-A +A

Verplichte vermelding ondernemingsnummer en sancties

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Uitreksel uit het wetboek van economisch recht

 

Art. III.25. [1 Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere stukken uitgaande van handels- en ambachtsondernemingen dienen steeds het ondernemingsnummer te vermelden.
Deze documenten moeten eveneens de domiciliëring en het nummer vermelden van ten minste één rekening waarvan de onderneming houdster is bij een in België gevestigde kredietinstelling die geen gemeentelijke spaarkas is en waarop de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van toepassing is.
De voor de uitoefening van een handels- of ambachtswerkzaamheid gebruikte gebouwen en marktkramen, evenals de vervoermiddelen, die hoofdzakelijk worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een ambulante handel, of, in het geval van werkgevers, in het kader van een activiteit van burgerlijke of utiliteitsbouw of een activiteit van reinigen van het interieur van gebouwen, dragen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de in het kader van het derde lid vermelde activiteiten waarvoor de gebruikte vervoermiddelen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer dragen, wijzigen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

Art. III.26. [1 § 1. Elk op verzoek van een handels- of ambachtsonderneming betekend deurwaardersexploot vermeldt steeds het ondernemingsnummer.
Bij gebreke aan vermelding van het ondernemingsnummer op het deurwaardersexploot, verleent de rechtbank uitstel aan de handels- of ambachtsonderneming om haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van de vordering te bewijzen.
Indien de handels- of ambachtsonderneming haar inschrijving in deze hoedanigheid in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van haar vordering niet bewijst binnen de door de rechtbank gestelde termijn of indien blijkt dat de onderneming niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, verklaart de rechtbank van ambtswege de vordering van de handels- of ambachtsonderneming onontvankelijk.
§ 2. Indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar hoofdvordering, tegenvordering of vordering tot tussenkomst, ingediend bij verzoekschrift, bij conclusie of deurwaardersexploot, gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van die vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, is de vordering van die onderneming onontvankelijk. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien ze niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

Art. III.27. [1 De akten van rechtspleging, die krachtens artikel III.26 onontvankelijk worden verklaard, stuiten de verjaring, alsmede de op straffe van nietigheid bepaalde rechtsplegingtermijnen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

Art. III.28. [1 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de verplichtingen bedoeld in de artikelen III.25 en III.26, uitbreiden tot andere categorieën van ondernemingen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

 

Rechtsleer: 

• SMEKENS, B., ‘De sancties van onontvankelijkheid in art. III.26 Wetboek van Economisch Recht. Kritische evaluatie met rechtspraakanalyse’, P&B 2014, afl.  3, 83-102, rechtsreeks te lezen via deze linkpdf

Inhoud
Inleiding
Situering en theoretische analyse
Ratio legis en toepassingsgebied van art.III.26 WER
Sancties
Analyse van enkele recente arresten en een vonnis
Toepassingsgebied
Niet-vermeldinq ondernemingsnummer
Onvolledige inschrijving
Synthese
Verbintenisrechtelijke aspecten

Bronverwijzingen:

