicht, en het slachtoffer wordt zelf geconfronteerd met een strafvervolging wegens het proberen te incasseren van de prijs met een vals lot. Deze truc kwam voor in de film Matchstick Men. Een variant is in Las Vegas gesignaleerd: de oplichter vraagt het slachtoffer een aantal fiches te verzilveren. Dat kan hij zelf niet want het betreffende casino heeft hem op beschuldiging van valsspelen verwijderd. Als verzekering dat het slachtoffer het geld daadwerkelijk terugbrengt vraagt de oplichter om een waardevol juweel of een geldbedrag. Wanneer het slachtoffer ontdekt dat de fiches geweigerd worden door het casino is de oplichter verdwenen.

Een andere variant van fraude met betrekking tot loterijen is een vorm van Nigeriaanse oplichting, waarbij het slachtoffer wordt wijsgemaakt dat hij een prijs heeft gewonnen. Om nu de prijs daadwerkelijk te kunnen innen, moet hij eerst wat onkosten vergoeden. De prijs komt niet, maar de oplichters blijven 'onkosten' vragen, tot het slachtoffer afhaakt.

In andere gevallen blijkt dat aan de 'prijs' zelf een prijskaartje hangt: de 'winnaar' moet bijvoorbeeld een fors bedrag bijbetalen of bijbehorende artikelen kopen. Uiteindelijk blijkt dat het slechts een vermomde en veel te duur betaalde koop betreft.

Ook echte loterijen en belspelletjes kunnen praktijken hanteren die niet door de beugel kunnen. Zo is het voorgekomen dat met de antwoorden of vragen gesjoemeld werd. Daarbij kennen veel malafide belspellen en loterijen helemaal geen winnaar, of is de 'winnaar' een fictief persoon of medewerker van de loterij of het spel.

De mijn opsierenTijdens de Goldrush kwam het voor dat oplichters een waardeloze mijn kochten, en hier vervolgens stofgoud in verspreidden. Dit gebeurde meestal door stofgoud in geweerpatronen te verwerken en met een geweer die patronen in de mijn te schieten. Vervolgens werd de mijn of de aandelen in het waardeloze mijnbedrijf te koop aangeboden voor een hoge prijs onder het voorwendsel dat er goud te vinden was. Wanneer iemand te mijn ging bezichtigen konden de oplichters 'bewijzen' dat er goud te vinden was door te delven op de plaats waar geschoten was en in het opgedolven erts 'goud aan te tonen'. De oplichters verkochten hierdoor de mijn met een fabelachtige winst. Deze truc wordt beschreven in het Lucky Luke stripverhaal De spookstad.

Malafide telefoonlijnenSommige bedrijven die betaalde telefoonnummers exploiteren proberen mensen onder valse voorwendsels aan te zetten hun lijn te bellen. Mensen worden bijvoorbeeld op chatsites benaderd en uitgenodigd naar het nummer te bellen. Ook komt het voor dat men mensen laat geloven dat ze een prijs hebben gewonnen, en moeten ze het nummer bellen 'om de prijs te claimen'. Wie belt komt echter terecht in een labyrint van keuzemenu's en medewerkers die getraind zijn hun 'klanten' zo lang mogelijk aan de lijn te houden. Ook komt het wel eens voor dat een sms-servicer ongevraagd sms aan mensen stuurt en hen kosten in rekening brengt.

Ook kan het gebeuren dat men gebeld wordt met het verzoek een collect call te aanvaarden met als doel de gebelde na acceptatie van het gesprek door te verbinden naar een duur betaalnummer zonder dat gebelde er erg in heeft.

Oplichterij rond reizen en vakantiesSommige reisbureaus zijn geen echte reisbureaus maar oplichterspraktijken. Dit soort reisbureaus laat zich vooraf betalen voor de reis waarna de reis uiteindelijk niet doorgaat of de oplichter met de noorderzon verdwijnt. Ook komt het voor dat bedrijven of particulieren via (online) advertenties vakantiehuisjes of hotelruimte aanbieden. Het slachtoffer reserveert en betaalt, maar bij aankomst blijkt het adres niet te bestaan of weet de eigenaar van niets. Het betreft hier niet alleen de reguliere zon- en skivakanties, maar ook bijvoorbeeld pelgrimstochten naar Lourdes, Mekka of een andere bestemming.

Ripdeal Bij een ripdeal benadert de oplichter het slachtoffer voor een transactie enkel en alleen met het doel het slachtoffer ter plekke te beroven. In het criminele circuit vinden ripdeals vaak plaats in de drugshandel, waarbij een partij er met het geld én de drugs vandoor gaat.

Kunstmatig commissies genereren Daar waar op commissie- of transactiebasis gewerkt wordt kan men kunstmatig commissies genereren door te zorgen dat het feit dat de beloning genereert zich zoveel mogelijk voordoet. Een voorbeeld is een sms-provider die een 'WK service' aanbiedt en de abonnees, die verwachten slechts per wedstrijd of doelpunt een smsje te krijgen, tegen 1,50 euro per sms iedere minuut van de betreffende voetbalwedstrijd een sms tegen dit tarief stuurt. Een ander voorbeeld zijn effectenmakelaars of vermogensbeheerders die per transactie betaald worden en daarom lukraak gaan kopen en verkopen in het portfolio van hun klanten om zo commissies te genereren.

