-A +A

Waarheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Zowel in de menswetenschappen zoals het recht als in de exacte wetenschappen lijkt het begrip waarheid onder vuur te liggen.

Waarheid is hetgeen overeenstemt met de werkelijkheid. Deze eenvoudige definitie lijkt aanlokkelijk maar verschuift in haar simplisme de definiëring naar het woord “werkelijkheid”.

Het ligt dus iets ingewikkelder. Maar waarheid bestaat wel degelijk. De waarheid wordt vaak verkracht, verborgen, gezocht en niet gevonden en meer dan eens, zoniet zeer vaak vergissen mensen zich over de waarheid, niet in het minst, politici, rechters en magistraten. Maar dit mag nooit een excuus zijn om de waarheid met opzet geweld aan te doen en ze te herleiden tot ee verzameling van alternatieve werkelijkheden.

Waarheid dient steeds nagestreefd te worden. Men kan verkiezen te zwijgen, maar in journalistiek, politiek, recht en wetenschap wordt waarheidsvinding bedreven.

In de liefde en menselijke relaties kan omheen te waarheid gefietst. Wij liegen allen meermaals per dag en de vaardigheid tot liegen zit gebeiteld in onze genen als een noodzakelijke eigenschap om maatschappelijke relaties te kunnen leggen. Dit belet niet dat de waarheid haar rechten heeft en doet niets af aan de bestaanbaarheid en het belang van de waarheid.

En al is de waarheid één van de helaasheden waarmee de mens moet leven, ook al kan de mens de waarheid negeren en zelfs leven met leugens, toch is en blijft waarheid de wetenschappelijke, en intermenselijke toetssteen bij uitstek. Wie leerstelsels, filosofie, recht, en gedrag op alternatieve feiten, op mythologie of leugens gaat bouwen is een gevaar voor de samenleving.

“De waarheid, is de gedeelde grond van waaruit we vertrekken, de lingua franca van elk rationeel debat. Onze toeverlaat in tijden van nepnieuws”

“Als je je geloof in de waarheid opgeeft, dan sta je met je mond vol tanden bij een pathologische leugenaar als Trump, die onophoudelijk manifeste onwaarheden en complottheoriën verspreidt”.

Maarten Boudry, De waarheid, geheim wapen tegen al wat slecht is, De Morgen 19/06/2017

Definities van waarheid:

Oudheid

• Plato: Waarheid is stabiel en eeuwig en is toetsbaar aan de ideeënwereld. Waarheid staat tegenover schijn en schijnwerkelijkheid.

• Aristoteles: "Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is."

Middeleeuwen

De waarheid is de overeenstemming tussen verstand (kennis) en feiten (werkelijkheid) (adaequatio rei et intellectus).

Descartes

Een zin is waar, wanneer die met een zonneklaar oordeel overeenstemt.

Verlichting

• Immanuel Kant (1724-1804) brengt het begrip waarheid in verband met zijn begrip van "a priori" (van tevoren) en bedoelt daarmee begrippen, waarvan de betekenis onmiddellijk duidelijk is. Deze a prior duidelijke begrippen zijn volledig onafhankelijk van persoonlijke ervaring omdat de dingen van de ervaring niet zoals de dingen van het verstand direct door de rede benaderbaar zijn: ze hebben immers de bemiddeling van de ervaring nodig

Volgens Kant bestaat er geen algemeen criterium voor "waarheid" buiten de waar- of onwaarheid van de eigenlijke predicaatsuitspraken om. Probeert men namelijk toch zo'n algemeen criterium voor waarheid te formuleren (die iets over waarheid zou zeggen buiten de predicaatsuitspraken om) dan zou men wat over kennis moeten zeggen terwijl men abstraheert van haar concrete objecten. Maar als men van alle objecten abstraheert, dan bestaat er überhaupt geen kennis meer, want kennis is juist kennis over objecten. Die kennis bestaat in de vorm van predicaatsuitspraken. (Zie Kritik der reinen Vernunft B83).

