-A +A

Herkwalificatie door vonnisgerecht naar zwaardere misdaad na correctionalisering door onderzoeksgerecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wanneer het onderzoeksgerecht met aanneming van verzachtende omstandigheden een beklaagde wegens een gecorrectionaliseerde misdaad heeft verwezen naar de correctionele rechtbank, kan de correctionele rechtbank en in hoger beroep het hof van beroep die misdaad heromschrijven naar een zwaardere misdaad, ook als het onderzoeksgerecht die zwaardere omschrijving uitdrukkelijk heeft uitgesloten, zonder dat vereist is dat het vonnisgerecht na die heromschrijving naar een zwaardere misdaad zelf verzachtende omstandigheden aanneemt; de door het onderzoeksgerecht aangenomen verzachtende omstandigheden gelden immers ook voor het door de vonnisrechter heromschreven feit.

Rechtspraak: 

• Hof van Cassatie 15/11/2016, AR P.16.0773.N, juridat

samenvatting

Wanneer het onderzoeksgerecht met aanneming van verzachtende omstandigheden een beklaagde wegens een gecorrectionaliseerde misdaad heeft verwezen naar de correctionele rechtbank, kan de correctionele rechtbank en in hoger beroep het hof van beroep die misdaad heromschrijven naar een zwaardere misdaad, ook als het onderzoeksgerecht die zwaardere omschrijving uitdrukkelijk heeft uitgesloten, zonder dat vereist is dat het vonnisgerecht na die heromschrijving naar een zwaardere misdaad zelf verzachtende omstandigheden aanneemt; de door het onderzoeksgerecht aangenomen verzachtende omstandigheden gelden immers ook voor het door de vonnisrechter heromschreven feit

tekst arrest

P.16.0773.N
E G D L,
beklaagde,
eiseres,
tegen
1. H S,
burgerlijke partij,
2. N D W,
burgerlijke partij,
verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 13 juni 2016.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel in zijn geheel

1. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 150 Grondwet, de arti-kelen 179 en 231 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1, 2 en 3 Wet Ver-zachtende Omstandigheden (vóór de wetswijziging van 5 februari 2016) en de ar-tikelen 52, 80 (vóór de wetswijziging van 5 februari 2016), 394 en 400 Strafwetboek: de appelrechters, die de feiten welke door het onderzoeksgerecht werden omschreven als de gecorrectionaliseerde misdaad van het met voorbedachte rade opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen met de verzwarende omstan-digheid bedoeld door artikel 400 Strafwetboek, herkwalificeren in de zwaardere kwalificatie van poging moord, terwijl het onderzoeksgerecht die kwalificatie uit-drukkelijk had uitgesloten, laten na zich onbevoegd te verklaren; de mogelijkheid die artikel 3 Wet Verzachtende Omstandigheden biedt aan de vonnisrechter om zich bevoegd te verklaren door het aannemen van verzachtende omstandigheden of een verschoningsgrond wordt immers begrensd door de regel dat het vonnisge-recht niet optreedt als appelrechter tegenover het onderzoeksgerecht.

Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 150 Grondwet, de artikelen 179 en 231 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1, 2 en 3 Wet Verzachtende Omstandigheden (vóór de wetswijziging van 5 februari 2016) en de artikelen 52, 80 (vóór de wetswijziging van 5 februari 2016), 394 en 400 Strafwetboek: de appelrechters die de feiten welke door het onderzoeksgerecht werden omschreven als de gecorrectionaliseerde misdaad van het met voorbedachte rade opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen met de verzwarende omstandigheid be-doeld door artikel 400 Strafwetboek, herkwalificeren in de zwaardere kwalificatie van poging moord, laten na eerst zelf verzachtende omstandigheden of een ver-schoningsgrond aan te nemen voor het zwaardere gekwalificeerde feit.

2. In correctionele zaken maakt de door het onderzoeksgerecht gewezen be-schikking tot verwijzing niet de daarin vermelde kwalificatie bij de vonnisrechter aanhangig, maar wel de feiten zoals ze blijken uit de stukken van het onderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking ten grondslag liggen.

De in de verwijzingsbeslissing van het onderzoeksgerecht gehanteerde kwalificatie is voorlopig en de vonnisrechter heeft de plicht, nadat hij op zicht van die ver-wijzingsbeslissing heeft geoordeeld bevoegd te zijn, aan de aanhangig gemaakte feiten hun juiste omschrijving te geven.