Malafide kredietverlening Malafide kredietverstrekkers benaderen personen met het aanbod een lening bij hen af te sluiten of bestaande leningen over te sluiten. Meestal hebben ze geen vergunning en benaderen ze hun potentiële klanten via cold calling en internet. Bij het aangaan van de leningen worden echter doelbewust essentiële zaken verzwegen of anders voorgesteld dan ze zijn:

De klant moet uiteindelijk op jaarbasis een hogere rente betalen dan toegestaan, of dan wat hem is voorgehouden door de kredietverstrekker;

De klant moet excessieve bijkomende kosten betalen, vaak in de vorm van verplichte (dure) bijkomende verzekeringen;
De klant moet vooraf de transactiekosten betalen en ontvangt de lening uiteindelijk niet. Dit is een variatie op zogenaamde Nigeriaanse oplichting.
Doelwit van de malafide kredietverstrekker zijn personen die geen toegang hebben tot normale vormen van krediet, bijvoorbeeld omdat ze een negatieve BKR-notering hebben.

Misleidende verkooptrucsBij misleidende verkoop wordt een klant benaderd om iets te kopen of om zich ergens toe te verplichten. Vaak blijkt achteraf dat de producten inferieur zijn, of dat de klant zich tot meer verplicht heeft dan hij oorspronkelijk dacht. Hij zit bijvoorbeeld aan een doorlopend abonnement vast terwijl de colporteur hem had verzekerd dat het slechts een eenmalige bestelling was. Aangezien misleidende verkoop vaak via de telefoon of via colporteurs plaatsvindt is het zo goed als onmogelijk te bewijzen dat de colporteur de koper heeft misleid. Dit soort bedrijven verschuilt zich bovendien achter de bewering dat ze onmogelijk kunnen nagaan wat hun colporteurs zeggen, maar dat er wel een getekend papier is "en de klant dus gewoon moet betalen". De colporteurs worden echter in de extreemste gevallen doelbewust geïnstrueerd om klanten te misleiden of zelfs voor te liegen. In Duitsland duidt men dit wel eens aan als Drücker. De colporteurs zijn zelf meestal randfiguren die op freelancebasis werken en slechts een beloning krijgen afhankelijk van het aantal klanten dat ze aanbrengen.

Om deze redenen heeft de Europese Unie regelgeving uitgevaardigd die strenge eisen stelt aan colportage. Zo moet een colportage-overeenkomst in principe aangemeld worden bij de Kamer van Koophandel, en kan de klant binnen 8 werkdagen zonder opgaaf van redenen de overeenkomst zonder verdere verplichtingen opzeggen. Tevens heeft het Europees Parlement wetgeving uitgevaardigd tegen oneerlijke handelspraktijken in het algemeen.

Piramidespelen en andere word-snel-rijk-schema's Oplichters benaderen hun slachtoffers nog wel eens met 'word-snel-rijk' programma's. Ze hebben zogezegd een nieuw financieel product of mogelijkheid gevonden waarmee hun klanten snel veel geld kunnen verdienen. De klanten investeren hun geld in het schema en raken het uiteindelijk kwijt omdat het geld dan wel wordt gebruikt om verplichtingen aan eerdere investeerders te voldoen dan wel als 'fee' of 'honorarium' in de zakken van de oplichter verdwijnt.

Piramidespelen
Een veel gebruikte wijze van oplichting is het piramidespel. Aan de deelnemers worden hoge rendementen voorgespiegeld op hun inleg. Deze rendementen worden echter betaald uit de inleg van nieuwe deelnemers, die de bestaande deelnemers zelf moeten rekruteren. Na verloop van tijd komen er te weinig nieuwkomers bij en stort de constructie in, waarbij de meeste deelnemers hun geld kwijt zijn.
Ponzifraude
Ponzifraude of een ponzischema is een variant op het piramidespel waarbij eveneens rendementen van investeerders worden echter betaald uit de inleg van nieuwe deelnemers. Het verschil met een piramidespel is dat de deelnemers niet nieuwkomers hoeven aan te brengen. Dit maakt het makkelijker de fraude te vermommen als legitiem investeringsplan.

Multi-level marketing

Dit is in principe legaal, maar in sommige gevallen heeft men in rechte geoordeeld dat het toch een piramide- of ponzi-achtige constructie betrof. Dit is meestal het geval wanneer de nadruk ligt op en aanbrengen van nieuwe deelnemers en men meer inkomsten krijgt naarmate men meer nieuwkomers heeft geworven (en deze nieuwkomers eveneens nieuwkomers hebben geworven etc.).

Franchising

Ook franchising is in principe legaal, en wordt ook beoefend door gerenommeerde bedrijven als McDonald's en Ahold. Bij misbruik van franchising worden franchisenemers echter opgezadeld met hoge kosten of verplichtingen tot het volgen van dure bijkomende cursussen bij het moederbedrijf terwijl de franchiseformule twijfelachtig is. Ook wordt vaak tot het laatste moment verzwegen of verbloemd dat de deelnemers zelfstandig ondernemer worden en niet in dienstverband treden.

Matrix

Een matrix is een variant op bovengenoemde schema's waarbij een beloning in natura in het vooruitzicht wordt gesteld, bijvoorbeeld een Ipod, auto of computer. Matrixen worden vaak vermomd als speciale 'weggeef'acties van het bedrijf.

