-A +A

Ontvoering in het belang van het kind

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Parentale ontvoering of internationale kinderontvoering is het ongeoorloofd overbrengen of achterhouden van een kind in het buitenland zonder toestemming van de (andere) gezaghebbende ouder. Men spreekt dan van (internationale) kinderontvoering, kindontvoering, ouderlijke of parentale ontvoering. 

Er bestaat geen absoluut recht om de terugkeer van een kind na ontvoering in rechte te vorderen. Zelfs na ontvoering oordeelt de rechter in het hoogste belang van het kind zonder dat het uitsluitende tijdsverloop sinds de onwettige overbrenging van het kind de terugkeer mag verhinderen.

Hof van Cassatie, 3e Kamer – 4 maart 2013, RW 2014-2015, 254

AR nr. C.11.0675.F

M.G. t/ S.B.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 17 juni 2010.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Tweede middel

...

Derde onderdeel

Het arrest oordeelt dat, aangezien vaststaat dat het hof van beroep, overeenkomstig art. 11.7 van de Verordening Brussel IIbis, bevoegd is, het voornoemde hof ten gronde uitspraak mag doen over het “gezagsrecht” over het kind, en meer bepaald over zijn recht van hoofdverblijf, omdat die beslissing zijn terugkeer naar België tot gevolg kan hebben.

Het arrest beslist, zonder te worden bekritiseerd, dat “de uitoefening van het ouderlijk gezag [geregeld] wordt door het Belgische recht, d.i. het recht van de Staat op het grondgebied waarvan L. haar gewone verblijfplaats had vóór haar betwiste overbrenging”.

Overeenkomstig art. 374, § 2, vierde lid BW oordeelt de rechtbank, wanneer de ouders zoals te dezen niet samenleven en bij gebreke van overeenstemming, over de huisvesting van de kinderen, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en met het belang van de kinderen en de ouders.

Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens eraan heeft herinnerd in zijn arrest van 6 juli 2010 (arrest van de Grote Kamer, Neulinger en Shuruk t/ Zwitserland, punt 138) volgt uit art. 8 EVRM dat de terugkeer van het kind niet zomaar automatisch bevolen kan worden telkens wanneer het Haags Verdrag van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van toepassing is. Het hoogste belang van het kind, voor zijn persoonlijke ontwikkeling, hangt immers af van verschillende individuele omstandigheden, waaronder zijn leeftijd en zijn mate van rijpheid, de aanwezigheid of de afwezigheid van de ouders, de omgeving waarin hij leeft en zijn persoonlijke geschiedenis. Om die reden moet elk geval afzonderlijk worden beoordeeld.

Het arrest stelt dat de verweerster gehuwd is en een tweede kind heeft gekregen in Spanje, dat er bijgevolg geen enkele kans bestaat dat zij zich opnieuw in België zou vestigen en dat het kind, als het bij haar vader in België wordt gehuisvest, slechts sommige weekends en verlengde vakantieperiodes bij haar moeder kan worden gehuisvest, en oordeelt vervolgens dat het hoofdverblijf van het kind bij haar vader “niet in het belang van het kind lijkt te zijn, om de volgende redenen:

– L. is momenteel drie jaar oud, een leeftijd waarop de moederlijke aanwezigheid en verzorging essentieel zijn voor het veiligheidsgevoel van het kind en voor de opbouw van een stabiele en evenwichtige omgeving;

– sinds haar geboorte verbleef L. voornamelijk bij haar moeder, die dus hoofdzakelijk heeft ingestaan voor de verzorging van L.; [de eiser] bewijst niet dat hij zich ooit alleen met L. heeft beziggehouden; hij heeft nooit permanent met haar samengewoond, aangezien hij, zelfs toen de partijen nog allebei in Brussel woonden, niet “voltijds” met [de verweerster] wenste samen te wonen;

– in Spanje woont L. thans in een gezin samengesteld uit een koppel en twee kinderen, wat gunstiger lijkt voor haar sociale ontwikkeling, dan dat zij in Brussel zou worden grootgebracht in een eenoudergezin, samengesteld uit de vader alleen, met eventueel de hulp van diens moeder;

– de verwijdering van L. uit haar moederlijke omgeving, waarin zij nu reeds ongeveer anderhalf jaar vertoeft, om in een ander land te worden toevertrouwd aan een vader met wie ze nooit heeft samengeleefd, waarbij zij haar moeder alleen tijdens weekends en vakanties kan zien, vormt een groot risico op een ernstig trauma van het kind”.

