-A +A

Prostituee moet kennis van bedrijfsbeheer hebben

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wie als zelfstandige prostituee (betaalsekswerker of paydate) werkt dient kennis te hebben van bedrijfsbeheer. Waar anderen beroep kunnen doen op de vereiste van kennis van bedrijfsbeheer door een derde is dit voor de prostituee onmogelijk omdat de derde zich dan schuldig zou maken aan de verboden organisatie van de prostitutie.

Wie als betaalsekswerker zich vlug in regel wil stellen kan spoedcursussen kennis bedrijfsbeheer volgen georganiseerd i.s.m. met de reguliere CVO's (centra vor volwassenonderwijs). Sommigen zullen geen opleiding moeten volgen wanneer zij kunnen bewijzen kennis te hebben van de drijfsbeheer:

Terzake geldt als voldoende kennis van bedrijfsbeheer een diploma hoger onderwijs is altijd voldoende. Een diploma hoger secundair onderwijs of hoger secundair beroepsonderwijs volstaat op twee voorwaarden. Het moet dateren van voor 30 september 2000 en het moet een diploma zijn uit de afdeling handel, boekhouding, verkoop of kantoor. Ook gelijkwaardige buitenlandse diploma’s volstaan. Bij twijfel kunt u dit nagaan bij het ondernemingsloket dat u gekozen hebt of in de diplodatabank van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

1. Een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs van de volgende onderwijsvormen: algemeen, technisch of kunstsecundair; Een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs met volledig leerplan van de onderwijsvorm beroepssecundair, voor zover deze akte is afgegeven in een handel, boekhouding of verkoop. U kan online verifiëren inhoeverre een bepaald diploma voldoet aan de vereiste kennis van ondernemingsvaardighied: .

2. Praktijk als zelfstandige: De basiskennis van bedrijfsbeheer kan ook worden bewezen door één van volgende praktijkervaringen:

A. De praktijkervaring van een zelfstandige of van een persoon die de dagelijkse leiding van een zelfstandige onderneming heeft op zich genomen, en dit hetzij als hoofdberoep, hetzij als nevenberoep gedurende een tijd waaraan tenminste het waardecijfer 15/15 kan worden toegekend, ervan uitgaande dat één jaar hoofdberoep een waarde heeft van 5/15 en één jaar nevenberoep een waarde van 3/15. De werkzaamheid moet zijn uitgeoefend in de loop van 15 jaar die de datum van de ontvangst van de aanvraag om getuigschrift voorafgaan.

De volgende stukken bewijzen samen de praktijkervaring van een zelfstandig ondernemingshoofd:

a. De inschrijving in het handels- of ambachtsregister;

b. Een getuigschrift uitgaande van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen.

B. Voor de personen die zonder arbeidsovereenkomst het dagelijks beheer van een onderneming zouden hebben waargenomen, zonder hoofdzelfstandige te zijn, vereist de wet:

a. Het contract van filiaalbeheer;

b. Een getuigschrift uitgaande van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen waarin de aansluiting wordt bevestigd met vermelding van begin- en einddatum.

3. Praktijk als helper of als bediende: De praktijkervaring kan ook blijken voor zover de aanvrager gedurende minstens 5 jaar heeft deelgenomen aan de uitoefening van een handels- of ambachtswerkzaamheid, voor zover het gaat om één van de volgende hoedanigheden of combinaties ervan:

a. Zelfstandig helper van een ondernemingshoofd;

b. Bediende in een leidende functie;

De werkzaamheid moet zijn uitgeoefend in de loop van 15 jaar die de dag van ontvangst van de aanvraag om getuigschrift voorafgaan.

 

Bewijs praktijkervaring

 

Het bewijs van praktijkervaring als zelfstandig helper wordt geleverd door de volgende stukken samen:

a. Een getuigschrift van de betrokken zelfstandige dat de periode vermeldt waarin de betrokkene deze prestaties heeft geleverd en;

b. Behalve voor de helpers, een getuigschrift uitgaande van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of van de nationale hulpkas voor de sociale verzekeringen van de zelfstandigen, waardoor de aansluiting van de betrokkene en de begin- en einddatum ervan wordt bevestigd.

