-A +A

Openbare orde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een bepaling van openbare orde (public policy) wordt omschreven als een rechtsregel die de wezenlijke belangen van de Staat of van de gemeenschap betreft of die, in het privaatrecht, de juridische grondslagen vastlegt waarop de economische of morele orde van de maatschappij berust (zie bv. Cass., 9 december 1948, Arr. Verbr., 1948, 615 en Cass., 10 maart 1994, Arr. Cass., 1994, 236). I

Partijen kunnen nooit rechtsgeldig afwijken van regelen die de openbare orde en de goede zeden betreffen. Een beding dat strijdig is met deze regelen, is absoluut nietig. Dit houdt in dat alle belanghebbenden de nietigheid kunnen inroepen en de rechter het bewuste beding zelfs ambtshalve nietig kan verklaren

Openbare orde is een zeer ruim begrip met vele betekenissen die alle min of meer verwijzen naar de wettelijke orde die door de Staat moet georganiseerd worden.

In de eerste plaats zal het strafrecht daarom schendingen van de openbare orde beteugelen. In het Belgische Strafwetboek wordt onder de noemer openbare orde vooral het gezag van overheidsdienaren geregeld, als vermaning naar de burger (niet omkopen of niet beledigen) én als vermaning naar de ambtenaar (niet misbruiken).

In het Belgische fiscaal recht en sommige andere rechtstakken zal het begrip openbare orde aanduiden dat het gaat om regels waar noch ambtenaar noch de burger vrijwillig van mag afwijken, zoals in andere takken vaak wel het geval is. Als iemand er toch van afwijkt, wordt elke rechter geacht te waken over de openbare orde en geen handelingen te honoreren (toestaan) die daarmee in strijd zijn. Een rechter die geen strafrechter is kan de fout uiteraard niet bestraffen maar kan wel besluiten er geen gevolgen aan te verbinden (die gunstig zijn voor de overtreder).

De openbare orde is ook een begrip in het internationaal privaatrecht. Daar geldt het als een exceptie of een uitzondering. Een rechter die voor een internationale of grensoverschrijdende kwestie staat, zal vaak niet de wet van zijn eigen land toepassen, maar die van een of meer andere landen. In Nederland of België kan een erfenis bijvoorbeeld geregeld worden volgens de Marokkaanse wet wanneer de betrokkenen de Marokkaanse nationaliteit hebben. De openbare-orde-exceptie is echter dat de rechter geen afbreuk mag doen aan de wezenlijke waarden van zijn eigen rechtsorde, bijvoorbeeld de gelijkheid van man en vrouw of het verbod op polygamie. Dan zal de eigen openbare orde voorrang moeten krijgen op de vreemde wetgeving.
 

Welke rechtsregels behoren tot de openbare orde?

Het Hof van Cassatie heeft in vast rechtspraak een definitie vastgelegd, stellende dat in het privaatrecht een regel van openbare orde is wanneer die regel de juridische grondslag vastlegt van de ethische, politieke, economische, sociale, …maatschappelijke orde. (zie cassatie 09.12.1948, R.C.J.B., 1954, 251 met noot en cassatie 22.12.1949, Pas, 1950, I, 266 en cassatie 15.03.1968, Pas, 1968,I, 884).

Een dergelijke definitie schept meer onduidelijkheid dan duidelijkheid.

Bijna voor elke rechtsregel dient ondermeer aan de hand van de voorbereidende werken dan wel op basis van andere bronnen na te zien welk doel de wetgever precies nastreeft.

En kunnen we niet terecht stellen dat elke wetgeving in zekere zin de regeling van de maatschappelijke ordening beoogt zodat men op basis hiervan bijna elke rechtsregel als van openbare orde zou kunnen beschouwen. Deze conclusie is echter verkeerd, nu de rechtspraak en de rechtsleer algemeen aanvaardt dat naast de regels die de absolute openbare orde raken er ook regels zijn die de loutere private orde regelen, met name het particulier belang van bepaalde te beschermen personen in onze maatschappij waarbij deze rechtsregels die het particulier belang raken een relatieve nietigheid zouden kunnen opleveren bij schending en de overige regels die de openbare orde raken de absolute nietigheid.
 

Franse term: 
ordre public
Rechtsleer: 

• De Bersaques, `La notion de bonnes mœurs et la sanction des actes y contrevenant' (R.C.J.B., 1958, 183).