3. Volgens artikel 2, eerste lid, Wet Verzachtende Omstandigheden kan het onderzoeksgerecht in de gevallen waarin er grond mocht zijn om alleen een cor-rectionele straf uit te spreken wegens verzachtende omstandigheden de verdachte bij een met redenen omklede beschikking naar de correctionele rechtbank verwijzen.

Artikel 2, derde lid, Wet Verzachtende Omstandigheden, in de versie tot de opheffing met ingang vanaf 29 februari 2016 door artikel 121 van de wet van 5 februari 2016 houdende wijzigingen van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, bepaalde de gevallen waarin het onderzoeksgerecht kon verwijzen wegens verzachtende omstandigheden. Door de opheffing vanaf 29 februari 2016 van dit derde lid, kan het onderzoeksgerecht elke misdaad correctionaliseren.

4. Volgens artikel 3, eerste lid, Wet Verzachtende Omstandigheden kan de correctionele rechtbank waarnaar de verdachte is verwezen, zich niet onbevoegd verklaren ten aanzien van de door het onderzoeksgerecht aangenomen verzach-tende omstandigheden.

5. Volgens artikel 3, derde lid, Wet Verzachtende Omstandigheden, zoals in-gevoegd bij artikel 9 van de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (II), kan de correctionele rechtbank zich bevoegd verklaren door verzachtende omstandigheden aan te nemen wanneer zij vaststelt dat de bij haar aanhangige gemaakte misdaad niet is gecorrectionaliseerd en daarvoor in aanmerking komt op grond van artikel 2, derde lid. Ingevolge de wijziging door artikel 122 van de voormelde wet van 5 februari 2016 met inwerkingtreding op 29 februari 2016 be-staat de beperking tot de in artikel 2, derde lid, bedoelde gevallen niet langer.

6. Met de wijziging van artikel 3, derde lid, Wet Verzachtende Omstandighe-den door de voormelde wet van 8 juni 2008 beoogde de wetgever een totale ver-soepeling van het mechanisme van de misdrijfdenaturatie, waarbij de correctionele rechtbank zich bevoegd kon verklaren door aanneming van verzachtende omstandigheden met toen als enige uitzondering het geval waarin het feit een niet-correctionaliseerbare misdaad betrof en vanaf 29 februari 2016 zonder enige uitzondering.

7. Bijgevolg kan zo het onderzoeksgerecht met aanneming van verzachtende omstandigheden een beklaagde wegens een aldus gecorrectionaliseerde misdaad heeft verwezen naar de correctionele rechtbank, de correctionele rechtbank en in hoger beroep het hof van beroep die misdaad heromschrijven naar een zwaardere misdaad, ook als het onderzoeksgerecht die zwaardere omschrijving uitdrukkelijk heeft uitgesloten.

8. Niet is vereist dat het vonnisgerecht na die heromschrijving naar een zwaar-dere misdaad zelf verzachtende omstandigheden aanneemt. De door het onderzoeksgerecht aangenomen verzachtende omstandigheden gelden immers ook voor het door de vonnisrechter heromschreven feit.

In zoverre de onderdelen uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen ze naar recht.

9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:
- de eiseres bij niet-bestreden beschikking van de raadkamer met aanneming van verzachtende omstandigheden werd verwezen wegens opzettelijke slagen of verwondingen aan de verweerder 1 met de verzwarende omstandigheid als be-doeld door artikel 400 Strafwetboek en dit met voorbedachte rade;
- de raadkamer daarbij de vordering van de verweerder 1 om die feiten te herom-schrijven als poging moord heeft verworpen;
- het beroepen vonnis die feiten heeft heromschreven naar poging moord;
- het arrest die feiten ook heeft heromschreven als een poging moord, met de vaststelling dat de heromschreven telastlegging betrekking had op dezelfde fei-ten als die van de telastlegging in de verwijzingsbeschikking van de raadkamer.

Bijgevolg dienden de appelrechters zich niet onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van de aldus heromschreven feiten.

In zoverre kunnen de onderdelen niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verleent de eiseres akte van de afstand van haar cassatieberoep zoals voormeld.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 236,01 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 15 november 2016 uitgesproken

Commentaar: 

Het verschil in behandeling van veroordeelde personen wat de strafmaat betreft van dezelfde misdaad is discriminerend wanneer er verschillen bestaan in de strafmaat tussen zelfde misdaden die niet het voorwerp zijn geweest van correctionalisering en misdaden die wel werden gecorrectionaliseerd.van dezelfde misdaad, discriminerend was (arresten Grondwettelijk Hofnrs. 193/2011 en 199/2011 van 15 en 22 december 2011)

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: di, 28/11/2017 - 14:22
Laatst aangepast op: di, 28/11/2017 - 14:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.