-A +A

Kraken van een woning op basis van het recht op behoorlijke huisvesting

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Artikel 23 van de grondwet verleent een recht op menselijke waardigheid en een recht op behoorlijke huisvesting.

Dit recht houdt evenwel niet het recht op eigen richting in, in die zin dat een persoon zonder huisvesting niet gerechtigd is om een woning van een derde te gaan betrekken.

Het feit dat het woning onbewoond en/of onbewoonbaar is, verandert hier niets aan.

In 2017 heeft de wetgever het kraken strafbaar gesteld. Hierbij de goedgekeurde tekst

Nieuw artikel 442/1 Strafwetboek:

“Art. 442/1. § 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid hetzij zonder toestemming van een houder van een titel die of een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, op eender welke manier andermans niet bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden ervan of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed dat al dan niet als verblijf kan dienen, hetzij binnendringt, hetzij bezet, hetzij erin verblijft zonder zelf houder te zijn van voormelde titel of recht.

§ 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die binnen de vastgestelde termijn geen gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1 van de wet van … betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of aan de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van Gerechtelijk Wetboek.

§ 3. Het in paragraaf 1 bedoelde misdrijf kan alleen worden vervolgd op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op het betrokken goed.”

Krakers hebben geen zakelijk of persoonlijk recht op de woning die zij betrekken. Zij kunnen zich niet steunen op een huurcontract en evenmin op het eigendomsrecht zoals voorzien in artikel 544 BW.

Klassiek steunen krakers zich op het recht op huisvesting en op het grondrecht op een behoorlijke huisvesting zoals ingeschreven in artikel 23 van de grondwet.

De vraag stelt zich dan ook of zij op basis van dit grondrecht een woning kunnen betrekken zonder over enig persoonlijk of zakelijk recht te beschikken.

In principe beschermen grondrechten de burgers tegen macht en willekeur van publieke overheden.

Soms creëren die grondrechten een aanspraakrecht van de particulier tegenover die overheden, die dan positieve maatregelen moeten nemen ter uitvoering ervan.

Grondrechten tussen particulieren onderling werken, omdat die rechten de openbare orde raken.

De rechtbanken moeten mee gestalte geven aan de grondrechten die mede de basis vormen van de democratische rechtstaat waarin we leven.

Zo kan het niet zijn dat een rechtbank, bij de beoordeling van een privaatrechtelijk geschil de ogen sluit voor grondrechten wat betreft de toepasselijkheid van de daarop toepasselijke rechtsregels.

Elke rechtbank is daarom gehouden elke regel te interpreteren in het licht van de handhaving van die grondrechten.

Het recht op een menswaardige huisvesting richt zich in eerste instantie tot de publieke overheid die maatregelen moet treffen om dat grondrecht werkelijk gestalte te geven. Dat gebeurt ondermeer via de regelgeving in zake sociale huisvesting, de woningkwaliteitsnormen, de wooncode, allerhande premieregelingen, allerlei voorkooprechten, leegstandheffingen, huisvesting door het OCMW, ...

Maar uit het voormelde grondrecht kunnen krakers geen subjectief recht putten om aan eigen richting te doen, wat per definitie als onaanvaardbaar is in een rechtstaat en een inbreuk te plegen op een andermans eigendomsrecht dat bepaald en gewaarborgd wordt door artikel 544 BW.

Wanneer de rechter zijn ogen niet kan sluiten voor de grondrechten bij een privaatrechtelijk geschil, kan hij niet selectief te werk gaan en dient hij alle mee in beschouwing te nemen.

Wel nu, artikel 16 van de grondwet waarborgt het eigendomsrecht. Artikel 1 van het eerste aanvullende protocol bij het EVRM bepaalt dat alle natuurlijke of rechtspersonen het recht hebben op een ongestoord genot van hun eigendom.

Hoewel ook deze bepalingen in de allereerste instantie de eigenaar beogen te beschermen tegen ontzetting uit diens eigendom door een publieke overheid, kan een rechtbank dit grondrecht bezwaarlijk van tafel vegen en beslissen dat de maatschappijvisie van krakers, zelfs als zou aanvaard worden dat deze getuigt van idealisme, een vrijgeleide voor eigen richting en de schending van de eigendom van een medeburger kan rechtvaardigen.

Een dergelijke redenering zou trouwens artikel 17 EVRM schenden, omdat een beschermd eigendomsrecht de facto wordt teniet gedaan indien de invulling of de handhaving ervan wordt overgelaten aan de willekeur van derden.

De visie van de krakers die menen dat het grondrecht op wonen primeert op het eigendomsrecht resulteert in chaos en anarchie.

Ook al kan chaos en anarchie er filosofische en zelfs politieke overtuiging zijn, dan blijft die overtuiging beperkt tot het recht op vrije meningsuiting en is deze vrije mening weliswaar niet verenigbaar met het Belgisch positief recht die een maatschappij beoogt waarin elke mens benevens rechten, ook nog plichten heeft.

Het is aan de publieke overheid om op te treden tegen leegstand.

Het is niet aan krakers om zich middels eigen richting een openbare macht toe te meten en middels een revolutionaire bezetting het eigendomsrecht in vraag te stellen en een politiek doel te realiseren.

Wat krakers wel kunnen doen is de actio popularis instellen, tegen een gemeente die in gebreke blijft de nodige maatregelen te nemen.

Meermaals zijn de woningen die krakers willen bezetten totaal onbewoonbaar en voldoen zij niet aan de Vlaamse wooncode.

Wel nu, artikel 5 van de Vlaamse wooncode die de woonkwaliteiten omschrijft raakt de openbare orde.

Krakers gaan toelaten te wonen in onveilige, onhygiënische en zelfs gevaarlijke panden vervult niet het recht op menswaardige huisvesting.