• M.L DAMBRE 'Commentaar bij art. 41-43 K.B. 20 juli 1964' in X., Handels- en economisch recht. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, KIuwer, losbl,, afl. 1 B, 67.
• H. MINJAUW, 'De onontvankelijkheid van de vordering als sanctie op de niet-inschrijving in het handelsregister', P&B 1993, 71 met verwijzing naar A.J. MOMBAERTS, 'Over het handels- en ambachtsregister', RW 1957•58, 1787.
• M. DE MAREZ en P. VAN CAENEGEM, 'De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen', in B. TILLEMAN, en E. TERRYN (eds.), Beginselen van Belgisch Privaatrecht XIII. Handels- en economisch recht. Deel 1. Ondernemingsrecht. Volume A1 Mechelen, Kluwer, 2011, 492 met verwijzing naar Arbitragehof 28 mei 20031 BS 21 oktober 2003 en Luik 10 juni 2010, JT 2010, 702;
• H. DE WULF, B. KEiRSBILCK en E. TERRYN, Overzicht van rechtspraak. Handelsrecht en handelspraktijken 2003-2014, TPR. 2011, 948.
• H. DE WULF, B. KEIRSBILCK en E. TERRYN, 'Overzicht van rechtspraak, Handelsrecht en handelspraktijken 2003-2010, T.P.R. 2011, 946.
• B. TILLEMAN, Proceshandelingen van en tegen vennootschappen, Antwerpen, Maklu, 1997, 239; ,4. FETWEISS, Manuel de procedure civile, Luik, Faculté de droit de Liège, 1987, 51;
• P. VAN ORSHOVEN, 'Niet-ontvankelijkheid, nietiqheid, verval en andere wolfijzers en schietgeweren van het burgerlijk procesrecht' in P. VAN ORSHOVEN (ed.), Gerechtelijk Privaatrecht, Themis 2000-2001, Brugge, Die Keure" 29;
• K. WAGNER Sancties in het burgerlijk procesrecht, Antwerpen, Maklu, 2007
• H. BOULARBAH 'La double dimension de la qualité, condition de l'action et condition de la demande en justice', TBB.R. 1997, 78-79.
• A. FETWEISS, Manuel de procedure civile, Luik, Faculté de droit de Liège 1987, 48;
• G. DE LEVAL Eléments de procédure civile, Brussel, Larcier, 2005 30.
• S. AUDOORE, 'Bestaat er een volgorde bij het opwerpen van excepties?', P&B 2008, 189.
•. W. CLOET, 'De exceptie van onontvankelijkheid in qeval van onvollediqe inschrijving in de Kruispuntbank der Ondernemingen', TBH 2012, 690
• A. CLARBOTS, 'Over de noodzaak en interpretatie van een we! en volledig omschreven activiteit in het handelsreqister, met transponerinq naar het handelsloket', Limb. Rechtsl.; 2003, 256.
• J, DE CONINCK, 'De toetsing van een overeenkomst aan de openbare orde naar Belgisch recht', in. J SMITS en S, STIJS (eds.), Inhoud en werking van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, lntersentia, 2005 195.
•. A. VAN OEVELEN, B. CATTOIR, A. COLPAERT, M. VANLOOY, R VINCKX en L VAN VALKENBORGH, 'De nietigheid van overeenkomsten wegens strijdigheid met de openbare orde of de goede zeden: algemene beginselen en een grondslagenonderzoek', TPR 2011, 1362.
• C. MARQUET, 'Les défenses en droit judiciaire: vers un ordre public procédural', in H. BOULARBAH en J.-F. VAN DROOGHENBROECK (eds.), Les défenses en droit judiciaire Brussel, Larcier, 2010, 17-18.
•.P. WÉRY., 'L'essor du droit impératif et ses rapports avec l'ordre public en matière contractuelle', in I. SAMOY (ed.), Evolutie van de basisbeginselen van het contractenrecht, Antwerpen, lntersentia, 2010, 121-12.2.

