-A +A

Laattijdige ongevalsaalgifte

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een laattijdige aangifte van een diefstal aan de politiediensten kan op basis van art. 21, § 1 Wet Landverzekeringsovereenkomst enkel leiden tot een vermindering van de prestaties van de verzekeraar indien deze bewijst dat deze tekortkoming hem schade heeft berokkend.

zie ook Hof van Beroep Antwerpen 13 oktober 2013, RW 2016-2017, met noot.

NV B. t/ B.V.

1. De feiten

Op 19 augustus 2008 was het B.V. slachtoffer van een carjacking in Nederland, waarbij zijn voertuig werd ontvreemd. Deze partij had voor deze wagen, via zijn makelaar, een omniumverzekering met inbegrip van een diefstalverzekering afgesloten bij de NV N.

Naar B.V. beweert, werd naar aanleiding van de aangifte van dit schadegeval ontdekt dat het verzekeringsvoorstel, gedateerd op 28 oktober 2005, per vergissing nog niet was ondertekend, wat gebeurde op 29 augustus 2008.

Hierop roept de NV N., in een aangetekende brief van 11 september 2008, de nietigheid in van het verzekeringscontract met verwijzing naar art. 6 Wet Landverzekeringsovereenkomst en art. 9 Modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen. Volgens de verzekeraar heeft deze nietigheid ook tot gevolg dat alle bedragen, uitbetaald in het kader van deze polis, dienen te worden terugbetaald en dat hij geen tussenkomst kan verlenen voor de schade voortvloeiend uit de carjacking van 19 augustus 2008.

Tussen partijen kon geen minnelijke regeling worden bereikt.

...

4. Beoordeling

4.1. Vordering van de NV B.

De NV B. vordert de verzekeringsovereenkomst van 28 oktober 2005 met toepassing van art. 6 Wet Landverzekeringsovereenkomst en art. 9 Modelpolis Aansprakelijkheid Motorvoertuigen (hierna: Modelpolis), nietig te verklaren. Tevens vordert zij de heer V. te veroordelen tot het terugbetalen van de som van 6.831,53 euro, te vermeerderen met de interesten en de kosten.

Zij voert aan dat B.V. op bedrieglijke wijze heeft verklaard dat hij op het ogenblik van het aangaan van de polis (28 mei 2005) minstens twee jaar verzekerd was geweest op zijn eigen naam, terwijl dit niet het geval bleek te zijn. Volgens de NV B. heeft deze verzekerde door deze leugenachtige verklaring per trimester 368,28 euro aan premies te weinig betaald.

...

4.1.2. Ten gronde betwist de heer V. dat er in casu sprake is van een opzettelijke verzwijging of onjuiste mededeling in de zin van art. 6 Wet Landverzekeringsovereenkomst en art. 9, 2o Modelpolis.

4.1.2.1. De verzekeraar die zich beroept op een schending van de mededelingsplicht, voorgeschreven in art. 5 e.v. Wet Landverzekeringsovereenkomst, dient aan te tonen dat 1) hij door de verzekeringnemer over een bepaald element niet is ingelicht; 2) dit element voor hem een beoordelingsfactor van het risico uitmaakte; 3) de verzekeringnemer dit redelijkerwijze als zodanig kon beschouwen en 4) de verzekeringnemer kennis had van dit element.

Concreet voert de NV B. aan dat de heer V. in 2008 een verzekeringsvoorstel heeft ondertekend waarin hij bevestigde dat hij op 28 oktober 2005 (ogenblik waarop de polis een aanvang nam) een bestuurder was van “minimum 22 jaar, twee jaar verzekerd op eigen naam en twee jaar schadevrij”. Volgens de NV B. heeft zij in 2008 evenwel vastgesteld dat deze verzekerde in het verzekeringsvoorstel (dat resulteerde in een polis van 18 april 2005 die op 28 oktober 2005 door de NV B. werd overgenomen) zelf verklaarde dat hij vóór 18 april 2005 niet was verzekerd in eigen naam, zodat er sprake is van een leugenachtige verklaring in het betwiste verzekeringsvoorstel.

4.1.2.2. De NV B. dient in de eerste plaats aan te tonen dat de heer V. deze foutieve informatie op het ogenblik van de contractsluiting – die volgens beide partijen plaatsvond op 28 oktober 2005 – heeft meegedeeld. Dit blijkt uit geen van de voorgelegde stukken.

