-A +A

Notariële akte en absoluut bewijs

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De authentieke akte levert tussen de contracterende partijen en hun erfgenamen of de rechtverkrijgenden een volledig bewijs op van de overeenkomst die erin is vervat (artikel 1319, lid 1 B.W.). Enkel de authentieke vermeldingen in een authentieke akte gelden behoudens een welslagen van een procedure tot betichting van valsheid, als volledig bewijs

Authentieke vermeldingen zijn die vermeldingen die de openbare ambtenaar, die de akte opmaakt, moet of kan verifiëren of van hem of haar afkomstig zijn (Cass., 19 oktober 1939, Pas., 1939,1427). De rechtshandeling die in de akte vermeld staat, zijnde bv. de schenking, de lening, de verkoop is aldus een onbetwistbare handeling wanneer zij notarieel werd verleden.

Uittreksel uit het burgerlijk wetboek

Art. 1319. De authentieke akte levert tussen de contracterende partijen en hun erfgenamen of rechtverkrijgenden een volledig bewijs op van de overeenkomst die erin is vervat.

Echter wordt, in geval van betichting van valsheid als hoofdvordering, de uitvoering van de akte die men beweert vals te zijn, door de inbeschuldigingstelling geschorst; en, in geval van betichting van valsheid, kunnen de rechtbanken, naar gelang van de omstandigheden, de uitvoering van de akte voorlopig schorsen.

Art. 1320. De akte, zij het een authentieke of een onderhandse, levert tussen partijen bewijs op, zelfs van hetgeen daarin slechts bij wijze van vermelding wordt uitgedrukt, mits de vermelding rechtstreeks verband houdt met de beschikking. Vermeldingen buiten verband met de beschikking kunnen alleen dienen tot begin van bewijs.

 

Uittreksel uit het burgerlijk wetboek:

§ I. DE AUTHENTIEKE TITEL.

Art. 1317. Een authentieke akte is een akte die in de wettelijke vorm is verleden voor openbare ambtenaren die daartoe bevoegd zijn ter plaatse waar zij is opgemaakt.
(Ze mag op elke informatiedrager geplaatst worden, mits ze opgemaakt en bewaard wordt onder de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde voorwaarden.) <W 2003-03-11/32, art. 28, 011; Inwerkingtreding : 27-03-2003>

Art. 1318. Een akte die, uit hoofde van onbevoegdheid of onbekwaamheid van de ambtenaar of uit hoofde van een gebrek in de vorm, geen authentieke akte is, geldt als onderhands geschrift, indien zij door de partijen ondertekend is.

Art. 1319. De authentieke akte levert tussen de contracterende partijen en hun erfgenamen of rechtverkrijgenden een volledig bewijs op van de overeenkomst die erin is vervat.

Echter wordt, in geval van betichting van valsheid als hoofdvordering, de uitvoering van de akte die men beweert vals te zijn, door de inbeschuldigingstelling geschorst; en, in geval van betichting van valsheid (...), kunnen de rechtbanken, naar gelang van de omstandigheden, de uitvoering van de akte voorlopig schorsen. <W 10-10-1967, art. 103>

Art. 1320. De akte, zij het een authentieke of een onderhandse, levert tussen partijen bewijs op, zelfs van hetgeen daarin slechts bij wijze van vermelding wordt uitgedrukt, mits de vermelding rechtstreeks verband houdt met de beschikking. Vermeldingen buiten verband met de beschikking kunnen alleen dienen tot begin van bewijs.

Art. 1321. Tegenbrieven kunnen enkel tussen de contracterende partijen gevolg hebben; zij werken niet tegen derden.

Art. 1347. De hiervoor bepaalde regels lijden uitzondering, wanneer er een begin van bewijs door geschrift aanwezig is.
Men noemt begin van bewijs door geschrift elke geschreven akte die uitgegaan is van degene tegen wie de vordering wordt ingesteld, of van de persoon door hem vertegenwoordigd, en waardoor het beweerde feit waarschijnlijk wordt gemaakt.
 

