-A +A

Valse argumentatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een logische fout is een argument gesteund op een logisch foute constructie. Theoretisch dient een logische fout niet automatisch te resulteren in een foute conclusie. Maar de argumentatie, de bewijsvoering is ondeugdelijk en dus onwaar.

Een foutieve argumentatie, wordt een valse argumentatie of een drogreden, wanneer de fout met opzet wordt gemaakt.

Heel wat argumenten lijken correct, doch bevatten al dan niet opzettelijke logische fouten

Algemeen

Een vals argument bestaat uit één of meer premissen (aannamen) of axioma's (algemeen aanvaarde stelling) waaruit na het stellen van een (al dan niet vermeend) causaal verband een conclusie wordt getrokken of een argument wordt ontwikkeld waarmee een uitspraak, een stelling, opinie wordt onderbouwd en, aldus als waar wordt aanzien. Evenwel voldoet een vals argument niet aan de logische toets. De redening lijkt logisch, maar voldoet niet aan de correcte regels van de logica. Dat wil zeggen dat de redenering niet geldig is 

Logische fouten worden zeer vaak onopzettelijk gemaakt, door mensen met onvoldoende logisch inzicht.

Logische fouten of valse argumenten worden evenwel vaak opzettelijk gemaakt en worden dan drogredenen geheten.

Logische fouten en drogredenen merken we op in tal van brieven, conclusies, uitspraken van de rechter. Zij zijn bijzonder gevaarlijk en maken krom is, schijnbaar recht.

Het recht is echter aan de waakzamen. Ius est vigantilibus.

Indeling

• indeling volgens Aristoteles gebruikt:

  • Formele drogredenen
    • drogredenen waarbij er een fout in de logica van de redenering zit
  • Informele drogredenen
    • drogredenen waarbij in de premissen verkeerde aannames worden gedaan en dus onjuiste premissen worden gebruikt
    • drogredenen waarbij de conclusie bereikt wordt door een onjuist gebruik van woorden

Drogredenen gebaseerd op een fout in de logica

Dit zijn drogredenen waarbij er een fout in de logica van de redenering zit. Het zijn foutieve deductieve redeneringen.

Argumentum ad ignorantiam (argument van de onwetendheid)

Voetstoots wordt aangenomen dat een stelling waar is, omdat niet is bewezen dat zij onwaar is. Of omgekeerd: er wordt aangenomen dat een stelling onwaar is, omdat niet is bewezen dat zij waar is.

  • "Ik heb hem nooit met een vrouw op stap gezien, dus hij heeft geen vriendin."

Onjuiste logica: als iemand een vriendin heeft, dan gaat hij er mee op stap en dan zie ik dat.

  • "Je kunt niet bewijzen dat God niet bestaat, dus God bestaat."

Een uitzondering waar deze argumentatie niet als drogreden geldt, is in de rechtszaal ("U bent onschuldig totdat het tegendeel bewezen is"). In dat geval is er sprake van bewijslast.

Vals dilemma

Hierbij wordt ten onrechte het principe van de uitgesloten derde (tertium non datur) toegepast.

  • "Als je niet voor ons bent dan ben je tegen ons."

Er is ook een generaliserende variant.

  • "Als je het niet eens bent met ons plan, dan ben je tegen onze ideologie."

Een analoge vergelijking:

  • De kat is zwart of wit.
  • Ik weet dat de kat niet wit is.
  • Dus is de kat zwart.

Mensen worden in een vals dilemma gedwongen door te doen alsof er maar twee keuzes zijn, terwijl er meer zijn.

Het valse dilemma wordt ook wel zwart-wit denken genoemd.

Argumentum ex silentio (wie zwijgt stemt toe)

Een conclusie op grond van iets dat niet gezegd wordt, dus een stellingname die wordt afgeleid uit zwijgen.

  • "'Heeft het koningshuis ons generaties lang bestolen?', vroeg ik aan de koningin. Daar had ze mooi geen antwoord op, dus het koningshuis had ons generaties lang bestolen."
  • "Toen ik Pietje zijn pincode vroeg, gaf hij geen antwoord. Dus Pietje weet zijn pincode niet meer."
  • "Toen ik aan Pietje vroeg of hij de snoepjes had gestolen, gaf hij geen antwoord. Dus Pietje heeft de snoepjes gestolen."

