-A +A

Overname en overdracht van ondernemingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

U wil een bedrijf overnemen maar bent bang dat er fiscale addertjes onder het gras zitten?

Dankzij een fiscaal boekenonderzoek, ook wel fiscale “due diligence” genoemd, wordt de belastingtoestand van het bedrijf waarop u uw zinnen heeft gezet, uitgepluisd: werden operaties in het verleden correct verwerkt, zijn alle formaliteiten inzake roerende voorheffing op dividenden en interesten nageleefd, riskeert u geen aanslag geheime commissielonen, hoe zit het met de aftrekbaarheid van eventuele verliezen, werd er over de juiste duurtijd afgeschreven, enzovoort.

Na het boekenonderzoek bent u in staat de onderneming naar waarde te schatten, en bent u ook zeker dat u geen kat in een zak koopt.

Ook de financiering van de overname is een fiscaal aandachtspunt: voor welk bedrag een lening aangaan zonder de regels inzake onderkapitalisatie (thin capizalization) te overtreden, wat met de roerende voorheffing op de interesten, toch maar opteren voor meer kapitaal en genieten van de notionele interestaftrek?

Niet alleen kandidaat-kopers maar ook kandidaat verkopers hebben er baat bij om zich te laten bijstaan door een fiscaal advocaat. Een kandidaat-overnemer zal immers niet zelden tal van fiscale vragen afvuren waarop een ondernemer niet altijd of niet meteen het antwoord heeft en de relevantie (en de impact op de verkoopprijs) niet steeds goed kan inschatten. Dankzij de bijstand van een fiscaal advocaat ben je zeker dat je de juiste prijs krijgt voor jouw onderneming.

Of bent u van plan uw bedrijf over te laten aan uw kinderen? Wist u dat Vlaanderen inzet op familiebedrijven? Het Vlaamse Gewest heeft daarom een bijzondere regeling in het leven geroepen voor de overdracht van familiale ondernemingen en familiale vennootschappen met als doel bedrijfsleiders actief aan te zetten om na te denken over hun opvolging.

Concreet vertaalt dit zich in een vrijstelling van schenkbelasting voor het schenken van deze familiale ondernemingen en -vennootschappen en in een verlaagd tarief in de erfbelasting voor de vererving van deze ondernemingen en vennootschappen.

Om van deze gunstregimes te kunnen genieten, moeten diverse voorwaarden worden vervuld. Aan sommige van deze voorwaarden moet gedurende een langere periode worden voldaan. Dit vereist daarom een zorgvuldige planning en regelmatige opvolging, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig. Laat je daarom bijstaan door een fiscaal advocaat. Wij kunnen u helpen.
 

Franse term: 
transfert d'entreprise
Rechtspraak: 

Hof van Justitie, 20 november 2003, RW 2004-2005, 824, met noot Johan Peeters, Wordt overgang van onderneming het hutsepotje van het Hof van Justitie?

Tekst samenvatting

Er is sprake van overgang van onderneming in situaties waarin een opdrachtgever, die het volledige beheer van de catering voor een ziekenhuis bij overeenkomst aan een eerste ondernemer had toevertrouwd, deze overeenkomst opzegt en voor dezelfde dienstverlening een nieuwe overeenkomst sluit met een tweede ondernemer, wanneer deze tweede ondernemer gebruikmaakt van essentiële materiële activa die voorheen door de eerste ondernemer werden gebruikt en door de opdrachtgever achtereenvolgens aan elk van beiden ter beschikking werden gesteld, ook al zou deze tweede ondernemer te kennen hebben gegeven dat hij niet van plan is het personeel van de eerste werknemer over te nemen.

Tekst arrest

A. e.a. t/ Vennootschap naar Duits recht S. en vennootschap naar Duits recht S.G.

...

2. Deze prejudiciële vraag is gerezen in een geding tussen Sodexho, een cateringbedrijf dat bij overeenkomst was belast met de exploitatie van het bedrijfsrestaurant van een ziekenhuis, en C. Abler, hulpkok, en 21 andere werknemers uit de cateringsector (hierna Abler e.a.), ondersteund door hun vroegere werkgever, Sanrest, een cateringbedrijf dat onmiddellijk daarvóór krachtens een eerdere overeenkomst die werd opgezegd, dezelfde diensten verrichtte. Deze werknemers hebben bij het Arbeits- und Socialgericht Wien (Oostenrijk) tegen Sodexho een beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat op grond van het Arbeitsvertragsrechts-Anpassungsgesetz (wet tot aanpassing van de wetgeving inzake arbeidsovereenkomsten, BGBI 459/ 1993), als gewijzigd (hierna: AVRAG), waarbij richtlijn 77/ 187 in Oostenrijks recht is omgezet, hun arbeidsverhouding wordt voortgezet met Sodexho.

...

27. Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of art. 1 van richtlijn 77/187 aldus moet worden uitgelegd dat deze richtlijn van toepassing is op situaties waarin een opdrachtgever die het volledige beheer van de catering voor een ziekenhuis bij overeenkomst aan een eerste ondernemer had toevertrouwd, deze overeenkomst opzegt en voor dezelfde dienstverlening een nieuwe overeenkomst sluit met een tweede ondernemer, wanneer deze tweede ondernemer gebruikmaakt van essentiële materiële activa die voorheen door de eerste ondernemer werden gebruikt en door de opdrachtgever achtereenvolgens aan elk van beiden ter beschikking werden gesteld, maar weigert het personeel van de eerste ondernemer over te nemen.