• De correspondentietheorie, van de waarheid ( correspondence theory of truth), stelt dat de waarheid van een bewering afhangt van de relatie van die bewering tot de wereld (of: tot de werkelijkheid). Een bewering is waar als deze de werkelijkheid accuraat beschrijft (en dus met de werkelijkheid correspondeert.

Volgens de correspondentietheorie zijn beweringen waar als zij corresponderen met een werkelijke stand van zaken, dat wil zeggen: een stand van zaken die zich in de werkelijkheid voordoet.

De correspondentietheorie gaat uit van een relatie tussen bewering en de werkelijkheid. Deze visie heet met het ontologisch realisme, zijnde het geloof dat er een onafhankelijke werkelijkheid buiten het bewustzijn, buiten de geest, bestaat. Dit in tegenstelling tot het Duits idealisme, dat meent dat er geen objectieve, onafhankelijke werkelijkheid bestaat buiten de geest.

• De coherentietheorie (voluit: coherentietheorie van de waarheid, ook wel coherentisme genoemd), afkomstig uit de wetenschapsfilosofie, stelt dat de waarheid van een oordeel bestaat in de mate van systematische samenhang (=coherentie) waarin het met andere oordelen kan worden gebracht.

Volgens de coherentietheorie is een uitspraak wetenschappelijk waar wanneer deze in overeenstemming is met eerdere uitspraken van de wetenschapper zelf en andere wetenschappers. Het waarheidsgehalte van de uitspraak wordt dus bepaald aan de hand van andere, eerder gedane, uitspraken. Daarnaast wordt het waarheidsgehalte niet alleen bepaald door eerder gedane uitspraken, maar ook door geldende meningen over bijvoorbeeld de accuraatheid van gebruikte meetapparatuur en of deze meetapparatuur al dan niet geschikt is om een bepaalde theorie te toetsen.[bron?]

Volgens de coherentietheorie: is iets waar als het coherent is met een reeks of systeem van andere uitspraken.

“Das Wahre ist das Ganze. Das Ganze aber ist nur das durch seine Entwicklung sich vollendende Wesen. Es ist von dem Absoluten zu sagen, dass es wesentlich Resultat, dass es erst am Ende das ist, was es in Wahrheit ist; und hierin eben besteht seine Natur, Wirkliches, Subjekt oder Sichselbstwerden zu sein." (Hegel, Phänomenologie des Geistes, 24).

Tegenover de coherentietheorie geldt het isolementsbezwaar, volgens welke de interne samenhang van een stel oordelen onvoldoende is om ze waar te maken, omdat zij strijdig kunnen zijn met andere stellen intern samenhangende oordelen. Als voorbeeld kan het argument van inconsistente openbaringen worden aangehaald, volgens welke bijvoorbeeld de drie godsdiensten van het boek, christendom, islam en judaïsme intern systematisch kunnen samenhangen, maar duidelijk strijdig zijn met elkaar, waardoor minstens twee ervan, en misschien wel alle drie, onwaar moeten zijn (Chris Redford. 3.4.1(2) Atheism: Objections to Evidentialism. Why I Am No Longer a Christian (5 januari 2012) Geraadpleegd op 2 februari 2016. (3:18–4:42).).

Twintigste en Eenentwintigste eeuw

• Pragmatische waarheidstheorie (Charles Sanders Peirce, William James en John Dewey). Volgens het pragmatisme is waarheid dat wat nuttig en bruikbaar is, 'dat wat werkt'.

Peirce geldt als grondlegger van het pragmatisme maar hield er zelf een andere waarheidstheorie op na: waar is voor hem dat waarover de gemeenschap van wetenschappers het uiteindelijk eens zullen zijn.

• Logica. Waarheid dient gezien op een minimalistische of deflatoire wijze: 'waar' is een concept dat niet verder kan worden geanalyseerd. De stelling 'Het gras is groen' is waar als het gras inderdaad groen is (en de waarheidswaarde van de uitspraak dus 1 is, en niet 0). (Wittgenstein ,Philosophische Untersuchungen, gevolgd door Gottlob Frege en Alfred Tarski)

• Redundantietheorie (Frank Plumpton Ramsey (1903-1930): het woord "waar" is gewoon overbodig. s uitgewerkt.

