-A +A

Ministerieplicht van de gerechtsdeurwaarder

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een gerechtsdeurwaarder mag zijn ambt niet weigeren. Hij is verplicht zijn ambt uit te oefenen telkens als hij erom wordt verzocht en voor ieder die erom verzoekt.

Niettegenstaande de ministerieplicht niet impliceert dat de gerechtsdeurwaarder slaafs alle opdrachten in alle omstandigheden moet uitvoeren , is het niet de taak van de gerechtsdeurwaarder om op eigen gezag een standpunt in te nemen in een controverse binnen rechtspraak en rechtsleer. De gerechtsdeurwaarder dient zich bv. te onthouden van een beoordeling van de rechtmatigheid van het beslag.

zie Rechtbank van Koophandel te Dendermonde, 12 september 2013, RW 2014-2015, 1314

BVBA C. & Co t/ I.D. en K.S.

...

1. Eiseres beschikt over een uitvoerbare titel ten aanzien van de VOF.

Het wordt niet betwist dat de beide verweerders (nog altijd) vennoten zijn in deze VOF. Eventuele afspraken tussen de vennoten in het raam van hun echtscheiding met onderlinge toestemming zijn aan eiseres als zodanig niet tegenwerpelijk op grond van art. 1165 BW (relativiteitsbeginsel inzake contracten).

Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie is de hoofdelijk aansprakelijke vennoot van de VOF zodanig gelijk te stellen met de vennootschap zelf dat een uitvoerbare titel ten laste van de vennootschap wordt verondersteld vanzelf ook te gelden voor de vennoot, zonder dat dit zelfs uitdrukkelijk in de titel zelf moet worden vermeld (Cass. 22 november 2007, TFR 2008, 356). Deze grote mate van vereenzelviging tussen vennoot en vennootschap werd, wat betreft de VOF, reeds eerder aangenomen (zie o.a.: Cass. 17 juni 1976, RW 1976-77, 2141; Cass. 15 december 1938, Pas. 1938, I, 383).

De rechtbank heeft ambtshalve de vraag in het debat gebracht of de titel waarover eiseres reeds beschikt, ook geldt als uitvoerbare titel ten aanzien van de beide verweerders in onderhavige procedure.

Er dient, naar het oordeel van de rechtbank, geen onderscheid te worden gemaakt tussen fiscale schulden of andere schulden van de VOF.

In beginsel gaat de hierboven vermelde cassatierechtspraak dan ook op voor onderhavig geval.

2. Eiseres meent haar belang minstens te kunnen putten uit het gegeven dat de gerechtsdeurwaarder weigert het vonnis in kwestie uit te voeren ten aanzien van de vennoten.

De vraag buiten beschouwing latend of het belang van eiseres gemotiveerd kan worden aan de hand van gegevens die na het tijdstip van dagvaarding te situeren zijn, zij ter zake opgemerkt had dat op een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht rust op grond van art. 517 Ger.W. Op de gerechtsdeurwaarder rust bijgevolg een principieel verbod tot ambtsweigering. Deze verplichting tot het verlenen van het ambt raakt de openbare orde.

Niettegenstaande de ministerieplicht niet impliceert dat de gerechtsdeurwaarder slaafs alle opdrachten in alle omstandigheden moet uitvoeren (om reden dat hij rekening moet houden met de wettelijke voorschriften: zie o.a.: A. Verbeke, De gerechtsdeurwaarder in Europa: de keuze voor de toekomst, Nationale kamer van Gerechtsdeurwaarders (ed.), Antwerpen, Intersentia, 2001, p. 97, nr. 45), zij opgemerkt dat het niet de taak van de gerechtsdeurwaarder is om op eigen gezag een standpunt in te nemen in een controverse binnen rechtspraak en rechtsleer. De gerechtsdeurwaarder dient zich bv. te onthouden van een beoordeling van de rechtmatigheid van het beslag (P. Depuydt, De aansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarder, Brussel, Larcier, 2009, p. 132-133, nrs. 143-144).

Uit niets blijkt dat eiseres de aangezochte gerechtsdeurwaarder gewezen heeft op voornoemde plicht.

Voorts zij opgemerkt dat deze gerechtsdeurwaarder bezwaarlijk kan fungeren als spreekbuis van zijn collega’s. Niet alleen zijn deze collega’s niet nominatim aangeduid, maar daarnaast kan men zich ook vragen stellen bij het beweerde mandaat om namens de collega’s een standpunt in te nemen. Uit niets blijkt alleszins dat deze deurwaarder gemandateerd werd om namens zijn beroepsorde een verklaring in rechte af te leggen.

Bij discussies nopens de ministerieplicht van de gerechtsdeurwaarder dient advies ingewonnen te worden bij hetzij de kamer van de gerechtsdeurwaarders, hetzij in voorkomend geval zelfs de procureur des Konings (J. Laenens, “L’obligation de l’huissier de justice d’exercer son ministère”, JT 1974, 732 e.v.).

In dat verband zij opgemerkt dat krachtens art. 139 Ger.W. het openbaar ministerie ambtshalve de tenuitvoerlegging vervolgt van de rechterlijke beslissingen in verband met alle bepalingen die de openbare orde raken; ten aanzien van particulieren kan het, op een daartoe gedaan verzoek, in voorkomend geval de gerechtsdeurwaarder gelasten om op te treden.

Het staat eiseres vrij om zich tot deze instanties te wenden, al dan niet met tussenkomst van de door haar gelaste gerechtsdeurwaarder. De rechtbank heeft geen rechtsmacht om in dat verband ambtshalve instructies te geven.

...

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 13/04/2015 - 13:43
Laatst aangepast op: ma, 13/04/2015 - 13:43

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.