-A +A

Territoriale bevoegdheid correctionele rechtbank

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Territoriaal bevoegd zijn de correctionele rechtbank van de plaats van het misdrijf, die van de verblijfplaats van de beklaagde en die van de plaats waar deze is gevonden (art. 23, 47, 62bis, 69 en 139 Sv.).
 

In strafzaken raken de regels betreffende de bevoegdheid (ook ratione loci) de openbare orde, zodat de exceptie van onbevoegdheid in elke stand van het geding kan opgeworpen worden en de strafrechter steeds ambtshalve zijn bevoegdheid dient te controleren.

Uittreksel uit het wetboek van strafvordering:

Art. 23. Voor het uitoefenen van de ambtsverrichtingen bepaald in artikel 22 zijn gelijkelijk bevoegd de procureur des Konings van de plaats van het misdrijf, die van de verblijfplaats van de verdachte ,die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon, die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon) en die van de plaats waar de verdachte kan worden gevonden.

De procureur des Konings die binnen die bevoegdheid kennis krijgt van een misdrijf, kan buiten zijn arrondissement alle handelingen verrichten of gelasten die tot zijn bevoegdheid behoren op het gebied van opsporing of gerechtelijk onderzoek. Hij stelt de procureur des Konings van het arrondissement waar de handeling verricht moet worden hiervan in kennis.

Art. 47. Wanneer de procureur des Konings, buiten de gevallen van (de artikelen 32, 46 en 46bis), door een aangifte of op enige andere wijze verneemt dat er een misdaad of een wanbedrijf in zijn arrondissement is gepleegd of dat iemand (die van een misdaad of wanbedrijf verdacht wordt), zich in zijn arrondissement bevindt, (kan hij vorderen) dat de onderzoeksrechter een onderzoek zal bevelen en zelfs dat hij zich zo nodig ter plaatse zal begeven, ten einde aldaar alle nodige processen-verbaal op te maken, zoals bepaald in het hoofdstuk Onderzoeksrechters. 

Art. 62bis. De onderzoeksrechter van de plaats van de misdaad of het wanbedrijf, die van de plaats waar de verdachte blijft, die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon, die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon) en die van de plaats waar de verdachte kan worden gevonden, zijn gelijkelijk bevoegd. 

De onderzoeksrechter die binnen die bevoegdheid kennis krijgt van een misdrijf, kan buiten zijn arrondissement alle handelingen verrichten of gelasten die tot zijn bevoegdheid behoren op het gebied van gerechtelijke politie, opsporing of gerechtelijk onderzoek. Hij stelt de procureur des Konings van het arrondissement waar de handeling verricht moet worden, hiervan in kennis.

Wanneer hij in vredestijd kennis krijgt van een feit gepleegd in het buitenland dat in België vervolgd kan worden op grond van artikel 10bis van de voorafgaande titel van dit Wetboek, oefent de onderzoeksrechter al zijn bevoegdheden uit op dezelfde manier als wanneer de feiten op het grondgebied van het Rijk zouden zijn gepleegd. In dit geval, en wanneer de verdachte geen verblijfplaats heeft in België, zijn de onderzoeksrechters van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd.

De onderzoeksrechters gespecialiseerd om kennis te nemen van de misdrijven bedoeld in de artikelen 137 tot 141 van het Strafwetboek, zijn bevoegd om kennis te nemen van de feiten die bij hen aanhangig zijn gemaakt door de deken van deze onderzoeksrechters, wanneer de federale procureur overeenkomstig artikel 47duodecies, § 3, een dossier heeft overgezonden, ongeacht de plaats van het misdrijf, de plaats waar de verdachte verblijft of van de plaats waar deze kan worden gevonden.

Ze oefenen in dit geval hun bevoegdheden uit over het hele grondgebied van het Rijk.

In geval van wettelijke verhindering kunnen ze worden vervangen door de onderzoeksrechters van de rechtbank van eerste aanleg waartoe ze behoren.

Art. 139.  Gelijkelijk bevoegd zijn de politierechtbank van de plaats van het misdrijf, die van de verblijfplaats van de verdachte, die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon, die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon) en die van de plaats waar de verdachte is gevonden. 

Wanneer bij de rechtbank een feit aanhangig wordt gemaakt dat aanleiding heeft gegeven tot een gerechtelijk onderzoek, dat gevoerd wordt op vordering van de federale procureur overeenkomstig artikel 47duodecies, § 3, is deze bevoegd daarvan kennis te nemen, ongeacht de plaats van het misdrijf, de plaats waar de verdachte verblijft of van de plaats waar deze kan worden gevonden.

Rechtsleer: 

• VAN LINTHOUT, P., Territoriale bevoegdheid in cyberspace, T.Strafr. 2009, afl. 2, 113-114

• B. Smet Plaats van aantreffen van de beklaagde, RW 2010-2011, 1435

Rechtspraak: 

• Corr. Brussel 3 mei 1989, JT 1991, 33.

Het gebruik van valse stukken is een complex misdrijf, dat in België kan worden vervolgd van zodra één van de constitutieve bestanddelen op Belgisch grondgebied is voorgevallen.