Naar de heer V. aanvoert, heeft de NV B. op 28 oktober 2005 de polis overgenomen en was zij op dat ogenblik ook in het bezit (minstens kon zij in het bezit zijn) van de correcte informatie, zoals door hem ook vermeld op het verzekeringsvoorstel, namelijk dat hij vóór het onderschrijven van de polis nog geen verzekering op zijn naam had onderschreven.

Enig bewijs dat de heer V. op 28 oktober 2005 andersluidende informatie over zijn vroegere verzekeringsstatus aan de NV B. heeft meegedeeld, wordt niet geleverd. Zo toont de NV B. niet aan dat deze partij op deze datum het betwiste verzekeringsvoorstel heeft ingevuld en ondertekend. Integendeel, zoals reeds aangegeven, erkent de NV B. immers zelf dat het betwiste verzekeringsvoorstel pas in de loop van 2008 (nadat de polis al bijna drie jaar van kracht was) door de heer V. werd ondertekend.

4.1.2.3. Zelfs indien aangenomen wordt dat de heer V. op het ogenblik van de contractsluiting foutieve informatie over zijn vroegere verzekeringsstatus heeft gegeven, blijft het aan de NV B. – die zich beroept op de nietigheid van de polis – om het bewijs te leveren dat deze partij opzettelijk gegevens heeft verzwegen of onjuist meegedeeld en dat zij hierdoor misleid werd bij de beoordeling van het risico. Wat de werkgever met art. 6 Wet Landverzekeringsovereenkomst heeft willen beteugelen, is immers het bedrog bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst.

De NV B. dient dan ook aan te tonen dat de heer V., door de vermelding van het feit dat hij reeds meer dan twee jaar op eigen naam verzekerd was, haar bewust heeft willen doen dwalen.

a) Het bewijs van een dergelijke opzettelijke onjuiste mededeling wordt evenwel niet geleverd.

Zoals reeds aangegeven, was de NV B. er op het ogenblik van de contractsluiting van op de hoogte dat het een overname betrof van een polis en kon zij desgewenst in het bezit worden gesteld van het verzekeringsvoorstel waarin de heer V. – in antwoord op een duidelijke vraag hierover – heeft verklaard dat hij voorheen nog geen verzekering had onderschreven voor een voertuig. Een dergelijke duidelijke vraag ligt in het voorgelegde B.-verzekeringsvoorstel overigens niet voor.

Enig bewijs dat de heer V. de door de NV B. overgenomen polis of dit verzekeringsvoorstel heeft willen achterhouden, met als doel de NV B. bewust te misleiden over zijn vroegere verzekeringsstatus, wordt niet voorgebracht.

b) Evenmin maakte de NV B. het aan de hand van de voorgebrachte stukken aannemelijk dat de foutief meegedeelde informatie haar heeft misleid bij de beoordeling van het risico en dat zij zonder deze foutieve informatie over de vroegere verzekeringsstatus van de kandidaat-verzekeringnemer, de verzekeringsovereenkomst niet of aan andere voorwaarden zou hebben gesloten.

In conclusies voert zij enkel aan dat verzekeringnemers met hetzelfde profiel als B.V. (namelijk ouder dan 22 jaar en twee jaar schadevrij) maar die, zoals B.V., geen twee jaar op eigen naam verzekerd zijn, een veel hogere premie betalen (797,82 euro per trimester in plaats van 429,54 euro per trimester). Deze bewering wordt evenwel niet door geschreven richtlijnen van de NV B. of andere bewijskrachtige stukken gestaafd.

Wel verduidelijkt de NV B. dat deze hogere premie verantwoord wordt door het gebrek aan kennis over het vroegere rijgedrag van de kandidaat-verzekeringnemer: voor iemand die niet in eigen naam verzekerd is, bestaan – naar de NV B. beweert – geen schadedossiers en kan het te verzekeren risico moeilijker worden ingeschat. Het hof stelt evenwel vast dat verschillende andere vragen in het betwiste verzekeringsvoorstel informeren naar “antecedenten van de gebruikelijke bestuurder”, en meer bepaald naar het bestaan van vroegere schadegevallen, zodat het vroegere rijgedrag van kandidaat-verzekeringnemer ook zonder een vorige verzekering op eigen naam kan worden vastgesteld. Voorts blijkt uit dit voorstel dat B.V. uitdrukkelijk verklaarde “twee jaar schadevrij” te zijn en dat het tegendeel niet door de NV B. wordt aangetoond.

