-A +A

Poging tot doodslag

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Doden met het oogmerk om te doden wordt doodslag genoemd.

De misdaad van doodslag, zoals omschreven in artikel 393 van het Strafwetboek, bestaat uit een moreel bestanddeel, met name het oogmerk om te doden, en een materieel bestanddeel, met name het feit te doden, de daad waardoor andermans leven wordt ontnomen.

Er is een strafbare poging tot doodslag indien het voornemen om de misdaad te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en enkel ten gevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist.

Het oogmerk om te doden verdwijnt niet wanneer de handelingen gestaakt zijn door tussenkomst van getuigen. 
 

Hof van Beroep Gent 04/12/2015, AR 2015/NT/744, juridat

...

X

Beklaagd van

A. Bij inbreuk op de artikelen 51, 52, 392 en 393 van het Strafwetboek, gepoogd te hebben doodslag, zijnde opzettelijk doden met het oogmerk om te doden, te plegen op de persoon van VK, waarbij het voornemen om een wanbedrijf te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van dat wanbedrijf uitmaakten en alleen ten gevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist.

(...)

De misdaad van doodslag, zoals omschreven in artikel 393 van het Strafwetboek, bestaat uit een moreel bestanddeel, met name het oogmerk om te doden, en een materieel bestanddeel, met name het feit te doden, de daad waardoor andermans leven wordt ontnomen.

Er is een strafbare poging tot doodslag indien het voornemen om de misdaad te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en enkel ten gevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist.

Bij het opzettelijk toebrengen van verwondingen of slagen, al dan niet met de verzwarende omstandigheid van hetzij artikel 399, hetzij artikel 400, hetzij artikel 401 van het Strafwetboek, ontbreekt het oogmerk om te doden.

Anders dan de raadsman van beklaagde in termen van pleidooi uiteenzet, is het hof van oordeel dat de beklaagde KS gehandeld heeft met het oogmerk om Kevin Vandenabeele te doden.

Dat de beklaagde het oogmerk had om VK te doden, blijkt uit de volgende feitelijke gegevens:
- de aard en locatie van de verwondingen bij het slachtoffer (hevig bloedende hoofdwonden);
- de geloofwaardige verklaring van de getuigen DD en DP die stellen dat de beklaagde tegen hen zei dat hij het slachtoffer ging kapot maken;
- het gebruiken van een zware Engelse sleutel waarmee minstens twee keer geslagen werd, zij het volgens de beklaagde op de ribben van VK;
- de verklaring van DP waaruit blijkt dat de beklaagde enorm agressief en razend was, dat hij diverse keren schopte en sloeg op het slachtoffer, wel meer dan tien keren, en dat hij dit maar bleef doen;
- de beelden van de beveiligingscamera waar onder meer op te zien is dat de beklaagde meermaals met een voorwerp (de Engelse sleutel) op het slachtoffer slaat, dat het slachtoffer nauwelijks nog beweegt, zich amper kan afweren en op sommige momenten niet meer beweegt, dat de beklaagde wegwandelt en dan terugkomt om het slachtoffer nog meer slagen en schoppen te geven;
- de slagen en de schoppen zijn pas gestopt op het ogenblik dat de getuigen tussenbeide zijn gekomen;
- de verklaring van de beklaagde zelf waar hij stelde:
"Ik heb hem in een soort gangetje gesleept en heb hem geslagen met mijn vuist op zijn hoofd. Ik nam vervolgens een Engelse sleutel die in mijn werkbroek zat en sloeg daarmee in zijn buik. Ik weet niet meer of ik ermee op zijn hoofd heb geslagen. Ik heb ook geschopt toen hij al op de grond lag. Ik schopte tegen zijn gezicht en vermoedelijk ook elders. U vraagt me hoeveel keren ik hem zou geslagen en geschopt hebben. Ik denk tien à twintig keren. Ik zag wel dat hij nog bewoog. Ik herinner me dat er iemand is gestopt met een wit voertuig en dat die persoon zei dat ik moest stoppen. Hij hield me tegen en zei dat de politie was verwittigd en dat ze weldra gingen komen. Ik herinner me niet dat VK zich heeft verdedigd.",
en waarin hij verder ook nog stelde dat hij blij was dat hij maar een tweetal keren met de sleutel op VK had geslagen, want dat hij hem anders vermoedelijk gedood had;
- het relaas van het anoniem gebleven echtpaar dat in afdoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen en waaruit blijkt dat het op de grond liggend slachtoffer telkens opnieuw probeerde recht te staan waarop de beklaagde hem telkens terug op de grond stampte of sloeg, dat de beklaagde, toen het slachtoffer niet meer recht kon, meerdere keren op het slachtoffer sprong, alsof hij erop danste, en dat de beklaagde erg agressief was en van geen ophouden wist tot wanneer andere getuigen tussenbeide kwamen.

