-A +A

Griffierecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Grieffierechten zijn de verzamelnaam voor kosten verbonden handelingen gesteld door de griffie, en uitzonderlijk voor opstelling van akten door magistraten :

Zij omvatten:

1. Rolrechten. Dit zijn de rechten (kosten) om de zaak op de (algemene) rol te brengen (lees inschrijv en) , of in te schrijven in het register van de verzoekschriften of het register van de vorderingen in kort geding;

2. De opstelrechten. Dit zijn de rechten (kosten) verbonden aan het opstellen van akten van de griffiers, van vóór hen verleden akten, van zekere akten van de rechters en van de ambtenaren van het openbaar ministerie;

3. Expeditierechten en kopierechten. Dit zijn de rechten (kosten) verbonden aan het afleveren van uitgiften, kopieën of uittreksels uit akten, vonnissen en arresten en van kopieën van andere stukken die op de griffie worden bewaard.

De term inschrijvingsrecht bestaat niet als juridische correcte term in deze context. Weliswaar zijn rolrechten kosten voor de inschrijving op de algemene rol of voor inschrijving in de registers van verzoekschriften of kortgeding. De term inschrijvingsrecht is evenwel verkeerd in deze context en hoort thuis voor kosten verbonden aan administratieve handelingen, zoals de inschrijving in de KBO, de inschrijving in een onderwijsinstelling, dan wel voor het alombekende "inschrijvingsrecht" in de regio Brussel, voorwerp van meerdere communautaire crisissen (zie Het inschrijvingsrecht, Hugh Driessen, Jura Faloconis 1977)

De griffierechten (droits de greffe) omvatten de rolrechten, de opstelrechten en de uitgifterechten en worden geregeld in Titel III (de artikelen 268 en volgende) van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Titel III: Griffierecht in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

TITEL III : GRIFFIERECHT

HOOFDSTUK I : VESTIGING VAN DE BELASTING EN VASTSTELLING VAN DE RECHTEN

Artikel 268

Onder de benaming van griffierecht wordt een belasting gevestigd op de hiernavolgende in de hoven en rechtbanken gedane verrichtingen:

1° het ter rol brengen van zaken, de inschrijving in het register der verzoekschriften en de inschrijving in het register van de vorderingen in kort geding;

2° het opstellen van akten van de griffiers, van vóór hen verleden akten, van zekere akten van de rechters en van de ambtenaren van het openbaar ministerie;

3° het afleveren van uitgiften, kopieën of uittreksels uit akten, vonnissen en arresten en van kopieën van andere stukken die op de griffie worden bewaard;

Afdeling I.- Rolrecht

Artikel 269/1

Voor elke zaak die op de algemene rol wordt ingeschreven wordt er geheven:

1° in de vredegerechten en de politierechtbanken , een recht van 40 euro ;

2° in de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel, een recht van 100 euro ;

3° in de hoven van beroep, een recht van 210 euro ;

4° in het Hof van Cassatie, een recht van 375 euro.

Het recht wordt echter tot 30 euro verlaagd voor de procedures voorzien bij artikel 162, 13°.

Geen enkel recht wordt geïnd bij de rechtsgedingen voor de beslagrechter of de vrederechter in het kader van de toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Artikel 269/2

Voor elk verzoekschrift dat in de registers der verzoekschriften wordt ingeschreven wordt er geheven:

1° in de vredegerechten en de politierechtbanken, een recht van 31 euro ;

2° in de andere gerechten, een recht van 60 euro.

Artikel 269/3

Voor elke inschrijving van een vordering in kort geding wordt een recht van 80 euro geheven. Voor elke inschrijving van beroep tegen bevelen of vonnissen in kort geding wordt een recht geheven van 160 euro.

Afdeling Ibis : Opstelrecht

Artikel 270/1

Op akten van griffiers van hoven en rechtbanken of op akten die buiten bemoeiing van rechters vóór hen zijn verleden, wordt een opstelrecht geheven van 35 euro.

Met akten van griffiers van hoven en rechtbanken worden gelijkgesteld, overschrijvingen gedaan door griffiers in hun registers, van de verklaringen van beroep of van voorziening in verbreking in strafzaken, door gedetineerden of geïnterneerden afgelegd.

Artikel 270/2

De akten van bekendheid, de akten van aanneming en de akten waarbij een minderjarige machtiging wordt verleend om handel te drijven, die verleden worden ten overstaan van de vrederechters, zijn onderworpen aan een opstelrecht, waarvan het bedrag op 35 euro wordt bepaald.

Artikel 270/3

De verklaringen van keus van vaderland zijn onderhevig aan een opstelrecht, waarvan het bedrag op 35 euro wordt bepaald.

Dit recht is vatbaar voor teruggaaf ingeval de inwilliging bij een eindbeslissing van het bevoegd gerecht wordt geweigerd.