Non sequitur (het volgt er niet uit)

Een drogreden waarbij de spreker een mening of conclusie formuleert die logisch gezien niet uit de argumenten of premisse volgt.

  • "Bij 25% van de dodelijke ongevallen had de bestuurder alcohol gedronken en bij 75% van de dodelijke ongevallen had de bestuurder koffie gedronken. Het is dus veiliger als de bestuurder alcohol drinkt in plaats van koffie."

De onjuiste logica komt voort uit het feit dat de verkeerde getallen vergeleken worden. Het is zaak het percentage alcoholdrinkers dat in een ongeval terechtkomt te vergelijken met het percentage van de koffiedrinkers dat in een ongeval terechtkomt.

Retrorsum causa et effectus (omkering van oorzaak en gevolg)

  • "Veel mensen die in een rolstoel rijden hebben een ongeval gehad, dus rijden met een rolstoel is gevaarlijk."

Deze redenering is onjuist, omdat het gebruik van een rolstoel meestal geen oorzaak is van een ongeval, maar het gevolg.

Post hoc ergo propter hoc (na dit, dus door dit)

Er wordt een oorzakelijk verband gesuggereerd dat er in werkelijkheid niet hoeft te zijn. Feit B treedt op na feit A en feit B wordt daarom gepresenteerd als gevolg van feit A.

  • "De patiënt genas enkele dagen nadat hij middel X kreeg, dus dit middel heeft hem genezen."
  • "De zon komt altijd op nadat de haan gekraaid heeft, dus de zon komt op dóórdat de haan kraait."
  • "Gisteren vlogen de zwaluwen hoog en het is vandaag mooi weer. Nu vliegen de zwaluwen weer hoog, dus het zal morgen ook mooi weer worden."

Cum hoc ergo propter hoc (met dit, dus door dit)

Net als bij de bovenstaande drogreden wordt hier een oorzakelijk verband gesuggereerd dat er in werkelijkheid niet hoeft te zijn. Het verschil is dat feit A en B nu tegelijk optreden.

  • "Zij was in augustus op vakantie met Gijs. Zij is in augustus zwanger geworden. Dus zij is zwanger van Gijs."
  • "Ik dacht net aan jou toen de telefoon ging. Dat kan toch geen toeval zijn!"

Bevestiging van het gevolg

Een conclusie trekken die gebaseerd is op het gevolg van die conclusie.

  • "Als ik alle kritiek op Rita Verdonk lees, dan kan ik alleen maar concluderen dat zij de zaak Hirsi Ali niet goed heeft aangepakt."

Willekeurige correlatie

Zoeken van correlaties tussen om het even wat.

  • "Gisteren vlogen de zwaluwen hoog en het is vandaag mooi weer. Nu vliegen de zwaluwen weer hoog, dus het zal morgen ook mooi weer worden."

Hier wordt een verband gezien tussen twee zaken die niet per se met elkaar te maken hebben.

Negeren van alternatieve hypothesen

Over het hoofd zien van alternatieve hypothesen.

  • "Er zijn UFO's gezien, dus er is buitenaards leven."

De genegeerde alternatieve hypothese is dat UFO-meldingen op misverstanden of grappenmakerijen berusten.

Secundum quid (overhaaste generalisatie)

De wet van de kleine getallen of overhaaste generalisatie; (zie ook Misbruik van statistische gegevens).

  • "Het is de afgelopen vijf jaar erg warm geweest, dus het klimaat verandert."

De denkfout is hier dat er een algemene regel wordt afgeleid uit slechts enkele gevallen.

Drogredenen gebaseerd op onjuiste premissen

Dit zijn drogredenen waarbij in de premissen verkeerde aannames worden gedaan en dus onjuiste premissen worden gebruikt. De logische fout situeert zich niet in de logische operatoren (zoals in de vorige categorie, maar in de verkeerde veronderstellingen.

Ad hominem (op de persoon)

Persoonlijke aanval op de tegenstander om zijn geloofwaardigheid in twijfel te trekken en zodoende ook zijn standpunt. Op de man spelen en niet op de bal.

  • "Wat weet een dronkenlap zoals jij van politiek?"