Overige word-snel-rijk-schema's

Vaak beweert de oplichter hoog renderende participaties of investeringen in opkomende markten als de Verenigde Arabische Emiraten, China, Rusland, Bulgarije of Brazilië te verkopen, waarna een faillissement van het investeringsfonds volgt en de oplichter met het geld verdwijnt.
Rekrutering voor dit soort schema's vindt vaak plaats door middel van cold calling, direct mailing en spam, ongevraagde sms'jes, of besloten bijeenkomsten waar de psychologische druk tot een maximum wordt opgevoerd. Bij frauduleuze franchising en MLM worden de deelnemers verhalen voorgehouden over de eerste deelnemers 'die inmiddels allemaal miljonair' zijn, en worden ze bestempeld tot 'visionairs' die 'zelf hun lot bepalen' zonder 'afhankelijk te zijn van de grillen van een baas'. Ook wordt veelal niet geaarzeld gebruik te maken van vacaturesites, waar men zich richt op onervaren starters en werkzoekende studenten en de indruk wekt dat het om een betaalde 'normale' baan gaat.

De constructies worden vaak gemaskeerd als franchising, multi-level marketing, "weggeef-actie" of investeringsfonds. Ook komt het voor dat een oorspronkelijk goed bedoeld investeringsfonds evolueert tot oplichting door te hoge transactiehonoraria voor de diverse partijen, te hoge privéopnames, of doordat de organisator begint met het 'als noodoplossing' betalen van investeerders uit bijdragen van nieuwkomers, om een event of default te voorkomen.

De bekendste fraudeurs in deze categorie zijn Charles Ponzi, naar wie Ponzifraude is genoemd, en Bernard Madoff, die met zijn Ponzifraude investeerders gezamenlijk voor naar schatting 50 miljard heeft benadeeld.

Fraude Het aanpassen van documenten op een manier die niet wettig is en als doel heeft geld wit te wassen of meer financiële mogelijkheden te verkrijgen. Hieronder vallen:

Boekhoudfraude, creatief boekhouden
Identiteitsdiefstal of vervalsing van een legitimatie
Factureringsfraude
Handtekeningsvervalsing
Valsheid in geschrifte
Effectenfraude
InternetfraudeAls internetfraude kunnen de volgende acties worden gezien:

Pharming en phishing, waarbij internetgebruikers via valse websites persoonlijke informatie of inlogcodes wordt ontfutseld;
Skimmen, waarbij men andermans PIN-gegevens kopieert en misbruikt;
Man-in-the-middle-aanval;
Het rondsturen van e-mail met bijlages of links die alleen zijn te bekijken als een bepaald programma wordt gedownload. Dit programma is altijd een "backdoor" die de criminelen toegang geeft tot de computer van de gebruiker.
Nepvirussen: de internetgebruiker krijgt een pop-up te zien waarop wordt beweerd dat zijn computer geïnfecteerd is met een computervirus. Maar wanneer hij op de bijbehorende link klikt kan hij een virusscanner downloaden die het probleem verhelpt, al dan niet tegen betaling. Uiteraard is er geen virus, en is de 'virusscanner' in het beste geval waardeloos. In het slechtste geval is hij schadelijk of bevat hij een "backdoor" die criminelen toegang geeft tot de computer van de gebruiker.
Misbruik van sociaalnetwerksites. De oplichter hackt of pharmt iemands account op een netwerksite (bijvoorbeeld Facebook), waarna hij met gebruik van het account onder valse voorwendselen diens contacten vraagt geld over te maken. Hij doet zich via het account voor als een vriend, en beweert bijvoorbeeld dat hij 'vastzit' in een ver oord (bijvoorbeeld China of Nigeria), en dat hij snel een fors bedrag nodig heeft voor een vliegticket terug naar huis.

Advanced fee fraud Advanced fee fraud staat beter bekend als Nigeriaanse oplichting. Hoewel het recentelijk in de belangstelling staat als oplichting via internet is het verschijnsel veel ouder. Het slachtoffer wordt benaderd met een brief, e-mail of telefoongesprek waarin hem een groot geldbedrag wordt voorgespiegeld. De meestgebruikte voorwendsels zijn:

Een ver familielid is overleden en het slachtoffer is (mede-)erfgenaam;
Een som geld moet tijdelijk in het buitenland geparkeerd worden. Als dit op de bankrekening van het slachtoffer mag, wordt hem een groot geldbedrag beloofd;
Een bank zit met een groot geldbedrag in de maag dat naar de staat gaat als niet iemand het komt opeisen;
Het slachtoffer heeft een prijs gewonnen.
De oplichters doen zich voor als notaris, advocaat, bank, familielid of testament-executeur. Als het slachtoffer positief reageert wordt hem gevraagd om bepaalde kosten voor te schieten, zoals "leges", "advocatenhonoraria", "reiskosten", "bancaire kosten", "verzekeringskosten" et cetera. De bedragen lopen meestal in de duizenden euro's. Na betaling door het slachtoffer verdwijnen de oplichters spoorloos.