• Cass. (2e k.) AR P.00.1736.N, 6 maart 2001 (B./ Pfaff machines N.V.) ; Arr.Cass. 2001, afl. 3, 388; Pas. 2001, afl. 3, 384.

De feitenrechter is niet gebonden door de plaatsbepaling van het feit vermeld in de beschikking van de raadkamer voor zover hij, bij wijziging van de kwalificatie, de identiteit en de continuïteit van het feit behoudt (art. 182 Sv.);

•  Corr. Dendermonde 29 september 2008 T.Strafr. 2009, afl. 2, 111, noot VAN LINTHOUT, P

Een misdrijf situeert zich daar waar zich een gedraging of feit voordoet dat een constitutief element van het misdrijf vormt of daar een ondeelbaar element mee vormt. Territoriaal bevoegd is o.a. de rechter van de plaats waar het slachtoffer van een hacking zijn computer aanzet en dienvolgens de gevolgen van de hacking krijgt opgedrongen.

• Cass. AR 3395, 30 mei 1989 ) Arr.Cass. 1988-89, 1144; Bull. 1989, 1032; Pas. 1989, I, 1032.

In strafzaken wordt de territoriale bevoegdheid van de correctionele rechtbank bepaald door de plaats van het misdrijf, de plaats waar de beklaagde werkelijk verblijft op het ogenblik waarop de strafvordering op gang wordt gebracht of de plaats waar de beklaagde is gevonden (art. 23, 47, 62bis, 69 en 139 Sv.).

Wanneer het vonnisgerecht, waarnaar de zaak bij een beschikking van de raadkamer is verwezen, zich ratione loci onbevoegd verklaart en uit de gedingstukken blijkt dat het onderzoeksgerecht ratione loci onbevoegd was om de verdachten naar het vonnisgerecht te verwijzen, vernietigt het Hof van Cassatie, tot regeling van rechtsgebied de beschikking van de raadkamer, na te hebben vastgesteld dat tegen die beschikking vooralsnog geen enkel rechtsmiddel openstaat en dat de beslissing van het vonnisgerecht in kracht van gewijsde is gegaan, en verwijst het de zaak naar de raadkamer die bevoegd lijkt.

• Hof van Cassatie, 06/01/2010 , RW 2010-2011 (74) , Pagina : 1434, met noot van B. Smet Plaats van aantreffen van de beklaagde

samenvatting: De plaats waar de verdachte zich aanbiedt voor verhoor is niet de plaats waar de verdachte is aangetroffen in de zin van art. 23 Sv.

uittreksel uit het arrest:

Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel t/ D.M.

I. Rechtspleging voor het Hof

In een verzoekschrift verzoekt de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel om regeling van rechtsgebied op grond van een beschikking van 10 juni 2008 van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel en van een vonnis van de Correctionele Rechtbank van dit rechtsgebied van 16 maart 2009.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Bij de voormelde beschikking werd M. D., met woonplaats te Tubeke, dit is in het gerechtelijk arrondissement Nijvel, naar de Correctionele Rechtbank te Brussel verwezen wegens feiten die geacht worden in het gerechtelijk arrondissement Nijvel te zijn gepleegd, op de grond dat «hij in het gerechtelijk arrondissement Brussel was aangetroffen».

Bij vonnis van 16 maart 2009 heeft de rechtbank waarbij de vervolgingen zijn ingesteld, zich evenwel ratione loci onbevoegd verklaard, op de grond dat de zaak geen enkele territoriale band heeft met het gerechtelijk arrondissement Brussel.

Tegen de beschikking van 10 juni 2008 staat vooralsnog geen rechtsmiddel open en het vonnis van 16 maart 2009 heeft kracht van gewijsde.

De tegenstrijdigheid van die beslissingen doet een geschil over rechtsmacht ontstaan dat de rechtsgang belemmert, zodat er grond is tot regeling van rechtsgebied.

De territoriale bevoegdheid van de correctionele rechtbank wordt in de regel bepaald door ofwel de plaats van het misdrijf ofwel de plaats waar de beklaagde werkelijk verblijft op het ogenblik waarop de strafvordering op gang wordt gebracht ofwel de plaats waar de beklaagde werd aangetroffen.

Uit de rechtspleging blijkt dat de feiten in het gerechtelijk arrondissement Nijvel zijn gepleegd, waar de beklaagde verbleef op het ogenblik van de instelling van de vervolgingen. Overigens blijkt niet dat de beklaagde, die zich, na een oproeping te hebben ontvangen, naar het gerechtelijk arrondissement Brussel heeft begeven om er door de politie te worden verhoord, in dat arrondissement is aangetroffen in de zin van art. 23 Sv. Het criterium van de plaats waar de inverdenkinggestelde of de beklaagde kan worden gevonden rechtvaardigt de bevoegdheid van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter, omdat zijn onderschepping handelingen vereist die de tussenkomst van het gerecht vereisen.

Daaruit volgt dat de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel de inverdenkinggestelde niet naar de correctionele rechtbank van dat rechtsgebied kon verwijzen, aangezien die rechtbank territoriaal niet bevoegd is.

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 01/05/2011 - 09:58
Laatst aangepast op: vr, 07/07/2017 - 14:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.