• Constructivistische theorie van de waarheid: Waarheid is iets dat niet los van de mens en zijn cultuur bepaald kan worden, maar er juist afhankelijk van is. Dit hangt samen met de nieuwe opvatting van de taal in het late werk van Wittgenstein. De betekenis wordt niet meer bepaald door afspiegeling van een werkelijkheid, maar door het gebruik van de woorden binnen zogenaamde taalspelen en levensvormen (meaning is use). In deze waarheidstheorie wordt dit principe toegepast op het begrip waarheid: wat als waar of onwaar kan beschreven worden hangt af van het taalspel waarin men zich beweegt. Waarheid buiten taalspelen zoeken is in die zin zinloos, omdat woorden geen betekenis hebben, en dus waarheid ook niet, buiten taalspelen.

• De waarheidstheorie van Martin Heidegger (1889-1976). Waarheid is "Openbaarheid van het zijn". Daarbij doelt hij op het Griekse woord voor waarheid, aletheia, dat letterlijk "onverborgenheid" betekent. Vanuit fenomenologisch perspectief stelt Heidegger dat de dingen, de zijnden, slechts op de voorgrond kunnen treden tegen een achtergrond, het Zijn.

• Consensustheorie van de waarheid, (Jürgen Habermas en Karl-Otto Apel) De consensustheorie stelt dat een uitspraak waar is, wanneer een onbegrensd groot aantal mensen dat over alle wenselijke communicatiemiddelen beschikt deze uitspraak zou onderschrijven.

• Performancetheorie van de waarheid (Peter Frederick Strawson (1919-2006)). Volgens deze theorie treedt het woord "waar" in een zin op als onderstreping van het gezegde.

• Systeemtheorie van de waarheid. In de systeemtheorie wordt waarheid als symbolisch gegeneraliseerd communicatiemedium opgevat. Daarbij wordt aan de basis een onderscheid gemaakt tussen weten en waarheid, en wat als het 'ware weten' zal gelden, moet in tweede instantie worden bepaald. Dit leidt uiteindelijk tot de paradox, dat er ware en onware waarheid is.

• Werkelijkheidstheorie. Waarheid is hetgeen overeenstemt met de werkelijkheid. Deze eenvoudige definitie lijkt aanlokkelijk maar verschuift in haar simplisme de definiëring naar het woord “werkelijkheid”.

• Postmodernisme: Er bestaat geen waarheid<; er bestaat geen meta-standpunt dat zonder filter toegang tot de zuivere waarheid biedt. Geloof in de waarheid is naïef. Waarheid is een loutere sociale constructie. De waarheid is de dominante en hegemonische interpretatie. De waarheidsvisie van de postmodernisten wordt ook post-thruth geheten en werd aangehangen door het NAZISME (ook door Heidegger de Freiburgse rector die openlijk sympathiseerde met Hitlers ideaal van nationale verheffing ('nationale Erhebung'). Het postmodernisme blinkt uit in hoogdravende, ondoordringbare irrelevantie. Dit waarheidsrelativerende betonrot wordt door het populisme van de eerste twee decades van de 21° eeuw aangewend als wapen tegen intellectueel links.

Waarheid in politiek, recht, journalistiek?

Meerdere stromingen wijzen op de problematiek van de definiëring en bereikbaarheid van de (absolute) waarheid en pleiten om het begrip “waarheid” af te schrijven en te vervangen door begrippen zoals eerlijkheid, oprechtheid, waarachtigheid, extreme waarschijnlijkheid.

Maarten Boudry 5De Morgen 20/06/2017) pleit voor een simplistische benadering. De waarheid is doodgewoon. Het is een bewering die overeenstemt met de werkelijkheid. Beweringen zijn waar of onwaar. Waarheid is niet altijd te bereiken maar we moeten ze steeds nastreven. De waarheid is volgens Boudry “de lingua franca van elk rationeel debat.”

