-A +A

Van den vos Reynaerde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Van den Vos Reynaerde (tegenwoordig ook wel Reinaart de vos, Reinaert de vos of Over de vos Reinaert) is een episch dierdicht dat geldt als een hoogtepunt in de Nederlandse middeleeuwse literatuur. Het telt in totaal 3469 versregels en is geschreven in het Diets (dit is het Nederlands uit de periode van 1200 tot 1500). In tegendeel tot wat vaak beweerd wordt is het verhaal geen fabel, maar een epos (heldendicht). Een beeld, een verhaal van een groots proces met een meesterlijke verdediging.

 

Het boek zou zijn geschreven in de 13e eeuw door een zekere Willem, over wie in de eerste regels gezegd wordt dat hij nog iets anders gemaakt heeft, namelijk Madocke (tegenwoordig: Madoc) (Willem die Madocke maecte; in moderne versies vaak: Willem die ook Madoc schreef). Madocke is een algemene term voor ridderverhalen. Nog een aanwijzing is dat we bij de laatste verzen van het verhaal een acrostichon opmerken: BI WILLEME. Deze vermeldingen worden echter ook wel gezien als een parodie op middeleeuwse auteursprologen en slotwoorden. Volgens Jacob van Maerlant schreef rond 1200 de Vlaamse dichter Willem van Hulst een verhaal "De reis van Madoc", gebaseerd op het leven van de 12e-eeuwse, Welshe troonpretendent Madoc ap Owain. Een mogelijke Willem is Willem van Boudelo, alias Willem Corthals.

De wortels van het Reynaert-verhaal reiken diep in het verleden, tot Aesopus en Phaedrus, de grootste fabeldichters uit de klassieke oudheid. Omstreeks 1100 was er een eerste grote verzameling met fabels en verhalen met daarin de wolf centraal, namelijk Ysengrimus, in het Latijn geschreven, waarin de dieren voor het eerst eigennamen hebben. De dichter van dat werk is vermoedelijk "Magister Nivardus" (die naam werd gevonden in een handschrift dat wordt gedateerd 13e/begin 14e eeuw). Vermoedelijk was hij een clericus die zeer goed de situatie van de Sint-Pietersabdij én het religieuze leven in Gent en de wijde omgeving kende.

Maar het Middelnederlandse verhaal is het meest gebaseerd op een Frans verhaal: Le Plaid, letterlijk vertaald 'het pleidooi', verscheen rond 1160 en is het eerste verhaal van een grotere verzameling vossenverhalen: Le Roman de Renart, geschreven door Perrout de Saint Cloude.

In de traditie van de oudste dierenverhalen werden dieren met legendarische halve waarheden en hele verzinsels opgezadeld. De vos wordt beschreven als uitgesproken demonisch: hij is wreed, bedrieglijk, hebzuchtig, vals, ontuchtig en genadeloos. Hij ontziet niemand. In dit negatieve verwachtingspatroon ontwierp de dichter dit dierenverhaal omstreeks 1260 voor een hoofs of adellijk publiek, dat de gangbare opvattingen bevestigd wenste te horen en van een vos niet goeds verwachtte. De Dietse hofliteratuur kent een grote bloei en er is dus ruimte voor een goed dierdicht. De Reynaert stelde hen niet teleur. De vos is een lepe, doortrapte bandiet, want niet alleen heeft hij kippen doodgebeten, daarnaast staat hij Bruun en Tibeert naar het leven en lokt hij de naïeve Cuwaert genadeloos in een dodelijke val.

Willem was een nauwgezet man, die zich voor het samenstellen van zijn Reynaertepos goed gedocumenteerd had met en over de eerder genoemde bestaande dierenverhalen. Het werk is dus niet ontsproten aan de dichterische Volksseele, zoals lang werd vermoed. Evenmin is het ontstaan in de opkomende kleine burgerij.