Het bewijs van de praktijkervaring als bediende met een leidende functie wordt geleverd door de volgende stukken samen:

a. De arbeidsovereenkomst voor zover de functie waarvoor de overeenkomst werd aangegaan, overeenkomt met een leidende functie of een getuigschrift van de werkgever met aanduiding van de leidinggevende functie en de periode ervan;

b. Een rekeninguittreksel uitgereikt door de dienst van de werknemerspensioenen, of van ieder ander rechtsgeldig sociaal document waaruit duidelijk de leidinggevende functie en de periode ervan kan worden opgemaakt.

Het is mogelijk het wettelijk getuigschrift te behalen in één maand bij de eigen lesgever
•• praktijkgerichte cursus met haalbaarheidsstudie eigen ondernemingsplan,
•• ook mogelijk via interactieve via e-learning (erkend door minister van onderwijs, getuigschrift eveneens te behalen in de school).
•• kan ook gedurende 2 tot 4 maanden worden gevolgd
•• voor de meeste werkzoekenden kan de opleiding volledig gratis
•• werknemers kunnen betalen met opleidingscheques
•• de aanvullende contactlessen worden overdag gegeven (1 dag/week of 2,5 dagen) of 's avonds (maan- en dinsdagavond).
•• recht op maximum 105 uren Educatief Verlof
• aanvullende contactlessen worden kunnen gevolgd worden bv. in Geraardsbergen (twee cursussen per jaar in 2,5 maand) of in Antwerpen (om de 3 weken wettelijk examen bij de eigen lesgever).

Spoedcursus in een maand (inclusief examen) of rustiger traject in 2 tot 4 maanden. U kan elke werkdag beginnen met het gedeelte webleren (behalve in juli).
In Geraardsbergen start om de 2 maanden een aanvullende contactlessenreeks, in Antwerpen om de 3 weken.
Sinds 1 september is het ook mogelijk uw wettelijk getuigschrift volledig d.m.v. e-learning te behalen bij uw eigen lesgever

Voor alle info terzake:

Vlaams Insitituut voor Advies in Bedrijfsbeheer en Opleiding vzw

steunpunt voor het Participatiefonds
Camille Huysmanslaan 120 - 2020 Antwerpen (enkel op afspraak)

telefoon: 03 29 888 28 - e-mail: steunpunt@telenet.be inschrijven

 

Is het abnormaal dat het verbod op de organisatie van de prostitutie tot toestanden leidt waarbij ingespeeld wordt op goedgelovigheid, zeer zeker.

Is het normaal vrouwen die vrijwillig (en dat zijn de meesten, zelfs niet uit geldnood) vragen dat het verbod tot organisatie van de prostitutie wordt opgeheven. Dit om een normale organisatie van prostitutie mogelijk te maken bestaande uit de organisatie van een beroep waarbij een seksuele dienstverlening wordt geleverd tussen volwaasen toestemmende partijen, dit kan gebeuren op een veilige beschermde plaats, waar de veiligheid en de hygiëne gewaarborgd is.

In Zweden werd de wet op het verbod tot organisatie van de prostutie als ongrondwettelijk beschouwd omdat elke Zweed recht heeft arbeid uit te oefenen in vrijheid en veiligheid en het verbod op de organisatie van de prostitutie aldus in strijd is met de grondrechten van de Zweden.

De organisatie van prostitutie toont respect voor de prostituees die op een wettelijke, sociaal corecte en fiscaal correcte manier hun job kunen bedrijven, zonder onder te duiken in het milieu waar de wet van geweld , de mensenhandel en de wet van de sterkste geldt.

 

Wetgeving: 

Uittreksel uit het strafwetboek

Art. 380. (Zie NOTA 1 onder TITEL) (Voorheen art. 380bis.) <W 1995-04-13/32, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 05-05-1995> § 1. Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd [euro] tot vijfentwintigduizend [euro] , wordt gestraft : <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

