-A +A

Willige rechtspraak

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Willige rechtsmacht

 

Eigenlijke rechtspraak heeft men wanneer een geschil wordt beslecht door het wijzen (=rechtspreken) van een voor de partijen bindende uitspraak.

Oneigenlijke rechtspraak, ook willige rechtspraak, voluntaire jurisdictie of willige rechtsmacht genoemd is aanwezig wanneer men beroep doet op de rechter buiten ieder geschil teneinde bepaalde maatregelen van hem te verkrijgen: machtiging of bekrachtiging. vb. De bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van koophandel om in een VOF een vereffenaar aan te stellen wanneer de meerderheden in art. 184, § 1 W.Venn. niet zijn bereikt, is een bevoegdheid van willige rechtsmacht. Bij willige rechtspraak is er geen geschil voor de rechter in de eigenlijke zin van het woord aanhangig, maar oefent de rechter zijn rechterlijke macht uit om een beslissing te nemen in de gevallen waarin de wet hem die taak opdraagt.

Oneigenlijke rechtspraak (ook wel voluntaire jurisdictie of willige rechtspraak genoemd) is burgerlijke rechtspraak in zaken waarbij er geen sprake is van een juridisch geschil. Deze vorm van rechtshandhaving komt voor als een wijziging in iemands rechtstoestand wordt beoogd, zoals bij onder-curatele-stelling of de benoeming van een voogd.

De procedures worden bij oneigenlijke rechtspraak meestal ingeleid met een verzoekschrift, en niet met de in het burgerlijk procesrecht meer gebruikelijke dagvaarding.

De oneigenlijke rechtspraak neemt een discutabele plaats in in het burgerlijk recht. Omdat er geen geschil tussen burgers wordt beslecht maar een rechtstoestand van een burger wordt veranderd, menen sommige juristen dat het eigenlijk deel zou moeten uitmaken van het bestuursrecht.

Tegenover oneigenlijke rechtspraak staat het begrip eigenlijke rechtspraak (ook wel contentieuze jurisdictie genoemd). Hiermee wordt rechtspraak bedoeld waarbij sprake is van een geschil.
 

Franse term: 
cession dans le droit ou en justice
Rechtspraak: 

Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Dendermonde, RW 2015-2016,672

De bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van koophandel om in een VOF een vereffenaar aan te stellen wanneer de meerderheden in art. 184, § 1 W.Venn. niet zijn bereikt, is een bevoegdheid van willige rechtsmacht. Bij willige rechtspraak is er geen geschil voor de rechter in de eigenlijke zin van het woord aanhangig, maar oefent de rechter zijn rechterlijke macht uit om een beslissing te nemen in de gevallen waarin de wet hem die taak opdraagt.

J.H., BVBA Z.B. e.a. t/ VOF O.C.T.M., BVBA K.D. e.a.

A. Voorwerp van de vordering

1. De eis is ingeleid bij verzoekschrift en strekt tot benoeming van een vereffenaar in de VOF O.C.T.M. (...), en dit met ingang van 1 januari 2015. Verzoekers vragen ons vast te stellen dat de VOF O.C.T.M. werd opgezegd met een opzegtermijn die afloopt op 31 december 2014 en de algemene vergadering niet met een voldoende meerderheid zoals bepaald in art. 184, § 1 W.Venn. een vereffenaar heeft kunnen benoemen.

Verzoekers vragen als vereffenaar te benoemen mr. I.R. (...), met ingang van 1 januari 2015 of een andere vereffenaar, bij voorkeur een advocaat van de lijst van curatoren bij de rechtbank met ingang van 1 januari 2015.

...

B. Feiten – Voorwerp van de betwisting

2. Eisers zijn zeven van de tien vennoten in de VOF O.C.T.M. (...). De drie andere vennoten zijn BVBA K.D., BVBA G. Van E. en BVBA B. Van B.

3. Bij aangetekende brief van 23 juni 2014 betekenen eisers én BVBA B. Van B. hun intentie gebruik te maken van de opzegmogelijkheid bepaald in art. 39, 5o en 43 W.Venn. in volgende bewoordingen:

“Geachte collega’s,

“Met deze brief wensen ondergetekenden, vennoten in de VOF O.C.T.M., de vennootschap op te zeggen, met een opzegtermijn van zes maanden, die zal aanvangen op 1 juli 2014.

“Er zal een algemene vergadering bijeengeroepen worden om de praktische aspecten te bespreken en een vereffenaar aan te stellen.

“Met vriendelijke groet”.

De opzegging werd betekend aan de VOF.