Nog dit: 

• Hof van Beroep Gent, 8 oktober 2012, NJW, 2013/660, met noot

M.H.,[ ... ] appellante, [ ... ]

tegen

1. Torla N.V., [ ... ] 2.G.P., [ ... ]

lste en 2e geïntimeerde, [ ... ]

3.G.Q.,[ ... ]

3de geïntimeerde,

[ ... ]

12. De bewijslast van de eigendom van 165 aandelen in de nv Torla berust bij mevrouw M.H. (artikel 870 Ger. Wb.). Ondanks de uitgebreide argumentatie van mevrouw M.H. laten de stukken van de dossiers niet toe te besluiten dat mevrouw M.H. eigenaar is van 165 aandelen in de nv Torla.

Het bewijs dat zij er ooit eigenaar van geweest is staat evenmin vast.

Het enige element in het geheel van de zaak waarop mevrouw M.H. zich steunt om haar statuut van eigenaar van de aandelen te bewijzen, vormt de notariële akte met de buitengewone algemene vergadering van 20 april 2004.

De authentieke akte levert tussen de contracterende partijen en hun erfgenamen of de rechtverkrijgenden een volledig bewijs op van de overeenkomst die erin is vervat (artikel 1319, lid 1 B.W.). Enkel de authentieke vermeldingen in een authentieke akte gelden behoudens een welslagen van een procedure tot betichting van valsheid, als volledig bewijs

Authentieke vermeldingen zijn die vermeldingen die de openbare ambtenaar, die de akte opmaakt, moet of kan verifiëren of van hem of haar afkomstig zijn (Cass., 19 oktober 1939, Pas., 1939,1427). De notaris verklaart in de akte van 20 april 2004 onder de categorie "aandeelhouders" dat mevrouw M.H. "aanwezig" is met 165 aandelen.

Tot de authentieke vermeldingen behoort dat mevrouw M.H. aanwezig was met 165 aandelen. De notaris diende te verifiëren dat er papieren aandelen waren en hoeveel er waren. Er is geen inschrijving wegens valsheid genomen tegen deze delen van de authentieke akte. Er is zelfs niet betwist dat mevrouw M.H. met 165 aandelen is verschenen.

Dat zij ook eigenaar is van de aandelen waarmee zij verschenen is, kan niet zonder meer afgeleid worden uit de notariële akte van 20 april 2004 en met name uit de vermelding "aandeelhouders". Voor een buitengewone algemene vergadering van de nv Torla volstaat het dat de notaris vaststelt wie zich aanbiedt met hoeveel aandelen. Hij dient niet na te gaan in welke hoedanigheid de persoon verschijnt, die de aandelen toont. Een lid van de algemene vergadering kan zich aanmelden als eigenaar, maar ook bijvoorbeeld als bewaarnemer of lasthebber. Dit moet niet vermeld worden.

Uit het feit dat mevrouw M.H. verschenen is met 165 aandelen kan derhalve hooguit een vermoeden worden afgeleid dat zij eigenaar is van die aandelen. Het is evenwel geen vaststaand en onbetwistbaar gegeven. Het is geen feit dat geldt tot het bewijs van valsheid.

13. De volgende zwaarwichtige en overeenstemmende gegevens vormen een voldoende weerlegging van het vermoeden dat uit de notariële akte van 20 april 2004 zou kunnen afgeleid worden:

Mevrouw M.H. zegt niet hoe zij die aandelen waarmee zij verscheen, verkregen heeft. In de historiek van het aandeelhouderschap die de nv Torla bijbrengt, wordt mevrouw M.H. op geen enkel ogenblik genoemd. Mevrouw M.H. betwist die historiek niet.

De heer G.P. en mevrouw M.H. waren gehuwd onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen. De 663, minstens de 653 aandelen, waarvan de heer G.P. ten andere al eigenaar was op het ogenblik dat hij met mevrouw M.H. huwde, vielen niet in de huwgemeenschap.

De vennootschap was een familievennootschap en zij bestond reeds verschillende decennia voor dit huwelijk gesloten werd. Ook de kapitaalsverhoging van 1990 werd doorgevoerd voor het huwelijk.

Voor en na de ene buitengewone algemene vergadering van 20 april 2004 is mevrouw M.H. nooit verschenen met aandelen op een algemene vergadering.

De dossiers bevatten geen enkel element waaruit het eigendomsrecht van mevrouw M.H. ondubbelzinning moet afgeleid worden.