...

29. Richtlijn 77/187 heeft tot doel, ook bij verandering van eigenaar, de continuïteit van de in het raam van een economische eenheid bestaande arbeidsverhoudingen te waarborgen. Voor de vraag of er sprake is van een overgang in de zin van deze richtlijn, is derhalve het beslissende criterium of de identiteit van de betrokken eenheid bewaard blijft, wat met name blijkt uit het feit dat de exploitatie ervan in feite wordt voortgezet of hervat (zie met name arresten van 18 maart 1986, 24/85, Jur. 1986, 1119, punt 11 en 12, en 11 maart 1997, Süzen, C-13/95, Jur. 1997, I-1259, punt 10).

30. Richtlijn 77/187 kan evenwel slechts worden toegepast wanneer de overgang betrekking heeft op een duurzaam georganiseerde economische eenheid waarvan de activiteit niet tot de uitvoering van een bepaald werk is beperkt (zie met name arrest van 19 september 1995, Rygaard, C-48/94, Jur. 1995, I-2745, punt 20). Het begrip eenheid verwijst dus naar een georganiseerd geheel van personen en vermogensbestanddelen, waarmee een economische activiteit met een eigen doelstelling kan worden uitgeoefend (zie met name arrest Süzen, reeds aangehaald, punt 13).

31. Om te beginnen stelt Sodexho dat er geen sprake is van een overgang van een economische eenheid met behoud van haar identiteit in de zin van richtlijn 77/187, omdat zij geen enkel personeelslid van Sanrest heeft overgenomen.

32. Zij baseert haar redenering op de arresten waarin het Hof heeft overwogen dat in bepaalde sectoren waarin de arbeidskrachten de voornaamste factor zijn bij de activiteit, een groep werknemers die duurzaam een gemeenschappelijke activiteit verricht, een economische eenheid kan vormen. Uit deze rechtspraak volgt dat een dergelijke eenheid haar identiteit na de overdracht kan behouden, wanneer de nieuwe ondernemer niet alleen de betrokken activiteit voortzet, maar ook een wezenlijk deel – qua aantal en deskundigheid – van het personeel overneemt dat zijn voorganger speciaal voor die taak had ingezet (zie met name arrest Süzen, reeds aangehaald, punt 21, en arrest van 10 december 1998, Hidalgo e.a., C-173/96 en C-247/96, Jur. 1998, I-8237, punt 32).

33. Om vast te stellen of aan de voorwaarden voor een overgang van een duurzaam georganiseerde economische eenheid is voldaan, moet rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken, zoals de aard van de betrokken onderneming of vestiging, de vraag of materiële activa als gebouwen en roerende zaken worden overgedragen, de waarde van de immateriële activa op het tijdstip van de overdracht, de vraag of de nieuwe ondernemer vrijwel alle personeelsleden overneemt, de vraag of de klantenkring wordt overgedragen, de mate waarin de vóór en na de opdracht verrichte activiteiten met elkaar overeenkomen, en de duur van een eventuele onderbreking van die activiteiten (arresten Spijkers en Süzen, reeds aangehaald, respectievelijk punt 13 en punt 14).

34. Al deze factoren zijn evenwel slechts deelaspecten van het te verrichten totale onderzoek en mogen daarom niet elk afzonderlijk worden beoordeeld (arresten Spijkers en Süzen, reeds aangehaald, respectievelijk punt 13 en punt 14).

35. De nationale rechter moet bij de beoordeling van de feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken, rekening houden met de aard van de betrokken onderneming of vestiging. Het belang dat moet worden gehecht aan de diverse criteria die bepalen of er sprake is van een overgang in de zin van richtlijn 77/187, verschilt noodzakelijkerwijs naar gelang van de uitgeoefende activiteit, en zelfs van de productiewijze of de bedrijfsvoering in de betrokken onderneming, vestiging of onderdeel daarvan (arresten Süzen en Hidalgo e.a., reeds aangehaald, respectievelijk punt 18 en punt 31).

36. Catering kan evenwel niet worden beschouwd als een activiteit waarvoor arbeidskrachten de voornaamste factor zijn, aangezien daarvoor heel wat uitrusting noodzakelijk is. In het hoofdgeding werden – zoals de Commissie heeft opgemerkt – de voor de betrokken activiteit benodige materiële activa, zoals ruimten, water, energie alsook de kleine en grote keukenuitrusting (vast materieel voor het bereiden van de maaltijden en vaatwasmachines) door Sodexho overgenomen. Bovendien wordt de situatie in het hoofdgeding gekenmerkt door de uitdrukkelijke en essentiële verplichting de maaltijden in de ziekenhuiskeuken te bereiden en dus die materiële activa over te nemen. De overdracht van de door het ziekenhuis ter beschikking gestelde ruimten en uitrusting, die absoluut noodzakelijk is voor de bereiding en de verstrekking van de maaltijden aan de patiënten en personeelsleden van het ziekenhuis, is in die omstandigheden voldoende om van een overgang van een economische eenheid te spreken. Bovendien is het duidelijk dat de nieuwe opdrachtnemer onvermijdelijk vrijwel de gehele klantenkring van zijn voorganger heeft overgenomen, aangezien deze klanten geen ander cateringbedrijf kunnen kiezen.