Tu quoque (jij net zo, jij-ook)

Verwijt van schijnheiligheid, je ontzegt de ander recht van spreken vanwege zijn eigen gedrag of uitspraken in het verleden. Dit is een specifieke vorm van de persoonlijke aanval.

  • "Waarom verwijt je mij dat ik steel? Dat heb je zelf vroeger ook gedaan..."

Onjuiste premisse: alles wat je zelf doet of gedaan hebt moet je altijd goedkeuren.

Ad verecundiam (autoriteitsdrogreden)

Bij de drogreden ad verecundiam gebruikt men de (veronderstelde) autoriteit van een externe persoon of instantie als argument voor de juistheid van een bewering. Op zichzelf is het autoriteitsargument geen drogreden. Het steunt echter op een onderliggende, verborgen aanname, namelijk dat spreker en toehoorders de betreffende autoriteit ook als zodanig erkennen. Klopt die verborgen aanname niet, dan is logischerwijs ook het autoriteitsargument niet correct. In dat geval is sprake van een drogreden.

  • "Graancirkels zijn echt van buitenaardse wezens, want dat staat op internet."

Onjuiste premisse: informatie die op internet staat is altijd waar.

Zijn de discussiepartners het erover eens dat elk woord van A waar is, dan is elke willekeurige uitspraak van A waar en is dit geen drogreden  in een discussie tussen die gesprekspartners, weze het bij wijze van hypothese. 

Ad chartam (beroep op documenten/papier)

De stelling wordt verdedigd met de reden “het staat toch op papier?”. Deze drogredenering vindt vaak plaats op hogescholen en universiteiten tussen student en docent. Deze drogredenering lijkt misschien op de drogredenering “Ad verecundiam”, echter wordt hier niet verwezen naar een autoriteit, maar naar een stuk papier of een anoniem boek.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • De student, die meer weet dan de docent, zegt “deze stelling is onjuist!”. De docent zegt vervolgens met deze drogredenering “Maar dat staat niet in dit boek, dus is de stelling wel juist!”. Of nog erger: De student zegt “het antwoord van mij in dit tentamen is correct” waarbij de docent vervolgens onterecht naar het boek verwijst dat dit niet zo is.
  • Tijdens een etentje zegt de gast “dit gerecht is niet te eten”. De kok zegt vervolgens “dat kan helemaal niet, want in het recept staat dat het lekker is!”

Beroep op traditie

Bij het beroep op traditie wordt uitsluitend het feit dat iets in het verleden zus of zo gedaan is als argument aangevoerd om het op die wijze te doen. De verborgen aanname is, dat alles wat in het verleden goed gewerkt heeft, ook nu nog goed zal werken. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. De drogreden gaat eraan voorbij dat er intussen betere methoden kunnen bestaan.

  • "Ik zie niet in waarom ik e-mail nodig zou hebben. Onze familie heeft een lange traditie van brieven schrijven."
  • "Wikipedia? Nergens voor nodig, we hebben hier sinds jaar en dag de Winkler Prins."

Ad populum (met het oog op het volk)

Hiervan is sprake wanneer men de juistheid van een stelling tracht te bewijzen door aan te voeren dat er een meerderheid voor te vinden is. Zie ook populisme.

  • "De spelling is 'stropop' en niet 'stro-pop', want 'stropop' levert de meeste treffers op Google."
  • "Registratie van e-mailverkeer schendt de privacy niet, want 55% van de Nederlanders heeft er geen enkel bezwaar tegen."
  • "De monarchie is een goede zaak, want de meerderheid is er voorstander van."

Onjuiste premisse: de meerderheid heeft altijd gelijk.

Argumentum ad antiquitatem (met een beroep op het verleden)

Deze drogreden wordt gebruikt om een reputatie uit het verleden op te rakelen of die in het nu er zogenaamd mee te onderbouwen. Hij lijkt op de ad populum, maar ditmaal is niet het grote aantal mensen, maar de tijdsduur van belang.

  • "Dit geneesmiddel werd al gebruikt in het oude Egypte/China/India".

