-A +A

Wie betaalt de kosten van opruiming van een aangespoelde potvis?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Opdat de inbezitname van een `res nullius‘ zou leiden tot eigendom ervan, is een materieel en een intentioneel element vereist.

Het louter in bezit nemen van een res nulllius maakt de bezitter nog geen eigenaar of drager van rechten en plichten ten aanzien van de res nullius.

De inbezitname van een res nullius dient gepaard te gaan met een animus om de res nullius toe te eigenen.

Toepassing: Wie betaalt de kosten van opruiming van een aangespoelde potvis?

• Hof van Beroep Gent 4 januari 2002, RW 2004-2005, 144

Samenvatting:

Eigendomsverwerving van een res nullius met de daaraan gekoppelde gevolgen vergt een inbezitname en een animus tot eigendomsverkrijging.

Gemmeenten zijn ingevolge art. 135 §2,1 Gemeentewet verantwoordelijk voor opruiming van hindernis, een dode rottende aangespoelde potvis is een hindernis in de zin van de gemeentewet, de gemeente dient de kosten van opruiming van de potvis te btetalen.

Tekst arrest

Vlaamse Gewest t/Stad Nieuwpoort

I. Antecedenten

1. De blijvende betwisting tussen partijen betreft de vraagt wie moet instaan voor de kosten van opruiming, verwerking en transport van het kadaver van een potvis, die op 18 november 1994 is aangespoeld op het strand van Nieuwpoort.

Appellante is van mening dat deze kosten, die door haar werden voorgeschoten, dienen te worden gedragen door de gemeente, in casu de stad Nieuwpoort. Haar vordering strekt dan ook tot de veroordeling van geïntimeerde tot betaling van 1.734.286 fr. (= 42.991,83 euro).

Geïntimeerde, die deze vordering betwist, vorderde voor de eerste rechter bij tegeneis betaling van de prestaties, die naar aanleiding van dit voorval werden geleverd door haar politie- en brandweerdiensten, begroot op 504.740 fr. (= 12.512,18 euro).

2. De eerste rechter verklaarde de beide vorderingen ongegrond.

3. In hoger beroep blijft appellante op het standpunt dat de dode potvis een `res nullius‘ is, waarvan geïntimeerde eigenares is geworden op het ogenblik dat zij de beslissing heeft genomen tot de opruiming ervan. In zoverre de theorie van de `res nullius‘ niet van toepassing is, dient geïntimeerde volgens haar in te staan voor de opruimingskosten op grond van art. 135, § 2, 1�, van de Nieuwe Gemeentewet, dat onder meer de gemeenten belast met de zorg voor de reiniging en de opruiming van hindernissen op hun grondgebied.

4. Ook geïntimeerde blijft een beroep doen op de theorie van de `res nullius‘. Volgens haar blijkt de inbezitname van de potvis door appellante uit het feit dat haar diensten het initiatief hebben genomen om het kadaver op het droge te slepen. Zij besluit tot de afwijzing van het hoger beroep en herneemt bij incidenteel beroep de voor de eerste rechter gestelde tegeneis.

II. Bespreking

...

2. De potvis werd op 18 november 1994 op volle zee opgemerkt door een vissersboot. Wegens het gevaar voor de scheepvaart werd besloten, hetzij in gemeenschappelijk overleg tussen de hoofdloods te Oostende, de kapitein van de brandweer en de stadssecretaris van de stad Nieuwpoort (volgens appellante), hetzij uitsluitend in opdracht van de hoofdloods (volgens geïntimeerde), om het kadaver op te slepen en droog te leggen op het strand van Nieuwpoort. Er diende in ieder geval over gewaakt te worden dat het kadaver niet in de havengeul zou terechtkomen wegens het risico dat het in de haven zou zinken.

Uit de overgelegde stukken (meer in het bijzonder haar schrijven 22 november 1994) blijkt dat, eens dat de potvis zich op het strand bevond, geïntimeerde van oordeel was dat een beslissing over de verwijdering van het kadaver té lang uitbleef en dat zij daarom op zondag 20 november 1994, omstreeks 11.30 u, de beslissing nam om NV A. te gelasten met de onmiddellijke verwijdering van het kadaver. Deze werken werden aangevat rond 18 u.