37. Bijgevolg is het feit dat de nieuwe ondernemer geen wezenlijk deel – qua aantal en deskundigheid – van het personeel overneemt dat zijn overganger voor de uitoefening van dezelfde activiteit had ingezet, niet voldoende om uit te sluiten dat er sprake is van een overgang van een eenheid met behoud van haar identiteit in de zin van richtlijn 77/187 in een sector zoals de cateringsector, waar de uitrusting de voornaamste factor bij de activiteit is. Zoals het Verenigd Koninkrijk en de Commissie terecht hebben opgemerkt, zou een tegenovergestelde redenering indruisen tegen het hoofddoel van richtlijn 77/187, dat erin bestaat de arbeidsovereenkomsten van de werknemers van de vervreemder te behouden, zelfs tegen de wil van de verkrijger.

...

40. Ten slotte betoogt Sodexho dat de omstandigheid dat het bestuursorgaan eigenaar blijft van de werkruimte en van de uitrusting die nodig zijn voor de voortzetting van de activiteit, zich ertegen verzet dat een gewone wijziging van opdrachtnemer als een overgang van een economische eenheid kan worden beschouwd.

41. Reeds uit de bewoordingen van art. 1 van richtlijn 77/ 187 blijkt evenwel dat deze richtlijn van toepassing is zodra er in het raam van de contractuele betrekkingen een wijziging optreedt in de natuurlijke of rechtspersoon die de onderneming exploiteert en die uit dien hoofde werkgeversverplichtingen heeft tegenover de werknemers die in de onderneming zijn aangesteld, waarbij niet van belang is of de eigendom van de materiële activa is overgedragen (arresten van 17 december 1987, Ny Mølle Kro, 287/86, Juris. 1987, 5465, punt 12, en 12 november 1992, Watson Rask en Christensen, C-209/91, Jur. 1992, I-5777, punt 15).

42. De omstandigheid dat de door de nieuwe ondernemer overgenomen materiële activa geen eigendom van zijn voorganger waren, maar door de opdrachtgever ter beschikking waren gesteld, kan dus niet leiden tot de conclusie dat er geen sprake is van een overgang van onderneming in de zin van richtlijn 77/187.

43. Mitsdien moet op de vraag van de verwijzende rechter worden geantwoord dat art. 1 van richtlijn 77/187 aldus moet worden uitgelegd dat deze richtlijn van toepassing is op situaties waarin een opdrachtgever die het volledige beheer van de catering voor een ziekenhuis bij overeenkomst aan een eerste ondernemer had toevertrouwd, deze overeenkomst opzegt en voor dezelfde dienstverlening een nieuwe overeenkomst sluit met een tweede ondernemer, wanneer deze tweede ondernemer gebruikmaakt van essentiële materiële activa die voorheen door de eerste ondernemer werden gebruikt en door de opdrachtgever achtereenvolgens aan elk van beiden ter beschikking werden gesteld, ook al zou de tweede ondernemer te kennen hebben gegeven dat hij niet van plan is het personeel van de eerste ondernemer over te nemen.

Wetgeving: 

Op Europees niveau

• Richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan;
• Richtlijn 98/50/EG van de Raad van 29 juni 1998 tot wijziging van de richtlijn 77/187/CEE van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan;
Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan.

Op Belgisch niveau

C.A.O. nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement;

gewijzigd bij:
de C.A.O. nr. 32ter van 2 december 1986, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 19 januari 1987;
de C.A.O. nr. 32quater van 19 december 1989, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 maart 1990;
de C.A.O. nr. 32quinquies van 13 maart 2002, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 maart 2002.

Voorwerp van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.32bis

De C.A.O. nr. 32bis heeft volgens haar artikel 1 twee voorwerpen:

- het behoud van de rechten van de werknemers waarborgen in alle gevallen van wijziging van werkgever ingevolge de overgang van een onderneming of van een gedeelte van de onderneming krachtens overeenkomst (hoofdstuk II); de overgang in het kader van een gerechtelijk akkoord is een overgang krachtens overeenkomst waarop het principe van het behoud van de rechten van de werknemers van toepassing is, behoudens de bij artikel 8bis bepaalde uitzonderingen;
- een aantal rechten waarborgen met betrekking tot de werknemers, die overgenomen worden in geval van overname van activa na faillissement (hoofdstuk III).

Bovendien regelt de C.A.O. nr. 32bis de informatieverplichting ten aanzien van de bij een overgang betrokken werknemers indien er in de onderneming geen werknemersvertegenwoordigers zijn.

Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 bis gesloten op 7 juni 1985 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement

geconsolideerde versie

tekstweergave van 11/08/2015

HOOFDSTUK I. _ Voorwerp en definities.

Artikel 1. <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002> Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst strekt er in de eerste plaats toe te waarborgen :
1° eensdeels het behoud van de rechten der werknemers in alle gevallen van wijziging van werkgever ingevolge de overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst; de overgang in het kader van een gerechtelijk akkoord is een overgang krachtens overeenkomst waarop het principe van het behoud van de rechten van de werknemers van toepassing is behoudens de bij artikel 8bis van deze collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde uitzonderingen;
2° anderdeels een aantal rechten met betrekking tot de werknemers, die overgenomen worden in geval van overname van activa na faillissement.
Voorts regelt deze collectieve arbeidsovereenkomst de informatie van de bij een overgang betrokken werknemers indien er in de onderneming geen vertegenwoordigers van de werknemers zijn.