“Als het verschil tussen waarheid en onwaarheid, feit en verzinsel vervaagt, rest enkel machtspolitiek” (Mark Elchardus De Morgen 17/12:2016).

Waarheid is in absolute termen misschien moeilijk definieerbaar maar wel aanvoelbaar en zeker verifieerbaar. Stromingen in de rechterzijde schreeuwen dat de waarheid niet bestaat, dan wel dat de waarheid gemanipuleerd wordt. Dit resulteert in het loslaten van de waarheid en maakt de weg vrij voor manipulatoren en populisten die zich kunnen bedienen van alternatieve werkelijkheden.

Veel meer verontrustend dan randfenomenen zoals Trump, is de vaststelling dat politici, magistraten en journalisten, menen te beschikken over middelen en kennis om het waarheidsgehalte van een bewering te kunnen nagaan en menen dat zij experten zijn in het onderscheiden tussen waarheid en leugen.

De waarheid als wapen

Populisten gebruiken alternatieve waarheden die goed bekken en die vooral graag gehoord worden door hun aanhang. Tijdelijk kunnen zij tot voordeel strekken. Maar al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel en zo is de leugen de vijand van de waarheid maar is het precies de waarheid die door de waarheid de leugen verslaat. Na verloop van tijd zal de aanhang van de populist beseffen dat de bronnen en het referentiekader van de populist vals zijn en dat de waarheid ook haar rechten heeft en het luisteren waard is.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Duitsers gedwongen om naar de nazipropaganda te luisteren en kregen zij evenals de inwoners van de bezette gebieden het verbod op straffe van de doodstraf naar de BBC luisteren. De nazipropagandazenders stonden bol met alternatieve werkelijkheden en waren hoogst onbetrouwbaar. Er werd enkel over zeges gepraat. De BBC was te beluisteren in Duitsland en in alle bezette gebieden. Anders dan de Duitse zenders werd de berichtgeving van de BBC correct weergegeven, weze het met beperking van een belangrijk aantal items die de veiligheid van de geallieerde troepen in gevaar zou brengen. Maar er werd ook over verliezen gesproken aan de zijde van de geallieerden. Geleidelijk aan beseften de Duitsers maar ook de NAZI-gezinden dat de informatie van de BBC geloofwaardig was en verloor de NAZI-propagandamachine alle effect en geloofwaardigheid.

Precies door de waarheid niet te vertellen verloor Comical Ali alle geloofwaardigheid

Juristen vaak onbekwaam in waarheid

Rechters, procureurs, onderzoeksrechters en advocaten kennen misschien wel recht maar hebben geen opleiding in waarheidsvinding

Nergens in de opleiding “rechten” wordt (voldoende) aandacht, laat staan gedegen opleiding gegeven aan en in “waarheidsvinding”. Bepalen of een uitspraak “waar” of “onwaar” is, is immers het vakgebied van wetenschap en wiskunde.

Een voorbeeld In een hospitaal in Nederland werd vastgesteld dat er statistisch gezien meer kinderen overleden wanneer een bepaalde verpleegster dienst had. Hierin werd het bewijs gevonden dat zij schuldig moest zijn aan het euthanaseren van deze kinderen. De kans dat dit toeval zou zijn, zou immers slechts 1 kans op 250.000 zijn.zie zaak Lucia de Berk.

De vrouw (Lucia de Berk) werd tot een extreem zware straf veroordeeld en kon ondanks een procedure voor de Hoge Raad, het Nederlandse Hof van Cassatie, zelfs na een verwijzing haar onschuld niet bewijzen en de veroordeling dus niet ongedaan maken. Ook Nederland kent een vermoeden van onschuld, doch de statistische onwaarschijnlijkheid voor enige andere verklaring voor de verhoging van de sterfgevallen, werd als waarheidscriterium gehanteerd.