Afdeling II : Expeditierecht

Artikel 271

Op de uitgiften, kopieën of uittreksels die in de griffies worden afgegeven, wordt een expeditierecht geheven van:

1° 1,75 euro per bladzijde, in de vredegerechten en politierechtbanken;

2° 3 euro per bladzijde, in de hoven van beroep, de hoven van assisen, het militair gerechtshof, de arrondissementsrechtbanken, de rechtbanken van eerste aanleg, de rechtbanken van koophandel en de krijgsraden;

3° 5,55 euro per bladzijde, in het Hof van cassatie.

Artikel 272

Ongeacht op welke griffie en ongeacht op welke informatiedrager de aflevering geschiedt, wordt het recht op 0,85 euro per bladzijde bepaald, zonder dat het verschuldigd bedrag aan rechten lager mag zijn dan 1,75 euro per afgifte op papier en 5,75 euro op een andere drager :

1° voor de niet ondertekende kopieën. Indien echter bij één en hetzelfde verzoek en voor één en dezelfde zaak meer dan twee kopieën worden aangevraagd, wordt het tarief vanaf de derde kopie bepaald op 0,30 euro per bladzijde, zonder dat het globaal bedrag aan verschuldigde expeditierechten alsdan meer dan 1.450 euro kan bedragen;

2° voor uitgiften, kopieën of uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand of uit de registers welke de akten betreffende het verkrijgen, het herkrijgen, het behoud en het verlies van nationaliteit bevatten;

3° voor uitgiften, kopieën of uittreksels uit akten, vonnissen en arresten die krachtens artikel 162, 33° bis tot 37° bis, vrijstelling genieten van de formaliteit der registratie;

4° voor de uitgiften, kopieën of uittreksels van akten en stukken betreffende rechtspersonen ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Hetzelfde recht is verschuldigd voor uitgiften, kopieën en uittreksels uit akten, vonnissen en arresten afgeleverd in kieszaken of militiezaken. Deze stukken dragen bovenaan de vermelding van hun bestemming; zij mogen tot geen andere doeleinden dienen.

Hetzelfde recht is eveneens verschuldigd voor de kopie van een elektronisch bestand. Het recht is verschuldigd voor elke gekopieerde elektronische bladzijde van het brondocument. De parameters van het brondocument, die de elektronische bladzijde bepalen, mogen bij het maken van de kopie niet gewijzigd worden.

Artikel 273

Het recht wordt berekend per bladzijde van het arrest, het vonnis of de akte, welke in de uitgifte, de kopie of het uittreksel wordt weergegeven.

Het recht wordt evenwel éénvormig berekend alsof er slechts één bladzijde was, voor de uittreksels die worden afgeleverd ter uitvoering van artikel 121 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken.

Artikel 274

Wanneer in een uitgifte, kopie of uittreksel meerdere arresten, vonnissen of akten worden weergegeven, wordt het recht berekend per bladzijde van elk dezer documenten, zonder dat er, voor ieder van deze documenten, minder mag geheven worden dan het recht verschuldigd voor één bladzijde.

Artikel 274bis

Voor kopieën van audiovisueel materiaal is, ongeacht op welke informatiedrager de kopie wordt afgeleverd, per gekopieerde minuut 1,15 euro verschuldigd, zonder dat de verschuldigde rechten minder mogen bedragen dan 5,75 euro. Een begonnen minuut telt voor een volle minuut.

Artikel 274ter

De expeditierechten die verschuldigd zijn op één en hetzelfde verzoek voor één en dezelfde zaak, mogen 1.450 euro niet overschrijden.

Afdeling III : (Opgeheven)

Artikel 275

Artikel 276

Afdeling IV : Recht van inschrijving in het handelsregister, in het ambachtsregister en in de registers van de economische samenwerkingsverbanden

Artikel 277

(Opgeheven)

Artikel 278

HOOFDSTUK II : VRIJSTELLINGEN

Artikel 279/1

Zijn vrijgesteld van het rolrecht:

1° de inschrijvingen van zaken waarvan de vonnissen en arresten, krachtens artikelen 161 en 162 vrijstelling genieten van het recht of van de formaliteit der registratie.

Het recht is echter verschuldigd voor de onder artikel 162, 13°, bedoelde procedures;

2° de inschrijving van een zaak door de griffier van het gerecht waarnaar de zaak verwezen werd overeenkomstig de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken of ingevolge een rechterlijke beslissing van onttrekking.

Artikel 279/2

Zijn vrijgesteld van het opstelrecht:

1° de akten verleden in de gevallen voorzien door artikelen 161 en 162;

2° de akten of ontvangbewijzen ten blijke van het neerleggen of mededelen van stukken, sommen of voorwerpen ter griffie van de hoven en rechtbanken;

3° de faillissementsbekentenissen, alsmede de afsluitingen of vermeldingen die worden aangebracht op de registers, titels en stukken tot staving daarvan;

4° (opgeheven)

5° de processen-verbaal van nummering en visering van de koopmansboeken.

Artikel 280

Zijn van expeditierecht vrijgesteld:

1° uitgiften, kopieën of uittreksels van of uit akten, vonnissen en arresten, die krachtens de artikelen 161 en 162 van het recht of van de formaliteit der registratie zijn vrijgesteld.