Art. N*1. Commentaar.
(Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst strekt er in de eerste plaats toe de rechten van de werknemers te regelen eensdeels bij iedere wijziging van werkgever ingevolge een overgang van een onderneming krachtens overeenkomst en anderdeels bij overname van de werknemers door een nieuwe werkgever, die het actief overneemt van de vroegere onderneming die failliet werd verklaard.
1. Met betrekking tot de gevallen van overgang van een onderneming krachtens overeenkomst
Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis herneemt de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 waardoor uitvoering werd gegeven aan de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen ervan en past die bepalingen aan op grond van de wijzigingsrichtlijn van 29 juni 1998.
De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis voorziet meer bepaald in het behoud van de rechten van de werknemers ten aanzien van de nieuwe werkgever. Wanneer de overgang echter plaatsvindt in het kader van een gerechtelijk akkoord kan onder bepaalde voorwaarden van dit principe worden afgeweken om de werkgelegenheid veilig te stellen door het voortbestaan van de onderneming te verzekeren.
2. Met betrekking tot de gevallen van overname van activa na faillissement
a) Met betrekking tot de gevallen, waarbij werknemers overgenomen worden ingevolge een overname van het actief van een onderneming na faillissement, zijn de organisaties van oordeel dat deze werknemers zich in een soortgelijke situatie bevinden als deze waarvoor de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 d.d. 28 februari 1978 werd gesloten.
Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst houdt rekening met die gelijksoortigheid alsmede met verschillende economische realiteiten, die in het ene en in het andere geval gelden, door aan die werknemers soortgelijke rechten te verlenen als de rechten die de werknemers genieten waarop de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 van toepassing is.
Die rechten betreffen meer bepaald het behoud van de bij de vorige werkgever verworven anciënniteit. De overige arbeidsvoorwaarden blijven eveneens behouden, tenzij de partijen andere voorwaarden bedingen.
b) Die bepalingen zijn van toepassing wanneer tussen de datum van het faillissement en de datum van de overname van de activa :
- de bedrijvigheid van de onderneming onderbroken wordt en de arbeidsovereenkomsten beëindigd worden;
- de bedrijvigheid van de onderneming voortgezet wordt en de arbeidsovereenkomsten behouden blijven;
- de bedrijvigheid van de onderneming voortgezet wordt en nieuwe arbeidsovereenkomsten worden gesloten met de curator, na beëindiging van de bestaande overeenkomsten.
Die bepalingen zijn onder bepaalde voorwaarden eveneens van toepassing wanneer de arbeidsovereenkomsten binnen een zekere periode vóór de datum van het faillissement beëindigd worden.
c) Om de hiërarchie van de rechtsnormen te eerbiedigen, bevat deze overeenkomst geen enkele bepaling ten aanzien van het behoud van de rechten van de werknemers gedurende deze periode van onderbreking.
De organisaties zijn evenwel van oordeel dat er reglementaire maatregelen moeten worden genomen om gedurende die periode aan deze werknemers de uitkering van een overbruggingsvergoeding te waarborgen.
Voorts regelt deze collectieve arbeidsovereenkomst de informatie van de bij een overgang betrokken werknemers indien er in de onderneming geen vertegenwoordigers van de werknemers zijn.

Art. 2. Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst moet worden verstaan onder:
1° werknemers: de personen die krachtens een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst arbeid verrichten;
2° werkgevers: de natuurlijke of rechtspersonen, die de onder 1° genoemde werknemers tewerkstellen;
3° de vervreemder: de natuurlijke of rechtspersoon die ingevolge een overgang in de zin van artikel 1, de hoedanigheid van werkgever verliest ten aanzien van de werknemers van de onderneming, die overgaat of het gedeelte van de onderneming dat overgaat;
4° verkrijger: de natuurlijke of rechtspersoon die ingevolge een overgang in de zin van artikel 1, de hoedanigheid van werkgever verkrijgt ten aanzien van de werknemers van de onderneming, die overgaat of het gedeelte van de onderneming dat overgaat;
5° (overname van activa : het vestigen van een zakelijk recht op, of het huren van het geheel of een deel van de activa van een failliete onderneming;
6° datum van het faillissement : datum van het vonnis van faillietverklaring in de zin van artikel 1 van de faillissementswet van 8 augustus 1997;
7° overgang in het kader van een gerechtelijk akkoord : de overdracht, bedoeld bij artikel 41 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord.) <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>

