-A +A

Onderhoudsplicht van de niet-gehuwde meemoeder.

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De ex-meemoeder heeft geen onderhoudsplicht ten aanzien van het kind dat in een gezamenlijk ouderschapsproject is geboren op basis van artikel 203 ev. BW, artikel 356-1 BW of artikel 353-14 BW.

Wij gaan hier wel uit van een meemoeder die niet gehuwd was met de biologische moeder en ook het kind niet geadopteerd heeft.

Artikel 3.1 en artikel 3.2 IVRK zijn evenmin een bron om een onderhoudsverplichting op te leggen aan de meemoeder.

De ex-mee-moeder die niet gehuwd was met de biologische moeder en het kind ook niet geadopteerd heeft, kan wel een natuurlijke verbintenis zijn aangegaan door op een permanente wijze mee in te staan voor de opvoeding en het onderhoud van het kind en door permanent bedragen te storten.

Maar een mee-moederschap op zich schept geen natuurlijke verbintenis.

Doch heeft de ex-mee-moeder er belang bij om mee in te staan voor het onderhoud en de opvoeding van het kind al was het maar ter veiligheidstelling van het omgangsrecht op basis van artikel 375 bis BW en teneinde eventueel op termijn toch de adoptieprocedure te kunnen inzetten aangezien bij een weigering tot adoptie deze na arrest van het Grondwettelijk Hof zou kunnen gecounterd worden indien het bewijs kan worden geleverd dat de ex-meemoeder heeft mee ingestaan voor het onderhoud van het kind.

Rechtsleer:

Paul Borghs, Geen onderhoudsplicht voor meemoeder, De juristenkrant, 10 oktober 2012, 6, bespreking  rb. Hasselt 19 december 2011

Rechtspraak:

• Rb. Hasselt 19 december 2011, NjW 2013, nr. 282, 413.

Tussen een lesbische meemoeder en het kind van haar (ex-)echtgenote dat door haar niet werd geadopteerd bestaat geen rechtstreekse onderhoudsplicht.

Tegen de meemoeder zou een vordering kunnen gesteld worden op basis van een natuurlijke verbintenis die omgezet zou zijn in een juridisch afdwingbare verplichting, mits alle voorwaarden hiertoe vervuld zijn. Eén van deze te vervullen voorwaarden is de vrijwillige uitvoering door de schuldenaar. Deze zou kunnen bestaan uit een (schrifftelijke) belofte van de meemoeder mee in te staan voor het levensonderhoud van het kind. Wanneer de meemoeder tijdens haar huwelijk met bijgedragen heeft in de lasten van het huwelijk, en dus per definitie met inbegrip van de lasten van de niet-gemeenschappelijke kinderen), dan kadert dit in haar hulp- en bijdrageplicht als echtgenote (art. 221-222 BW).

Wanneer deze bijdrage niet voortgezet wordt na het beëindigen van het huwelijk (zoals in het plerumque fit) vormt deze hulp en bijstand staande en gedurende het huwelijk geen bewijs van een vrijwillige uitvoering van een natuurlijke verbintenis als meemoeder om in te staan voor het levensonderhoud van het kind, los van de bijdrage en hulpverlening tijdens het huwelijk.

De rechter wees dan ook de eis tot betaling van onderhoudsgeld voor het kind uitgaande van de juridische moeder tegen de meemoeder af, wegens gebrek aan het bewijs van een belofte dan wel een vrijwillige uitvoering van een eventuele natuurlijke verbintenis van de meemoeder. Dit vonnis bevestigde aldus in graad van beroep het vonnis van het vredegerecht te Neerpelt- Lommel.

Rb. Hasselt 19 december 2011, NjW 2013, nr. 282, 413.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 05/10/2014 - 12:06
Laatst aangepast op: za, 12/08/2017 - 13:05

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.