-A +A

Statuut van de kunstenaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Noch het sociaal statuut, noch het fiscaal statuut van de kunstenaar wordt duidelijk geregeld in het Belgisch recht.

De rechtsonderhorige kunstenaar blijft aangewezen op vage en vaak tegenstrijdige sociale en fiscale bepalingen. Hij heeft een aantal hierna beschreven opties waarbij hij zich kan steunen op verschillende interpretaties.

Deze bijdrage wil dit terrein verkennen en anderzijds de frustratie bevestigen dat de kunstenaar in een rechtsonzekere situatie verkeert. Fiscale rulings kunnen eventueel ten dele soelaas brengen

 

Definitie Kunstenaar/artiest

Fiscaal el sociaalrechtelijk kan een kunstenaar of een artiest omschreven worden als een persoon die één van de navolgende activiteiten uitoefent:

• een natuurlijke personen die op eigen initiatief een betaalde artistieke activiteit uitoefent waarbij het resultaat ervan wordt verkocht of verhuurd, dan wel waarbij de creatie werd gemaakt met oog op financiële opbrengst;
• een natuurlijke persoon die een betaalde artistieke activiteit uitoefent in het kader van een arbeidsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst;
• een natuurlijke persoon die geniet van auteursrechten of naburige rechten..

 

Definitie artistieke activiteit

De artistieke activiteit is de werkzaamheid tot schepping of vertolking van een artistiek werk door een natuurlijk persoon.

De artistieke activiteit is ofwel scheppend (vb. schilder, schrijver, fotograaf, choreograaf) dan wel uitvoerend (vb. toneelspeler, danser)

 

Definitie artistieke inkomsten

De kunstenaar of auteur die in loondienst werkt wordt gewoon belast zoals elke andere werknemer voor de inkomsten die hij ingevolge zijn artistieke bezigheid van zijn werkgever ontvangt.

Te dezen wordt verder ingegaan op het statuut van de kunstenaar of auteur die niet werkt in loondienst.

De artistieke inkomsten van de artiest die zijn inkomsten voor zijn artistieke activiteit niet ontvangt onder de vorm van een loon ingevolge arbeidscontract zijn de bedragen of meetbare voordelen die een kunstenaar of drager van auteursrechten of afgeleide rechten (onder meer ingevolge licenties, filmrechten…) ontvangt voor de artistieke activiteit
Enkel bedragen voor de loutere artistieke activiteit worden bedoeld. Dus terugbetaling van kosten is geen artistieke inkomst .

Artistieke inkomsten als beroepsinkomsten

De inkomsten die de professionele artiest (de beroepskunstenaar) genereert voor zijn artistieke creaties zijn beroepsinkomsten.

Artistieke inkomsten als diverse inkomsten

De inkomsten die een gelegenheidsartiest (de “amateurs”, maar ook de occasionele kunstenaar) genereert uit artistieke creativiteit is een diverse inkomst.

Artistieke inkomsten als vennootschapsinkomsten

Artiesten of kunstenaars kunnen hun inkomsten inbrengen/onderbrengen in een bestaande of nieuwe hiertoe opgerichte vennootschap, waarvan het maatschappelijk doel (onder meer en naast eventuele andere activiteiten) bestaat uit of aangevuld met artistieke creaties.

De inkomsten worden dan belast volgens de toepasselijke vennootschapstaks. Het voordeel bestaat erin dat alle uitgaven om het maatschappelijk doel te bereiken en, potentieel winst aan de vennootschap te leveren aftrekbaar zijn.

De artiest kan zich een vergoeding toekennen uit de vennootschap, onder de vorm van een zaakvoerdersvergoeding (onderworpen aan de sociale zekerheid van zelfstandigen), eventueel een loon (onderworpen aan RSZ bijdragen), dan wel een dividend (onderworpen aan roerende voorheffing).

De artiest kan middels een vennootschap zijn aansprakelijkheid als artiest beperken, en zijn inkomsten fiscaal beter plannen.

Of de fiscaliteit van de vennootschapsbelasting interessanter is dan deze van de personenbelasting van de artiest als natuurlijke persoon, hangt onder meer af van:
• het antwoord op de vraag of de inkomsten kunnen beschouwd worden als diverse inkomsten
• het bedrag van de inkomsten
• de kosten die eventueel in de vennootschap kunnen ingebracht
• de keuze voor een nieuwe vennootschap of een bestaande vennootschap

criteria:

De vennootschapsbelasting ligt lager dan de hoogste fiscale schijven in de personenbelasting.
De vennootschapsbelasting ligt hoger dan de laagste schijf in de personenbelasting
De belastingschijf van de diverse inkomsten in de personenbelasting dient vergeleken met de vennootschapsbelasting
Voor bescheiden inkomsten kan moeilijk een vennootschap worden opgericht, gelet op de administratie en bijhorende verplichtingen verbonden aan een vennootschap met dito hieraan verbonden kosten. Deze opmerkingen geldt evenwel niet voor de inbreng van de activiteit in een bestaande vennootschap.