Art. N*2. Commentaar.
Het begrip arbeidsovereenkomst, waarvan sprake in artikel 2, 1°, dient begrepen te worden in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Op te merken valt dat de overname van het geheel of een deel van de activa, zoals bedoeld bij het punt 5° van artikel 2 slechts de toepassing van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst tot gevolg kan hebben, indien en voor zover een dergelijke overname gepaard gaat met een overname van werknemers.
Het zakelijk recht, waarvan sprake in hetzelfde punt 5° van artikel 2, kan verscheidene vormen aannemen (b.v. eigendom, vruchtgebruik...).
(De overgang in het kader van een gerechtelijk akkoord, waarvan sprake in artikel 2, 7°, is de overdracht, bedoeld bij artikel 41 van de wet betreffende het gerechtelijk akkoord.
Volgens genoemd artikel kan de rechtbank de commissaris inzake opschorting machtigen de overdracht van de onderneming of van een gedeelte ervan te verwezenlijken indien deze bijdraagt tot de terugbetaling aan de schuldeisers en indien daardoor een economische activiteit en werkgelegenheid kan worden gehandhaafd.
De commissaris inzake opschorting zorgt er vervolgens voor dat de nodige publiciteit wordt gegeven aan het besluit tot vervreemding van een activiteit, onderzoekt de overnamevoorstellen in het licht van voornoemde objectieven en bespreekt ze met de bevoegde bestuursorganen van de onderneming alsook met de werknemersafvaardiging. Hierbij zijn zelfs diepgaander besprekingen mogelijk met het oog op het bereiken van een consensus met de werknemers waarbij eveneens over de rechtmatige belangen van de schuldeisers gewaakt moet worden.
Aan het einde van die procedure legt de commissaris inzake opschorting aan de rechtbank een voorstel tot gehele of gedeeltelijke overdracht van de onderneming ter goedkeuring voor. De uitspraak van de rechtbank is onderworpen aan volgende voorschriften :
- zij moet voorafgaandelijk een afvaardiging van het bestuur van de onderneming en van de werknemers horen;
- als de overdracht van het geheel van de onderneming wordt voorgesteld, kan de rechtbank die enkel goedkeuren indien meer dan de helft van de schuldeisers die aangifte hebben gedaan van hun schuldvordering, die hebben deelgenomen aan de stemming en die in waarde meer dan de helft van de schuldvorderingen vertegenwoordigen, hiermee instemmen.
In artikel 42 van dezelfde wet wordt gepreciseerd dat de overdracht van de onderneming of van een gedeelte ervan een onderdeel kan zijn van het herstel- of betalingsplan.
Indien de overdracht door de rechtbank is goedgekeurd, kan de uitvoering ervan plaatsvinden. Dit zal gebeuren op de datum die daartoe in overdrachtsovereenkomst wordt voorzien.) <CAO32QI 2002-03-13/40, art. N, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>

Art. 3. Voor de toepassing van hoofdstuk II van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden gelijkgesteld met:
1° werknemers: de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon;
2° werkgevers: de personen die de onder 1° genoemde personen tewerkstellen;
3° arbeidsovereenkomst: de dienstbetrekking tussen de in 1° en 2° genoemde personen.

Art. N*3. Commentaar.
De begrippen van artikel 3 zijn overgenomen uit de arbeidswet van 16 maart 1971.

Art. 4. Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst regelt niet de overgang van de rechten der werknemers die voortspruiten uit de stelsels inzake ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsuitkeringen, toegekend uit hoofde van aanvullende regimes van sociale voorzieningen. Zij doet evenmin afbreuk aan de bijzondere regelingen, die voortvloeien uit de wet of uit andere collectieve arbeidsovereenkomsten.

Art. N*4. Commentaar.
Artikel 4 doet geen afbreuk aan bijzondere regelingen die voortvloeien, hetzij uit de wet en de reglementaire bepalingen, hetzij uit andere collectieve arbeidsovereenkomsten.
Wat de bijzondere regelingen betreft, die stoelen op een wet, kan worden verwezen naar de reglementering voor de private voorzorgsinstellingen, die krachtens de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen dient uitgewerkt te worden.
In verband met de aanvullende stelsels van sociale voorzieningen, die stoelen op een collectieve arbeidsovereenkomst, dient erop gewezen te worden dat de bescherming van de belangen van de werknemers met betrekking tot hun rechten, die uit deze stelsels voortvloeien reeds verzekerd is ingevolge artikel 20 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités waarin bepaald wordt dat, wanneer een onderneming geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen, de nieuwe werkgever de collectieve arbeidsovereenkomst die de vroegere werkgever bond, moet eerbiedigen totdat zij ophoudt uitwerking te hebben.
In de andere gevallen, maakt de regeling van de rechten van de werknemers in de huidige stand van de wetgeving het onderwerp uit van het onderhandelingsterrein van vervreemder en verkrijger.
In verband met die onderhandelingen dient er nochtans op gewezen te worden op de op 9 maart 1972 in de Nationale Arbeidsraad gesloten collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden.
Volgens artikel 11 van die collectieve arbeidsovereenkomst dient de ondernemingsraad in geval van fusie, concentratie, overname, sluiting of andere belangrijke structuurwijzigingen waaromtrent de onderneming onderhandelingen voert, geraadpleegd te worden over de sociale gevolgen van deze structuurwijzigingen.
Dit houdt in dat er ter gelegenheid van deze raadpleging met de werknemersvertegenwoordigers een gesprek zou tot stand komen betreffende het waarborgen van de continuiteit van de rechten van de bij voormelde structuurwijzigingen betrokken werknemers met betrekking tot de aanvullende stelsels van sociale voorzieningen.

Art. 5. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op zeeschepen.

HOOFDSTUK II. _ De rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst.

Afdeling 1. _ Toepassingsgebied.