Het verhaal

In Van den vos Reynaerde wordt een hofdag van Koning Nobel beschreven. Alle dieren verschijnen, behalve één: Reynaert de vos. Verschillende dieren doen hun beklag over de schurkenstreken van Reynaert, en Koning Nobel besluit de vos voor het Hof te dagen. Daartoe worden Bruun de Beer en Tybeert de Kater als dagvaarders ingesteld. Reynaert kan Bruun de Beer echter in een val lokken. Hij maakt hiervoor gebruik van Bruuns gulzigheid. Reynaert vertelt Bruun dat er honing in een opengespleten boom zit. Reynaert slaat de wiggen uit de boom en de beer komt vast te zitten. Vervolgens komt Tybeert de Kater, die hij weet op te sluiten in het kippenhok bij een vijandig gezinde pastoor. Uiteindelijk weet Grimbeert de Das, een neef van Reynaert, hem te overtuigen, omdat hij de derde in rij is die hem komt dagvaarden (middeleeuwse getallensymboliek).

Reynaert probeert al het mogelijke om toch maar niet schuldig bevonden te worden voor zijn misdaden, maar Koning Nobel en de zijnen blijven bij hun besluit. Uiteindelijk, wanneer Reynaert alleen met de koning en koningin is, komt hij met zijn beste list. Die luidt als volgt. Reynaerts eigen vader, met Isengrijn de Wolf, Bruun de Beer, Tybeert de Kater en Grimbeert de Das hebben samengespannen tegen de koning. Zij hebben een grote schat vergaard, waarvan alleen Reynaert de vindplaats kent. Als de koning Reynaert vrij laat, zal Reynaert de vindplaats hem bekendmaken.

Koning Nobel doorziet de list eerst, maar wordt dan door zijn vrouw overgehaald en de samenzweerders worden ingerekend. Reynaert kiest het hazenpad, en vertrekt op een zogezegde bedevaart naar Rome. Vóór zijn vertrek wordt hij eerst thuisgebracht door Cuwaert de Haas en Belijn de Ram. In zijn burcht Maupertuus vermoordt Reynaert Cuwaert en stuurt hij Belijn met een tas naar Koning Nobel. Hij vertelt erbij dat er een brief in zit, maar in werkelijkheid zit de kop van Cuwaert erin. De koning wordt hierdoor nu echt boos en vertrekt met de edelen naar Reynaert om die om te brengen, maar de slimme Reynaert is al naar een wildernis gevlucht.

Een dierenverhaal?

De belangrijkste reden waarom dit verhaal als een dierenverhaal is opgetekend, is het antropomorfisme. Deze omgekeerde wereld, waarin dieren op menselijke wijze spreken en handelen is bijzonder geschikt om mensen op indirecte wijze iets duidelijk te maken. Een dierenverhaal toont een wereld in spiegelbeeld. Dieren treden handelend, denkend en sprekend op, alsof het mensen zijn. Mensen worden daarentegen doorgaans als domme, instinctieve en redeloze wezens afgeschilderd. Door het publiek deze allegorische spiegel voor te houden, wordt het volk geconfronteerd met hun naïeve en instinctieve gedrag.

Het beeld van de vos

De vos was in de middeleeuwen een niet graag gezien dier. Het gold als een roofdier, dat veel schade kon aanrichten. Als kippendief kon hij op het platteland honger en zelfs voedseltekort betekenen. De auteur staat bijzonder onsympathiek tegenover Reynaert. Zo beweert hij dat Hi hadde te hove so vele mesdaen, dat hire niet dorste gaan. Die hem beschuldich kent, ontsiet! (Hij had zoveel misdaan jegens het Hof, dat hij er niet naartoe durfde te gaan. Wie zich schuldig weet ontziet het zich.) Bovendien noemt de auteur Reynaert den fellen metten grijsen baerde (een felle kerel met een grijze baard). Fel had in de middeleeuwen een tegenovergestelde betekenis van hoofs. Het is een zeer negatief geladen woord, dat wordt gelinkt aan andere woorden in de tekst (dorper, scalc, ...). Al deze aantijgingen zijn ironisch gebruikt, want een van de conventies van de middeleeuwse roman was dat het hoofdpersonage lovend werd omschreven, met verwijzingen naar vroegere heldendaden als in het oog springende kwaliteiten. Hier doet de auteur dit ook, maar met het tegenovergestelde effect.