Onjuiste premisse 1: zo'n oud middel moet wel probaat zijn - anders werd het niet al zolang gebruikt!
Onjuiste premisse 2: de mensen in die oude culturen hadden evenveel of zelfs meer geneeskundige kennis dan wij en daar valt het middeltje uiteraard ook onder. Zowel de medische kennis als het middeltje in kwestie kunnen echter intussen sterk achterhaald zijn. Bovendien is vrijwel niet met zekerheid na te gaan hoe goed de middelen vroeger werkten doordat dit niet zo uitgebreid is gedocumenteerd.

  • "Al meer dan 2000 jaar geloven mensen in God. Dan moet Hij wel bestaan."

Onjuiste premisse: mensen kunnen en zullen zich niet zo'n lange tijd vergissen.

Reductio ad Hitlerum

Op internet komt dit vaak voor als Wet van Godwin.

  • "Dat zeiden de nazi's ook".
  • "Hitler was ook vegetariër".
  • "Hitler vond ook dat er meer snelwegen moesten komen".
  • "Het is fout om naar muziek van Wagner te luisteren, want Hitler luisterde daar ook naar."

Onjuiste premisse: Alles wat iemand zegt dat in verband kan worden gebracht met een slecht persoon moet vanzelfsprekend verkeerd zijn (bij Jeremy Bentham is dit de hobgoblin fallacy (naar de hobgoblin, een kwaadaardige geest uit de Angelsaksische folklore)).

Ad metum, in terrorem, ad baculum (beroep op angst)

Drogreden met beroep op angst, ook wel "drogreden met de stok" genoemd.

  • "Als jij je eten niet opeet, kan papa wel eens héél boos worden..."

Ad misericordiam (beroep op medelijden)

Dit is proberen iemand te overtuigen door een beroep te doen op zijn medelijden.

  • "Maar ik heb drie jaar aan dit rapport gewerkt, dus je moet me gelijk geven."

Ad odium (beroep op wrok)

  • "Als jij voor mij stemt in plaats van voor Jan, dan kun je hem er eindelijk voor terugpakken dat hij een deuk in jouw auto maakte."

Onjuiste premisse: 'je pakt Jan terug' is het logische gevolg van 'jij stemt voor mij'

Let wel: dit is een drogredenering omdat de premisse niet klopt. Maar het kan in werkelijkheid wel juist zijn.

Tijdsaanduidingen als argument

  • Reini: "Erik, ik wil niet dat Lucy (leerlingverpleegster) jou als arts tutoyeert."
  • Erik: "Maar dat hoort toch bij deze tijd." (voorbeeld uit Medisch Centrum West)

Het tijdstip of jaartal wordt zonder verdere toelichting gebruikt als argument om de bewering te verdedigen. Het naakte verspringen van een jaartal maakt een voorheen onjuiste bewering niet waar, tenzij dat jaartal zelf deel uitmaakt van de bewering, bijvoorbeeld: "De jaren tachtig zijn voorbij."

Semantische drogredenen

Dit zijn drogredenen waarbij de conclusie bereikt wordt (of de toehoorder overtuigd wordt) door een onjuist gebruik van woorden.

Ontduiken van bewijslast

Voorkomen van tegenspraak door de tegenstander als incapabel af te schilderen.

  • "Ieder weldenkend mens zal het ermee eens zijn dat..."

De opzet is om tegenstanders ervan te weerhouden het standpunt tegen te spreken, doordat de opponent impliciet zou toegeven geen weldenkend mens te zijn.

Ad nauseam (misleidende herhaling)

Bij een misleidende herhaling wordt een niet-onderbouwd standpunt telkenmale herhaald, zodat (ten onrechte) de indruk kan ontstaan dat er overeenstemming over bestaat.

Ook wel: stokpaardje. Weerhoudt de opponent in de discussie ervan om nieuwe argumenten te kunnen aandragen, omdat steeds op hetzelfde gereageerd moet worden.

Retoriek

Proberen de stelling van de ander met welsprekendheid te weerleggen, bijvoorbeeld met een absurdisme.

  • "Als jij bent gestopt met roken, dan ben ik koningin Beatrix."

Anekdotische argumentatie

Een aantal voorbeelden geven als rechtvaardiging van een stelling.

  • "Er is meer criminaliteit dan vroeger, want Jan is overvallen en bij Piet is er ingebroken."

Puzzel-denkfout

Ervan uitgaan dat een stelling juist is zolang men er maar een consistent en coherent verhaal bij heeft.