Art. 6. Onderhavig hoofdstuk is van toepassing bij iedere wijziging van werkgever die het gevolg is van om het even welke overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst, met uitsluiting van de gevallen, bedoeld bij hoofdstuk III van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
(Onder voorbehoud van het bepaalde in het eerste lid wordt in deze collectieve arbeidsovereenkomst als overgang beschouwd de overgang, met het oog op de voortzetting van een al dan niet hoofdzakelijk economische activiteit, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt, waaronder een geheel van georganiseerde middelen wordt verstaan.) <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>

Art. N*6. Commentaar.
1. De algemene draagwijdte van hoofdstuk II is nader omschreven in de commentaar bij artikel 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.
Wat het begrip "overgang van een onderneming" betreft, dient opgemerkt te worden dat voor de toepassing van dit hoofdstuk de overgang in aanmerking wordt genomen, voor zover zij een wijziging van werkgever tot gevolg heeft.
Als "overgang van een onderneming krachtens overeenkomst" kunnen onder meer worden beschouwd de wijziging van het juridisch statuut van een onderneming, de invennootschapsstelling, de cessie, de fusie en de absorptie.
(De omschrijving van het begrip "overgang" in het tweede lid van dit artikel laat de bestaande sectorale akkoorden, die onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing verklaren, onverlet. Zij doet evenmin afbreuk aan de interpretatie in de rechtspraak van het Hof van Justitie te Luxemburg.) <CAO32QI 2002-03-13/40, art. N; Inwerkingtreding : 08-04-2002>
Naargelang van het geval zal als onderneming worden beschouwd hetzij de juridische entiteit, hetzij de technische bedrijfseenheid, in de zin van de wetgeving op de ondernemingsraden, en als gedeelte van een onderneming, de afdeling in de zin van de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van werknemers, die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen.
2. De bepalingen van hoofdstuk II zijn niet van toepassing wanneer er zich concentraties of herstructureringen voordoen, waarbij er geen wijziging van werkgever wordt tot stand gebracht.
Evenmin is dit hoofdstuk van toepassing wanneer de overgang van de onderneming het gevolg is van het overlijden van de werkgever.
Dienaangaande wordt eraan herinnerd dat het behoud van de rechten der werknemers in geval van overlijden van de werkgever reeds in de Belgische wetgeving geregeld is (wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, artikel 33).
Ten slotte is dit hoofdstuk niet van toepassing bij overgang van activa van een failliete onderneming of een onderneming, die het voorwerp is van een gerechtelijk akkoord door boedelafstand. De rechten van de werknemers, die ter gelegenheid van een dergelijke overgang worden overgenomen, worden geregeld in het hiernavolgend hoofdstuk.

Afdeling 2. _ Behoud van de rechten van de werknemers.

Art. 7. De rechten en verplichtingen, welke voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang in de zin van artikel 1, 1°, bestaande arbeidsovereenkomsten, gaan door deze overgang op de verkrijger over.

Art. N*7. Commentaar.
Krachtens artikel 7 dient de verkrijger de verplichtingen over te nemen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten, die bestaan op het tijdstip van de overgang.
Hij is derhalve niet gehouden de verplichtingen over te nemen die de vervreemder ten aanzien van zijn gewezen werknemers zou hebben in het raam van de op 19 december 1974 gesloten collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.
Dienaangaande wordt eraan herinnerd dat de betaling van de aanvullende vergoeding, indien de werkgever in gebreke blijft, in bepaalde sectoren gewaarborgd wordt door specifieke collectieve arbeidsovereenkomsten.
Bij ontstentenis van dergelijke overeenkomsten wordt de betaling van deze vergoeding, krachtens de wet van 12 mei 1975 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, door dit Fonds gewaarborgd.

Art. 8. <Ingevoegd bij CAO32QT 1989-12-19/40, art. 1; Inwerkingtreding : 1990-05-16> De vervreemder en de verkrijger zijn in solidum gehouden tot betaling van de op het tijdstip van de overgang in de zin van artikel 1, 1°, bestaande schulden, die uit de op dat tijdstip bestaande arbeidsovereenkomsten voortvloeien met uitzondering van de schulden uit hoofde van aanvullende regimes van sociale voorzieningen, zoals bedoeld bij artikel 4 van deze overeenkomst.

Art. 8bis. <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002> Wanneer de overgang plaatsvindt in het kader van een gerechtelijk akkoord, zoals bedoeld bij artikel 2 van onderhavige overeenkomst, gaan de op het tijdstip van de overgang bestaande schulden die uit de op dat tijdstip bestaande arbeidsovereenkomsten voortvloeien, niet over op de verkrijger indien de betaling van die schulden wettelijk wordt gewaarborgd door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers binnen de grenzen die voor zijn tussenkomst van toepassing zijn in de wetgeving betreffende de sluiting van ondernemingen.
Bovendien kunnen, in hetzelfde geval, de verkrijger, de vervreemder of de persoon (personen), die de functies van de vervreemder uitoefent (uitoefenen) enerzijds en alle in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties anderzijds in het kader van een collectieve onderhandelingsprocedure overeenkomen om in de arbeidsvoorwaarden wijzigingen aan te brengen die bedoeld zijn om de werkgelegenheid veilig te stellen door het voortbestaan van de onderneming of van een gedeelte daarvan te verzekeren.

Art. N*8bis. <Ingevoegd bij CAO32QI 2002-03-13/40, art. 5; Inwerkingtreding : 08-04-2002> Commentaar
Om het voortbestaan van de insolvente onderneming te verzekeren, voorziet artikel 8bis in uitzonderingen op de principes bepaald bij artikelen 7 en 8.
De organisaties zijn van oordeel dat de nodige reglementaire maatregelen moeten worden genomen om de toepassing daarvan te waarborgen.

Art. 9. <Voorheen art. 8, CAO32QT 1989-12-19/40, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 16-05-1989> De wijziging van de werkgever vormt op zichzelf voor de vervreemder of de verkrijger geen reden tot ontslag.
De werknemers, die veranderen van werkgever, kunnen nochtans ontslagen worden om een dringende reden of om economische, technische of organisatorische redenen, die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen.