Flessentrekkerij De oplichter laat zich hier goederen of diensten aanbieden terwijl hij daar niet voor zal betalen. Het verschil met een gewone wanbetaler is dat de flessentrekker volgens een vooropgezet plan werkt. Voorbeelden zijn:

De eigenlijke flessentrekkerij; zich in een café laten vollopen en als het tijd wordt weg te gaan ruzie zoeken om zo buiten gegooid te worden en zich aan de betaling te onttrekken.
Eetpiraterij of tafelschuimerij, in een restaurant eten en vervolgens niet betalen;
Benzine tanken zonder te betalen;
Huurfraude: een woning huren zonder huur te betalen. Huurfraudeurs zetten vervolgens alle middelen en vertragingstechnieken in om de uitzetting uit te stellen. Wanneer de uitzetting niet meer tegen te houden is vertrekt de oplichter met de noorderzon. De verhuurder leidt door de gemiste huur schade en moet bovendien hoge additionele kosten maken voor advocaten en deurwaarders.
Goederen of diensten bestellen zonder te betalen.
Hustling Hustling is het zich bij een sport of spel voordoen alsof men minder vaardig of ervaren is dan men in werkelijkheid is. De term heeft zijn oorsprong in de biljartscene, maar kan toegepast worden op iedere sport of spel waarbij om geld wordt gespeeld, zoals poker. De hustler zal zich onnozel gedragen door bijvoorbeeld de keu amateuristisch te hanteren of bij poker de kaarten amateuristisch te schudden. Ook zal de speler beginnen met om kleinere bedragen te spelen en ervoor zorgen te verliezen. Wanneer de tegenstanders overmoedig worden en de inzet verhogen, zal de hustler zijn spelgedrag navenant aanpassen en met gemak grote sommen van de minder goede spelers winnen.

Valselijk voorlichten Het vals voorlichten van iemand is vaak bedoeld om veel meer te winnen dan geld alleen. Zo kunnen liefde, seks, spullen en diensten verworven worden. Valse voorlichting of voorwendselen komen vaak voor in reclame en bij telemarketing (of andere vormen van klantenwerving) om klanten op hogere kosten te jagen of duurdere producten te verkopen dan waartoe ze eigenlijk bereid zouden zijn.

Soms tracht men ook iemand onder valse voorwendselen een document te laten ondertekenen. Achteraf blijkt dit dan een overeenkomst te zijn met een betalingsverplichting voor die andere persoon.

Een ander voorbeeld zijn de zogenaamde loverboys, die doen alsof ze romantische belangstelling voor hun slachtoffer hebben teneinde hen te dwingen in de prostitutie te werken.

Vals voorlichten kan ook het aannemen van een andere / valse naam om zo geld/goederen van een persoon te krijgen zijn, of het invullen van andermans gegevens in een overeenkomst of machtiging teneinde die ander voor de kosten te laten opdraaien.

Achterhouden van informatieNaast valse voorlichting kan ook het achterhouden van informatie oplichting zijn. Deze informatie kan het product betreffen, of de verkoop- of randvoorwaarden.

Een voorbeeld van oplichting door het achterhouden van informatie is het verkopen van een horecabedrijf, waarvan de horecavergunning is ingetrokken, zonder de koper te informeren dat de vergunning niet meer geldig is. Soms kan het erg ingewikkeld zijn om te bepalen welke informatie door de verkoper had moeten worden verstrekt, wat kan leiden tot ingewikkelde rechtszaken. Wanneer grotere groepen gedupeerd worden weten de gedupeerden zich vaak te organiseren om samen een grote rechtszaak te voeren.

Wanneer de verkoper niet verplicht was om de achterhouden informatie te geven spreekt men niet van oplichting, maar van een grijs gebied. Een voorbeeld hiervan is de grijze kapitaalmarkt, met beleggingen in het buitenland met zeer hoge gegarandeerde rendementen van bijvoorbeeld 25%. Verzwegen wordt daarbij dat het rendement wordt behaald in een zeer instabiele valuta die misschien 40% in waarde kan dalen. Een ander voorbeeld, dat recentelijk door consumentenwetgeving is 'dichtgetimmerd', is oneerlijke handelspraktijken. Hierbij mankeert niets aan het product, maar wordt in veel gevallen informatie over de koop- of abonnementsvoorwaarden achtergehouden, bijvoorbeeld dat men aan een abonnement met stilzwijgende verlenging vastzit.

Meestal kan men stellen dat er sprake is van oplichting indien de verkoper de informatie bewust had achtergehouden en wist of had moeten weten dat informatie essentieel is voor de transactie, dus dat de koper met beschikking over deze informatie anders zou hebben gehandeld. Men staat hierin nog sterker wanneer men kan aantonen hier expliciet naar te hebben gevraagd. In bovengenoemd voorbeeld met de horeca-onderneming is dit duidelijk, daar de koper de onderneming niet zou hebben gekocht als hij had geweten dat de vergunning was ingetrokken.

Handel met voorkennis / voorwetenschap Met Handel met voorkennis wordt meestal het verrichten van transacties op de effectenbeurs bedoeld, met behulp van koersgevoelige informatie die (bijvoorbeeld door directe betrokkenheid bij een bedrijf) verkregen is, voordat de informatie voor andere beleggers toegankelijk is.