14. Opdat het bezit als titel zou kunnen gelden (artikel 2279 B.W.) moeten de voorwaarden van artikel 2228-2229 B.W. vervuld zijn (Cass., 18 juni 1834, Pas., I, 268). Dit is hier niet het geval. Het bezit was dubbelzinnig. Het maakt in het geheel van alle voorgelegde feiten in deze zaak, waaronder de algemene vergadering van 20 april 2004, veel meer een daad van eenvoudig gedogen dan van eigendom uit.

Alle hiervoor (in randnummer 13) genoemde elementen van de zaak wijzen erop dat mevrouw M.H. in april 2004 de aandelen bezat voor de heer G.P. Zij was houder en trad niet op als eigenaar.

Het bezit was ook niet openbaar. Hieruit volgt dat mevrouw M.H. dus wel haar eigendomsrecht verder dient te bewijzen, bewijs waar zij evenwel niet in slaagt.

15. De ondertekening van de notariële akte door de heer G.P. van 20 april 2004 vormt geen buitengerechtelijke bekentenis van het beweerde eigendomsrecht. Het vermoeden van eigendom werd hiervoor weerlegd.

Door de akte te tekenen is er enkel erkend dat mevrouw M.H. met 165 aandelen verschenen is en dat zij op dat

ogenblik houder was, zonder dat daaruit de hoedanigheid van eigenaar moet afgeleid worden. Zij zou kunnen als lasthebber opgetreden zijn. Zolang hiervan alle (fiscale en andere) gevolgen consequent gedragen worden, vormt dit geen probleem.

Of er al dan niet betwisting was bij het uitbrengen van de stem die aan elk aandeel verbonden was, is niet relevant.

16. Doordat de hoedanigheid van eigenaar niet vast staat, is het niet relevant of er nadien al dan niet na 2004 aandelen zouden overgedragen zijn met miskenning van de gewijzigde statuten.

17. De vordering tot vaststelling van het eigendomsrecht is op grond van het voorgaande toelaatbaar, maar ongegrond. Het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd.

18. Nu alle overige vorderingen van mevrouw M.H. gesteund zijn op haar verworpen vordering te horen zeggen dat zij eigenaar 'gebleven' is van de aandelen en zij geen bewezen eigenaar is, zijn die overige vorderingen ontoelaatbaar bij gebrek aan belang. Dit onderdeel van het bestreden vonnis wordt bevestigd.

19. Alle overige middelen en argumenten van de partijen worden niet verder beantwoord, nu zij niet relevant zijn, gelet op wat hiervoor besproken en beslist werd.

[ ... ]

OM DEZE REDENEN, HET HOF,

verklaart het hoger principaal en de incidentele beroepen toelaatbaar, maar enkel het principaal hoger beroep gegrond in de volgende mate; verwerpt de exceptie van nietigheid van de syntheseconclusie in hoger beroep van appellante;

bevestigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het de vordering te horen zeggen voor recht dat mevrouw M.H. eigenaar (gebleven) is van 165 aandelen in de nv Torla ontoelaatbaar verklaarde;

doet beperkt opnieuw recht; verklaart enkel de vordering te horen zeggen voor recht dat mevrouw M.H. eigenaar gebleven is en dus vandaag nog is van 165 aandelen in de nv Torla toelaatbaar, maar ongegrond;

verklaart voor zoveel als nog nodig alle overige vorderingen ontoelaatbaar;

verklaart de incidentele hogere beroepen ongegrond;

[ ... ]

Noot:

Ann Vanderheghen, Overdracht aandeelhouderschap, NJW 2013/287, 661

Commentaar: 

De uitzonderingen

art. 1341 BW geldt niet in handelszaken:

Art. 1341. BW: Een akte voor een notaris of een onderhandse akte moet worden opgemaakt van alle zaken die de som of de waarde van (375 EUR) te boven gaan, zelfs betreffende vrijwillige bewaargevingen; het bewijs door getuigen wordt niet toegelaten tegen en boven de inhoud van de akten, en evenmin omtrent hetgeen men zou beweren voor, tijdens of sinds het opmaken te zijn gezegd, al betreft het ook een som of een waarde van minder dan (375 EUR).) <W 10-12-1990, art. 1> <KB 2000-07-20/58, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Een en ander onverminderd hetgeen wordt voorgeschreven in de wetten betreffende de koophandel.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 09/11/2016 - 12:19
Laatst aangepast op: wo, 09/11/2016 - 12:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.