Art. 10. Indien de arbeidsovereenkomst wordt verbroken omdat de overgang in de zin van artikel 1, 1°, een aanmerkelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden ten nadele van de werknemer ten gevolge heeft, wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn verbroken door toedoen van de werkgever.

Art. N*10. Commentaar. Artikel 10 vormt de bevestiging van het standpunt, dat door de meerderheid van de rechtspraak wordt ingenomen inzake de weerslag van een essentiële wijziging van de arbeidsvoorwaarden op de rechten van de werknemers.

HOOFDSTUK III. _ De rechten van de werknemers, die overgenomen worden in geval van overname van activa na faillissement (...). <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>

Afdeling 1. _ Toepassingsgebied.

Art. 11. Onderhavig hoofdstuk is van toepassing bij overname van werknemers ingevolge de gehele of gedeeltelijke overname van activa van een failliete onderneming (...), op voorwaarde dat de overname geschiedt binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van het faillissement (...). <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>
Dit hoofdstuk is van toepassing op de werknemers, die op de datum van het faillissement (...) nog gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst, alsmede op de werknemers, die worden ontslagen tijdens de periode van één maand vóór die datum, op voorwaarde dat die werknemers recht hebben op een verbrekingsvergoeding en dat die vergoeding hen op die datum nog niet werd uitbetaald. <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>
Het is van toepassing in geval van overname van die werknemers op het ogenblik van de overname van de activa of binnen een bijkomende termijn van zes maanden na die overname.

Art. N*11. Commentaar.
De algemene draagwijdte van hoofdstuk III is nader omschreven in de commentaar bij artikel 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.
Krachtens artikel 11 is dit hoofdstuk van toepassing op:
- de werknemers, die op het ogenblik van het faillissement (...) nog gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst; <CAO32QI 2002-03-13/40, art. N, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>
- de werknemers die worden ontslagen tijdens de periode van één maand die de datum van het faillissement (...) voorafgaat, op voorwaarde dat die werknemers recht hebben op een verbrekingsvergoeding en dat die vergoeding hen op die datum nog niet werd uitbetaald. <CAO32QI 2002-03-13/40, art. N, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>
De termijn van zes maanden waarbinnen de overname moet geschieden houdt rekening met de maximumtijd waarbinnen een overname van de activa van een onderneming, met het oog op een eventuele voortzetting van de bedrijvigheid, normaal plaatsvindt.
Het blijkt inderdaad dat, eenmaal die termijn is verstreken, het belang van de overname van een onderneming, meer bepaald om commerciële redenen, fel vermindert.
De bijkomende termijn vanaf de datum van de overname van de onderneming voor de indiensttreding van de werknemers, laat toe de indienstnemingen in de tijd te spreiden en rekening te houden met de herstructureringsverrichtingen.

Art. 12. Zonder afbreuk te doen aan de bij de artikelen 13 en 14 van onderhavige overeenkomst bepaalde verplichtingen, berust de keuze ten aanzien van de werknemers die hij wenst over te nemen bij de kandidaat-werkgever.

Art. 13. De bij de vorige werkgever bestaande collectief bedongen of collectief toegepaste arbeidsvoorwaarden blijven ten aanzien van de nieuwe werkgever behouden, onder voorbehoud van wijzigingen die daarin zouden worden aangebracht bij toepassing van artikel 15.
Onder collectief bedongen arbeidsvoorwaarden moet worden verstaan, de bij de vorige werkgever toegepaste arbeidsvoorwaarden die voortvloeien uit collectieve arbeidsovereenkomsten, gesloten op interprofessioneel of op sectoraal niveau, evenals uit collectieve overeenkomsten of akkoorden die op ondernemingsniveau werden gesloten.
Onder collectief toegepaste arbeidsvoorwaarden moet worden verstaan de arbeidsvoorwaarden die, hoewel ze niet voortvloeien uit collectieve overeenkomsten of akkoorden, van toepassing waren op alle werknemers of op sommige categorieën van werknemers van de vorige werkgever.

Art. N*13. Commentaar.
De collectief bedongen of collectief toegepaste arbeidsvoorwaarden zullen met name betrekking hebben op de loonstructuren, de beroepsclassificaties en de arbeidsregelingen.
De individuele arbeidsvoorwaarden kunnen door de partijen worden vastgesteld.

Art. 14. De anciënniteit, die de werknemer door zijn arbeidsprestaties bij zijn vorige werkgever heeft verworven, evenals de eventuele aan zijn nieuwe indienstneming voorafgaande periode tijdens welke de activiteit van de werknemer wordt onderbroken ingevolge faillissement (...), worden in aanmerking genomen voor de vaststelling van de opzeggingstermijn of van de opzeggingsvergoeding. <CAO32QI 2002-03-13/40, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2002>
Die bepaling is niet van toepassing ingeval een werknemer tijdens een proefperiode wordt ontslagen.

Art. N*14. Commentaar.
Met betrekking tot de berekening van de anciënniteit voor de vaststelling van de opzeggingstermijn of van de opzeggingsvergoeding, voorziet onderhavig artikel in een algemene regeling, die niet van toepassing is ingeval de werknemer door de nieuwe werkgever tijdens een proefperiode wordt ontslagen. In dit laatste geval gelden de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
De aandacht wordt erop gevestigd dat de voormelde regeling m.b.t. de anciënniteit zowel geldt bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer als bij beëindiging ervan door de werkgever.

