-A +A

Toegang tot de rechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het recht op toegang tot de rechter is een niet geschreven mensenrecht.

Aldus staat dit recht niet ingeschreven in enige wet.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde dat het recht op toegang tot de rechter kan worden afgeleid uit artikel 6 E.V.R.M.  Aldus stelde dit Hof vast dat het recht op toegang tot de rechter een onderdeel is van het het recht op een eerlijk proces.

Overige waarborgen voor een eerlijk proces zijn onder meer
• een eerlijke en openbare behandeling van de zaak;
• behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn;
• behandeling van de zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie die bij wet is ingesteld;
• openbaarheid van de uitspraak in de zaak....

Het recht op toegang tot de rechter en op daadwerkelijke rechtshulp vervat in de artikelen 6 en 13 EVRM houdt in dat eenieder het recht heeft zijn rechtsmiddelen aan de rechter voor te leggen. Dit recht houdt evenwel niet in dat de rechter een gunstig gevolg moet geven aan de aanspraken van de partijen.

Het recht op toegang tot de rechter, dat een onderdeel is van het recht op een eerlijk proces, kan worden onderworpen aan ontvankelijkheidsvoorwaarden, met name wat betreft het instellen van een rechtsmiddel binnen een bepaalde termijn. Die voorwaarden mogen er echter niet toe leiden dat het recht op zodanige wijze wordt beperkt dat de kern ervan wordt aangetast. Dit zou het geval zijn wanneer de beperkingen geen wettig doel nastreven of indien er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het nagestreefde doel.

De verenigbaarheid van die beperkingen met het recht op toegang tot een rechterlijke instantie hangt af van de bijzonderheden van de in het geding zijnde procedure en wordt beoordeeld in het licht van het proces in zijn geheel (EHRM 24 februari 2009, L’Erablière t/ België, § 36; EHRM 29 maart 2011, R.T.B.F. t/ België, § 69).

Zo zijn de termijnen om beroep in te stellen of verzet aan te tekenen gericht op een goede rechtsbedeling en het weren van de risico’s van rechtsonzekerheid. Die regels mogen de rechtzoekenden echter niet verhinderen de beschikbare rechtsmiddelen te doen gelden.

De wetgever kan oordelen dat, teneinde het verloop van een procedure niet te vertragen, er termijnen worden vastgelegd, die afhankelijk van de procedure verschillen en zelfs zeer kort kunnen en mogen zijn, mits deze verschillen niet als discriminerend kunnern worden beschouwd, een wettig doel nastreven en geen onevenredige beperking inhouden van de rechten van partijen.

Het verschil in criterium dient te berusten  op een pertinent criterium ten aanzien van de gevolgen en de draagwijdte van de beschikkingen die er het voorwerp van uitmaken

Het feit dat beepaalde procedures in laatste aanleg worden behandeld en niet meer vatbaar zijn voor beroep schendt niet het beginsel van de toegang tot de rechter, waarin gee recht op een dubbele aanleg vervat zit, laat staan dat het recht op een dubbele aanleg een mensenrecht is.

Artikel 47 van het hoofdstuk ‘Rechtspleging’ van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie waarborgt het recht op een doeltreffende toegang tot de rechter.

Het rechtop een (doeltreffende) toegang tot de rechter is het gewaarborgd recht van eenieder om naar de rechter te stappen of naar een ander orgaan om geschillen op te lossen en om een voorziening in rechte te krijgen wanneer hun rechten zijn geschonden. Dit is het recht op toegang tot de rechter

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: za, 23/04/2016 - 14:10
Laatst aangepast op: za, 09/09/2017 - 10:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.