Door die overwegingen, die te maken hebben met het belang van het kind en niet uitsluitend met het tijdsverloop sinds de onwettige overbrenging van het kind, verantwoordt het arrest naar recht zijn beslissing om de aanvraag tot hoofdverblijf van de eiser en bijgevolg de vraag tot de terugkeer van het kind naar België te weigeren.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

...

Noot

 

Deze rechtspraak is gesteund op de rechtspraak van het EHRM, het Europees Hof van de rechten van de mens te Sraatsburg.

Een Belgische moeder ontvoerde haar kind in de Verenigde Staten en vluchtte ermee naar België. De Amerikaanse rechtbank van Alachua (Florida) had haar kind op 24 december 2008 aan de vader toegewezen en de arrestatie van de moeder geëist wegens parentale ontvoering.

De moeder werd geconfronteerd met een arrest van het Gentse Hof van Beroep van 23 december 2010 waarbij het Hof het kind naar de Verenigde Staten terugstuurde. De moeder stelde een vordering in kortgeding in voor het Hof te Straatsburg, wardoor het kind ten voorlopige titel en in afwachting van de uitspraak ten gronde in België kon blijven.

Nadien oordeelde het Hof van de rechten van de mens ten gronde dat het recht op een gezinsleven van het kind was geschonden. "Het meisje verbleef al sinds oktober 2008 in Oostende, kende Nederlands en was het hier geïntegreerd", aldus het EHRM. Volgens Straatsburg primeerde het belang van het kind en mocht Het Hof van Beroep te Gent het kind dus niet naar haar vader in de VS terugsturen, hoewel het aan hem was toegewezen door de Amerikaanse rechtbanken.

 

Rechtsleer: 

•  "In het belang van het kind, echt waar?" A. van Traa
• Internationale Kinderontvoering Oorzaken, preventie en oplossingen, Betty de Hart

Wetgeving: 

De Haagse Conventie van 1980 of de kinderontvoeringsconventie over de Burgerlijke Aspecten van Internationale Kinderontvoering is een conventie van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht die op 25 oktober 1980 is ondertekend door vier landen. Hij trad op 1 december 1983 in werking.

Het verdrag is van toepassing op kinderen onder zestien jaar (art. 4) en beoogt:

De terugkeer van kinderen die ten onrechte weggehaald werden uit of vastgehouden worden in een land (art. 1a).
Dit is het geval als dit de voogdijwetgeving van het land waar het kind onmiddellijk voordien woonachtig was schendt (art. 3a).
De voogdijwetgeving van een land te doen gelden in de andere (art. 1b).
De twee landen moeten samenwerken en alle nodige maatregelen treffen om de snelle terugkeer van het kind te bewerkstelligen (art. 7).

 

 

Commentaar: 

Parentale ontvoering vindt zeer vaak over de landsgrenzen heen plaats.

De ontvoerder neemt het kind mee naar een ander land. De achtergebleven ouder botst wordt gefrustreerd door de onbereikbaarheid, de onwetendheid, de totaal vreemde wetgeving en vermeende ontoegankelijkheid van wetgeving en justitie in dit vreemde land, het verleis van contact met het kind.

Het lijkt voor de ouder een wanhopige uitzichtloze situatie, waarbij de ouder zelfs geen idee heeft hoe de zoektocht en de strijd dient aangevat.

In andere gevallen is het kind (nog) niet ontvoerd maar leeft een ouder met de permanente vrees dat dat onvoering gaat plaatsvinden.

