-A +A

Naar links afslaan-voorrang aan tegenligger die geen voorzienbare hindernis oplevert

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De verplichting van artikel 19.3.3° Wegverkeersreglement, dat bepaalt dat de bestuurder die naar links wil afslaan om de rijbaan te verlaten, voorrang moet verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten, is niet onderworpen aan de voorwaarde dat de voorranggerechtigde bestuurder normaal rijdt, voor zover hij geen onvoorzienbare hindernis oplevert (1). (1) Cass. 28 november 1984, AR 3723, AC 1984-85, nr. 436; Cass. 25 juni 1985, AR 9409, AC 1984-85, nr. 1479

Rechtspraak:

• Cass. 20/12/2016, juridat, AR P.15.0794.N

Nr. P.15.0794.N
1. A V, 2. M T,  3. S V, 4. E H, 5. M V, burgerlijke partijen,
eisers,
vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats 
tegen
1. M C V,
beklaagde,
verweerster,
2. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, E. Jacqmainlaan 53,
vrijwillig tussengekomen partij,
verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 24 april 2015.

II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 19.3.2° en 19.3.3°, Wegverkeersreglement: de appelrechters steunen hun oordeel dat de nadering van het slachtoffer voor de eerste verweerster niet voorzienbaar was op het feitelijk gegeven dat de eerste verweerster niet diende te voorzien dat het tegenliggend verkeer aan een niet toegelaten snelheid zou komen aanrijden; dit loutere feit volstaat als dusdanig niet om te besluiten dat de tegenliggende bestuurder, die zichtbaar is voor de voorrangsplichtige bestuurder, voor deze laatste een onvoorzienbare hindernis uitmaakte; de appelrechters stellen geenszins vast om welke concrete reden de eerste verweerster in haar normale verwachtingen werd verschalkt.

2. Krachtens artikel 19.1 Wegverkeersreglement moet de bestuurder die naar links wil afslaan om de rijbaan te verlaten, zich vooraf ervan vergewissen dat hij dit kan doen zonder gevaar voor de andere weggebruikers.

Krachtens artikel 19.3.3° Wegverkeersreglement moet deze bestuurder voorrang verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten.

De verplichting om voorrang te verlenen aan het tegenliggend verkeer is niet onderworpen aan de voorwaarde dat de voorranggerechtigde bestuurder normaal rijdt, voor zover hij geen onvoorzienbare hindernis oplevert.

3. De appelrechters oordelen dat:

"Hoewel beide motorrijders voor [de eerste verweerster] misschien wel zichtbaar waren bij het zich naar het links begeven met het oog om af te slaan, is de recht-bank van oordeel dat het voor [de eerste verweerster] niet voorzienbaar was dat zij aan een snelheid van rond de 100 km/u zouden komen aanrijden daar waar de snelheid beperkt was tot 70 km/u. Dat zij aan een aanzienlijk hogere snel¬heid dan toegelaten reden, blijkt uit de verklaringen van onafhankelijke ge¬tuigen en uit de resultaten van de deskundigenonderzoeken. Volgens des¬kundige Nieman dient op basis van de sporen de initiële naderingssnelheid van het slachtoffer immers worden berekend op iets meer dan 100 km/u.

Deskundige Beel verwijst in zijn verslag, wat de initiële snelheden betreft, naar de besluiten van deskundige Nieman."

De appelrechters die op deze gronden enkel vaststellen dat de snelheid van de voorranggerechtigde motorrijder onvoorzienbaar was en beslissen dat een overtreding door de eerste verweerster van artikel 19.3.2°a en 19.3.3° Wegverkeersreglement niet bewezen is, zonder tevens na te gaan of de komst van de voorranggerechtigde bestuurder onvoorzienbaar was en een onvoorzienbare hindernis vormde, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige onderdelen

4. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, behoeven de onderdelen geen antwoord.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.
Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Antwerpen, anders samengesteld, rechtszitting houdend in hoger beroep.
Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die beslissing over aan de verwijzingsrechter.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 20 december 2016 uitgesproken

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: za, 09/09/2017 - 09:11
Laatst aangepast op: za, 09/09/2017 - 09:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.