Handel met voorkennis is een strafbaar feit. Het feit wordt genoemd in het EU-document "Marktmisbruik 2003/6/EG". Het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake wederzijdse bijstand en de uitwisseling van informatie op het gebied van effecten, termijncontracten en opties bevat afspraken over het bestrijden van handel met voorkennis.

Waarzeggerij Het komt wel voor dat mensen, die zich als waarzegger, medium of ziener profileren, voor oplichting worden vervolgd wanneer zij goedgelovige mensen veel geld afhandig hebben gemaakt. Vaak wordt volgens het 'regenmaker' principe gehandeld: wanneer de voorspelling uitkomt wordt het toegeschreven aan de gaven van de waarzegger, en wanneer dit niet gebeurt verklaart de waarzegger dat er meer (betaalde) sessies nodig zijn.

In 2006 werd in Duitsland een waarzegster veroordeeld tot terugbetaling van de aan haar betaalde som geld, toen zij er niet in was geslaagd de geliefde van een cliënte terug te laten keren tot die cliënte.

Gezondheidsfraude Gezondheidsfraude gaat over mensen die claimen een gave of bepaalde kennis te hebben en hier geld voor vragen. Doorgaans is het resultaat of de gegeven informatie echter gering of onjuist. Voorbeelden zijn wonderdokters, kwakzalvers, handopleggers en mediums. Het is mogelijk dat iemand beweert een "gewone" arts te zijn maar dit helemaal niet is. Het komt zelfs voor dat een arts handelingen verricht waartoe hij niet bevoegd is, zoals onbevoegd opereren. Ook is het mogelijk dat men adverteert voor een 'revolutionaire nieuwe behandeling'.

Gezondheidsfraudeurs benaderen meestal kwetsbare mensen die kwalen hebben die de erkende medische stand niet heeft kunnen verhelpen. Soms gaat het zelfs om ernstige of ongeneeslijke ziektes en kwalen, zoals aids, kanker, een coma na een ongeluk, multiple sclerose, etc. De fraudeur zal telkens verklaren dat er weliswaar 'vooruitgang is geboekt', maar dat er meer 'sessies' nodig zijn. Ook hier geldt vaak het regenmakersprincipe: iedere verbetering wordt aan de kwakzalver toegeschreven, en als er geen verbetering is dan zijn er meer 'sessies' nodig.

Uiteindelijk zal resultaat uitblijven. Niet alles financieel maar ook fysiek is het slachtoffer in een aantal gevallen slechter af, omdat men zich (andere) medische hulp ontzegt of omdat de 'behandelingen' van de fraudeur zelfs regelrecht schadelijk zijn. Het slachtoffer en diens familieleden wordt valse hoop gegeven, en ze blijven dan ook gedesillusioneerd achter.

Sommige gezondheidsfraudeurs geloven geheel of ten dele oprecht dat ze ziekten en kwalen kunnen genezen of een nieuwe behandelmethode hebben 'uitgevonden'. Ze menen dat het omzeilen van de regels voor de medische stand een 'noodzakelijk kwaad' is dat een 'hoger doel' dient, dat ze het geld nodig hebben voor hun 'uitvinding' of 'onderneming', en dat de gevestigde medische stand en de wereld hen uiteindelijk wel zal erkennen. De meesten is het echter geheel of ten dele om het geld te doen.

Een van de bekendste voorbeelden van een gezondheidsfraudeur was Dr. Theodor Morell, die Adolf Hitler behandelde met een grote variëteit aan pillen, drankjes, injecties, druppels en preparaten, waarvan sommige schadelijk waren. Een in de Verenigde Staten bekend voorbeeld is Dr. John Ronald Brown die onbevoegd operaties verrichtte bij transseksuelen en in een aantal gevallen hun gezondheid serieus benadeeld heeft. Diens onbevoegde operaties hebben ten minste een persoon het leven gekost, en hij zit anno 2008 een gevangenisstraf uit.

 

Bepaalde vormen van acquisitiefraude, waarbij men onder valse voorwendselen een ondernemer een overeenkomst tegen een waardeloze tegenprestatie laat sluiten. De oplichter zal in sommige gevallen gebruik proberen te maken van de middelen die het recht biedt (incassobureau, deurwaarder, advocaat, rechtszaak) om de op zichzelf frauduleuze vordering te innen.

Malafide incasso Een incassobureau kan op meerdere manieren illegaal handelen, in de ernstigste gevallen hangt dit samen met oplichting. Zowel de achterliggende vordering als de handelwijze van het incassobureau kunnen ondeugdelijk zijn.

Inning van ondeugdelijke vorderingen vindt meestal plaats in het bredere kader van een ander soort fraude, bijvoorbeeld acquisitie- of rechtssysteemfraude. Via het incassobureau kan de debiteur geïntimideerd worden, en kan men, indien het achteraf tot een rechtszaak komt, 'aantonen' dat men 'de klant meerdere malen heeft aangemaand'. Een onrechtmatige vordering kan een legitiem tintje worden gegeven. De vorderingen zijn in dit geval niet rechtmatig tot stand gekomen (bijvoorbeeld via acquisitiefraude) of zelfs volledig uit de duim gezogen (spookfacturen). Mocht een beschuldiging van oplichting ter sprake komen, dan zal het incassobureau altijd beweren dat het slechts haar werk deed. Soms is het bureau gelieerd aan de oplichters, maar het komt voor dat het incassobureau zelf ook een rad voor ogen is gedraaid door de opdrachtgever.