 

Kleine vergoeding-regeling

Deze regeling stelt zeer beperkte artistieke inkomsten die niet meer bedragen dan 100 euro (basisbedrag zoals te indexeren) per dag met een maximum van 2.000 euro (basisbedrag zoals te indexeren) per jaar vrij van sociale bijdragen (maar niet vrij van belastingen en ook geen rechten op pensioen).
• K.B. van 28 november 1969
• Koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 juni 2003 inzake de vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd voor de kunstenaar,
• Koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en houdende uitvoering van artikel 12ter van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en tot herziening van artikel 4, § 2, tweede lid van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden en -modaliteiten met betrekking tot de zelfstandigheidsverklaring aangevraagd door bepaalde kunstenaars,
• Parlementaire vraag van 4 juli 2006, CRABV 51 COM 1032, p.1-2;

 

Het fiscaal statuut van de auteursrechten

 

Definitie auteursrechten:

De fiscale wetgeving geeft geen definitie van wat auteursrechten zijn.
Art. XI.165 va het wetboek van economisch recht omschrijft dit vermogensrecht als het recht van de auteur van een literair werk of een kunstwerk tot reproductie en exploitatie. Zie http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/loi_a1.pl?DETAIL=2013022819%2FN...
Inkomsten uit auteursrechten zijn derhalve de inkomsten die bekomen worden door de exploitatie van deze rechten.

Fiscaliteit van auteursrechten

 

Auteursrechten gekwalificeerd als beroepsinkomsten.

Artikel 27lid 1 WIB 1992 stelt immers dat alle niet als winst of als bezoldigingen aan te merken inkomsten uit een winstgevende bezigheid, baten uit winstgevende activiteit en dus beroepsinkomsten uitmaken.
Indien deze inkomsten verworven worden door een niet-professioneel mogen ze beschouwd worden als diverse inkomsten (artikel 90, 1° W.I.B.).

Auteursrechten die uit occasionele activiteiten verkregen lijken buiten deze definitie te vallen.

De bepaling van artikel 27lid 1 WIB 1992, laat evenwel ruimte, doordat enkel de winstgevende bezigheid beoogd wordt.
In een proeve van omschrijving door de fiscale administratie kan een winstgevende bezigheid gedefinieerd worden als een een geheel van verrichtingen die voldoende talrijk en onderling verbonden zijn om een gewone en voortgezette bezigheid uit te maken.
In fiscale geschillen heeft de rechtspraak haar eigen invulling trachten te geven aan winstgevende bezigheid:

“Winstgevende bezigheden uit artistieke activiteit zijn frequente, onderling verbonden verrichtingen die middels een professionele organisatie worden aangepakt” (Rb. Brugge 28 november 2002, Fiscoloog, nr. 889, 30 april 2003, p. 7; Rb. Gent 18 september 2003, Fiscoloog, nr. 908, 15 oktober 2003; Rb. Luik 22 april 2004, Fiscoloog, nr. 937, 19 mei 2004, p. 10).

Auteursrechten gekwalificeerd als diverse inkomsten

Heel wat inkomsten uit auteursrechten door onregelmatige, occasionele niet professioneel en structureel ongeorganiseerde activiteit kunnen omschreven worden als diverse inkomst.

Artikel 90,1° W.I.B. 1992: “winsten of baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortvloeien uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privé-vermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen”.

Auteursrechten gekwalificeerd als roerende inkomsten

Auteursrechten zijn immers roerende goederen. Immers Art. XI.167 WER stelt dat auteursrechten roerende rechten zijn die overgaan bij erfopvolging en vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht en die onder meer kunnen worden vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie worden ondergebracht.
Artikel 17, §1, 3° W.I.B. 1992 omschrijft de roerende inkomsten als: “de opbrengsten van de verhuring, verpachting, het gebruik en de concessie van roerende goederen”. Een auteursrecht is een roerend goed.

Volgens deze bepaling zijn inkomsten uit concessies en licenties door een auteur gegeven roerende inkomsten, die belast worden via het stelsel van de bevrijdende roerende voorheffing.

Evenwel ziet de fiscale administratie dit anders met betrekking tot contracten die auteurs afsluiten met uitgevers waarbij de auteur een deel of het geheel van zijn reproductierecht afstaat tegen betaling aan een uitgeverij.