Het is voor het hof dan ook duidelijk dat de handelingen die de beklaagde KS heeft gesteld een begin van uitvoering van de doodslag uitmaakten waardoor het voornemen om de misdaad te plegen zich heeft geopenbaard en dat deze handelingen enkel ten gevolge van de tussenkomst van de getuigen, zoals ook te zien is op de beelden van de bewakingscamera, werden gestaakt. Dat de beklaagde er niet toe gekomen is zijn slachtoffer te doden, is niet omdat de beklaagde dit niet wou, noch is dit aan de beklaagde te "danken" of is dit te wijten aan een verkeerde keuze van middelen. De door de beklaagde gestelde daden beoogden immers rechtstreeks en onmiddellijk om VK te doden, doch de tussenkomst van de getuigen, waardoor de beklaagde zijn poging heeft moeten staken, heeft verhinderd dat de beklaagde zijn oogmerk kon uitvoeren. Er is geen sprake van een vrijwillige staking van poging. Zonder de tussenkomst van de getuigen zou de razende en furieuze beklaagde op het weerloze op de grond liggende slachtoffer blijven schoppen en slaan zijn, vooral op diens hoofd, tot wanneer hij het slachtoffer in de steeg voor dood zou achtergelaten hebben. Uit de beelden van de bewakingscamera blijkt dat een van de getuigen de beklaagde tegenhoudt net voordat hij nogmaals wil uithalen naar het slachtoffer, waarna de getuige de beklaagde wegduwt van bij het slachtoffer vandaan.

Al deze elementen geven het hof de zekerheid dat de beklaagde bij zijn zware fysieke agressie naar zijn slachtoffer toe enkel het oogmerk had om VK te doden.

Door de gegevens van het gerechtelijk onderzoek en door het onderzoek op de terechtzitting van het hof is de telastlegging A, zoals hiervoor verbeterd, dan ook in hoofde van de beklaagde KS naar eis van recht bewezen.
De middelen in termen van pleidooi door de raadsman van de beklaagde voor het hof op de terechtzitting van 6 november 2015 naar voor gebracht, brengen het hof niet tot een andere overtuiging.

...

(Tiende kamer, 2015/NT/744, 04/12/2015)
 

Franse term: 
homicide
Rechtsleer: 

• DE PREEUW, W., Opzettelijke doding gevolgd door zelfdoding en pogingen daartoe Panopticon 1988, 159-177

• DEWANDELEER, D., Art. 398 t/m 410 Sw. Opzettelijk doden, niet doodslag genoemd, en opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel in X., Postal Memorialis. Lexicon strafrecht, strafvordering en bijzondere wetten , O 160 / 105 - O 160 / 234 (128 p.)

Rechtspraak: 

• Cassatie 18/04/1978 juridat:

Doodslag, gepleegd om diefstal te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren, is een reële verzwarende omstandigheid van diefstal, het hoofdfeit, die als zodanig al degenen die aan de diefstal hebben deelgenomen treft, zelfs als hun rechtstreekse en persoonlijke deelneming aan de doodslag niet is bewezen. ( Art. 475 S.W. )

Wetgeving: 

uittreksel uit het strafwetboek:

DOODSLAG EN VERSCHILLENDE SOORTEN VAN DOODSLAG.

Art. 393. (Zie NOTA 1 onder TITEL) Doden met het oogmerk om te doden wordt doodslag genoemd. Het wordt gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar). <W 2003-01-23/42, art. 65, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>

Art. 394. Doodslag met voorbedachten rade wordt moord genoemd. Hij wordt gestraft met (levenslange opsluiting). <W 1996-07-10/42, art. 15, 018; Inwerkingtreding : 11-08-1996>

Art. 395. <W 31-03-1987, art. 95> Doodslag op de vader, de moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn wordt oudermoord genoemd en wordt gestraft met (levenslange opsluiting). <W 1996-07-10/42, art. 15, 018; Inwerkingtreding : 11-08-1996>

Art. 396. Doodslag gepleegd op een kind bij de geboorte of dadelijk daarna, wordt kindermoord genoemd.
Kindermoord wordt naar gelang van de omstandigheden gestraft als doodslag of als moord.
(Leden 3 en 4 opgeheven) <W 12-07-1984, enig art.>

Art. 397. Vergiftiging wordt genoemd de doodslag gepleegd door middel van stoffen die min of meer snel de dood kunnen teweegbrengen, op welke wijze die stoffen ook aangewend of toegediend zijn. Zij wordt gestraft met (levenslange opsluiting). <W 1996-07-10/42, art. 15, 018; Inwerkingtreding : 11-08-1996>
 

artikel 401:

Wanneer de slagen of verwondingen opzettelijk worden toegebracht, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
Hij wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.
 

GERECHTVAARDIGDE DOODSLAG, GERECHTVAARDIGDE VERWONDINGEN EN GERECHTVAARDIGDE SLAGEN.

Art. 416. Er is noch misdaad, noch wanbedrijf, wanneer de doodslag, de verwondingen en de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zich zelf of van een ander.

Art. 417. Onder de gevallen van ogenblikkelijke noodzaak van de verdediging worden de twee volgende gevallen begrepen :
Wanneer de doodslag gepleegd wordt, wanneer de verwondingen of de slagen toegebracht worden bij het afweren, bij nacht, van de beklimming of de braak van de afsluitingen, muren of toegangen van een bewoond huis of appartement of de aanhorigheden ervan, behalve wanneer blijkt dat de dader niet kon geloven aan een aanranding van personen, hetzij als rechtstreeks doel van hem die poogt in te klimmen of in te breken, hetzij als gevolg van de weerstand welke diens voornemen mocht ontmoeten;
Wanneer het feit plaatsheeft bij het zich verdedigen tegen de daders van diefstal of plundering die met geweld tegen personen wordt gepleegd.
 

Gerelateerd
Gerelateerde modellen: 
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 01/09/2017 - 14:03
Laatst aangepast op: vr, 01/09/2017 - 14:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.