De onwaarschijnlijkheid van een andere optie kan inderdaad als een waarheidscriterium worden gebruikt. Voorbeeld. Is het mogelijk dat er een oerkracht in het heelal bestaat die er perfect uitziet als de grote smurf en die toeziet op andere blauwe wezentjes die de causaliteit der dingen bepalen. Strikt logisch bestaat deze eventualiteit, conform de denkoefening die de overigens christelijke Descartes reeds eeuwen geleden heeft gedaan. Maar gelet op de onwaarschijnlijkheid ervan mag deze theorie genegeerd worden en zijn er tot nader order ook geen Smurfieken of Smurfims, of Smurfisten, of Smurfoes. Een Britse Antropoloog had echter in de bossen van Vlaanderen in de meimaand van 2017 kleine houten huisjes in de bomen zien hangen met daarin kleine blauwe vrouwelijke popjes, die door de plaatselijke inboorlingen werden aanbeden en aangekleed met bloemen. B ij enkele primitieve stammen werden blauwe vrouwenbeeldjes in een zingende optocht gedragen. Nader onderzoek weerlegde echter de aanvankelijke stelling dat dit het bewijs zou uitmaken van de aanbidding van de Heilige Smurfin.

De onwaarschijnlijkheid van een andere hypothese is evenwel niet zo absurd, wanneer deze wordt getoetst in een bredere context.

Het onwaarschijnlijk hoge sterftecijfer van kinderen die verzorgd werden door verpleegster X vereist volgende logische noodzakelijk te onderzoeken andere hypotheses:

• In welke periode vonden de overlijdens plaats? Waren er in de rest van het land op dat ogenblik niet evenveel overlijdens bij jonge kinderen waardoor de oorzaak dus extern kon liggen?

• Waren er in het hospitaal ook bij andere patiënten die niet verzorgd werden door deze verpleegster niet meer overlijdens dan anders, hetgeen zou kunnen wijzen op een oorzaak in het hospitaal zelf?

• Wat waren de overlijdens cijfers op de afdeling vlak voor en vlak na (over een langere periode) de werkzaamheden van de verpleegster?

• Wat waren de overlijdenscijfers in de andere ziekenhuizen en in de andere afdelingen waar de verpleegster voordien werkte.

• De verpleegster had als eigenaardigheid dat zij met tarotkaarten speelde en deze kaarten meenam bij de kinderen omdat volgens haar stelling het spelen met deze kaarten met de kinderen de kinderen tot rust bracht. De kinderen die ze behandelden waren doodzieke kinderen. Gesteld dat de kaarten de kinderen inderdaad tot rust stelden, dient onderzocht te worden in hoeverre rust en dus de afwezigheid van stress een invloed kan hebben op een vervroegd overlijden bij doodzieke kinderen.

• Er dient onderzocht te worden welke begeleidende factoren aanwezig waren door aanwezigheid op de afdeling van de verpleegster. Welke andere personen waren steeds aanwezig wanneer de verpleegster aanwezig was? Welke bacteriële infecties had de verpleegster?

De waarschijnlijkheidstheorie van een misdadig complot ten aanzien van een bijzonder onwaarschijnlijke gebeurtenis doorstaat echter niet de logische test. Deze theorie gaat immers uit van het feit dat een extreme toevalligheid niet zou bestaan en dat het dus onmogelijk is dat in een bepaalde periode op een bepaalde plaats in een bepaalde context een gebeurtenis zich gaat voordoen wanneer de waarschijnlijkheid leert dat het voorval slechts een statistische kans heeft van bijvoorbeeld één op 250 000.

De toevalligheid va elke existentie (het bridgekaart-argument

Alle gebeurtenissen zijn het product van een extreme toevalligheid.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Tijdens het bridge kaartspel krijgt een speler driemaal na mekaar slechte kaarten, en dit telkens wanneer een bepaalde andere speler de kaarten deelt. De derde maal denkt hij in zijn binnenste dat hij een bepaalde kaart zeker niet mag krijgen. Welnu bij het delen krijgt hij deze kaart. Dit is volgens hem het bewijs dat degene die de kaarten deelt vals speelt. Aangezien de kaartspeler de kunst van de statistiek en de kansberekening beheerst, heeft hij uitgerekend dat er slechts één kans op 750 000 bestaat dat deze kaart bij toeval aan hem werd toebedeeld. Hieruit afleiden dat de kaartendeler een valsspeler is, is ridicuul. De essentie van een kaartspel is immers het spel met extreem absurd kleine kansen waarbij het uitdelen van de kaarten volstrekt willekeurig lijkt en zich niet aan wetmatigheden laat onderwerpen. Het kaartspel is gebaseerd op chaos. Zo ook het leven.