Deze bepaling is echter niet van toepassing:

a) op de in artikel 272, laatste alinea, bedoelde uitgiften, kopiëen of uittreksels;

b) op de uitgiften, kopieën of uittreksels van of uit de in artikel 162, 5°, 6°, 13°, 27° en 33°bis tot 37°bis bedoelde akten en vonnissen;

2° de uitgiften, kopieën of uittreksels van of uit vonnissen, arresten, beschikkingen of andere akten van rechtspleging, die de griffier ambtshalve of op verzoek van een der partijen toezendt aan de partijen, aan hun advocaten of aan derden, in uitvoering van het Gerechtelijk Wetboek of van andere wettelijke of reglementaire bepalingen;

3° de kopieën van verklaringen met het oog op de inschrijving of tot wijziging van een inschrijving in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van Ondernemingen ambtshalve afgegeven of toegezonden aan de personen die de inschrijving of de wijziging aanvragen; de oorzaak van de vrijstelling moet op het kopie vermeld worden;

4° uitgiften, kopieën of uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand of uit de registers welke de akten betreffende het verkrijgen, het herkrijgen, het behoud en het verlies van nationaliteit bevatten;

5° de kopieën of uittreksels van vonnissen en arresten die afgeleverd worden aan juridische tijdschriften, aangewezen door de Minister van Financiën;

6° de uitgiften, kopieën of uittreksels afgegeven door de griffie van het Hof van beroep te Brussel, met het oog op de tenuitvoerlegging in België van de arresten en beschikkingen die een uitvoerbare titel uitmaken en gewezen zijn op grond van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van de Europese Economische Gemeenschap of van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsmede bij de Overeenkomst betreffende bepaalde instellingen welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, en welke luidens de bewoordingen van die Verdragen vatbaar zijn voor gedwongen tenuitvoerlegging;

7° de grossen of kopieën, afgeleverd door de griffie van het Hof van beroep te Brussel, met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging in België van de scheidsrechterlijke beslissingen geveld krachtens het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, opgemaakt te Washington op 18 maart 1965.

8° de kopieën in strafzaken, afgeleverd aan de vader of de moeder, aan een adoptant of aan de voogd in hun hoedanigheid van burgerlijke partij of van persoon die zich op grond van het dossier zou kunnen beroepen op een nadeel, wanneer de zaak betrekking heeft op een misdrijf gepleegd tegen een minderjarige en dat naar de wetten strafbaar is gesteld met een criminele of correctionele straf.

Artikel 283

In de in artikel 160 voorziene gevallen, worden de griffierechten in debet vereffend en ingevorderd volgens de regelen die van toepassing zijn op de onder dezelfde voorwaarden vereffende registratierechten.

Artikel 284

Worden eveneens in debet vereffend, de griffierechten verschuldigd op uitgiften, kopieën van en uittreksels uit akten, vonnissen en arresten, wanneer die stukken in strafzaken worden afgeleverd aan het openbaar ministerie of aan de Rijksagenten belast met de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten.

De rechten worden onder de gerechtskosten begrepen en als dusdanig ingevorderd ten laste van de partij die er toe veroordeeld werd.

Artikel 284bis

In debet worden eveneens vereffend, de griffierechten verschuldigd op de kopieën in strafzaken die worden afgegeven met toepassing van de artikelen 674bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. De rechten alsmede de andere kosten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van hetzelffde Wetboek.

Artikel 285

De wijze van heffing der griffierechten en het houden der registers in de griffies van de hoven en rechtbanken worden bij koninklijk besluit geregeld.

Daarbij kan de medewerking van de griffiers bij de heffing van de griffierechten worden voorzien, zonder dat zij daardoor de hoedanigheid van Staatsrekenplichtige verkrijgen.

Inbreuken op de voorschriften van evenbedoeld koninklijk besluit kunnen worden bestraft met boeten waarvan het bedrag per inbreuk 250 EUR niet mag te boven gaan.

Artikel 286

Er is verjaring:

1° voor het invorderen der griffierechten en -boeten, na twee jaar, te rekenen van de dag waarop zij aan de Staat verworven zijn;

2° voor de vordering tot teruggaaf van ten onrechte geheven rechten en boeten, na twee jaar, te rekenen van de dag der betaling.

Die verjaringen worden gestuit overeenkomstig artikelen 217/1 en 217/2.

Verjaring voor het invorderen der in debet vereffende rechten ontstaat echter zoals die voor de onder dezelfde voorwaarden vereffende registratierechten.

Artikel 287

De bepalingen van titel I betreffende de vervolgingen en gedingen en de moratoire interesten, zijn toepasselijk op de griffierechten.
 

Franse term: 
droits de greffe
Gerelateerd
BijlageGrootte
vergelijkende tabel griffierechten.pdf41.09 KB
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: za, 16/05/2015 - 13:23
Laatst aangepast op: zo, 07/06/2015 - 13:24

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.