Bibliografie

• ALLEMEERSCH, E. en RYELANDT, S., 'Regime des firn; de non-recevoir tirées du défaut cl'intérêt ou de qualité' in H. BOULARBAH en J.-F. VAN DROOGHENBROECK (cds.), Les défenses en droit judiciaire, Brussel, Larcier, 2010, 1:37-17H.
• AUDOORE, S., 'Bestaat er een volgorde bij het opwerpen van excepties'?', P&B 2008, 181-199.
• BREWAEYS, E., 'Cassatie verduidelijkt wet kruispuntbank ondernemingen', Juristenkrant 2010, afl. 219, 6 7.
• BOULARBAH, H. en TATON, X., 'Les vices de forme et les délais de procedure. Régime général et irrégularités spécifiques', in BOULARBAH, H. en VAN DROOGHENBROECK, J. (eds.) Les, défenses en droit judiciaire privé, Brussel, Larcier, 2010, 101-156. BROCAL,
• C., 'L'arroseur arrosé. De l'importance de l'inscrlption correcte de l'objet social dans la BCE en matière de concurrence deloyale', JDSC 2012, 80-81.
• CLAEYS, I., 'Nietigheid van contractuele verbintenissen in beweging' in ORDE VAN ADVOCATEN (ed.), Sancties en nietigheden, Brussel, Larcier, 2003, 267-332.
• CLARBOTS, A., 'Over de noodzaak en interpretatie van een wel en volledig omschreven activiteit in het handelsregister, met transponering naar het handelsloket', Limb.Rechsl., 2003, 254-260.
• CLOET, W., 'De exceptie van onontvankelljkheid in geval van onvolledige inschrijving in de Kruispuntbank der Ondernemingen', TBH2012, afl. 7, 686-694.
• CORNELlS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 200, 997 p..
• COUSY, H., DE GR.t\EVE, A. en DE GRAEVE, M., "Que reste-t-il de nos amours"?' Of wat blijft er nog over van het handelsrecht?', in COUSY, H. en STUYCK, J. (eds.}, Handels- en Economisch recht, Themis, Brugge, Die Keure, 2006, 5-29.
• DAMBRE, M., 'Commentaar bij art. 41-43 K.B. 20 juli 1964', in X., Handels- en economisch recht. Commentaar met overzicht van rechtspraak: en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, losbl., afl. 18, 65-73.
• DE CONINCK, J., 'De toetsing van een overeenkomst aan de openbare orde naar Belgisch recht', in. J. SMITS en S. STIJNS (eds.), Inhoud en werking van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, Intersentia, 2005, 187-229.
• DE MAREZ, M. en VAN CAENEGEM, P., 'De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen', in TILLEMAN, E. en TERRYN, E. (eds.), Beginselen van Belgisch Privaatrecht Xlll. Handels- en economisch recht. Deel 1. Ondernmingsrecht. Volume .A, Mechelen, Kluwer, 2011, 483-496.
• DEMETS, L., 'De Kruispuntbank van Ondernemingen KBO', TBH2004, 237-252.
• DE VROEDE, P. en DE WULF, H., 'Overzicht van rechtspraak. Algemeen handelsrecht en handelspraktijken 19H8-2002, TPR 2001), 111-299.
• DE WULF, H., KEIRSBlLCK, B. en TERRYN, E., 'Overzicht van rechtspraak. Handelsrecht en handelspraktijken 2003-2010', TPR 2011, 921-1320.
• ERNOTTE, M., 'La recevabilité des actions en justice introduites par des personnes mnorales devant les juridictlons de l'ordre judiciaire', JDSC 2007, 51-54.
• JENNÉ, F., 'Welkt: sancties in geval van overschrijding van de wettelijke en de statutaire specialiteit en miskenning van het vennootschapsbelang?', TRV 2002, 388391.
• MARQUET, C., 'Les défenses en droit judiciaire: vers un ordre public procédural', in H. BOULARBAH en J.-F. VAN DROOGHENBROECK (eds.), Les défenses en droit judicioire, Brussel, Larcier, 2010, 11-59.
• MINJAUW, H., 'De onontvankelijkheid van de vordering als sanctie op de niet-inschrijving in het handelsregister', P&B 1993, 7-11.
• PARREIN, F., 'Het bijkantoor van een buitenlandse vennootschap, de statutaire doeloverschrijding en de derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk', TRV 2009, 754-767.
• PARREIN, F., 'Overschrijding van het statutair doel en de KBO-wet', TRV 2011, 198199.
• TATON, X., 'Inscription à la B.C.E. et demande en justice: Ia Cour de cassation répare une des inadvertances du législateur de 2003', JT 2011, 7-8.
• TILLEMAN, B., Proceshandelingen van en tegen vennootschappen, Antwerpen, Maklu, 1997, 293 p.
• VAN GERVEN, W., Verbinteniseenrecht, Leuven, Acco, 2010, 719 p.
• VAN OEVELEN, A., CATTOIR, B., COLPAERT, A ..VAN LOON, M., VINCKX, R. en VAN VALKENBORGH, L., 'De nietigheid van overeenkomsten Wegens strijdigheid met de openbare orde of de goede zeden: algemene beginselen en een grondslagononderzoek', TPR 2011, 1355-1412.
• VOGLET, B., 'L'irrecevabilité de I'action (en justice) d'une société pour l'inadéquaton de l'activité fondant cette action avec I'activité inscrite à la B.C.E. ou dans son objet social', JDSC 2004, 126-127.
• WAGNER, K., Sancties in het burgeliik: procesrecht, Antwerpen, Maklu, 2007, 711p.
• WÉRY, P., 'L'essor du droit impératif et ses rapports avec I'ordre public en matière contractuelle', in L SAMOY (ed.), Evolutie van de basisbeginselen van het contractenrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, 121- 142.

 

 

 

Rechtspraak: 

• Hof van Cassatie, 3e Kamer – 9 januari 2017, RW 2016-2017, 1500

Samenvatting

Uit art. 14, vierde lid KBO-Wet (huidig art. III.26, § 2 in fine WER) volgt dat de niet-ontvankelijkheid van de vordering van een onderneming die is ingeschreven in de KBO, maar die niet is gebaseerd op een activiteit waarvoor deze op de datum van de inleiding is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel, gedekt is indien zij niet vóór elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen. De rechter dient deze bepaling ambtshalve toe te passen.

Tekst arrest

AR nr. C.16.0135.N

M.P. t/ P.P.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 5 februari 2016.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens art. 14, eerste lid van de wet van 16 januari 2003 “tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen” (hierna: “KBO-wet”), vermeldt elk op verzoek van een handels- of ambachtsonderneming betekend deurwaardersexploot steeds het ondernemingsnummer.