3. De theorie van de `res nullius‘, die door de beide partijen wordt ingeroepen, is gebaseerd op de overweging dat (naar zij beiden van elkaar beweren) de wederpartij bezit heeft genomen van de potvis en aldus, met toepassing van art. 2230 B.W., geacht moet worden er eigenaar van te zijn, met alle gevolgen vandien, in het bijzonder wat betreft de kosten van de opruiming van het kadaver.

Naar het oordeel van het Hof is voormelde theorie evenwel niet van toepassing op onderhavig geschil, aangezien geen van beide partijen de `animus‘ had om zich de potvis toe te eigenen.

Of nu in gemeen overleg werd besloten om het kadaver op te slepen, dan wel of dit enkel gebeurde op bevel van de hoofdloods te Oostende, is geen doorslaggevend gegeven. In strijd met wat geïntimeerde beweert kan uit de handelwijze van de hoofdloods geenszins worden afgeleid dat hij de bedoeling had over te gaan tot inbezitname, zowel in zijn materieel als intentioneel bestanddeel, voor rekening van appellante. De dode potvis vormde een gevaar voor de scheepvaart en diende, op grond van imperatieve veiligheidsoverwegingen, te worden drooggelegd. De keuze van het strand van Nieuwpoort was geen willekeurige beslissing. Er bestond geen ernstig alternatief.

Wie deze beslissing ook moge genomen hebben of wie de sleping van de potvis effectief heeft uitgevoerd, is onbelangrijk met betrekking tot de beoordeling van onderhavig geschil. Het ging om een dringende maatregel in het belang van de openbare veiligheid. Noch degene die deze beslissing nam, noch degene die deze beslissing heeft uitgevoerd, heeft het voornemen gehad het kadaver in bezit te nemen of het zich toe te eigenen. Het enige criterium voor deze handeling was, rekening houdende met motieven van algemeen belang, de veiligheid te verzekeren van de scheepvaart langs de kust en in de haven van Nieuwpoort.

Geïntimeerde stelt terecht dat, opdat de inbezitname van een `res nullius‘ zou leiden tot de eigendom ervan, een materieel en een intentioneel element vereist zijn. Dit intentioneel element ontbreekt zowel bij appellante als bij geïntimeerde, zodat geen van beiden gehouden kan zijn tot de opruimingskosten van het kadaver, op grond van de enkele overweging dat zij er, door inbezitname eigenaar van geworden was.

...

4. De beslissing om het kadaver zonder verwijl te laten opruimen, die geïntimeerde op zondag 20 november 1994 heeft genomen, kadert in de verplichting, die op de gemeente rust om te waken over de openbare veiligheid en de gezondheid op haar grondgebied. Krachtens art. 135, § 2, 1� van de Nieuwe Gemeentewet is de gemeente trouwens uitdrukkelijk belast met alles wat verband houdt met – onder meer – de reiniging en de opruiming van hindernissen. De verwijdering van het kadaver van het strand valt onder deze begrippen.

De verregaande toestand van ontbinding waarin de potvis zich bevond, was alleen maar een reden te meer om tot spoedige opruiming over te gaan, maar doet geen afbreuk aan de hiervoor vastgestelde verplichting van de gemeente.

Geïntimeerde merkt weliswaar terecht op dat de gemeente de kosten, die zij op grond voormelde wetsbepaling maakt, kan terugvorderen van de eventueel aansprakelijke partij, maar in dit geval kan geen aansprakelijke worden aangeduid. Het aanspoelen van de potvis is een fenomeen dat slechts aan een speling van de natuur kan worden toegeschreven en waarvoor niemand verantwoordelijk kan worden gesteld.

Aangezien de Gemeentewet van toepassing is op onderhavige problematiek, zijn noch het edict van Keizer Karel V van 10 december 1547 noch het K.B. van 4 augustus 1981 houdende het politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust, terzake dienend.

5. Op grond van het bovenstaande dient te worden besloten dat de opruimingskosten ten laste vallen van geïntimeerde, zodat de vordering van appellante gegrond voorkomt.

De tegeneis van geïntimeerde, voorwerp van haar incidenteel beroep, is ongegrond.

Franse term: 
chose sans maître
Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 22/04/2016 - 17:35
Laatst aangepast op: ma, 25/04/2016 - 13:14

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.