-A +A

Masturbatie is niet strafbaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Geen enkele strafwet stelt private masturbatie strafbaar als solodaad zonder betrokkenheid van derden. Wel maakt mastubatie in het openbaar een misdrijf uit van openbare zedenschennis.Masturbatie waarbij volwassenen verplicht worden toe te kijken of deel te nemen is strafbaar en maakt minstens aanranding op de eerbaarheid uit. Masturbatie in aanwezigheid van volwassenen die vrijelijk instemmen toe te kijken of zich samen te masturberen is niet strafbaar. Masturbatie in aanwezigheid van minderjarigen is steeds strafbaar. Klassiek is de de exhibitionistisqche daaad van de volwaasn man die zijn penis in erectie exposeert en zich masturbeert voor het venster langs waar jongens en meisjes van of naar school passeren.Voorheen werden deze daden in de regel als "niet kawaadaardig" exhibitionisme geseponeerd, hetgeen echter sinds het einde van de vorige eeuw veel ernstiger wordt genomen. De kwalificatie luidt dan aanranding van de eerbaarheid en openbare zedeschenis in de omstandigheid dat de feiten zich voordeden in de aanwezigheid van minderjarigen onder de 16 jaar.

Het verpllichten van een persoon tot het stellen van masturbatoire handelingen is vanzelfsprekend evenzeer strafbaar

Masturbatie is seks met zichzelf en een, beleving van seksualteit met zichzelf. Terecht stelt men dat het recht op seksualiteit een mensenrecht is. Dit betekent het recht seks te hebben met andere die hiermee in stemmen dan wel met zichzelf zonder anderen hierbij te betrekken of deze seksualiteit openbaar te belven.

Therapie ten aanzien van seksuele delinquenten gaat toch te weinig uit van de start dat ook zij recht hebben op seksualiteit die kan geschieden met zichjzelf of via betaalseks, weze het met de absolute beperking dat seksualiteit met derden slechts kan met kinderen en met minderjarigen totaal uitgesloten is.

De Katholieke Kerk preekt dat masturbatie een verschrikkelijke zonde is, nog erger dan verkrachting. Deze stelling berust op een verkeerde lezing van het verhaal Onan Uit het verhaal van Onan, die aan de oorsprong ligtt van het woord onanaeren (synoniem van masturberen) kan men onmogelijk enig bijbels verbod tegen masturbatie afleiden.

Het zich als man seksueel onthouden en niet hebben van zaadlozingen zal in heel wat gevallen resulteren in erstige prostaatproblemen en wellicht ook psychische dysfuncties. Geregeld masturbatie wordt door elke moderne urololoog aanbevolen voor de goede werking van de prostaat.

Maar het is natuurlijk handig deze daad die bijna elke man stelt als zondig en schandig te bevlekken om zo een schuldgevoel en onderdrukking mogelijk te maken en zelfs ten aanzien van kinderen door het aanwakkeren van dit schuldgevoel pedoseksuele daden te kunnen stellen en verder verhullen.

Bijbelverhaal

Als een man overleden was, moest naar toenmalig joods gebruik zijn broer een kind verwekken bij diens weduwe, zijn schoonzus, als die kinderloos was gebleven. Dit heet het zwagerhuwelijk of leviraat. De oudste zoon van Juda, Er genaamd, werd door God gedood omdat hij slecht was in de ogen van God. Nu moest zijn jongere broer, Onan genaamd, trouwen met diens weduwe, Tamar. Onan echter wist dat een eventueel kind niet als zijn nageslacht zou gelden. Hij had wel geslachtsgemeenschap met Tamar, maar trok zich elke keer voor de zaadlozing terug en liet telkens als hij met de vrouw van zijn broer gemeenschap had zijn zaad op de grond terechtkomen, zodat hij geen nakomelingen voor zijn broer zou verwekken. In het bijbelse verhaal wordt hij daarom veroordeeld: wat hij deed was slecht in de ogen van God en daarom liet God ook hem sterven.

In feite gaat het hier dus om coïtus interruptus en niet om masturbatie.

Geen kinderen willen verwekken was een zware zonde in het oude Israël en andere oude maatschappijen, omdat het volgens hen afdeed aan de kracht van de stam.

Een andere theorie is dat Onan 'zondig' was omdat hij alleen voor zichzelf kinderen wilde verwekken, en zijn broer geen kinderen gunde.

