-A +A

Rechtsleer en rechtspraak over de vraag hoe de rechter dient te reageren op een arrest van het Grondwettelijk Hof dat een leemte vaststelt

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

“Wanneer een wetsbepaling in algemene bewoordingen is geformuleerd, is het niet aan de rechter om een onderscheid te maken dat in de rechtsregel niet vervat is”. (noot Aloïs Vanoevelen, onder Cassatie 24.03.1994, RW 1995-1996, 1452-1453).

Analoog zou men kunnen stellen dat wanneer een contractuele bepaling in algemene bewoordingen is geformuleerd, het niet aan de rechter toekomt om een onderscheid te maken zoals dit niet in het contract is voorzien.
 

- Melchior en Courtoy: Het verzuim van de wetgever of de lacune in de grondwettelijke rechtspraak, TBP 2008, 587 nr. 38;
- Popelier: Het Hof van Cassatie over lacunes in de wetgeving: toenadering tot het grondwettelijke Hof, noot onder Cassatie 17.01.2008, Rechtskundig weekblad 2008-2009, 1186;
- J. Theunis: De toetsing aan grondrechten door het grondwettelijk Hof. Overzicht van rechtspraak 2008, TBP 2009, 323 nr. 108;
- R. Moerenhout: rechtspraakoverzicht, grondwettelijk Hof 2008- bevoegdheid en rechtspleging, TBP 2009, 515 nr. 65;
- Vrielink en D. De Prins: Die Wiederkehr des Gleichen, het grondwettelijk Hof en de federale discriminatiewetgeving, TBP 2009, 579 nr. 50 en de voetnoot nr. 123;
- Boone: Bevoegdheid van de rechter om een discriminatoire leemte in de wet op te vullen, noot onder Cassatie 03.11.2008, NJW 2009, 361;
- Moerenhout: Rechtspraakoverzicht grondwettelijk Hof, 2009 – bevoegdheid der rechtspleging, TBP 2010, 259 nr. 74
 

Rechtsleer: 

• R. Hayoit de Termicourt, «De voltallige zittingen in het Hof van Cassatie», RW 1967-68, 66

 

Rechtspraak: 

• Hof van Cassatie, 1e Kamer (voltallige zitting) – 5 februari 2016, RW 2016-2017, 1413, met noot S. Verstraelen, Arrest uitgesproken in voltallige zitting: ongrondwettige lacunes en de temporele werking van prejudiciële arresten onder de loep

Samenvatting

De rechter moet elke lacune in de wet invullen waarvan het Grondwettelijk Hof de ongrondwettigheid heeft vastgesteld, evenals elke leemte die hieruit voortvloeit dat een wetsbepaling als ongrondwettig wordt aangemerkt, wanneer hij die leemte in het kader van de bestaande wetsbepalingen kan verhelpen teneinde de wet in overeenstemming te brengen met art. 10 en 11 Gw.

Wanneer het Grondwettelijk Hof de temporele werking van een ongrondwettigverklaring niet moduleert, heeft deze ongrondwettigverklaring een declaratoire werking. Met toepassing van art. 26, § 2, tweede lid, 2o en art. 28 Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof zal het rechtscollege dat de prejudiciële vraag heeft gesteld, alsook het rechtscollege dat die vraag niet hoefde te stellen, zich naar het prejudiciële arrest moeten voegen.

Tekst arrest

AR nr. C.15.0011.F

L.C.M. t/ M.I.V.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 18 februari 2014.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

Volgens art. 29bis, § 1, eerste lid WAM 1989, vóór de wijziging ervan bij de wet van 19 januari 2001, wordt bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, met uitzondering van de stoffelijke schade, alle schade veroorzaakt aan elk slachtoffer of zijn rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, vergoed door de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar of de houder van het motorrijtuig overeenkomstig deze wet.

Overeenkomstig § 3 van dat artikel, dat verwijst naar art. 1 van de wet, moet onder motorrijtuig ieder voertuig worden verstaan dat bestemd is om zich over de grond te bewegen en dat door een mechanische kracht kan worden gedreven, zonder aan spoorstaven te zijn gebonden.

Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn prejudiciële arrest nr. 92/98 van 15 juli 1998 voor recht gezegd dat voornoemd art. 29bis art. 10 en 11 Gw. schendt in zoverre het de aan spoorstaven gebonden voertuigen uitsluit van de vergoedingsregeling waarin het voorziet.

Krachtens art. 10, § 1, eerste en tweede lid WAM 1989, dat is ingevoegd in het hoofdstuk betreffende aan de Staat of aan bepaalde openbare instellingen toebehorende voertuigen, zijn laatstgenoemden niet verplicht een verzekering aan te gaan voor motorrijtuigen die hun toebehoren of op hun naam zijn ingeschreven en dekken zij zelf, als er geen verzekering is, overeenkomstig de voormelde wet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven. Volgens art. 10, § 1, derde lid, eerste zin WAM 1989 hebben zij, indien zij uit hoofde van hun eigen aansprakelijkheid niet tot schadevergoeding zijn gehouden, jegens de benadeelden dezelfde verplichtingen als de verzekeraar.

Art. 10, § 2 WAM 1989 bepaalt dat de Koning de nationale of gewestelijke instellingen van openbaar nut voor gemeenschappelijk vervoer die Hij aanwijst, machtiging kan verlenen om de voor de Staat geldende regeling toe te passen.

Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn prejudiciële arrest nr. 109/2002 van 26 juni 2002 voor recht gezegd dat voornoemd art. 10, § 1, tweede en derde lid, en § 2 art. 10 en 11 Gw. schendt in zoverre het, in samenhang met art. 1 van dezelfde wet, enkel betrekking heeft op de motorrijtuigen die toebehoren aan de in dat artikel bedoelde vervoersinstellingen of die op hun naam zijn ingeschreven en die niet aan spoorstaven zijn gebonden.

De rechter moet elke leemte in de wet invullen waarvan het Grondwettelijk Hof de ongrondwettigheid heeft vastgesteld, evenals elke leemte die hieruit voortvloeit dat een wetsbepaling als ongrondwettig wordt aangemerkt, wanneer hij die leemte in het kader van de bestaande wetsbepalingen kan verhelpen teneinde de wet in overeenstemming met art. 10 en 11 te brengen.

Het bestreden arrest, dat weigert de toepassing van art. 29bis WAM 1989 uit te breiden tot een verkeersongeval waarbij een aan spoorstaven gebonden voertuig van de verweerster betrokken is, op grond dat het «de leemte betreffende de vergoedingsplichtige niet zou kunnen invullen door [...] te beslissen dat de vergoedingsplicht voorgeschreven [bij die bepaling] vóór de wijziging ervan bij de wet van 19 januari 2001, op de eigenaar van dat voertuig rust», zonder te onderzoeken of de verweerster, krachtens art. 10 van de wet, jegens de benadeelde niet dezelfde verplichtingen als een verzekeraar heeft, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing om de vordering van de eiser te verwerpen.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

...

Uit het antwoord op het eerste onderdeel blijkt dat het Grondwettelijk Hof in zijn prejudiciële arrest nr. 92/98 van 15 juli 1998 voor recht heeft gezegd dat art. 29bis WAM 1989, vóór de wijziging ervan bij de wet van 19 januari 2001, art. 10 en 11 Gw. schendt in zoverre het de aan spoorstaven gebonden voertuigen uitsluit van de vergoedingsregeling waarin het voorziet.

Krachtens art. 28 Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof moeten het rechtscollege dat de prejudiciële vraag heeft gesteld evenals elk ander rechtscollege dat in dezelfde zaak uitspraak doet, voor de oplossing van het geschil naar aanleiding waarvan de vragen zijn gesteld, zich voegen naar het arrest van het Grondwettelijk Hof.

Overeenkomstig art. 26, § 2, 2o van de bijzondere wet is het rechtscollege waarvoor een dergelijke vraag wordt opgeworpen, niet ertoe gehouden die vraag opnieuw te stellen wanneer het Grondwettelijk Hof reeds uitspraak heeft gedaan over een vraag of een beroep met een identiek onderwerp.

Uit de samenhang tussen die bepalingen volgt dat het prejudiciële arrest dat de ongrondwettigheid van art. 29bis WAM 1989 vaststelt, zonder dat het Grondwettelijk Hof de gevolgen ervan in de tijd heeft beperkt, declaratoir is en dat zowel het rechtscollege dat de vraag heeft gesteld als het rechtscollege dat die vraag niet hoefde te stellen, zich daarnaar moet voegen.

Het bestreden arrest, dat erop wijst dat «het aan de rechterlijke macht toekomt bij de uitlegging van de wet de gevolgen van de schending van de Grondwet waartoe het Grondwettelijk Hof in een antwoord op een prejudiciële vraag besluit, in de tijd te bepalen» en dat, te dezen, «de eisen van het rechtmatig vertrouwen [...] en van de rechtszekerheid eraan in de weg staan dat de vergoedingsplicht voorgeschreven bij art. 29bis, § 1, wordt toegepast op verkeersongevallen met aan spoorstaven gebonden voertuigen welke zich [...] hebben voorgedaan vóór de bekendmaking van het arrest van 15 juli 1998 van het Grondwettelijk Hof», schendt voormeld art. 26, § 2, tweede lid, 2o en voormeld art. 28.

In zoverre is het onderdeel gegrond.

Over de bekommernis van het Hof om zich niet in de plaats van de wetgever te stellen:

• Cass. 25 november 2008, AR R.07.0345.N;

• Cass. 12 december 2008, AR C.07.0642.N,

• Cass. 2 september 2009, AR P.090458.F;

• Cass. 28 oktober 2009, AR P.09.0837.F;

• Cass. 22 december 2009, AR P.09.1256.N;

• Cass. 26 januari 2011, AR P.11.0035.F;

• Cass. 23 november 2012, AR F.11.0050.N;

• Cass. 14 juni 2013, AR C.13.0170.N;

• Cass. 4 september 2015, AR F.14.0128.F

Principiële weigering van het Hof van Cassatie een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen indien het vaststelt dat de rechter niet in staat is om de leemte in de wetgeving te verhelpen zonder tussenkomst van de wetgever

• Cass. 11 december 2008, AR C.07.0333.F;

• Cass. 4 maart 2010, AR C.08.0032.N-C.08.0033.N-C.08.0037.N;

• Cass. 7 mei 2010, AR C.09.0317.F;

• Cass. 4 juni 2012, AR C.10.0474.N;

• Cass. 14 augustus 2012, AR P.12.1293.N;

• Cass. 12 november 2013, AR P.13.1169.N;

• Cass. 12 mei 2014, AR S.13.0020.F;

• Cass. 13 november 2014, AR F.13.0145.F;

• Cass. 15 mei 2015, AR C.12.0568.N;

• M. Melchior en C. Courtoy, «Het verzuim van de wetgever of de lacune in de grondwettelijke rechtspraak», TBP 2008, 598

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: wo, 27/02/2013 - 17:26
Laatst aangepast op: vr, 12/05/2017 - 15:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.