Auteursrechten verstrengeld met productiemiddel. De belastingsadministratie steunt zich op art. 37, lid 1 W.I.B. 1992. Volgens dit artikel zijn inkomsten uit roerende goederen beroepsinkomsten wanneer die goederen dienen voor de uitoefening van het beroep van de verkrijger van die inkomsten. De toepassing van artikel 37, lid1 WIB 92 in deze zin lijkt strijdig met de bepalingen van artikel 17§1, 3° WIB 1992.

Toch werd deze interpretatie reeds gevolgd door een rechtbank (Rb. Leuven 20 februari 2004, Fiscoloog, nr. 928, 17 maart 2004, p.2).

Zoals één zwaluw de lente niet brengt, zo bepaalt de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, het fiscaal recht niet. Het blijft wachten op rulings, andere rechtspraak door andere rechtbanken, hoven van beroep, het Hof van Cassatie en misschien het Grondwettelijk Hof.
Maar uit de regel van de fiscale administratie en uit artikel 37 lid 1 WIB, kan indirect worden afgeleid dat inkomsten uit auteursrechten die niet dienen voor de uitoefening van het beroep (bv. een leraar, ambtenaar, advocaat, arbeider, die een boek schrijft), dan weer wel roerende inkomsten zijn.

Roerende goederen die dienen voor de uitoefening van een beroep zijn productiemiddelen, zoals grondstoffen, machines en ook gebruikslicenties van derden (bv. software licenties). Een afgewerkt product is echter geen productiemiddel. Elke licentie die aangekocht wordt teneinde een product (of dienst) te maken is een goed dienstig voor de uitoefening van het beroep.

Wie kunst maakt of boeken schrijft heeft weliswaar materiaal en misschien auteursrechten van derden nodig, maar zijn eigen intellectueel product, de rechten op zijn film, de opbrengst va de verkoop van het schilderij, de rechten op zijn boek, zijn geen productiemiddelen of intellectuele rechten die hij nodig heeft om het werk te maken.

Anders dan de auteur van een werk heeft de uitgever de rechten op een werk nodig om inkomsten te verwerven.

Geen belasting zonder wet

De fiscus mag geen enkele belasting hefgfen zonder wet. Een gewaagde stelling zou dan ook kunnen zijn, dat gelet op de tegenstrijdige fiscale bepalingen en de afwezigheid van coherente wettelijke bepalingen en door het legaliteitsbeginsel in fiscale zaken geen belasting kan worden geheven op inkomsten uit kunstwerken. Wanneer iedereen verwacht wordt de wet te kennen brengt dit mee dat de wetgever in staat moet zijn de burger de toepasselijke wetgeving duicdelijk, begrijpelijk, leesbaar en niet tegenstrijdig te kennis te brengen en heeft anderzijds de burger in een rechtstaat op basis van het vertrouwensbeginsel het recht te weten wat de legale en fiscale gevolgen zijn van deze of gene handeling.

 

Bronnen:
• X. Het fiscaal statuut van, de artiest www.muziekcentrum.be/
• Y. KHERBACHE, Het kunstenaarsstatuut: een lang en complex verhaal, N.I.C.C., 11 november 2000
• J. MONDELAERS, De artiest: een boekhoudkundige en fiscale analyse, werkstuk departement handelswetenschappen en bedrijfskunde, K.H.K., 2005-2006,
• T. NIJS, Het sociaal en fiscaal statuut van de artiest, werkstuk departement handelswetenschappen en bedrijfskunde, K.H.K., 2004-2005
• A. RAYET, Sociale en fiscale gevolgen van de storting van deauteursrechten door de jam aan zijn leden, www.afschrift.com;
• S. CAPIAU, H. GOLDMAN, P. JEANRAY, Guide juridique et pratique du musicien, Brussel, Conseil de la musique de la Communication française de Belgique, 1992
• R. BLANPAIN (ed.), E. VANHEUSDEN, E. VERRAES, Auteurscontracten voor educatieve en wetenschappelijke uitgaven, 2004, Antwerpen, Maklu
• M. BUYDENS, Contrat d’édition-définition-obligations des parties, bespreking van art. 25 van de auteurswet, in BRISON, F. en VANHEES, H. (ed.), Hommage à Jan Corbet, La loi belge sur le droit d’auteur, commentaire par article
• BLANPAIN, R. (ed.), VANHEUSDEN, E., VERRAES, E., Auteurscontracten voor educatieve en wetenschappelijke uitgaven, 2004, Antwerpen, Maklu, p. 66; Com.IB92, nr. 17/6; Mortier
• Rb. Leuven 20 februari 2004, Fiscoloog, nr. 928, 17 maart 2004, p.2
• A. RAYET, Sociale en fiscale gevolgen van de storting van de auteursrechten door de jam aan zijn leden, www.afschrift.com;
 

Kunst en BTW

Kunstenaars die dus op zelfstandige basis van kunst hun beroep maken, zijn BTW-plichtig.