Vaak wordt dit gecombineerd met onprofessionele, agressieve of zelfs illegale inningsmethoden. Dit houdt meestal in het dreigen met allerlei procedures, faillissementen en beslagen, teneinde de debiteur zodanig te intimideren dat hij zal betalen. Ronduit misleidend is het afstempelen van aanmaningsbrieven met de tekst "failliet". Wanneer een debiteur met een advocaat dreigt of een goed juridisch weerwoord heeft houden dergelijke bureaus het vaak voor gezien.

Wanneer dit ontaardt in mishandeling of diefstal is het stadium van oplichting reeds gepasseerd en is er eerder sprake van afdreiging, mishandeling of diefstal met geweld, meestal door de georganiseerde misdaad.

Het komt een enkele keer ook voor dat een incassobureau door gaat met de incassoprocedure op het moment dat de opdrachtgever te kennen heeft gegeven de procedure niet meer door te willen zetten. De opbrengst is dan geheel voor het incassobureau dat hiermee zowel de debiteur als de opdrachtgever oplicht. Ook kan het voorkomen dat het incassobureau aan de kant van de debiteur bijvoorbeeld 100% van de vordering plus incassokosten int, en vervolgens aan de opdrachtgever 75% uitbetaalt met de mededeling dat 'er niet meer inzat'. Het verschil is voor het malafide incassobureau.

Het berekenen van exorbitante incassokosten zou men eventueel ook als 'oplichting' kunnen beschouwen, hoewel strikt wettelijk niets over de hoogte van incassokosten is vastgelegd en er een grijs gebied bestaat tussen 'veel', 'te veel', 'veel te veel' en 'ongeloofwaardig'.

GodsdienstfraudeVrome fraude is het gebruiken, misbruiken of niet nauwkeurig naleven van godsdienstige regels ten behoeve van persoonlijk voordeel binnen een gemeenschap. Een voorbeeld is simonie. Een wat ouder voorbeeld uit de geschiedenis is de zogenaamde "aflaathandel", waarbij (al dan niet echte) priesters "vrijwaring" tegen de hel of het vagevuur verkochten in de vorm van aflaatcertificaten.

Daarbij komt het vaak voor dat oplichters leden van een bepaalde religieuze gemeenschap tot doelwit kiezen en zich hierbij zelf ook voordoen als leden van die gemeenschap. Men maakt hierbij gebruik van de aanname van de slachtoffers dat het bij iemand die ook christen/moslim/jood is, het 'wel goed zit'. Voorbeelden zijn malafide christelijke beleggingsinstellingen, datingscammers die op christelijke datingsites opereren, en malafide touroperators voor bedevaartsoorden als Mekka.

Romantische fraudeSommige oplichters gebruiken "loverboy"-achtige werkwijzen. Zij hebben vaak een knap uiterlijk, maar zijn bovendien en vooral sociaal zeer vaardig. Door romantische belangstelling voor het slachtoffer te veinzen maken ze hem of haar emotioneel afhankelijk. Wanneer het vertrouwen eenmaal gewonnen is en er een liefdesrelatie met het slachtoffer is, zal de oplichter proberen hem of haar geld of andere waardevolle zaken af te troggelen, bijvoorbeeld via een "lening". Na verloop van tijd lopen deze bedragen zeer hoog op, waarna de oplichter verdwijnt, zijn of haar slachtoffer achterlatend met een gebroken hart en duizenden euro's lichter.

Ook palmt de oplichter wel eens zijn of haar slachtoffers van een afstand in via contactadvertenties, datingsites, e-mail of chatboxen. Hij of zij zal dan na een aantal mailtjes een bedelbrief sturen waarin om geld wordt gevraagd. Vaak wordt een tranentrekkend motief opgevoerd: "Mijn zieke moeder heeft medicijnen nodig die ik niet kan betalen", "We worden volgende maand in de winter op straat gezet wegens een huurschuld". Bij internationaal daten doet de oplichter zich voor als een aantrekkelijk persoon dat in een ver land woont (Thailand, Brazilië, Rusland). De oplichter zal dan doen alsof hij of zij de ander wil ontmoeten, en vraagt om geld voor zaken als leges voor visa en een vliegticket. Uiteraard zal het slachtoffer vergeefs op zijn of haar date wachten.

Het gebeurt wel eens dat iemand personen op een chatsite of datingsite benadert om hem of haar naar betaalde sites te lokken. Dit gebeurt meestal onder het motto dat "op een openbare website iedereen maar kan komen" en dat je op een betaalsite "tenminste zeker weet dat de ander serieus is". Ook laten sommige nep-daters hun slachtoffers naar dure telefoonlijnen bellen waarbij men bovendien de beller zo lang mogelijk aan het lijntje houdt om de beltijd op te rekken.

Soms heeft een oplichter zelfs "relaties" met meerdere slachtoffers. Dit soort oplichters wordt in Angelsaksische landen ook wel aangeduid als "sweetheart swindlers".

Vermomming Sommige oplichters vermommen zich als publieke functionaris. Met name een vermomming als politieman is populair omdat de politie vergaande bevoegdheden heeft en mensen geneigd zijn iemand in politie-uniform te geloven en te gehoorzamen. Op deze manier kan men een 'boete' claimen, of iemand zover krijgen dat hij of zij de oplichter volgt naar een afgelegen plaats, of de oplichter in huis binnenlaat. Andere voorbeelden zijn de eerder genoemde vermommingen als collectant of als postbode.