 

Invloeden op buitenlandse literatuur

Het Reynaert-verhaal is een van de weinige stukken in de Nederlandse literatuur die buitenlandse literatuur beïnvloed heeft. Geoffrey Chaucer gebruikte materiaal van het bekende Vlaamse verhaal in zijn Canterbury Tales, met name het verhaal van Cantecleer de Haan en Reynaert. In 1485 vertaalde William Caxton het hele verhaal naar The Historie of Reynart the Foxe. Tybalt uit William Shakespeare's Romeo en Julia is genoemd naar Tybeert de Kater. Goethe schreef ook over de geslepen vos in zijn fabel Reineke Fuchs. Het werk werd rond 1200 ook vertaald naar het Latijn, onder de titel "Reynardus Vulpes" door Balduinus Iuvenis. Op zijn beurt heeft Dr. R.B.C. Huygens deze Latijnse vertaling terugvertaald naar het Nederlands (1967).

Verwijzingen

 

  • De Zeeuws-Vlaamse plaats Hulst wordt in het boek genoemd. In deze stad staat eveneens een groot standbeeld met de dieren uit het gedicht.
  • In 1941-1943 werd in Nederland in opdracht van de NSB een tekenfilmversie van het verhaal gemaakt, gebaseerd op een romanbewerking door Robert van Genechten. De plot werd echter aangepast aan de nazi-ideologie. Reynaert is in deze animatiefilm de held van het verhaal en Koning Nobel wordt voorgesteld als een ezel in plaats van een leeuw. De slechteriken in het verhaal zijn een groep neushoorns, karikaturen van joden, die de dieren financieel uitzuigen en opjutten te trouwen met andere diersoorten, waardoor er allerlei bizarre nieuwe diersoorten ontstaan. Deze uitermate racistische en antisemitische film werd uiteindelijk nooit in het openbaar vertoond en pas in 1991 teruggevonden. In 2005 kwamen nog nieuwe scènes uit de film boven water.[1]
  • Louis Paul Boons Wapenbroeders verschijnt in 1955.
  • Paul Biegel schreef in 1972 een moderne bewerking van het verhaal.
  • Het tijdschrift Tiecelijn, gesticht in 1988, is geheel gewijd aan de studie en het naleven van dit dierenverhaal.
  • In het Zeeuwse Hulst is er een school naar Reynaert vernoemd, namelijk het Reynaert College
  • In het Suske en Wiske album De rebelse Reinaert (1998) komen de hoofdfiguren in contact met Reynaert. Het album is berucht vanwege de verschillende allusies op de ontsnapping van Marc Dutroux, waarbij de vos als Dutroux fungeert.
  • In de Maastrichtse wijk Malpertuis, de naam van Reinaerts woning, zijn de straten genoemd naar de figuren uit Van den vos Reynaerde. Ook in het Zeeuws-Vlaamse Nieuw-Namen, het Friese Kollum en in een wijk in het Vlaamse Belsele zijn de straten genoemd naar de hoofdfiguren. Ook in Gent zijn ter hoogte van de Brugsesteenweg 4 straten genoemd naar personages uit het verhaal: de Cantecleerstraat (genoemd naar de haan), de Coppestraat (genoemd naar de kip), de Isegrimstraat (genoemd naar de wolf) en het Grimbertpad (genoemd naar de das)
  • Op University College Utrecht, een liberal arts college van de Universiteit Utrecht, zijn verschillende gebouwen genoemd naar personages uit Van den vos Reynaerde. Zo heet de klokkentoren naast de smeedijzeren hoofdingang bijvoorbeeld 'Cantecleer'.
  • In 2008 publiceerde de Nederlandse rapper Charlie May zijn rapversie van de Reinaert in het jeugdboekenfonds van Uitgeverij Holland, getiteld Reinaert de Vos ... gerapt, met bijbehorende cd. Herman Pleij schreef het voorwoord en noemde het een 'voortreffelijk bekkende vertaling'. Volgens Pleij benadert de rap van Charlie May de eerste voordracht van dit aanvankelijk orale kunstwerk.
  • In hun roman Het leugenverhaal (2007), dat zich afspeelt in Zeeuws-Vlaanderen, bewerkten Paul Verhuyck en Corine Kisling de Reinaert-materie.
  • Het personage Rein Vos, dat in het weekblad Donald Duck voorkomt, is gebaseerd op Reinaert de Vos

Bron Wikipedia

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: di, 21/08/2012 - 22:02
Laatst aangepast op: di, 21/08/2012 - 22:02

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.