Masturbatie in de bijbel

Leviticus hoofdstuk vijftien gaat over de seksuele vloeiingen in diverse situaties. Leviticus 15:16 legt uit hoe men na een zaadlozing moet handelen; onrein zijn (dus geen heilige diensten mogen verrichten, tot de avond. De avond duidt in bijbelse context de volgende dag aan), het gehele lichaam baden en alles waarop de zaaduitstorting terecht is gekomen reinigen. Maar dit impliceert geen zonde. De menstruatie was ook een bron van onreinheid en geen zonde.

L'Onanisme

Het verhaal van Onan werd voor het eerst gekoppeld aan masturbatie in een brochure getiteld Onania, geschreven door een anonieme Engelse kwakzalver en uitgegeven in 1716. In dit pamflet worden de 'verschrikkelijke gevolgen' van de 'afschuwelijke zonde van zelfbevlekking' breeduit geschilderd met de bedoeling om een poeder en een drankje (voor hoge prijzen) aan de man te brengen. De in zijn tijd bekende arts Samuel Tissot (1728-1797) werd door deze brochure aangespoord om een geneeskundige verhandeling over de vermeende negatieve gevolgen van masturbatie te schrijven onder de titel L'Onanisme (1760). Dit boek was ongemeen invloedrijk en werd in vele talen vertaald en talloze malen herdrukt en nagevolgd, en het is de basis voor de foutieve betekenis die aan het bijbelverhaal van Onan gehecht wordt.

Masturbatie in de schilderkunst: Edouar-Henri Avril

 

Rechtspraak: 

Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders - Beslissing van 17 april 2012 (België), Bron : Justel 20120417-22 Rolnummer : M10-1-0569/7428

Beslissing

(...)

I. Feiten

Mejuffrouw Jana X. werd op ../../1999 te ... op 10-jarige leeftijd het slachtoffer van aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging als tevens van openbare zedenschennis.

Haar vader ging over tot masturbatie in het bijzijn van zijn twee minderjarige dochters en hun vriendinnetje. Hij hield de meisjes voor dat wanneer hij gestraft zou worden, hij hen zou straffen.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 5 oktober 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van August X. (° 1960), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 18 maanden gevangenisstraf:

"A/ Bij (inbreuk op de art. 372 lid 1 en 2, 374, 377 lid 1 en 2, 378 van het Strafwetboek, aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon of met behulp van de persoon van een kind van het mannelijke of vrouwelijke geslacht beneden de volle leeftijd van zestien jaar, met name op X. Jana, geboren te ... op ../../1999, met de omstandigheid dat de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijn of adoptant is, te weten de vader,

te ... op ../../1999;

B/ [...]

C/ Bij inbreuk op art. 385 lid 1 en 2 van het Strafwetboek, in het openbaar de zeden te hebben geschonden door handelingen die de eerbaarheid kwetsen, met name zich zelf bevredigen in de woning in aanwezigheid van derden en met de omstandigheid dat de schennis gepleegd werd in aanwezigheid van minderjarigen beneden de volle leeftijd van zestien jaar, en meer bepaald:

1. in aanwezigheid van [...] en X. Jana, geboren te ... op ../../1999,

te ... op niet nader te bepalen tijdstip in de maand november 2007

2. in aanwezigheid van [...] en X. Jana, geboren te ... op ../../1999,

te ... op ../../1999; "

Op burgerlijk vlak werd X. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 1.000 aan verzoeker q.q., meer de intresten.

Tevens werd voorbehoud verleend ‘voor eventuele toekomstige materiële en morele schade'.

Het vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Jana verblijft thans in het kader van een POS-maatregel (beschikking 13/08/2010 jeugdrechtbank ...) in de open inrichting OC Sint-I. te .... Zij wordt er psychotherapeutisch opgevolgd.

Verslag kinderpsychiater dr. C. D. en orthopedagoge K. V., dd. 27/12/2010

Jana is een meisje van elf jaar, maar die op sociaal en emotioneel vlak op een veel lager niveau functioneert. Er zijn problemen op sociaal emotioneel gebied.

Jana legt snel contacten met mensen maar kan hierbij moeilijk lichamelijke grenzen aangeven. We zien een meisje dat op lichamelijk vlak al begint te puberen, maar daar op sociaal en emotioneel vlak nog helemaal niet aan toe is. Ze kent weinig grenzen op seksueel gebied. Ze kan moeilijk inschatten wat al of niet gepast is op seksueel gebied. Ze toont ook weinig weerbaarheid. We vrezen dan ook dat ze op dit gebied een gemakkelijk slachtoffer is.