Lampenkap van mensenhuid

National Geographic deed een onderzoek naar een bepaalde lampenkap in New Orleans. Middels wetenschappelijk onderzoek wou men weerleggen of bewijzen dat de lampenkap gemaakt was van mensenhuid afkomstig uit Duitse concentratiekampen. Bleek dat de draad waarmede de huid gespannen was over de kap gemaakt was door IG Farben, een bedrijf dat had samengewerkt met concentratiekampen bij haar productie. Bleek verder dat het gebruikte ijzer dateerde uit de jaren 40 van de 20e eeuw en bleek tenslotte dat er menselijk DNA werd teruggevonden in de stoffering van de kap.

Toen enkele jaren later de kap opnieuw onderzocht werd bleek dat er geen menselijk DNA in de kap zat, althans niet in binnenste gedeelte van de “huid”. Dit binnenste gedeelte van de huid bleek van dierlijke oorsprong en het eerder onderzochte DNA was inderdaad menselijk maar betrof DNA afkomstig van contaminatie door mensenhanden langs de buitenzijde.

DNA was een hele stap voorwaarts in het forensisch onderzoek, doch was anderzijds voor de waarheidsvinding vaak fataal, voornamelijk dan door contaminatie en door een gebrek aan opleiding van advocaten en magistraten in het vinden van de waarheid en voornamelijk in de wiskundige en wetenschappelijke kennis die hiervoor nodig is..

Zelfde fouten bij de waarheidsvinding en bij het wetenschappelijk onderzoek zijn schering en inslag bij het onderzoek naar kruitsporen en bij persoonsherkenning

 

Commentaar: 

Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen

analytische waarheid

Een analytische waarheid is een uitspraak waarvan de waarheidswaarde afhankelijk is van de betekenis van de uitspraak zelf. Een voorbeeld is: "Eenogigen hebben één oog. Deze stelling is waar op grond van de betekenis van het woord 'Eenoog'. 'Eenoog' betekent immers persoon met slechts één oog. In een taal waar 'eenoog' zou staan voor iets anders dan 'iemand met één oog', zou deze uitspraak niet (altijd) waar zijn.

Synthetische waarheid

Daartegenover staan synthetische waarheden, zoals in de zin: "Alle vrijgezellen zijn gelukkig". Bij synthetische waarheden wordt de waarheidswaarde niet bepaald door de uitspraak zelf en haar betekenis, maar door iets buiten de uitspraak. Vaak is het de realiteit die bepaalt of de uitspraak al dan niet waar is. "Alle vrijgezellen zijn gelukkig" is waar als alle feitelijke vrijgezellen in de wereld ook effectief gelukkig zijn.

Noodzakelijk waarheden noemt men die uitspraken die in alle mogelijke gevallen waar zijn. Ook kan men stellen dat het om uitspraken gaat waarvoor geldt dat de ontkenning (negatie) tot een logische tegenspraak zou leiden, bijvoorbeeld "Alle cirkels zijn rond." (Als het voorwerp niet rond was, zou het geen cirkel zijn).

Verder zijn er nog contingente waarheden, die niet in alle mogelijke gevallen waar zijn, maar in sommige wel. Het gaat dus om uitspraken waarvan de ontkenning niet per se tot een logische tegenspraak leidt. Een voorbeeld: "Het aantal planeten is gelijk aan acht.

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: do, 22/06/2017 - 17:52
Laatst aangepast op: do, 22/06/2017 - 18:02

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.