4.1.2.4. Het hof acht het bewijs van een opzettelijke onjuiste vermelding in de zin van art. 6 Wet Landverzekeringsovereenkomst en art. 9, 2o Modelpolis dan ook niet geleverd, zodat de verzekeringsovereenkomst geldig tussen partijen werd gesloten. Voorts stelt het hof vast dat de NV B. de heer V. blijkbaar geen onopzettelijke verzwijging verwijt, zodat de toepassingsvoorwaarden van art. 7 Wet Landverzekeringsovereenkomst niet dienen te worden onderzocht.

Hieruit volgt dat de eerste rechter de vordering van de NV B. terecht ontvankelijk maar ongegrond heeft verklaard.

4.2. Tegenvordering van B.V.

Bij tegeneis vordert de heer V. de tussenkomst van de NV B. voor het schadegeval (de carjacking) dat zich op 19 augustus 2008 heeft voorgedaan.

4.2.1. De NV B. betwist allereerst dat de heer V. over het vereiste belang en de nodige hoedanigheid beschikt om deze vordering in te stellen, omdat het gestolen voertuig eigendom was van zijn vader.

Uit de voorgelegde stukken blijkt dat de heer V. wel degelijk de begunstigde is van de verzekeringspolis aan wie de verzekeraar, wanneer het verzekerde risico zich voordoet, de vergoeding dient uit te betalen. Hij beschikt dan ook over het belang en de hoedanigheid om deze vordering in te stellen.

4.2.2. Voorts werpt de NV B. op dat de heer V., in strijd met de algemene polisvoorwaarden, de beweerde diefstal niet binnen 24 uur na het schadegeval q.q. na aankomst in België aan de Belgische politiediensten heeft gemeld. Naar zij aanvoert, kan zij dan ook niet verplicht worden om tot vergoeding over te gaan.

Uit geen van de algemene of bijzondere polisvoorwaarden kan worden afgeleid dat de dekking wegens diefstal niet langer is verworven in geval van laattijdige (zijnde meer dan 24 uur na het ontdekken van de diefstal, in casu 48 uur) klacht bij de bevoegde gerechtelijke of politieoverheden. In zijn briefwisseling aan de verzekeringnemer, onmiddellijk na de aangifte van het schadegeval, heeft deze verzekeraar ook nooit melding gemaakt van het thans ingeroepen verval van dekking.

Uit art. 21, § 1 Wet Landverzekeringsovereenkomst volgt dat een laattijdige aangifte van het schadegeval aan de verzekeraar enkel tot een vermindering van diens prestaties kan leiden voor zover de verzekeraar bewijst dat deze tekortkoming hem schade heeft berokkend. Dit geldt a fortiori voor een laattijdige aangifte aan de politiediensten. Het bestaan van een dergelijke schade wordt niet bewezen.

4.2.3. Ten slotte werpt de NV B. op dat het verhaal van de heer V. “niet 100% geloofwaardig is”, zonder hieraan gevolgtrekkingen te verbinden.

De verzekerde die zijn verzekeraar aanspreekt tot betaling, dient uiteraard het bestaan te bewijzen van een schadegeval dat aanleiding geeft tot het verlenen van dekking op grond van de verzekeringspolis.

Gelet op de bewijsmoeilijkheden die inherent zijn aan het risico van diefstal, kan van de verzekerde niet worden verwacht dat hij een positief en absoluut zeker bewijs verschaft van de werkelijkheid van een gepleegde diefstal. Het volstaat dat hij de waarschijnlijkheid en de oprechtheid van de door hem aangevoerde feiten en ingeroepen verklaring aantoont. Bijgevolg dient te worden onderzocht of, rekening houdend met de vaststellingen van de politiediensten, de verklaringen van de heer V. als voldoende eerlijk, oprecht en geloofwaardig voorkomen.

Het hof is van oordeel dat dit in casu het geval is. Anders dan de NV B. aanvoert, maakt noch de beweerde laattijdige aangifte (48 uur na het schadegeval) noch de omgeving waar de diefstal volgens de heer V. plaatsvond (op de weg naar een winkelcentrum) de verklaringen van deze partij, afgelegd aan de politiediensten, ongeloofwaardig.

4.2.4. Tussen de partijen bestaat er geen betwisting over dat de vergoeding, die de NV B. naar aanleiding van het schadegeval dient uit te keren, 13.896,96 euro bedraagt. Deze som wordt dan ook toegekend.

Noot lees de artikelen 6 en 21, § 1 Wet landverzekeringsovereenkomst (opgeheven) thans in ongewijzigde versie in respectievelijk de artikelen 59 en 76, § 1 van de verzekeringswet van 4 april 2014.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 13/11/2016 - 10:46
Laatst aangepast op: zo, 13/11/2016 - 10:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.