Er werd een opzegtermijn in acht genomen van zes maanden, die is aangevangen op 1 juli 2014 en zal eindigen op 31 december 2014.

4. Op 26 juni 2014 heeft J.H. alle vennoten opgeroepen voor een algemene vergadering op dinsdag 9 september 2014 met als agenda: “de verdere afhandeling van de opzegging van de VOF O.C.T.M. en het aanstellen van een vereffenaar”.

5. De vergadering van 9 september 2014 heeft geen voldoende meerderheid kunnen bereiken over de aanstelling van een vereffenaar, omdat enkel eisers vóór hebben gestemd en zij gezamenlijk geen 3/4 van het kapitaal bezitten.

C. Beoordeling

6. De BVBA K.D. werpt de exceptie van arbitrage op. Zij is van oordeel dat wij geen rechtsmacht hebben, gelet op het arbitragebeding in art. 25, vierde lid van de statuten luidende als volgt: “Betwistingen van medische aard zullen ter oplossing worden voorgelegd aan een scheidsrechtelijk college dat binnen een termijn van twee maanden zal oordelen in eerste en laatste aanleg, met de meest uitgebreide bevoegdheid (...).

“Indien betwistingen zouden rijzen ter zake een economische, financiële of juridische aangelegenheid, is het scheidsrechterlijk college samengesteld als volgt: (...)”.

7. De bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van koophandel om in een VOF een vereffenaar aan te stellen wanneer de meerderheden in art. 184, § 1 W.Venn. niet zijn bereikt, is een bevoegdheid van willige rechtsmacht. Bij willige rechtspraak is er geen geschil voor de rechter in de eigenlijke zin van het woord aanhangig, maar oefent de rechter zijn rechterlijke macht uit om een beslissing te nemen in de gevallen waarin de wet hem die taak opdraagt.

8. Arbitrage onderstelt een geschil dat reeds is ontstaan of nog kan ontstaan uit een bepaalde rechtsbetrekking, waarover een dading mag worden aangegaan (art. 167.6.1 Ger.W.). Arbitrage onderstelt dus een juridisch geschilpunt (G. Keutgen en G.-A. Dal, L’arbitrage en droit belge et international, Brussel, Bruylant, 2008, 30). De aanstelling van een vereffenaar over de VOF in de situatie van art. 184, § 1 W.Venn. is geen geschil tussen partijen, maar is een aangelegenheid van willige rechtsmacht van de rechter.

9. Dit alles geldt ook al heeft de verzoekende partij haar verzoekschrift geformuleerd als een verzoekschrift op tegenspraak en werden op verzoek van eisers andere partijen in het geschil opgeroepen. Het feit dat andere partijen in het debat betrokken zijn, wijzigt niet de aard van de rechtsmacht van de voorzitter, aan wie gevraagd wordt om in de VOF een vereffenaar aan te stellen op grond van art. 184, § 1 W.Venn.

10. De exceptie van arbitrage wordt derhalve verworpen.

11. Wij zijn in het kader van art. 184, § 1 W.Venn. niet bevoegd om te oordelen over geldigheid van de gegeven opzeg, evenmin als over de gevolgen van de opzeg. Alleen de rechtbank of een arbitragecollege is ten gronde bevoegd om over de eventuele nietigheid van de opzeg te oordelen en over de gevolgen ervan.

12. We stellen vast dat acht vennoten bij brief van 23 juni 2014 aan de VOF O.C.T.M. een opzeg hebben gegeven met een termijn van zes maanden die een aanvang nam op 1 juni 2014. De opzeg in een VOF moet niet aan alle vennoten worden gedaan, maar aan de VOF zelf (Cass. 18 januari 1963, RPS 1963, nr. 5131, 149; B. Van Bruystegem, “Enkele aspecten van de vennootschap onder firma” in KFBN (ed.), Miskende vennootschapsvormen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 11). De opzeg zelf komt regelmatig voor.

13. De verweerders betwisten evenwel ook de gevolgen van de gegeven opzeg. Wij stellen vast dat de opzegmogelijkheid niet uitdrukkelijk werd uitgesloten. Verweerders voeren aan dat een uittredingsregeling is opgenomen in art. 10 van de statuten. Zij verwijzen eveneens naar art. 23 van de statuten, dat bepaalt dat de uittreding van een vennoot niet de ontbinding van de vennootschap met zich meebrengt.

Eisers argumenteren uitvoerig dat noch art. 10 noch art. 23 van de statuten toelaten te besluiten dat de opzegmogelijkheid, met het gevolg van de ontbinding van de vennootschap, uitgesloten werd. Wij hoeven in het kader van onze willige rechtsmacht niet in te gaan op dit debat ten gronde.