Ignoratio elenchi

"Onbekendheid met de weerlegging": de spreker weerlegt de argumenten niet. Indien een burger de overheid verzoekt op een bepaalde regel een uitzondering te maken om redenen (a) en (b), is het correcte antwoord dat (a) en (b) niet van toepassing zijn, of dat het maken van de gevraagde uitzondering ongewenste consequenties kan hebben. Het antwoord kan niet bestaan uit het herhalen van de tekst van de regel.

Bewijs per intimidatie

De stelling wordt verdedigd door de ander bij voorbaat te intimideren:

  • "Zie je dat dan niet? Het is triviaal!"

Het ligt aan de ander dat het niet begrepen wordt.

Bewijs per voorbeeld

De juistheid van de stelling wordt aangetoond met een voorbeeld.

  • "Dit geval klopt, zie je wel."

Bewijs door claim van nodeloze herhaling

De juistheid wordt aangetoond door verwijzing naar elders.

  • "Zoals we op het vorige college/in het vorige hoofdstuk al hebben gezien..."

Bewijs van wapperende handen of bewijs van de tikkende tijd

De juistheid wordt met gebaren aangetoond.

  • "En hier tussen stap 136 en 137...gebeurt er een wonder!"

Bewijs op krediet

De spreker neemt een voorschot op het nog te leveren bewijs.

  • "Zoals ik zal aantonen in mijn binnenkort te publiceren artikel..."

Bewijs vanuit ontoegankelijkheid

De juistheid wordt aangetoond door verwijzing naar niet-traceerbare bronnen.

  • "Dit toonde dr. Pjtrovski al aan in 1931 in de Verslagen van het Slowaaks Filologisch Genootschap."

Bewijs bij genade

De spreker toont mededogen met de toehoorder door niet in te gaan op het complexe bewijs met hoge moeilijkheidsgraad.

  • "Ik bespaar u de details."

Bewijs door subsidie

De juistheid wordt aangetoond door de steun die het verkrijgt.

  • "Drie ministeries geven steun aan mijn project, hoe kan het dan fout zijn?"

Deze drogredenering lijkt op het beroep op autoriteit.

Andere drogredenen

Petitio principii (cirkelredenering)

Van een cirkelredenering is sprake wanneer de bewering wordt aangevoerd als argument voor zichzelf.

  • "Ik ben de baas omdat ik het hier voor het zeggen heb."
  • "Natuurlijk had ik er een reden voor, want anders had ik het niet gedaan."
  • "Ik heb dat niet gestolen, want ik ben geen dief."

Ad consequentiam (beroep op gevolgen)

Een drogredenering met het oog op de consequenties. Men beargumenteert dat een stelling waar of juist onwaar is, omdat het tegendeel nadelige consequenties zou hebben.

  • "Er dreigt geen kernoorlog. Als dat wel zo was zou ik geen oog dicht doen."
  • "Deze Rembrandt is echt, want anders gaan we voor miljoenen het schip in."
  • "Als we echt van apen afstammen, zouden we ons toch ook als apen moeten gedragen."
  • Lambik in Suske en Wiske: "Ik een egoïst?! Dan zou ik het zelf toch weten." (Onjuiste premisse: alle karaktereigenschappen van een mens zijn aan hem bekend)

Hellendvlakredenering

Argumentatie waarbij niet de zaak zelf als slecht wordt betiteld, maar de overtreffende variant die algemeen bekendstaat als slecht, als logisch gevolg wordt aangedragen. Daarmee wordt de zaak alsnog als slecht betiteld, zonder dat het logisch gevolg wordt bewezen.

  • "Alle alcoholisten zijn ooit met limonade begonnen."
  • "Als we homo's laten trouwen, laten we dieren later vast ook trouwen."

Bij het argument van het hellend vlak gaat het erom dat er onterecht wordt gesteld dat uit maatregel Q uiteindelijk een afschrikwekkend gevolg Z volgt. Echter, de kans dat uit maatregel Q via gevolg R, vervolgens S, daarna T, en uiteindelijk Z voortkomt wordt steeds kleiner en is in vele gevallen zelfs nihil te noemen. Bijkomend effect is dat de hellendvlakredenering twee kanten op werkt. Een eenvoudige tegenwerping van het eerste voorbeeld is bijvoorbeeld:

  • "Als we homo's niet laten trouwen, laten we hetero's later vast ook niet meer trouwen."