Als beroep wordt aanzien een economische activiteit op regelmatige basis.

De beroepsmatige leveringen van goederen of producten is onderworpen aan de BTW behoudens voor de activiteiten vrijgesteld van BTW.

Zijn vrijgesteld van BTW:

1. Lesgeven aan erkende onderwijsinstellingen (lesgeven aan bedrijven, ondernemers, economische entiteiten zijn niet vrijgesteld van BTW).

2. Niet commerciële vergoeding voor verhuur van cultuurdragers (bv. boeken, dvd’s, schilderijen,...), waarbij een eventuele vergoeding geen winst beoogt, maar hoogstens kostendekkend is en de diensten die biblio­theken en leeszalen verrichten.

3. Activiteiten van musea, plantentuinen, dierentuinen, monumenten,… en de leveringen en diensten die hiermee verband houden.

4. Diensten verstrekt door uitvoerende artiesten,
op voorwaarde:
a) dat de dienst als uitvoerend kunstenaar wordt verricht. (Vb. acteur, orkestleider, muzikant, danser, choreograaf maar niet de technici zoals kappers, geluidstechnici..);
b) de uitvoerende artiest optreedt in opdracht van een organisator van voorstellingen, concerten, een platenmaatschappij of een filmmaker.(dus geen vergoeding voor een zelf georganiseerd optreden of voor het artistiek uitvoerend werk geleverd voor publicitaire doeleinden).
c) de gefactureerde prestatie enkel betrekking heeft op de uitvoering van het het artistiek werk (vb. circusoptreden, het toneelspelen, het uitvoeren van dans of ballet en niet de commerciële opbrengst van gadgets of reclameinkomsten).

5. De hoogstens kostendekkende inkomsten van activiteiten van de door de overheid erkende organisaties

6. Inkomsten van natuurlijke personen/auteurs ingevolge rechtstreeks door hen afgesloten contracten met voor uitgave van letterkundige werken of van kunstwerken, die de auteur met een uitgever afsluit en waarbij de auteur de toestemming geeft aan de uitgever tot publicatie en de uitgever de plicht heeft het werk materieel te vermenigvuldigen en ter beschikking te stellen van een groot publiek.

7. Subsidies

Worden niet vrijgesteld van BTW:
- de overdracht van auteursrechten;
- het verlenen van rechten op auteursrecht;
- de openbare uitvoering of opvoering van kunstwerken, tenzij beroep wordt gedaan op een beheersvennootschap zoals SABAM voor de invordering van de vergoedingen

Sinds kort wordt de BTW-vrijstelling voor uitvoerende artiesten verleend aan zowel natuurlijke personen als rechtspersonen.

BTW tarieven

De algemene regel is 21% maar door de vele uitzonderingen zal vaak het verlaagd tarif van 6% kunnen toegepast.

De BTW mag aan 6% worden gerekend voor (TABEL A van het KB nr. 20):

- levering van kunstwerken door de maker of diens rechthebbenden (vb. een schilder verkoopt zijn schilderij zelf)
- uitvoerende artistieke diensten (vb. het uitvoeren van toneelwerken, balletten, muziekstukken, circus, variété, cabaretvoorstellingen, …);
- overdracht van auteurs- en naburige rechten;
- levering van literaire werken.

Bijzonder BTW-tarieven:

• organisator van culturele evenementen 6%
• ter beschikking stellen van kunstenaars door sociale bureau's voor kunstenaars (SBK's): 21%
• ter beschikking stellen van artiesten door evenementenbureau's, impresario's, theaterbureau's die zelf het event organiseren: 6%
• ter beschikking stellen van artiesten door evenementenbureau's, impressario's, theaterbureau's die niet zelf het event organiseren: 21%
• de levering van een kunstwerk en de overdracht van auteursrechten of het verlenen van rechten op auteursrechten: 6%.
• De kunstgalerij als tussenpersoon ontvangt van de kunstenaar een commissie onderworpen aan 21% BTW, waarbij het kunstwerk middels de tussenkomst van de galerij door de kunstenaar verkocht onderworpen is aan 6%
• Wanneer de kunstgalerij in de hoedanigheid van commissionair optreedt en eerst het kunstwerk van de kunstenaar koopt om het later met winst te verkopen, koopt de galerij het kunstwerk van de kunstenaar aan 6% BTW. De klant koopt het kunstwerk van de galerij en zal 21% BTW betalen.

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 25/09/2015 - 12:37
Laatst aangepast op: vr, 25/09/2015 - 14:21

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.