Het slachtoffer kan eisen dat de politieman zich legitimeert, maar het probleem is dat hij niet weet hoe het legitimatiebewijs van een agent eruitziet.

Lijst Vaak is het lonend om dezelfde persoon meerdere malen te benaderen, met hetzelfde of een ander verhaal. Als hij immers een keer heeft betaald zal hij het vast nog een keer doen. Oplichters houden soms lijsten bij van personen die een of meerdere malen door hen zijn opgelicht. Ze kunnen dan meerdere malen als 'melkkoe' worden gebruikt. Met name bij acquisitiefraude en Nigeriaanse oplichting komt dit voor. In het Engels spreekt men wel van een 'sucker list' (sukkellijst).

Bekende affaires waarvan de oplichting bewezen is[bewerken] InternationaalFrank William Abignale jr. - veelvoudig vervalser van cheques in de VS en Europa. Zijn leven werd verfilmd in de film "Catch Me If You Can" (2002) door Steven Spielberg.
Soapy Smith -legendarisch oplichter uit het Amerikaanse Wilde Westen. Hij was zelfs onderwerp van een Lucky Lukestripalbum.
Charles Ponzi -lichtte duizenden mensen op met zijn "piramidespelen".
Graaf Victor Lustig verkocht machines die biljetten van 100 dollar zou printen, maar in werkelijkheid slechts enkele bankbiljetten uitspuugde die Lustig er van tevoren in had gestopt. Klanten betaalden grif duizenden dollars voor het 'wonderapparaat'. In 1925 verkocht hij de Eiffeltoren voor een miljoenenbedrag, maar werd bij de tweede verkooppoging gearresteerd.
Allen Stanford
Bernard Madoff
Delmart Vreeland
Jérôme Kerviel
Nick Leeson - lichtte in 1995 de Barings Bank op.
Louis Auzoux - Frans wetenschapper die zijn bewijsmateriaal zelf fabriceerde
Milli Vanilli - Popgroep waarvan de leden enkel playbackten en de zang door andere mensen werd vertolkt. Toen hun bedrog in 1990 uitkwam werd dit een groot schandaal.
Cecil Jacobson - Arts die tientallen koppels oplichtte door zijn eigen sperma te gebruiken voor de kunstmatige inseminatie van hun kinderen.
Eduardo de Valfierno - stal in 1911 de Mona Lisa zodat hij aan rijke kunstverzamelaars waardeloze kopieën kon verkopen die dachten dat ze het origineel van hem kochten.
Het Dagboek van Hitler
De Piltdown Man
De Cottingley Fairies - Drie Britse zusjes die in 1911 beweerden authentieke foto's van elfjes te hebben gemaakt. Hun verhaal en foto's hielden decennialang mensen voor de gek, zelfs schrijver Arthur Conan Doyle. Tijdens de jaren '80 bekenden de nog overlevende meisjes dat ze het hele verhaal verzonnen hadden en de elfjes op de foto uitgeknipte papieren figuren waren.
Orson Welles' hoorspelversie van War of the Worlds deed in 1938 miljoenen Amerikanen geloven dat er Marsmannetjes geland waren en zorgde voor een massahysterie die Welles wereldberoemd maakte.
Een RTBF-uitzending over de onafhankelijkheid van Vlaanderen zorgde in 2006 voor massahysterie in Wallonië. De hele uitzending bleek echter vals te zijn.
[bewerken] NederlandWillem Pince van der Aa - verkocht waardeloze familiestambomen in diverse landen
Ari Olivier alias "Heer Olivier" - wordt verantwoordelijk geacht voor oplichting voor een totaal bedrag van circa € 450 miljoen.
Han van Meegeren - meestervervalser van schilderijen van onder meer Johannes Vermeer
René van den Berg
[bewerken] BelgiëDaisy Ragole - vaak de meest succesrijke fraudeur en oplichter van België genoemd
Jean-Pierre Van Rossem - vergaarde een kapitaal met 'Moneytron', een bedrijf dat een systeem had waarmee men beurskoersen zou kunnen voorspellen.
William Vandergucht - lichtte een verzekeringsmaatschappij en een bank op en verdween vervolgens spoorloos met 75 miljoen Belgische frank.


Hof van Beroep te Antwerpen, 10e Kamer – 19 september 2012, RW 2013-2014, 109, met noot

Samenvatting

Wie een winkel binnestapt, nieuwe kleren in de winkel aantrekt, de oude achterlaat, belooft terug te komen om te betalen en niet betaalt begaat het misdrijf oplichting

Tekst arrest

Openbaar ministerie t/ K.H.

...

Hetzelfde feit werd vervolgd onder twee verschillende misdrijfomschrijvingen: oplichting (A) en diefstal (B). De misdrijfomschrijving vermeld onder tenlastelegging A is de juiste.

Opdat er sprake zou kunnen zijn van diefstal, is vereist dat er een wegneming was tegen de wil van de eigenaar.