Tenslotte zijn er de ouders die hun kind in het buitenland hebben dienen achter te laten, of waarbij een partner met het kind in het buitenland is achtergebleven of naar het buitenland is teruggekeerd en waarbij het kind aldaar volgens het plaatselijk recht strikt legaal verblijft, tegen het belang van het kind in. Het kind kent vaak de taal niet en nog minder de gebruiken en sociale context van deze vreemde omgeving, zonder degelijk onderwijs, verzorging, voeding, hygiëne, geneeskundige zorg, laat staan de zo noodzakelijke ontbrekende liefde van de achtergebleven ouder.

In België worden het meest geconfronteerd met ontvoeringen naar Marokko, Turkije,Tsjetsjenië, Thailand, De Filipijnen, Algerije, Tunesië, Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne, Polen, Verenigde Staten.

Betere concrete onmiddellijke aanpak

Wie als ouder hiermee geconfronteerd wordt dient volgend stappenplan te volgen:

1. Registratie van alle mogelijke informatie
2. Consult met advocaat onderlegd in de materie die e opdracht krijgt een task force samen te stellen
3. Task force bestaande uit coördinerend Belgisch advocatenkantoor,  ism Buitenlandse advocatenkantoren, Buitenlandse en Belgische Justitiediensten en uitgebreid waar nodig met een onderlegd detectivebureau

Advocatenkantooor Elfri De Neve kan deze diensten aanbieden.


 

Nuttige tips: 

Child Focus
Houba-de-Strooperlaan 292
1020 Brussel
Gratis noodnummer: 110 (24 uur op 24)
Tel. vanuit het buitenland: 00 32 (0)2 475 44 99 
E-mail: 110@childfocus.org
Website: www.childfocus.be
 

Gerelateerd
Nog dit: 

Wet tot wijziging van diverse bepalingen ter voorkoming van internationale kinderontvoeringen door een ouder
Afkondigingsdatum : 22/05/2014
Publicatiedatum : 23/07/2014

Middels deze wet kunnen ouders middels een procedure voor de rechtbank vermijden dat hun kind zonder hun toestemming naar een land buiten het Schengengebied reist. De rechter kan immers bevelen dat een melding gemaakt wordt op het Kids-ID (identiteitskaart van het kind), waarin uitdrukkelijk staat dat de formele instemming van de (beide) ouders vereist is om het Schengen-gebied te verlaten.

Artikel 432 van het Strafwetboek voorziet in een gevangenisstraf van 1 tot 5 jaar bij internationale ontvoeringen langer dan 5 dagen.

Door beter in te spelen op de verbeterde internationale samenwerking kunnen daders zich steeds minder aan die sanctie onttrekken door terug te keren naar hun land van herkomst, alwaar in heel wat gevallen de straf kan worden uitgevoerd of de uitlevering kan gevraagd.

De nieuwe bepaling toegevoegd aan het Burgerlijk Wetboek stelt concreet dat ‘de ouder met gezagsrecht over het kind de rechter kan vragen om voor te schrijven dat op het identiteitsdocument afgegeven op naam van het kind, wordt vermeld dat het zonder uitdrukkelijke instemming van die ouder geen buitengrens van het Schengenbied mag overschrijden’.

De rechter brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het kind verblijft op de hoogte van zijn beslissing.

OP het ogenblik waarop deze bijdrage werd geschreven (11/10/2014), is deze bepaling nog niet van kracht. Maar niets belet dat reeds vanaf vandaag de rechter ofwel andere beperkende maatregelen oplegt, dan wel bepaalt, dat van zodra de wet haar volle toepassing zal krijge deze melding op het Kids-ID dient te geeschieden

Zie ook Wetsvoorstel (ingediend door mevrouw Corinne De Permentier c.s.) tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en de identiteitskaarten alsmede het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de identiteitsstukken en –bewijzen voor kinderen onder de twaalf jaar, ter voorkoming van internationale kinderontvoeringen door een ouder, Parl. St. Kamer 2010, nr. 0622/001.

 

0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: za, 11/10/2014 - 15:55
Laatst aangepast op: za, 11/10/2014 - 15:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.