1° hij die, ten einde eens anders driften te voldoen, een meerderjarige zelfs met zijn toestemming, aanwerft, meeneemt, wegbrengt of bij zich houdt met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie;
2° hij die een huis van ontucht of prostitutie houdt;
3° hij die kamers of enige andere ruimte verkoopt, verhuurt of ter beschikking stelt met het oog op prostitutie met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren;
4° hij die, op welke manier ook, eens anders ontucht of prostitutie exploiteert.
§ 2. Poging tot de in § 1 bedoelde misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd [euro] tot vijfduizend [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd [euro] tot vijftigduizend [euro] wordt gestraft het plegen van de in § 1 bedoelde misdrijven wanneer de dader daarbij : <W 2000-11-28/35, art. 14, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
1° direct of indirect gebruik maakt van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige andere vorm van dwang;
2° of misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie waarin een persoon verkeert ten gevolge van een onwettige of precaire administratieve toestand of ten gevolge van zwangerschap, ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid.
§ 4. Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend [euro] tot honderdduizend [euro] wordt gestraft : <W 2000-11-28/35, art. 14, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
1° hij die, ten einde eens anders driften te voldoen, rechtstreeks of via een tussenpersoon, een minderjarige (...), zelfs met zijn toestemming aanwerft, meeneemt, wegbrengt of bij zich houdt met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie; <W 2000-11-28/35, art. 14, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
2° hij die, rechtstreeks of via een tussenpersoon, een huis van ontucht of prostitutie houdt waar minderjarigen prostitutie of ontucht plegen;
3° hij die kamers of enige andere ruimte verkoopt, verhuurt of ter beschikking stelt van een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren;
4° hij die, op welke manier ook, de ontucht of prostitutie van een minderjarige (...) exploiteert. <W 2000-11-28/35, art. 14, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
5° (hij die door de overhandiging, het aanbod of de belofte van een materieel of financieel voordeel ontucht of prostitutie van een minderjarige heeft verkregen.) <W 2000-11-28/35, art. 14, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
§ 5. (De misdrijven bedoeld in § 4 worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend [euro] tot honderdduizend [euro] als zij ten aanzien van een minderjarige onder de zestien jaar worden gepleegd.) <W 2000-11-28/35, art. 14, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(§ 6. Hij die ontucht of prostitutie van een minderjarige bijwoont, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd [euro] tot tweeduizend [euro].) <W 2000-11-28/35, art. 14, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 380bis. <W 2000-11-28/35, art. 15, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> (Voorheen art. 380quater) Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] wordt gestraft hij die in een openbare plaats door woorden, gebaren of tekens iemand tot ontucht aanzet. De straf wordt verdubbeld als het misdrijf tegenover een minderjarige wordt gepleegd. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 380ter. <W 2000-11-28/35, art. 16, 029; ED : 27-03-2001> (Voorheen art. 380quinquies) § 1. Met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd [euro] tot tweeduizend [euro] wordt gestraft hij die op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame maakt of doet maken, uitgeeft, verdeelt of verspreidt voor een aanbod van diensten van seksuele aard, indien die reclame specifiek gericht is op minderjarigen of indien zij gewag maakt van diensten aangeboden door minderjarigen of door personen van wie wordt beweerd dat zij minderjarig zijn, zelfs indien hij zijn aanbod verheelt onder bedekte bewoordingen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Indien de in het eerste lid bedoelde reclame tot doel of tot gevolg heeft, direct of indirect, dat prostitutie of ontucht van een minderjarige of zijn exploitatie voor seksuele doeleinden wordt vergemakkelijkt, is de straf drie maanden tot drie jaar gevangenisstraf en geldboete van driehonderd [euro] tot drieduizend [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 2. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd [euro] tot duizend [euro] wordt gestraft hij die op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame maakt of doet maken, verdeelt of verspreidt voor een aanbod van diensten van seksuele aard, die worden verleend bij wege van een of ander telecommunicatiemiddel, zelfs indien hij zijn aanbod verheelt onder bedekte bewoordingen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. In alle gevallen die niet zijn omschreven in de §§ 1 en 2, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd [euro] tot duizend [euro], hij die door enig reclamemiddel, zelfs indien hij de aard van zijn aanbod of zijn vraag verheelt onder bedekte bewoordingen, kenbaar maakt dat hij zich aan prostitutie overgeeft, de prostitutie van anderen vergemakkelijkt of wenst in betrekking te komen met iemand die zich aan ontucht overgeeft. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die door enig reclamemiddel aanzet, door de toespeling die erop wordt gemaakt, tot de seksuele exploitatie van minderjarigen of meerderjarigen, of van zulke reclame gebruik maakt naar aanleiding van een aanbod van diensten.

