-A +A

Schade door luchtvaartuigen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Krachtens art. 1.1 van het Verdrag van Rome van 7 oktober 1952 betreffende de schade door buitenlandse luchtvaartuigen aan derden op het aardoppervlak veroorzaakt, goedgekeurd door de wet van 14 juli 1966, heeft elke persoon die op het aardoppervlak schade lijdt, onder de bij dit verdrag bepaalde voorwaarden, recht op vergoeding enkel en alleen door het feit dat het vaststaat dat de schade te wijten is aan een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of aan een daaruit vallende persoon of zaak. Er bestaat echter geen aanleiding tot vergoeding, indien de schade niet het rechtstreekse gevolg is van het feit dat ze veroorzaakt heeft of indien zij alleen te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer.

Art. 2.1 van dit verdrag bepaalt dat de verplichting tot vergoeding van de in art. 1 van dit verdrag bedoelde schade rust op de exploitant van het luchtvaartuig.

Uit deze bepalingen volgt dat de schade waarvoor de exploitant van een luchtvaartuig overeenkomstig dit verdrag aansprakelijk is, alleen die schade is die het rechtstreekse gevolg is van een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of van een daaruit vallende persoon of zaak, en die niet uitsluitend te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer.

Overeenkomstig art. 1315, eerste lid BW, dat bepaalt dat hij die de uitvoering van een verbintenis vordert, het bestaan daarvan moet bewijzen, moet de partij die schadevergoeding vordert van de exploitant van het luchtvaartuig op grond van het voormelde verdrag bewijzen dat het schadegeval beantwoordt aan de omschrijving bepaald in art. 1 van dit verdrag.

Het behoort dus aan deze partij te bewijzen dat de schade het rechtstreekse gevolg is van een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of van een daaruit vallende persoon of zaak, en dat zij niet uitsluitend te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer.

In concreto stelde een rechter in graad van beroep vast dat de verweerder aanvoert dat de eiseres aansprakelijk is voor de schade aan de weideafsluiting en aan zijn veulen, dat panikeerde ten gevolge van het te laag vliegen van een luchtballon van de eiseres.

De rechter in beroep oordeelde dat het schadegeval beheerst wordt door het Verdrag van Rome van 7 oktober 1952 en dat het aan de bestuurder van het luchtvaartuig is om te bewijzen dat de aangevoerde schade niet het rechtstreekse gevolg is van de vlucht of dat hij gevlogen heeft overeenkomstig de geldende bepalingen van het luchtverkeer, in dit geval dat hij een hoogte van minstens 150 meter heeft aangehouden, en dat de eiseres niet bewijst dat haar ballonvaarder zich aan de geldende bepalingen van het luchtverkeer heeft gehouden.

Het hof van cassatie was het niet eens met deze stelling en stelde:

"Op grond hiervan verantwoordt het arrest zijn beslissing dat de verweerder recht heeft op de volledige vergoeding van de door hem bewezen schade niet naar recht. "

Zie Cass. 1 februari 2010, RW 2012-2013, 211
 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 05/10/2012 - 01:35
Laatst aangepast op: vr, 05/10/2012 - 01:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.