Meer zelfs, onbewoonbare panden kunnen en mogen niet bewoond worden, ongeacht op basis van welk beweerd recht ook. Zelfs als zouden ze het grondrecht op een behoorlijke huisvesting ter verantwoording van een krakersactie kunnen worden aangevoerd, wat de rechtspraak en de rechtsleer niet aanvaardt, dan rechtvaardigt dit grondrecht de bewoning van een pand dat niet beantwoordt aan de woningkwaliteitsnormen en dat onveilig is.

Wel in tegendeel de bewoning van een dergelijk onbewoonbaar en onveilig pand maakt een schending uit van het grondrecht op een menswaardige huisvesting.

Voor een toepassingsgeval en tevens inspiratie voor dit artikel, zie Vredegerecht Zomergem, 9.11.2012, RW, 2013-2014, kolom 552.

Krakers uitdrijven

Krakers kunnen een pand worden uitgedreven middels eenzijdige verzoekschriften waarbij de uitzetting wordt gevraagd van krakers of andere personen.

In sommige gevallen blijkt bij onderzoek dat krakers of andere personen staan ingeschreven op het adres van het beweerd gekraakte pand, om de verzoekschriften met kennis van zaken te kunnen laten behandelen dient een bewijs van inschrijving gevoegd te worden waaruit blijkt of er op het adres dat vermeld wordt in het verzoekschrift al of niet personen zijn ingeschreven. Bovendien dient op enigerlei wijze het bewijs geleverd te worden dat er inderdaad krakers aan te treffen zijn. Dit kan bijvoorbeeld door een P.V. van vaststelling. (Bron e-groep E. Beaucourt).

Het uitgangspunt van een vordering tot uitdrijving van krakers is het eigendomsrecht conform art. 544 B.W.

Een bezetting zonder recht of titel is een bezetting van een persoon van een onroerend goed, zonder enig wettelijk recht, zonder enig personnlijk of zakelijk recht.

Mogelijkheden voor de eigenaar:

• een revindicatievordering teneinde terug hersteld te worden in zijn eigendomsrechten

• de vordering op grond van artikel 629, 1° Ger. W., op basis waarvan de vrederechter bevoegd is kennis te nemen van geschillen betreffende de uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken, ongeacht of er al dan niet een overeenkomst tussen partijen bestaat.Het is de vrederechter van de plaats waar het goed gelegen is die bevoegd is (art. 629,1° Ger.Wetboek. DE vrederechter kan de onmiddellijke uitzetting bevelen uitvoerbaar met dwang en eventueel gekoppeld aan een dwangsom.

Kraakrecht?

Krakers beroepen zich op het grondrecht op wonen waarbij zij menen een subjectief recht te kunnen putten om onroerende goederen van derden te gebruiken. Dit recht is evenwel onbestaande. Zie Vred. Gent (2) 26 december 2011, TGR-TWVR 2012, afl. 3, 171

Het recht op wonen, vervat in art. 23 GW stelt enkel een principe dat door de bevoegde overheden verder moet worden uitgewerkt doch is geen norm van directe werking, waarop iemand zich kan beroepen om zich te vestigen in andermans eigendom zonder diens toestemming. Noch dit principe, noch het EVRM (art. 8 en 17) kan wettigen dan een ‘beroepskraker’ zich naar eigen goeddunken in een eigendom zonder toestemming van de eigenaar vestigt.

Vergoeding

Wie zonder recht noch titel een woning betrekt, is geen huurgeld verschuldigd, maar wel een vergoeding ter compensatie van de genotsderving wegens bezetting zonder recht of titel.

Rechtsleer:

• G. Smaers, De strafbaarheid van het kraken naar Belgisch recht, RW 1986-87, 2193.

• K. Broeckx, Ontruimingsvorderingen tegen krakers, T. Vred., 1998, 13

• Dekkers-Dirix, Handboek Burgerlijk recht, II, Intersentia, 2005, 61 ev.  en 165 e.v.

• A. Gabriels, Bezetting zonder recht noch titel, in X, Het onroerend goed in de praktijk, II-T-1-1-II,T. Bibl-5 (31 p.)

• K. De Greve, Kraken terwille van het grondrecht op een culturele ontplooiing, T.vred, 21012, 476

Rechtspraak:

• Cass. 3 mei 1996, A.C. 1996, 145

• Rb. Gent (14e k.) 2 juni 2009, RW 2010-11, afl. 7, 291

De rechtbank van eerste aanleg kan in het raam van haar volheid van bevoegdheid kennisnemen van een hoofdvordering tot uitdrijving en ontruiming wegens een beweerde bezetting zonder recht noch titel of de beëindiging van een kosteloze bruikleenovereenkomst.

Krachtens art. 1345 Ger. W. is een voorafgaande poging tot minnelijke schikking verplicht indien het voorwerp van de hoofdvordering in rechte slaat op een beweerde pachtrelatie. Deze bepaling geldt niet voor tegenvorderingen.

• Vred. Waver 2 december 2010, T.Vred. 2012, afl. 9-10, 463, noot DE GREVE, K.

• Vred. Florennes 17 februari 2009 T.Vred. 2012, afl. 3-4, 171 Een eenzijdige huurbelofte laat niet toe de gedwongen uitvoering van een huurovereenkomst te vorderen.Ten deze bleek bovendien dat het goed ongezond, onbewoonbaar en niet kon worden ingericht, waarbij de bezetting zonder recht noch titel werd geacht.

Wetgeving:

Opgelet inmiddels is de krakerswet van 18/10/2017 in werking getreden klik hier

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 27/01/2014 - 01:24
Laatst aangepast op: do, 30/11/2017 - 09:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.