Dit voorbeeld maakt duidelijk dat de hellendvlakredenering niet tot zinnige besluitvorming kan leiden.

Deze drogreden wordt ook regelmatig aangeduid met de termen domino-argument en slippery slope. Overigens is omstreden of het wel werkelijk een afzonderlijk type drogreden betreft: voorstanders van een dergelijke redenering stellen dat het gaat om een waarschuwing voor een, gelet op de verdere gevolgen, ongewenst precedent. Daarmee gaat de hellend vlak-redenering over in de vorige drogreden: beroep op gevolgen.

Stropopredenering (drogreden van de stroman)

Een standpunt van de tegenstander (impliciet) verdraaien of er een zelfbedachte karikatuur van op te trekken, waardoor het gemakkelijker aan te vallen is, of op voorhand al in de ogen van velen bespottelijk lijkt.

  • "Ik ben tegen A." "Maar dan voldoe je toch niet aan B?"

Hier wordt het standpunt "ik ben tegen standpunt A" impliciet veranderd in "ik ben tegen B"

  • "Ik geloof in een God." "Dus jij gelooft dat er ergens op een wolk een oude kerel zit?"

Hier wordt het standpunt "er is een God" veranderd in een bespottelijke karikatuur.

Meervoudige vraag

Ergens ten onrechte van uitgaan wanneer men een vraag stelt.

  • "Sla je je vrouw nog steeds?"

Als de ondervraagde 'ja' zegt erkent hij dat hij zijn vrouw slaat en als hij 'nee' zegt erkent hij dat hij vroeger zijn vrouw heeft geslagen.

  • Verslaggever in 1985 in bijzijn advocaat mr. Max Moszkowicz, toen Holleeder voor de ontvoering van Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer was opgepakt: "Heb je er spijt van?", waarop Moszkowicz ingreep en zei: "Deze vraag beantwoordt de cliënt niet, daarmee zou hij impliciet schuld bekennen."

Deze vraag is eveneens niet met 'ja' of 'nee' te beantwoorden, als de verdachte niet onschuldig is, omdat "ervan" niet in de conjunctivus te zetten is, zoals wel met een werkwoord kan om de niet-werkelijkheid te benadrukken.

Verschuiving van de bewijslast

Bij voorbaat al argumenten van de tegenstander verlangen.

  • "Ik vind dit een goed plan. Bent u het niet met mij eens? Kom dan eerst maar eens met argumenten!"

Selecteren van testresultaten

Bewust of onbewust selecteren van testresultaten, ook wel selectieve waarneming genoemd.

  • "Mijn opa rookte als een ketter en is 98 jaar geworden, dus roken is helemaal niet ongezond."

Dit voorbeeld, waarbij één specifiek geval uit de omgeving als bewijs wordt aangevoerd, wordt ook wel anekdotisch bewijs genoemd.

Hier is de denkfout dat er slechts gekeken wordt naar één specifiek geval.

Wet van Archimedes (foutieve toepassing daarvan naar analogie)

Het met een simpele vermenigvuldiging schades vaststellen zonder met andere factoren rekening te houden.

  • "Van mijn 300 werknemers rookt 30%, van hen neemt ieder gemiddeld 15 minuten rookpauze per dag en de gemiddelde loonkosten zijn 25 euro per uur. Mijn schade door roken is dus 15/60 · 25 · 30% · 300 = 562,50 euro per dag."

Buiten beschouwing wordt gelaten, dat rokers andere manieren van pauzeren zullen vinden, nadat ze gestopt zijn, kortom, dat iedereen pauze nodig heeft. Tijdens een pauze kun je in je hoofd nog aan een probleem werken of er over praten met andere collega's.

  • "Er worden 100 miljard liedjes per jaar illegaal gedownload. Een liedje vertegenwoordigt een waarde van ca. 1 euro. De muziekindustrie loopt dus jaarlijks 100 miljard euro mis."

Aan het feit dat niet alle nu gedownloade liedjes anders gekocht zouden zijn, wordt voorbijgegaan.

Redeneringen die op drogredeneringen lijken

Sommige soorten redeneringen worden soms aangezien voor drogredeneringen, terwijl het in feite correcte redeneringen (kunnen) zijn.