Krachtens art. 14, vierde lid KBO-wet, is de vordering onontvankelijk indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar vordering gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van de vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien zij niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.

2. Uit die bepalingen volgt dat de niet-ontvankelijkheid van de vordering van een handels- of ambachtsonderneming die is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen maar die niet gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, gedekt is indien zij niet vóór elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.

3. De rechter is ertoe gehouden om, mits hij het recht van verdediging eerbiedigt, de rechtsnorm te bepalen die van toepassing is op de bij hem ingestelde rechtsvordering en die norm toe te passen. De loutere afwezigheid van verweer tegen de ingeroepen niet-ontvankelijkheid, ontslaat hem daarvan niet.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweerster voor de eerste rechter niet heeft besloten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering van de eiseres.

5. De appelrechters die vaststellen dat de eiseres zich niet beroept op de laatste zin van art. 14, vierde lid KBO-Wet en oordelen dat zij deze bepaling niet ambtshalve dienen toe te passen, verantwoorden hun beslissing dat de vordering van de eiseres niet ontvankelijk is, niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

6. De rechter is ertoe gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop toepasselijke rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij zich enkel baseert op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent.

7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de verweerster zich heeft beroepen op de door de appelrechters onder 2.2.2. van hun arrest vermelde rechtsregels op grond waarvan zij beslissen dat:

– de eiseres, aangezien zij geen inschrijving heeft in de Kruispuntbank voor Ondernemingen voor de gefactureerde werken, evenmin kan laten gelden dat zij voldoet aan de van openbare orde gestelde vereisten inzake ondernemersvaardigheden teneinde op rechtmatige en ontvankelijke wijze haar gefactureerde aanspraken ter zake te kunnen laten gelden tegen de verweerster;

– hoe dan ook geen dekking mogelijk is van de niet-ontvankelijkheid van de vordering, gelet op het handelen tegen de openbare orde.

8. De appelrechters die aldus de vordering van de eiseres mede op deze gronden niet ontvankelijk verklaren, zonder deze aan tegenspraak te onderwerpen, miskennen het recht van verdediging.

Het onderdeel is gegrond.

 

• Arbitragehof 21 maart 2007 (m. 46/2007), www.constcourt.be.
• Cass. 17 februari 1995, RW 1995-96, 237.
• Cass. 18 juni 2007, TBH2007, 869.
• Cass. 28 mei 2010, TRV 2011, 195-198.
• Cass. 8 februari 2013 (C.1L0!315.N), www.cass.be.
• Brussel 8 januari 2010, RW/2010-11, 1002.
• Brussel 29 juli 2010, DSC 2012, 75-79.
• Gent 12 april 2012, NjW 201:1, 79-80.
• Luik 12 mei 2005, Rev.prat.soc. 2004, 402.
• Luik 28 juni 2007, TRV 2009, 750.
• Luik 10 juni 2010, JT 2010, 702.
• Rb. Brugge 17 september 2010, TGR 2011, 371.
• Kh. Brussel 24 februari 2006, JDSC 2008, 123, noot Ernotte, M
• Kh. Brussel 18 mei 2012, JLMB 2012, 1585.
• Kh. Charleroi 15 mei 2006, JDSC 2007, 47.
• Kh. Gent 21 mei 2001, TGR 2001, 296-298.
• Kh. Gent 10 juni 2004, TGR 2004, 377.
• Kh. Gent 7 januari 2010, TGR 2011, 54.
• Kh. Hasselt 7 november 2001, DAOR 2002, 140--141.
• Kh. Hasselt 6 maart 2007, RW 2007-08, 286.
• Kh. Verviers 30 juni 2006, TRV 2009, 747- 753.
• Kh. Veurne H maart 1994, TRV 1995, 203-206.

Wetgeving: 

• Wet van 9 maart 1929 tot wijziging van de wet van 30 mei 1924 tot instelling van het handelsregister, BS 25 maart 1929.

• Wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten mi houdende diverse bepalingen, BS 5 februari 2003.

• Koninklijk besluit van 20 juli 1964 houdende coördinatie van de wetten betreffende het handelsregister, BS 8 augustus 1964.

• Koninklijk Besluit van 22 juni 2003 betreffende de inschrijving, wijziging en doorhaling van de inschrijving van handels- en ambachtsondernemingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, BS 27 juni 2003
 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 02/11/2014 - 17:28
Laatst aangepast op: zo, 14/05/2017 - 14:08

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.