-A +A

Wettelijke specialiteit van een vennootschap, het vennootschapsbelang,collectief belang van alle aandeelhouders en de statutaire specialiteit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De wettelijke specialiteit van een vennootschap, die van openbare orde is, verwijst naar de noodzaak van winstoogmerk. De term vennootschapsbelang is iets ruimer en omhelst het collectief belang van alle aandeelhouders. Daarnaast bestaat ook nog een statutaire specialiteit die betrekking heeft op het werkterrein van de betrokken vennootschap. Beide specialiteitbeginselen dienen gerespecteerd te worden.

Indien een vennootschap deel uitmaken van een groep, bestaat er ook zoiets als het groepsbelang. De notie groepsbelang heeft een andere draagwijdte van het begrip vennootschapsbelang nu de groep niet als dusdanig over rechtspersoonlijkheid beschikt. Elke handeling binnen de groep zal dan ook steeds aan een van de individuele vennootschappen moeten toegerekend worden. (A. François, “het wankele evenwicht tussen het vennootschap-en het groepsbelang en betreffende het misbruik van vennootschapsgoederen als mogelijke sanctie bij onevenwicht”, TRV, 19 94,231-232). Elke groepsbeslissing zal dan ook steeds resulteren in een beslissing van een orgaan van een vennootschap. De rechtsgeldigheid van deze beslissing zal dan ook steeds beoordeeld dienen te worden in het licht van het individuele belang van de betrokken vennootschap.

Het wordt algemeen aanvaard dat een vennootschapsgroepen, de dochtervennootschappen rekening kunnen houden met het films doen, als dit ook hun eigen belang omvat (E. Wymeersch, Comment le droit porrait aborder certains groupes de sociétés in X. Melange, offerts à Pierre Van Ommeslaaghe, Brussl, Bruylant, 2000).

De kans op dit laatste kan inderdaad aanzienlijk verkleinen als een groepslid niet de nodige hulp kan bekomen om zijn toekomst te verzekeren. Evenwel dienen grenzen gesteld te worden aan deze behulpzaamheid en dienen er zich meteen en aantal voorwaarden aan zoals beperking in de tijd, proportionaliteit, wederkerigheid. Bovendien dringt het eigenbelang van een filiaal zich op wanneer het de rechten van derden aangaat. Zoals de schuldeisers en minderheidsaandeelhouders.
 

In een zaak die aan het hof van beroep te Gent werd voorgelegd en waarin uitspraak werd geveld op 22 december 2014 , RABG 2015/16, 1148, werd herhaald dat het wettelijk specialiteitbeginsel wel degelijk de openbare orde raakt zodat dit in toepassing van artikel 55§2WCO bij de beoordeling van de ovatie van het reorganisatieplan wel degelijk in aanmerking worden genomen (Gent 30 mei 2012 T R V 2013, aflevering 7, 717; Brussel 15 januari 2010 TBH 2011, 79; Luik 4 december 2009, JLMB 2010, 1371; Gent 10 februari 2004, rechtskundig weekblad 2004-2 1005, 1593; Koen Geens et al., “vennootschappen (1999-2 1010)” TPR, 146; Koen Geens en M. Wyckaart, beginselen van Belgische privaatrecht IV, verenigingen en vennootschappen, deel II, de vennootschap, A. Algemeen deel, pagina 235, randnummer 133; M. Van Cleemput, “over vennootschappen die rechtshandelingen om niet stellen”, Jura Falconis, 2013-2 1014, pagina 3-12 in het bijzonder op pagina zeven).

Het beginsel van de wettelijke specialiteit houdt in dat een rechtspersoon enkel drager kan zijn van de rechten en verplichtingen in de mate dat de aangegane verbintenissen verenigbaar zijn met het werkterrein dat de wetgever voor deze categorie van rechtspersoon heeft voorbehouden

De belangrijkste wettelijke beperking van de rechtsbekwaamheid van vennootschappen houdt verband met de aard zelf van de vennootschap, die namelijk wordt opgericht met een winstoogmerk. Dit winstoogmerk wordt door artikel één van het wetboek van vennootschappen omschreven als oogmerk om aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen.

De bekwaamheid van een vennootschap en de bevoegdheid van haar organen om de vennootschap rechtsgeldig te verbinden, is dan ook beperkt tot die handelingen die de vennootschap dergelijk vermogensvoordeel kunnen bezorgen (cassatie 30 september 2005, TRV 2006,592).

Het advies van het Openbaar Ministerie maakt melding van ernstige aanwijzingen dat geïntimeerde het wettelijke specialiteit begint heeft miskend en zij haar eigen vennootschapsbelang door allerlei ingrepen op een niet proportionele wijze achter stelt voordelen van de groep en de nadelen van de schuldeisers zonder dat duidelijk werd gemaakt welke woorden geïntimeerde uit al deze ingrepen en constructies heeft gehaald.

Nazicht van het reorganisatieplan toont naar het oordeel van het hof aan dat er wel degelijk sprake is van een miskenning van de wettelijke specialiteit het vennootschapsbelang van geïntimeerde.
Vooreerst blijkt uit de reorganisatieplannen van zowel de NV VDW-bouwgroep en als geïntimeerde dat zij (die 249 van de 250 aandelen of 99,60% van geïntimeerde bezit) in juni 2013 – op een ogenblik dat het al duidelijk was dat geïntimeerde zelf problemen zou krijgen om haar schuldeisers te betalen – zichzelf vanuit geïntimeerde nog een dividend van maar liefst € 800.000 heeft toegekend, wel dividend werd omgezet in een schuldvordering die werd ingeschreven op rekening-courant tussen geïntimeerde en de NV VDW Bouwgroep.
Het reorganisatieplan van geïntimeerde vermeldt uitdrukkelijk dat dit dividend werd toegekend om de schuldeisers van NV VDW, waaronder de groepsvennootschappen, te kunnen betalen.