Een belangrijk werkpunt in haar begeleiding is dan ook de grenzen voor haar duidelijk stellen en haar Ieren om weerbaarder te zijn. Maar gezien haar achtergrond en de feiten die plaatsvonden is dit geen gemakkelijke opdracht.

Jana volgt therapie. Opvallend hierbij is haar erg negatieve zelfbeeld en de aanwezigheid van angsten die gedeeltelijk een oorzaak kunnen vinden in de onveilige leefwereld waarin ze leefde. Vanuit het negatieve zelfbeeld hunkert ze naar erkenning en gezien kunnen worden.

Gezien haar verleden heeft ze beperkt de kans gekregen om dit op een gepaste manier te zoeken. Vooral in het concreet leren kijken naar zichzelf en het bewust worden waar sociaal relationeel aanvaardbare grenzen liggen, is psychotherapie noodzakelijk.

Jana verwart een liefdevolle relatie, soms met eerder seksueel getinte aanrakingen. Dit zorgt voor grensvervaging. Gelijktijdig geeft ze aan moeilijk te kunnen omgaan met seksualiteit en niet weerbaar te zijn bij toenadering van anderen. Dat zal een blijvende belemmering zijn bij het aangaan van relaties.

Gezien de nog jonge leeftijd en vooral haar nog vrij jonge functioneren hebben we dit verslag met Jana niet doorgenomen. We zijn van mening dat Jana deze informatie geen plaats zou kunnen geven en dat dit haar alleen extra zou belasten.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelt op 10 december 2009 mee:

- 1 dossier op ons kantoor werd afgesloten gezien de inboedel waardeloos is // geen andere uitvoeringsmogelijkheden

- Betrokkene komt zijn beloftes niet na

- Geen voertuigen ingeschreven

- Verblijft heden in de gevangenis

IV-2. Verzoeker q.q. verklaart dat op geen enkele verzekeringstussenkomst kan worden beroep gedaan. De feiten speelden zich binnen het gezin af.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker q.q. vraagt een hoofdhulp van euro 1.000 provisioneel met voorbehoud voor toekomstige materiële en morele schade.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Ter rechtszitting is gebleken dat de geleden morele schade hoger te percipiëren valt dan hetgeen door de burgerlijke rechter is toegekend. Dienaangaande verklaarde de raadsman van verzoeker q.q. de minderjarige uitdrukkelijk zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie.

Verzoeker q.q. vraagt tevens om voorbehoud te maken voor toekomstige materiële en morele schade. De Commissie gaat op deze vraag niet in, temeer nu artikel 37 van de wet van 1 augustus 1985 de mogelijkheid biedt om binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de uitbetaling van de (hoofd)hulp, een ‘aanvullende hulp' aan te vragen mits aan de wettelijk voorwaarden voldaan wordt.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker q.q. Jana X. in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op

euro 2.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker qualitate qua Jana X. een hulp toe van

euro 2.500.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan de meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2012.

 

 

Commentaar: 

Het verhaal in de Bijbel: de bijbeltekst:

Genesis 38

Juda en Tamar
38
1 In diezelfde tijd verliet Juda zijn broers en sloot hij zich aan bij een zekere Chira, een man die in Adullam woonde. 2 Daar viel zijn oog op de dochter van de Kanaäniet Sua. Hij trouwde haar en sliep met haar. 3 Ze werd zwanger en bracht een zoon ter wereld die Er werd genoemd. 4 Daarna werd ze opnieuw zwanger en kreeg weer een zoon, aan wie ze de naam Onan gaf. 5 Een derde zoon noemde ze Sela; toen Sela geboren werd bevond Juda zich in Kezib.

6 Voor Er, zijn oudste zoon, koos Juda een vrouw die Tamar heette. 7 Er was slecht in de ogen van de HEER, en daarom liet de HEER hem sterven. 8 Toen zei Juda tegen Onan: ‘Vervul je zwagerplicht: trouw met de vrouw van je broer en verwek voor je broer nakomelingen bij haar.’ 9 Maar omdat Onan wist dat zo’n kind niet als zijn nageslacht zou gelden, liet hij telkens als hij met de vrouw van zijn broer gemeenschap had zijn zaad op de grond terechtkomen, zodat hij geen nakomelingen voor zijn broer zou verwekken. 10 Wat hij deed was slecht in de ogen van de HEER, en daarom liet de HEER ook hem sterven. 11 Toen zei Juda tegen zijn schoondochter Tamar: ‘Nu je opnieuw weduwe bent, moet je maar weer bij je vader gaan wonen, totdat mijn zoon Sela volwassen is.’ Hij dacht namelijk: Ik moet voorkomen dat hij ook sterft, net als zijn broers. En Tamar ging weer bij haar vader wonen.