Art. 380quater. (afgeschaft bij verandering van nummering) <W 2000-11-28/35, art. 15, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001>

Art. 380quinquies. (afgeschaft bij verandering van nummering) <W 2000-11-28/35, art. 16, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001>

Art. 381. <W 2000-11-28/35, art. 17, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> De misdrijven bedoeld in de artikelen 379 en 380, §§ 3 en 4, worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend [euro] tot honderdduizend [euro] en de misdrijven bedoeld in artikel 380, § 5, worden gestraft met opsluiting van zeventien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend [euro] tot honderdduizend [euro], indien ze daden betreffen van deelneming aan de hoofdbedrijvigheid of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 381bis. (afgeschaft bij verandering van nummering) <W 2000-11-28/35, art. 17, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001>

Art. 382.<W 2000-11-28/35, art. 18, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> § 1. In de gevallen bedoeld in de artikelen 379 en 380 worden de schuldigen bovendien veroordeeld tot ontzetting van de rechten genoemd in [1 artikel 31, eerste lid]1.
§ 2. De rechtbanken kunnen tegen de personen die wegens een misdrijf bepaald bij artikel 380, §§ 1 tot 3, veroordeeld worden, het verbod uitspreken om gedurende een jaar tot drie jaar een drankgelegenheid, een bureau voor arbeidsbemiddeling, een onderneming van vertoningen, een zaak voor verhuur of verkoop van visuele dragers, een hotel, een bureau voor verhuur van gemeubileerde kamers of appartementen, een reisbureau, een huwelijksbureau, een adoptieinstelling, een instelling waaraan de bewaring van minderjarigen wordt toevertrouwd, een bedrijf dat leerlingen en jeugdgroepen vervoert, een gelegenheid voor ontspanning of vakantie, of een inrichting die lichaamsverzorging of psychologische begeleiding aanbiedt, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een tussenpersoon, uit te baten of er, in welke hoedanigheid ook, werkzaam te zijn.
In geval van een tweede veroordeling wegens een misdrijf bepaald in artikel 380, §§ 1 tot 3, kan het verbod voor een termijn van een jaar tot twintig jaar worden uitgesproken.
In geval van een veroordeling wegens een misdrijf bepaald bij de artikelen 379 en 380, §§ 4 en 5, kan het verbod voor een termijn van een jaar tot twintig jaar worden uitgesproken.
§ 3. Zonder rekening te houden met de hoedanigheid van natuurlijke persoon of rechtspersoon van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, kan de rechtbank de sluiting bevelen van de inrichting waar de misdrijven zijn gepleegd, voor een termijn van een maand tot drie jaar.
Wanneer de veroordeelde eigenaar, uitbater, huurder noch zaakvoerder is van de inrichting, kan de sluiting enkel worden bevolen indien de ernst van de concrete omstandigheden dit vereist, en dit voor een termijn van maximaal twee jaar, na dagvaarding van de eigenaar, de uitbater, de huurder of de zaakvoerder op vordering van het openbaar ministerie.
De dagvaarding voor de rechtbank wordt in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen gelegen zijn, overgeschreven ten verzoeke van de deurwaarder die het exploot heeft opgemaakt.
De dagvaarding vermeldt de kadastrale omschrijving van het betrokken onroerende goed en identificeert de eigenaar ervan in de vorm en volgens de sanctie bepaald in artikel 12 van de wet van 10 oktober 1913 houdende wijzigingen in de hypotheekwet en in de wet op de gedwongen onteigeningen en regelende de herinrichting van de bewaring der hypotheken.
Iedere in de zaak gewezen beslissing wordt in de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet. De griffier doet de uittreksels en de verklaring dat er geen rechtsmiddelen aangewend zijn aan de hypotheekbewaarder toekomen.
§ 4. Artikel 389 is van toepassing op deze bepaling.
----------
(1)<W 2009-04-14/01, art. 17, 073; Inwerkingtreding : 15-04-2009>

Art. 382bis. <W 2000-11-28/35, art. 20, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> Onverminderd de toepassing van artikel 382 kan elke veroordeling wegens feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 377, 379 tot 380ter, 381 en 383 tot 387, gepleegd op de persoon van een minderjarige of met zijn deelneming, de ontzetting meebrengen van het recht om, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar :
1° in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;
2° deel uit te maken, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is;
3° een activiteit toegewezen te krijgen die de veroordeelde in een vertrouwens- of een gezagsrelatie tegenover minderjarigen plaatst, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging.
Artikel 389 is van toepassing op deze bepaling.

 

Gerelateerd
Gerelateerde modellen: 
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 29/12/2013 - 03:16
Laatst aangepast op: wo, 25/05/2016 - 14:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.