14. Wij kunnen echter wel prima facie nagaan of de vennootschap ontbonden is; in dat opzicht is onze beoordeling dan ook slechts voorlopig.

Het gaat in dit geval niet over de nietigheid van de rechtshandeling van de opzeg, want dan zouden we de geldigheid van de rechtshandeling dienen te eerbiedigen zolang ze niet werd vernietigd. Het gaat hier over de vraag of een geldige rechtshandeling de gevolgen ressorteert die de eisers er willen uit afleiden.

Volgens eisers heeft de rechtshandeling van de opzeg de ontbinding van de VOF tot gevolg. Volgens verweerders is er door de opzeg hoogstens sprake van een uittreden uit de VOF en blijft deze voor het overige bestaan.

De stelling van verweerders komt ons niet geheel onredelijk voor, maar uiteindelijk zal de bodemrechter oordelen. We stellen immers vast dat art. 10.2. van de statuten een regeling inhoudt van vrijwillige overdracht. Art. 10.4 houdt een regeling in van een uittreding of toetreding van een nieuwe vennoot, waarbij ook de wijze van waardering wordt vastgelegd. Art. 23 bepaalt dat de uittreding van een vennoot niet de ontbinding van de vennootschap met zich meebrengt.

14. De mogelijkheid van opzegging van een VOF is van dwingend recht en kan door de statuten niet worden beperkt of uitgesloten. De opzegging kan echter gemodelleerd worden, zodat die met een uittreding gelijkgesteld kan worden (B. Van Bruystegem, “Enkele aspecten van de vennootschap onder firma” in KFBN (ed.), Miskende vennootschapsvormen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 12).

In art. 10.4 van de statuten wordt gesproken over de uittreding van een vennoot en de prijs die hij bij de uittreding ontvangt. In art. 23 wordt eveneens bepaald dat de uittreding geen einde maakt aan de vennootschap.

Bij een beoordeling prima facie komt het ons voor dat partijen de opzeg hebben gemodelleerd door de vennoot een uittreding toe te staan, zonder dat dit de ontbinding van de vennootschap met zich meebrengt.

Deze prima facie-beoordeling wordt door ons enkel gedaan om een verantwoording te geven voor het niet uitoefenen van onze willige rechtsmacht in het kader van art. 184, § 1 W.Venn.

Wanneer we vaststellen dat prima facie de voorwaarden voor het uitoefenen van onze willige rechtsmacht niet voorhanden zijn, dienen we niet in te gaan op de vordering om deze uit te oefenen.

Mocht later ten gronde toch beslist worden dat de VOF ontbonden is, dan kunnen verzoekers zich opnieuw tot ons wenden.

15. Het verzoek aan Ons gedaan om een vereffenaar aan te stellen over de VOF en onze willige rechtsmacht uit te oefenen, is geen verzoek tot de beslechting van een geschilpunt waaromtrent één van de partijen in het ongelijk kan worden gesteld, zodat er geen redenen is om één van de partijen te veroordelen tot de ko

Gerelateerd
Nog dit: 

Middeleeuwse opdeling van de bevoegdheden van de schepenbanken

DE SCHEPENBANK ALS GERECHTELIJK ORGAAN

A.WILLIGE RECHTSPRAAK (VOLUNTAIRE RECHTSPRAAK)

1. Bekrachtiging van akten

2. Aflevering van attesten

a. Verlening van attestaties en paspoorten

b. Toestemming tot collocatie

3. Toezicht op het beheer van goederen door particulieren

a. Staten van goed

b. Betwistingen over inboedels van sterfhuizen

4. Voogdij over wezen

B. RECHTSPRAAK IN GESCHILLEN (CONTENTIEUZE RECHTSPRAAK)

1. Ferieboeken

2. Sententies

3. Adviezen van hogere instanties

4. Gerechtelijke onderzoeken en aanverwante procedurestukken

5. Furnissementen

6. Namptissementen

7. Klachten en saisissementen

8. Verbaalboeken

9. Enkwesten

10. Procuraties

11. Procesdossiers of processtukken m.b.t. civiele zaken

11.1) Processtukken waarvan de procespartijen en het voorwerp van proces gekend zijn

11.2) Processtukken waarvan de procespartijen, maar niet het voorwerp van proces gekend zijn

11.3) Staten van gerechtskosten bij processen waarvan de procespartijen, maar niet het voorwerp van proces gekend zijn

11.4) Processtukken waarvan noch de procespartijen noch het voorwerp van proces gekend zijn
 

0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: ma, 19/09/2011 - 23:11
Laatst aangepast op: di, 22/12/2015 - 19:38

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.