Dit wordt in de syntheseconclusies van geïntimeerden met zoveel woorden uitdrukkelijk bevestigd:

“De moedervennootschap heeft immers directe financiële middelen nodig vanaf het moment dat ze beschikbaar zouden zijn om haar schuldenlast ten opzichte van haar dochtervennootschappen te kunnen afbouwen”

Wat vaststaat is dat door deze handelswijzevermogen werd onttrokken en geïntimeerde en voordelen werden toegekend aan derden zonder dat daar enige tegenprestatie of verbintenis van die derden, of enig rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel voor geïntimeerde tegenover staat.

Verder voorziet het herstelplan van geïntimeerde dat zij onroerende goederen zal verkopen ten bate van de groep hetgeen volgens het Openbaar Ministerie opnieuw een verarming van geïntimeerde ten voordele van de groep is ten bedrage van € 1.042.000.

Het valt dan ook niet in te zien hoe deze verkopen met de wettelijke specialiteit en het vennootschapsbelang van geïntimeerde in overeenstemming te brengen zijn.

De betaling van andermans schuld of het verlenen van een zakelijke zekerheid daarvoor, zijn strijd met de wettelijke specialiteit.

Verder dringt zich ook naar het oordeel van het hof de vaststelling op dat de verkopen van de nv R, waarvan geïntimeerde rechtstreeks en onrechtstreeks 99,50% van de aandelen bezit, een miskenning van de wettelijke specialiteit en het vennootschapsbelang van geïntimeerde inhoudt.

Blijkens een op 20 december 2013 afgesloten overeenkomst hebben geïntimeerde en de NV VDW al hun aandelen in de nv R. Verkocht aan een derde partij de bvba GPL, en dit voor slechts een symbolische euro terwijl uit de geconsolideerde jaarrekening van 2012 blijkt dat deze aandelen voor ongeveer € 2.000.000 geboekt stonden.

Dat deze verkoop voor slechts een symbolische euro neerkomt op een verarming van geïntimeerde zonder dat ook maar op enige wijze lijkt, laat staan wordt aangetoond dat hier enig proportioneel rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel voor geïntimeerde tegenover staat, lijdt niet de minste twijfel .

Uit de voormelde overnameovereenkomst blijkt immers dat geïntimeerde en de nv VDW het zo hebben bedongen dat de GPL groep als tegenprestatie voor het verwerven van de aandelen een bedrag van € 6.000.000 investeert in de nv R, zodat deze laatste haar schuldeisers zou kunnen betalen in uitvoering van haar eigen WCO plan.

Geïntimeerde en de nv VDW hebben dus een overeenkomst gesloten waarbij zij hun aandelen overdragen aan een partij, die in ruil hiervoor niet aan de verkopers, maar aan een andere groepsvennootschappen een tegenprestatie levert ter waarde van niet minder dan € 6.000.000.

Het is zonneklaar dat geïntimeerde daarmee inderdaad heeft gesteld die niet alleen regelrecht ingaat tegen haar wettelijke specialiteit en vennootschapsbelang, maar ook de belangen van haar eigen schuldeisers miskent.

Dit geldt des te meer nu op geen enkele manier blijkt, nog wordt verduidelijkt in welke mate deze verkoop van aandelen van de nv R de belangen dient van geïntimeerde en/of in verhouding staat met het voormelde bedrag van € 6.000.000.

Tenslotte dient in navolging van het advies van het Openbaar Ministerie ook nog te worden gewezen op het feit dat uit de stukken en de conclusies van geïntimeerde blijkt dat zij op datum van 10 november 2013 een vordering had op de totale bedrijvengroep VDW van € 1.484.449,43, welke vordering door het uitvoeren van een nettingoperatie werd omgezet in een schuld van € 4.528.397 aan de nv VDW teneinde deze laatste toe te laten schuldeisers te voldoen.

Een en ander houdt ontegensprekelijk een verarming van geïntimeerde in nu:
1) zij in het kader van de nettingsoperatie een een aantal uitstaande vorderingen op andere leden van de groep heeft moeten prijsgeven en
2) het plan voorziet dat nv VDW zal betaald worden op voorwaarde dat ze gelden nodig heeft om haar verplichtingen die voortvloeien uit haar eigen herstelplan te kunnen uitvoeren
de uitspraak laat zich raden: “op deze gronden,

Het hof,

Rechtdoende op tegenspraak,

Voegt alle hogere beroepen samen,

Verklaart deze hogere beroepen ontvankelijk en als volgt gegrond Doet het bestreden vonnis teniet en, opnieuw rechtdoende,
weigert de homologatie van het door geïntimeerde neergelegde reorganisatieplan en sluit de reorganisatieprocedure…

voor het volledige arrest waarin het hof nog op meerdere kronkels diende te antwoorden, wordt verwezen naar RABG2015/16, 1148, met noot van Nathalie van Landuit, het wettelijk specialiteitsbeginsel als weigeringsgrond bij prolongatie van een reorganisatieplan.
 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: wo, 13/01/2016 - 16:14
Laatst aangepast op: za, 08/07/2017 - 10:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.