-A +A

Zelfmoord of zelfmoordpoging door stress of pesten is arbeidsongeval

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wanneer een verzekeringsmaatschappij een arbeidsongeval betwist, draagt zij de bewijslast dat het ongeval geen enkel verband houdt met de uitvering van de arbeidsovereenkomst.

Opzet is een algemene uitsluiting voor de tussenkomst van een verzekering en vormt terzelfdertijd het bewijs dat het ongeval geen relatie heeft met de arbeidsovereenkomst.

Zelfmoord is een zelf gestelde daad van levenbeëindiging, doch men kan niet zomaar zelfmoord met opzet gelijk stellen.

Onvrijwillige zelfmoord kan bestaan in zogeheten overmachtssituaties waarbij het slachtoffer in diens psychische toestand zo geraakt wordt dat er sprake is van overmacht.

Wanneer een werknemer op het werk getroffen wordt door extreme stress of door pestgedrag kan de zelfmoord gezien worden als in een vlaag van zinsverbijstering of depressie gepleegd en aldus geen overwogen daad uitmaakt die met opzet of zelfs met vrije intentie tot zelfmoord kan worden gelijkgesteld.

Zie Arbeidshof Antwerpen 20 december 2010, besproken door Nathalie Betsch in de Juristenkrant 23 februari 2011, pagina 3.

Rechtspraak:

• Cassatie 02/11/1998 AR S980041N niet gepupliceerd, zie Juridat.

abstract: 

De rechter die weigert na te gaan of de zelfmoord van de getroffene, gelet op de psychische toestand van het slachtoffer, al dan niet een vrijwillige zelfmoord was, miskent het begrip arbeidsongeval en schendt de artikelen 7, 8 en 9 van de arbeidsongevallenwet.

tekst van het arrest

 

HET HOF,
  Gelet op het bestreden arrest, op 3 juni 1997 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen;
  Over het eerste onderdeel van het middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 7, 8 en 9 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet,
 
doordat de appèlrechters, na in feite te hebben vastgesteld dat de getroffenene zich op 19 juni 1991 in het station van Vilvoorde tegen het voorste gedeelte van een voorbijrazende trein heeft geworpen en zichzelf aldus onvermijdelijk gedood heeft, beslissen dat "de zelfmoord op zichzelf niet het "ongeval (is), zoals omschreven in de Arbeidsongevallenwet; zij weliswaar een "plotselinge gebeurtenis met lichamelijk letsel (dood) voor gevolg" (is), doch dan wel slechts
etymologisch, zoals in de spreektaal wordt gebruikt en verstaan; dit een duidelijk te onderscheiden begrip (is) van het juridisch begrip "ongeval" in de zin van arbeidsongeval; zie dienaangaande de hierna vermelde rechtsleer (...); dat de vraagstelling of deze gekarakteriseerde zelfmoord, al dan niet op de weg van en naar het werk gebeurde en alsdan een "arbeidswegongeval" zou zijn (zoals (eiseres) in haar conclusies deze situatie bestempelt), dan ook ter zake niet relevant is, evenmin als de psychische omstandigheden die deze zelfmoord voorafgingen.
 
Dat immers het letsel niet de gebeurtenis zelf is, maar het uitsluitend gevolg van de inwendige gesteltenis van de getroffene, wat ofwel de plotselinge gebeurtenis, ofwel het oorzakelijk verband uitsluit (...). Het is derhalve duidelijk dat hier geen sprake kan zijn van een arbeidsongeval en elke andere argumentatie over het al dan niet bewust of onder een onweerstaanbare drang veroorzaakt gebeuren en dergelijke, niet ter zake dienend is.",
 