• CHEVALIER, E., Nietigheid van openbare orde JLMB 1987, 998-999

• SANDRA, J., VANCOLEN, S., [Art. 356 WIB 92] Berusting in fiscalibus : blijft de openbare orde gehandhaafd ?, Fisc.Act. 2010, afl. 25, 6-9

• BRABANTS, S., Geen gemeentelijke politiebevoegdheid voor de morele openbare orde, ook niet na de invoering van het begrip 'openbare overlast', T.Gem. 2010, afl. 3, 205-209

• VAN REGENMORTEL, A., Openbare orde en dwingend recht: een confrontatie tussen de Europese en de Belgische invulling, X., Toepasselijk arbeidsrecht over de grenzen heen: België, Nederland, Europa, de wereld , 91-158

• DE CONINCK, J., De toetsing van een overeenkomst aan de openbare orde naar Belgisch recht in X., Inhoud en werking van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht , 187-229

• VAN REGENMORTEL, A., Enkele bedenkingen bij de betekenis en de draagwijdte van het begrip openbare orde in het sociaal recht
TSR 1997, 7-71.

• RAUWS, W., Wetsontduiking en de subjectieve wil een dwingende wetsbepaling of een bepaling van openbare orde te omzeilen, RW 2007-08, afl. 12, 486-487

• MEERSCHAUT, K., DE HERT, P., Openbare overlast betreft niet de morele openbare orde: meer duidelijkheid door de Raad van State, RW 2008-09, afl. 30, 1266-1267

• KETELS, B., VERMEULEN, G., O tempora! O mores! Over het verhuren van panden voor prostitutie en de openbare orde en goede zeden, T.Strafr. 2008, afl. 6, 454-457

• DE HERT, P., MEERSCHAUT, K., Over openbare overlast en openbare orde, RW 2007-08, afl. 23, 953-955

• CASIER, H., GEELHAND DE MERXEM, N., SCHUERMANS, I., VERDICKT, B., De erfovereenkomst is niet langer strijdig met de openbare orde. Een nieuw mijlpaalarrest inzake successieplanning, TEP 2010, afl. 3, 126-146

• DE NAUW, A., Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde gepleegd door bijzondere personen Bijdragen in boek - In: DE NAUW, A., Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 89-108 (20 p.) - januari 2010.

• DE NAUW, A., Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde gepleegd door ambtenaren in de uitoefening van hun ambt of door bedienaren der erediensten in de uitoefening van hun bediening - Bijdragen in boek - In: DE NAUW, A., Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 67-86 (20 p.) - januari 2010

• DENYS, L., Openbare orde en vluchtelingen, T.Vreemd. 2001, 129-130.

• VAN ROYEN, A., Artikel 70bis Vennootschappenwet, van openbare orde?, Notarius 1993, 19-22.

• VAN SPEYBROECK, J., Handhaving openbare orde door de gemeenten in de praktijk, TBP 1993, 596-599.

• VAN HOUTTE, H., De internationalisatie van de openbare orde
- Bijdragen in boek - In: X., Liber Amicorum Walter Van Gerven, 167-178 - 2000 BW, inleidende titel, openbare orde en goede zeden.

• GLANSDORFF, F., [Rechterlijke macht en openbare orde], TBH 1995, 20-27

• PEERAER, F., De verhouding tussen openbare orde en dwingend recht sensu stricto in het Belgische verbintenissenrecht, TPR 2013, afl. 4, 2705-2805

Inhoud:

I. Inleiding
II. Het “klassieke” onderscheid tussen openbare orde en dwingend recht en zijn gevolgen
A. Inleiding
B. Het conceptuele onderscheid tussen “openbare orde” en “dwingend recht” in het Belgische, Franse en Nederlandse recht
C. De gevolgen van dit “klassieke” onderscheid in het Belgische, Franse en Nederlandse recht
III. Het “klassieke” onderscheid onder druk
A. Inleiding
B. Kritiek op het conceptuele onderscheid
C. Kritiek op de rechtsgevolgen van het onderscheid
IV. En wat nu? Een blik op de toekomst
A. De toekomst van de absolute nietigheid
B. De toekomst van de relatieve nietigheid
V. Besluit

 

 

 

 

Wetgeving: 

Burgerlijk Wetboek
Art. 6
Aan de wetten die de openbare orde en de goede zeden betreffen, kan door bijzondere overeenkomsten geen afbreuk worden gedaan.

Strafwetboek

Titel IV Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde gepleegd door personen die een openbaar ambt uitoefenen of door bedienaren der eredienst (art. 233-268 strafwetboek)

Titel  V. Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde door bijzondere personen gepleegd (art. 269-329 Strafwetboek)

Hoofdstuk I. Weerspannigheid
Hoofdstuk II. Smaad en geweld tegen ministers, leden van de wetgevende kamers, dragers van het openbaar gezag of van de openbare macht
Hoofdstuk III. Zegelverbreking
Hoofdstuk IV. Belemmering van de uitvoering van openbare werken
Hoofdstuk V. Misdaden en wanbedrijven van leveranciers
Hoofdstuk VI. Uitgeven of verspreiden van geschriften zonder vermelding van naam en woonplaats van de schrijver of van de drukker
Hoofdstuk VII. Overtreding van de wetten en verordeningen op loterijen, speelhuizen en pandhuizen
Hoofdstuk VIII. Misdrijven betreffende nijverheid, koophandel en openbare veilingen
Hoofdstuk VIIbis. Misdrijven betreffende het geheim van privé-communicatie en -telecommunicatie
Hoofdstuk IX. Enige andere misdrijven tegen de openbare orde
Afdeling I. Overtreding van de begrafeniswetten
Afdeling II. Belemmering van de uitoefening van de rechtsprekende functie
Afdeling III. Misdrijven betreffende veeziekten

Wetten die van openbare orde zijn en bepalingen die van openbare orde zijn

Sommige wetten raken de openbare orde.