In deze zaak was dit niet het geval. Beklaagde stond in de handelszaak bekend als een vaste klant. Zij paste het trainingspak van het merk B.B., liet verstaan dat zij het wilde kopen, waarna de winkelbediende, op verzoek van beklaagde, toestond dat ze het trainingspak aanhield. De winkelbediende verwijderde het aan het kledingstuk bevestigde alarm. Aan de kassa wendde beklaagde voor dat zij haar portefeuille vergeten was en zij verliet de winkel, het trainingspak nog steeds aanhoudend, voorwendend dat zij later zou terugkomen om te betalen, dit alles met toestemming van de winkelbediende, die op dat ogenblik ten overstaan van beklaagde, de eigenaar vertegenwoordigde.

Gelet op de eerdere veroordeling wegens soortgelijke feiten en de persoonlijkheid van beklaagde, zoals deze blijkt uit het verslag van dr. V., neemt het hof met zekerheid aan dat het van meet af aan de bedoeling was van beklaagde het trainingspak mee te nemen zonder te betalen en het ook nooit te betalen.

Het hof neemt tevens aan dat beklaagde, die na het verlaten van de handelszaak niet meer opdaagde, het trainingspak enkel en alleen meekreeg omdat zij een vaste klant was en omdat zij haar oude kledij achterliet waardoor de winkelbediende er kon van uitgaan dat beklaagde zou terugkeren om het gekochte trainingspak te betalen.

Het achterlaten van de oude kledij maakte een listige kunstgreep uit die determinerend was voor de afgifte van het trainingspak, en die afgifte gebeurde op het ogenblik dat de beklaagde, met toestemming van de winkelbediende, de handelszaak verliet. Voorafgaandelijk aan dit ogenblik was het trainingspak immers nog altijd in het bezit van de eigenaar, die daarover nog alle zeggenschap had. Het feit dat de eigenaar, bij monde van de winkelbediende, toestond dat beklaagde het trainingspak aantrok, deed daaraan geen afbreuk.

Gelet op het bovenstaande is de schuld van beklaagde aan het haar ten laste gelegde feit, omschreven als oplichting, bewezen gebleven. Ter terechtzitting van 4 september 2012 betwistte beklaagde haar schuld niet.

 

Franse term: 
escroquerie
Nuttige tips: 

Een oplichter gebruikt de menselijke zwakheden, ijdelheid, oneerlijkheid, slordigheid of hebzucht, goedgelovigheid, medelijden, onwetendheid, eenzaamheid, drift, machtdrang of verliefdheid.

Een opliochter zoekt zwakke plekken in een organisatie, in de menselijke persoon. Hij heeft feeling voor de zwakste schakel. Hij is in de regel charment en straalt zelfvertrouwen en vertrouwen uit. Zijn voorkomen is voortreffelijk en hij straalt weelde en geluk uit. Hij doet zich voor als een ideaal, iemand die men wil volgen en wil geloven.

Sommige slachtoffers blijven geloven in de droom die hen door de oplichter is voorgespiegeld, ook tegen beter weten in. Soms gelooft zelfs de oplichter (ten dele) in zijn eigen verhalen, zoals bij de geestesziekte pseudologia fantastica. Charles Ponzi geloofde bijvoorbeeld dat zijn Ponzifraude slechts een tijdelijke oplossing was, en dat hij uiteindelijk met een mega-investering al het geld voor zijn investeerders zou terugverdienen. Veel gezondheidsfraudeurs vergoelijken hun daden op een vergelijkbare manier: 'Eens zal hun revolutionaire behandelmethode aanslaan en zal de medische stand hen erkennen'. Hoewel het de meeste oplichters uiteraard puur om financieel voordeel te doen is, kan een pseudologia fantastica-patiënt extra overtuigend overkomen, nou juist omdat hij in zijn eigen fantasie gelooft.

De oplichter is meestal sociaal vaardig, heeft zijn plan al van tevoren bedacht, en vaak ook tientallen tot honderden keren uitgevoerd. Meestal wordt gebruikgemaakt van snelheid en psychologische druk, zodat het slachtoffer niet de kans krijgt na te denken of adequaat te reageren. Het slachtoffer krijgt deze kans maar een keer in zijn leven, het is nu of nooit en er moet dus direct een beslissing genomen worden. In de meeste oplichtingsplannen is snelheid cruciaal.

Soms maken oplichters gebruik van "lokvogels": handlangers die zich als "neutrale derden" voordoen. Op deze manier worden de slachtoffers ervan overtuigd dat ze er echt baat bij hebben met de oplichter in zee te gaan. Op bijeenkomsten voor het werven van nieuwe deelnemers voor piramidespelen kunnen zich bijvoorbeeld handlangers in het publiek bevinden die de mensen vertellen dat 'zoveel verdiend hebben'. Zij zullen dan ook de eersten zijn die weigeraars tot 'losers' bestempelen. Hierbij wordt tevens gebruikgemaakt van massapsychologie: in de groep ontstaat een zekere groepsdruk om mee te doen.

Hiervan kan ook gebruikgemaakt worden bij penetratie van vrienden- en kennissennetwerken. Hierin ligt een deel van de kracht van het piramidespel: de deelnemer wordt er door een kennis,(goede) vriend of familielid bij betrokken. Als die goede vriend ook meedoet, wordt sneller verondersteld 'dat het wel goed zal zitten'.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: za, 05/03/2016 - 12:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.