terwijl, eerste onderdeel, het ongeval op de weg van en naar het werk, in de zin van artikel 8 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, de aanwezigheid van een plotselinge gebeurtenis vereist; luidens artikel 9 van dezelfde wet, het letsel, behoudens tegenbewijs, vermoed wordt door een ongeval te zijn veroorzaakt, wanneer de getroffene of zijn rechthebbenden, benevens het bestaan van een letsel, een plotselinge gebeurtenis aanwijzen; het niet uitgesloten is dat een zelfmoord op zich zulk een gebeurtenis uitmaakt; een zelfmoord met name een plotselinge gebeurtenis kan zijn indien bewezen wordt dat de zelfmoord geen vrijwillige zelfmoord is en een gebeurtenis uitmaakt die de menselijke wil niet heeft kunnen voorzien noch bezweren; de appèlrechters, door de beslissen dat de zelfmoord geen ongeval is in de juridische zin van de Arbeidsongevallenwet, dat de psychische omstandigheden die deze zelfmoord voorafgingen niet terzake relevant zijn en dat elke andere argumentatie over het al dan niet bewust of onder een onweerstaanbare drang veroorzaakt gebeuren en dergelijke niet terzake dienend is, uitsluiten dat de zelfmoord een arbeidsongeval zou kunnen zijn en zij het bestaan van een zelfmoord voldoende achten om het vermoeden van artikel 9 de weerleggen; de appèlrechters bijgevolg de wettelijke begrippen "ongeval", "plotselinge gebeurtenis" en "oorzakelijk verband" miskennen, minstens door hun redengeving aan het Hof niet toelaten de wettelijkheid van hun beslissing na te gaan (schending van de artikelen 7, 8 en 9 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en van artikel 149 van de Grondwet) :
 
(Beslissing van het Hof):
 
Overwegende dat een arbeidsongeval in de zin van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 een plotselinge gebeurtenis is die een werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een lichamelijk letsel teweegbrengt;
 
Overwegende dat, krachtens artikel 8, § 1, van de Arbeidsongevallenwet, de plotselinge gebeurtenis die zulk lichamelijk letsel teweegbrengt en die zich voordoet op de weg van en naar het werk eveneens als arbeidsongeval wordt aangezien;
Overwegende dat, wanneer zulk ongeval door de getroffene opzettelijk is veroorzaakt, dit het bestaan van een arbeidsongeval niet uitsluit;
Overwegende dat het arrest aanneemt dat het slachtoffer J.J. Becker "zich berekend springend afgezet heeft van het perron, om alzo tegen het voorste gedeelte van (een voorbijrazende) trein terecht te komen en zichzelf onvermijdelijk te doden"; dat het arrest beslist dat die zelfmoord "weliswaar een plotse gebeurtenis (is) met lichamelijk letsel (de dood) voor gevolg" maar geen ongeval is als bedoeld in de Arbeidsongevallenwet, zodat "de vraagstelling of deze gekarakteriseerde zelfmoord al dan niet op de weg van en naar het werk gebeurde", de psychische omstandigheden die deze zelfmoord voorafgingen en "elke argumentatie over het al dan niet bewust of onder een onweerstaanbare drang veroorzaakt gebeuren en dergelijk" niet ter zake dienend zijn;
 
Dat het arrest aldus weigert na te gaan of de zelfmoord, gelet op de psychische toestand van het slachtoffer, al dan niet een vrijwillige zelfmoord was;
 
Dat het arrest zodoende het begrip arbeidsongeval miskent en de artikelen 7, 8 en 9 van de Arbeidsongevallenwet schendt;
 
  Dat het onderdeel in zoverre gegrond is;
  Overwegende dat de overige grieven niet tot ruimere cassatie kunnen leiden;
  OM DIE REDENEN,
  Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit uitspraak doet over de ontvankelijkheid van het hoger beroep;
  Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
  Gelet op artikel 68 van de Arbeidsongevallenwet, veroordeelt verweerster in de kosten;
  Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel.
  

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: za, 26/02/2011 - 17:10
Laatst aangepast op: za, 16/04/2011 - 12:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.