Reductio ad absurdum

Hiermee wordt bewezen dat een stelling niet waar is, door aan te tonen dat men een absurde conclusie kan trekken als het wel waar zou zijn. De stelling van de een wordt zodoende door de ander weerlegd met een absurdisme.

  • "Als de aarde plat is dan kan men er af vallen. Maar niemand kan van de aarde af vallen, dus de aarde is niet plat."
  • "Je moet de mening van C respecteren, want alle meningen zijn even waardevol en kunnen niet ontkend worden." "Maar de mening van D dan?" (D heeft een mening waarvan bekend is dat hij verkeerd is) "Ja, je kan D's mening wel ontkennen." "In dat geval is het niet waar dat elke mening even waardevol is en niet ontkend kan worden, dus C kan ongelijk hebben."

Woorden in de mond leggen

De toehoorder proberen op het verkeerde been te brengen door de woorden van de opponent onjuist samen te vatten. Als dit even aan de aandacht van de opponent ontsnapt of als deze nadenkt over een mogelijk antwoord op een onverwachte absurde bewering in de regel gevolgd door "wie zwijgt, stemt toe" drogreden.

  • A: "Dus jij vindt dat we kernenergie maar moeten afschaffen en maar terug moeten naar de middeleeuwen?"
  • B: "Nou, terug naar de middeleeuwen..."
  • A: "Ik hoop voor je dat je goed bent met pijl en boog anders wordt het brandnetels eten."

B wordt hier ook nog belachelijk gemaakt en er wordt ingespeeld op angstgevoelens van de toehoorders.

Manipulatie met niet aangetoonde bijvoeglijke naamwoorden

De toehoorder wordt op het verkeerde been gezet door onterecht gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. Doordat hier snel veel meer zinnen en tekst volgen wordt de toehoorder gemanipuleerd en lijkt de drogredenatie op voorhand waar.

  • voorbeeld 1: De mentalist zegt: "Dan stop ik nu mijn hand in deze pot waarin de dodelijke slang zich bevindt!". De slang is onschuldig en niet dodelijk, maar dat weet de toehoorder niet en dus is het een spannende act.
  • voorbeeld 2: De bakker zegt: "Onze overheerlijke gevulde koeken kosten vandaag slechts 1 euro per stuk!". Misschien zijn die koeken wel helemaal niet overheerlijk, maar de reclame van slechts 1 euro lijkt goed in de ogen van de toeschouwer.

Literatuur

  • R. Dijkgraaf (2008). "Harde bewijzen". Column in Folia, weekblad voor de Universiteit van Amsterdam, jaargang 62 nummer 05.
  • Frans van Eemeren e.a. (1987). Argumenteren voor juristen: het analyseren en schrijven van juridische betogen en beleidsteksten. Groningen: Wolters-Noordhoff ISBN 9001279244
  • C. L. Hamblin (1970). Fallacies. Londen: Methuen.
  • Fearnside, W. Ward & William B. Holther (1959). Fallacy: The Counterfeit of Argument. New York: Prentice-Hall, Englewood Cliffs, N.J.; Nederlandse vertaling: Drogreden of argument, uitg. Het Spectrum, Utrecht (1963).
  • D. H. Fischer (1970). Historians' Fallacies: Toward a Logic of Historical Thought. Harper Torchbooks.
  • Erik C.W. Krabbe. (2006) Wat is eigenlijk een drogreden?, inaugurale rede.
  • Douglas N. Walton (1989). Informal logic: a handbook for critical argumentation. Cambridge: Cambridge University Press.

Bronnen Wikipedia en:

• Aristoteles, On Sophistical Refutations
• Jeremy Bentham, The book of fallacies (1824).
• Harold A. Larrabee (red.), Bentham's handbook of political fallacies, uitg. Baltimore (1952).

Nuttige tips: 

Een premisse is een aanname dat iets waar is. Premissen zijn de basisaannamen van een syllogisme, zoals een redenering in de logica wordt genoemd. Een syllogisme is doorgaans opgebouwd uit een majorpremisse, een minorpremisse en een conclusie

Gerelateerd
Nog dit: 

 

 

 

 

0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 14/08/2015 - 17:38
Laatst aangepast op: vr, 14/08/2015 - 17:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.