12 Geruime tijd later stierf Juda’s vrouw, de dochter van Sua. Toen de rouwtijd voorbij was begaf Juda zich naar Timna, samen met zijn vriend Chira uit Adullam, om bij zijn schaapscheerders te gaan kijken. 13 Zodra Tamar hoorde dat haar schoonvader op weg was naar Timna om zijn schapen te scheren, 14 legde ze haar weduwedracht af, bedekte zich met een sluier zodat ze onherkenbaar was, en ging langs de weg naar Enaïm zitten, een zijweg van de weg naar Timna. Dat deed ze omdat ze nog steeds niet aan Sela tot vrouw was gegeven, hoewel die inmiddels volwassen geworden was. 15 Toen Juda haar zag hield hij haar voor een hoer, want haar gezicht was bedekt. 16 Hij sloeg de zijweg in en ging naar haar toe. ‘Ik wil van je diensten gebruikmaken,’ zei hij, niet wetend dat het zijn schoondochter was. ‘Wat staat daar van uw kant tegenover?’ vroeg ze. 17 ‘Ik zal je een geitenbokje uit mijn kudde laten brengen,’ antwoordde hij. ‘Goed,’ zei ze, ‘als ik dan maar een onderpand van u krijg.’ 18 En op zijn vraag wat ze als onderpand van hem wilde, antwoordde ze: ‘Het snoer met uw zegel en de staf die u in uw hand hebt.’ Hij gaf het haar en had gemeenschap met haar, en zij werd zwanger van hem. 19 Daarna ging ze terug naar huis, deed haar sluier af en nam haar weduwedracht weer aan.

20 Juda vroeg zijn vriend uit Adullam een geitenbokje naar de vrouw te brengen om het pand in te lossen, maar hij kon haar niet vinden. 21 Hij informeerde bij de mensen daar in de buurt: ‘Ik ben op zoek naar de vrouw die onlangs bij de weg naar Enaïm haar gunsten aanbood.’ ‘Zo’n vrouw is hier niet geweest,’ antwoordden ze. 22 Dus ging hij naar Juda terug. ‘Ik heb haar niet kunnen vinden,’ zei hij. ‘Sterker nog, de mensen daar beweren dat er nooit zo’n vrouw is geweest.’ 23 Toen zei Juda: ‘Laat haar alles dan maar houden, anders maken we onszelf nog belachelijk. Ik heb het beloofde bokje gestuurd, maar je hebt haar nu eenmaal niet kunnen vinden.’

24 Ongeveer drie maanden later kwam men Juda vertellen dat Tamar, zijn schoondochter, zich als een hoer had gedragen en daardoor zwanger was. ‘Breng haar de stad uit,’ zei Juda, ‘ze moet verbrand worden.’ 25 Maar terwijl ze de stad uit werd gebracht, liet ze haar schoonvader deze boodschap brengen: ‘Ik ben zwanger van de eigenaar van deze voorwerpen. Kijkt u eens goed van wie dit zegel, dit snoer en deze staf zijn.’ 26 Juda herkende ze en zei: ‘Zij is onschuldig maar ik niet, want ik heb haar niet aan mijn zoon Sela gegeven.’ Hij had geen tweede keer gemeenschap met haar.

27 Toen de tijd van de bevalling was gekomen, bracht ze een tweeling ter wereld. 28 Tijdens de bevalling stak een van de twee zijn hand naar buiten. De vroedvrouw bond een rode draad om zijn hand ten teken dat hij zich het eerst had laten zien. 29 Maar hij trok zijn hand weer terug, en daar kwam zijn broer tevoorschijn. ‘Wat een baanbreker ben jij!’ zei ze. Hij kreeg de naam Peres. 30 Daarna kwam zijn broer, met om zijn hand de rode draad. Hij werd Zerach genoemd.

Onan in de Schilderkunst: Rembrandt (school)

 

 

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: wo, 08/06/2011 - 17:04
Laatst aangepast op: za, 12/08/2017 - 12:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.