Sommige bepalingen in wetgeving raken de openbare orde.

Alle bepalingen die opgenomen zijn in een wet die de openbare orde raakt, zijn daarom niet van openbare orde. Zie onder meer cassatie 6 december 2001 AR/C/990119N

Een overeenkomst die met geweld werd afgedwongen waarbij het geweld een misdrijf uitmaakt, is een schending van de openbare orde en leidt tot absolute nietigheid.

Andere gebreken in de toestemming leiden tot relatieve nietigheid (dwaling, bedrog of geweld dat niet strafrechtelijk wordt gesanctioneerd).

Een gebrek aan voorwerp of oorzaak van de verbintenis wegens een inbreuk op een bepaling van dwingend recht resulteert in relatieve nietigheid.

Een gebrek in oorzaak of voorwerp van een verbintenis die leidt tot de schending van een regel van openbare orde en of goede zeden resulteert in absolute nietigheid.

Een schending van de regels inzake de handelingsbekwaamheid resulteert principieel in relatieve nietigheid, al zijn hier zeker uitzonderingen op te bedenken.

Samengevat kan men stellen dat het onderzoek van een rechtsregel in hoeverre deze beschermd wordt door relatieve of absolute nietigheid vaak natte vingerwerk is en tot meerdere interpretaties aanleiding kan geven. 

Commentaar: 

L'ordre public est l'état social caractérisé par la paix, la sécurité publique et la sûreté.

En droit administratif français, l'ordre public est l'état social idéal caractérisé par « le bon ordre, la sécurité, la salubrité et la tranquillité publique. » Le but de la police administrative est d'en prévenir les troubles.

Le trouble à l'ordre public est l'atteinte significative à la paix publique.

Si la notion est évidente lorsque le trouble provoque un danger ou une restriction des libertés des autres citoyens, elle est beaucoup plus floue lorsqu'il s'agit d'une nuisance à la quiétude.

Il peut s'agir :

• du fait d'une personne seule, qui commet des actes ou tient des paroles déplacées (ivresse publique et manifeste, exhibitionnisme), (tapage diurne, tapage nocturne) ;

• d'actes collectifs, comme des manifestations ou des émeutes et, plus particulièrement en droit français d'attroupements (art 431-3 du Code Pénal). Il s'agit d'apprécier au cas par cas dans quelle mesure la manifestation est éligible au droit de réunion.

Seule l'autorité civile, et non militaire, est habilitée à décider du moment où l'on peut considérer que le trouble à l'ordre public est atteint.

En France, la Police et la Gendarmerie nationales sont chargées du maintien et/ou du rétablissement de l'ordre public. Certaines unités sont même spécialisées dans cette fonction comme les CRS, les compagnies de sécurisation et la gendarmerie mobile.

Une norme d'ordre public est une règle impérative que les parties ne peuvent écarter et qui répond à des exigences fondamentales ou à des intérêts primordiaux. Par exemple, malgré le principe de la liberté contractuelle, les contrats sont soumis à certaines règles que les contractants, même s'ils sont d'accord entre eux, ne peuvent écarter. Une règle d'ordre public peut être invoquée par un juge dans le règlement d'un litige, même si aucune des deux parties ne l'a invoquée.

Ce caractère d'ordre public d'une règle de droit doit être prononcé explicitement, soit par le législateur1, soit par le juge.

Aux termes de l'article 6 du code civil3, « On ne peut déroger, par des conventions particulières, aux lois qui intéressent l'ordre public et les bonnes mœurs ».

(Definitie en omschrijving naar Frans recht van het begrip openbare orde

Bibliografie

• Didier Boden, « L'ordre public : limite et condition de la tolérance. Recherches sur le pluralisme juridique », thèse Paris I, dactyl., 2002

• « Conflit de lois, statut personnel : requiem pour l'ordre public ? », commentaire de la décision de la cour de cassation, première chambre civile, 5 janvier 1999, Éric Agostini, recueil Dalloz Sirey, no 42, 25 novembre 1999, p. 671-672

• Emmanuelle Neraudau, Ordre public et droit des étrangers en Europe. La notion d'ordre public en droit des étrangers à l'aune de la construction européenne, Bruylant, Bruxelles, 2006, 791 p.
 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 26/06/2011 - 16:12
Laatst aangepast op: di, 26/07/2016 - 13:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.