Art. 15. Ingeval de kandidaat-werkgever wenst dat de in artikel 13 bedoelde voorwaarden worden gewijzigd, zullen die wijzigingen bij gemeenschappelijk akkoord in het kader van een collectieve onderhandelingsprocedure tussen de kandidaat-werkgever en de vertegenwoordigers van de betrokken werknemers worden vastgesteld.
Bij ontstentenis van een dergelijke onderhandeling of indien de partijen niet tot een akkoord komen, blijven die bij de vorige werkgever collectief bedongen of collectief toegepaste arbeidsvoorwaarden ten aanzien van de nieuwe werkgever behouden.
De in het eerste lid vermelde onderhandeling kan eveneens betrekking hebben op de duur van de proefperiode(n), indien de kandidaat-werkgever dergelijke bedingen in de individuele arbeidsovereenkomsten wenst in te lassen.

Art. N*15. Commentaar.
1. Indien overwogen wordt wijzigingen aan te brengen in de bij de vorige werkgever collectief bedongen of collectief toegepaste arbeidsvoorwaarden, moet daarover worden onderhandeld tussen de kandidaat-werkgever en de vertegenwoordigers van de betrokken werknemers, d.w.z. de syndicale afvaardiging(en) of, bij ontstentenis, de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties. Indien de partijen niet tot een akkoord komen of bij afwezigheid van onderhandeling, blijven de bij de vorige werkgever toegepaste arbeidsvoorwaarden ten aanzien van de nieuwe werkgever behouden, overeenkomstig artikel 13.
Die arbeidsvoorwaarden zullen, zoals hierboven werd gesteld, met name betrekking hebben op de loonstructuren, de beroepsclassificaties en de arbeidsregelingen.
2. Ingeval een proefbeding in een individuele arbeidsovereenkomst wordt ingelast, kan de duur van de proefperiode worden vastgesteld in het kader van de collectieve onderhandelingsprocedure, binnen de grenzen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
3. Er dient in herinnering te worden gebracht dat de geschillen betreffende de materies, die het voorwerp uitmaken van die collectieve onderhandeling, overeenkomstig de algemene regeling inzake sociale geschillen, kunnen worden voorgelegd aan het verzoeningsbureau van het bevoegd paritair comité.

HOOFDSTUK IV. - <Ingevoegd bij CAO32QI 2002-03-13/40, art. 9; Inwerkingtreding : 08-04-2002> Informatie van de werknemers.

Art. 15bis. <Ingevoegd bij CAO32QI 2002-03-13/40, art. 9; Inwerkingtreding : 08-04-2002> In de ondernemingen waar noch een ondernemingsraad, noch een vakbondsafvaardiging bestaat, moeten de betrokken werknemers vooraf in kennis worden gesteld van :
- de datum of de voorgenomen datum van de overgang, bedoeld bij hoofdstuk II van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst;
- in geval van faillissement, de datum of de voorgenomen datum van de overname van activa, bedoeld bij hoofdstuk III van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst;
- de redenen van die overgang of van die overname van activa;
- de juridische, economische en sociale gevolgen van die overgang of van die overname van activa voor de werknemers;
- de ten aanzien van de werknemers overwogen maatregelen.

Art. N*15bis. <Ingevoegd bij CAO32QI 2002-03-13/40, art. 9; Inwerkingtreding : 08-04-2002> Commentaar.
Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst regelt de informatie van de werknemers bij ontstentenis van werknemersvertegenwoordigers.
De informatie en consultatie van de werknemersvertegenwoordigers wordt geregeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden en in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 van 24 mei 1971 betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen.

HOOFDSTUK V. - <Voorheen hoofdstuk IV. Nummer veranderd bij CAO32QI 2002-03-13/40, art. 9; Inwerkingtreding : 08-04-2002> Opheffingsbepaling.

Art. 16. Wordt opgeheven de in de Nationale Arbeidsraad op 28 februari 1978 gesloten collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst.

HOOFDSTUK VI. - <Voorheen hoofdstuk V. Nummer veranderd bij CAO32QI 2002-03-13/40, art. 9; Inwerkingtreding : 08-04-2002> Duur, inwerkingtreding, herziening en opzegging.

Art. 17. Deze overeenkomst is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij treedt in werking op dezelfde datum als de wet van 12 april 1985 waarbij het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting der ondernemingen ontslagen werknemers belast wordt met de uitbetaling van een overbruggingsvergoeding.
Zij kan op verzoek van de meest gerede ondertekenende partij geheel of gedeeltelijk worden herzien of opgezegd, met een opzeggingstermijn van zes maanden.
De organisatie die het initiatief tot herziening of tot opzegging neemt, moet er de redenen van bekendmaken en amendementsvoorstellen indienen. De andere organisaties gaan de verbintenis aan deze, binnen de termijn van een maand na ontvangst, in de Nationale Arbeidsraad te bespreken.

Art. N*17. Commentaar.
Met betrekking tot het vierde lid moet worden opgemerkt dat in geval de wettelijke bepalingen, die met hoofdstuk III van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst één geheel uitmaken, in de toekomst om een of andere reden gewijzigd of opgeheven zouden worden, in artikel 17, lid 3, de mogelijkheid geboden wordt om de collectieve arbeidsovereenkomst eventueel gedeeltelijk op te zeggen.
 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 05/01/2018 - 13:58
Laatst aangepast op: vr, 05/01/2018 - 13:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.