-A +A

Geheime commissielonen die als beroepskosten kunnen worden beschouwd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Mondelinge parlementaire vragen nr. 6590 van de heer David Clarinval en nr. 6767 van mevrouw Veerle Wouters dd. 09.11.2011

 

Beknopt verslag 53, Commissie voor de Financiën en de Begroting 333 van 09.11.2011, blz. 12

 

 

VRAAG (van de heer David Clarinval)

De belastingadministratie publiceerde in december 2010 een omzendbrief betreffende bijzondere aanslagen op geheime commissielonen (uitgaven en voordelen die als beroepskosten kunnen worden beschouwd, maar die worden verdoken). In het tweede lid van artikel 219 van het WIB 92 wordt de aanslagvoet van deze aanslag bepaald. De aanslag is gelijk aan 300 % van de kosten, voordelen en winsten die worden verdoken.

De sanctie geldt zowel de bewezen gevallen van fraude als de interpretatiefouten, zowel de grote frauduleuze constructies als de onopzettelijke kleine fouten. De sanctie verhindert dat de belastingadministratie kleine fouten als gevolg van een verkeerde interpretatie kan regulariseren, en stelt haar in staat een strafrechtelijke procedure op te starten, wat aanleiding kan geven tot juridische conflicten.

Kunt u deze omzendbrief enigszins aanpassen, zodat er geen boete van 300 % wordt opgelegd als men onder een bepaalde grens blijft?

Een onjuiste aangifte van bijvoorbeeld een bedrijfsvoertuig dat als dusdanig had moeten worden aangegeven, wordt nu beschouwd als een geheim commissieloon. Wat is uw mening daarover?

Is de wettelijke grondslag voor het opleggen van een strafrechtelijke boete door de belastingadministratie onbetwistbaar?

Bent u niet bang voor beroepsprocedures?

 

VRAAG (van mevrouw Veerle Wouters)

Regelmatig aanvaarden lokale controleambtenaren dat de voordelen van alle aard in naam van bedrijfsleiders, die niet op de voorgeschreven wijze op individuele fiches en samenvattende opgaven worden vermeld, na een controle nog via rekening courant van de bedrijfsleider rechtgezet worden. Een interne instructie van 27 juli 2011 wil dit niet langer mogelijk maken en zou met terugwerkende kracht worden toegepast.

Is dit nieuwe strikte standpunt ook van toepassing op afgesloten controles waarbij een rechtzetting via rekening courant wel werd aanvaard?

Zo ja, zal ook in die gevallen nog een bijzondere aanslag 'geheime commissielonen' worden opgelegd?

Strookt dergelijke aanslag wel met het vertrouwensbeginsel?

Is het wel billijk om een belasting van 309 procent op te leggen wanneer het voordeel van alle aard te goeder trouw werd vermeld op de individuele fiches en samenvattende opgaven of wanneer de administratie, uit de aard van het voordeel, de genieter kent?

Leidt een strikte toepassing van de bijzondere aanslag 'geheime commissielonen' niet tot een strafrechtelijke kwalificatie van de bijzondere aanslag in de zin van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens?

Vreest de minister geen toevloed van juridische geschillen om een vermindering van deze strafsanctie te bekomen?

Met welke sancties dreigt het hoofdbestuur ten aanzien van lokale belastingambtenaren die een rechtzetting via rekening courant, voor of na de publicatie van de instructie van 27 juli, hebben aanvaard of nog zullen aanvaarden?

 

ANTWOORD van de heer Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

Dankzij de eenvormige toepassing van een wettelijke bepaling kan het aantal administratieve en gerechtelijke geschillen worden verminderd. De blinde toepassing van de afzonderlijke aanslag bedoeld in artikel 219 WIB 1992 kan echter buitensporige gevolgen hebben en het aantal administratieve en gerechtelijke geschillen juist doen toenemen.

De praktijk waarbij geen samenvattende opgave wordt gemaakt en men de belastingcontrole afwacht om het bedrag van de voordelen van alle aard in te schrijven kan niet worden aanvaard. Anderzijds lijkt het me redelijk dat er rekening wordt gehouden met de goede trouw van een vennootschap die iets uit het oog zou hebben verloren of een fout zou hebben begaan, met het uitzonderlijke karakter van de niet-aangifte, met het relatieve belang van de fout van de belastingplichtige in vergelijking met dat van de andere fiscale verplichtingen waaraan hij wel heeft voldaan, enz.

Ik zal mijn administratie de opdracht geven de circulaire Ci.RH.421/605.074 van 1 december 2010 in een addendum met terugwerkende kracht te verduidelijken.

Met betrekking tot een al dan niet strafrechtelijke akte van de afzonderlijke aanslag meent mijn administratie dat zij uit het arrest van 10 september 2010 van het Hof van Cassatie kan afleiden dat de afzonderlijke aanslag geen strafrechtelijk karakter zou hebben. In zover de bijzondere aanslag in de geheime commissie ertoe strekt het verlies van de belastingen en de sociale bijdragen te vergoeden, heeft zij geen strafrechtelijk karakter en is artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens niet van toepassing.

Ik ben het echter niet eens met deze analyse. ze kan betekenen dat het Hof van Cassatie akkoord kan gaan met de stelling dat de afzonderlijke aanslag wel degelijk het karakter van een strafrechtelijke sanctie vertoont, in zoverre dat ze geen verlies van belastingen en sociale bijdragen vergoedt, omdat de inkomsten tijdig door de administratie werden belast of nog omdat de nalatigheid geen verlies voor de Schatkist inhoudt.

De jurisprudentie die op dat arrest volgde, gaat in die richting.

Alvorens mij definitief uit te spreken over die kwesties en een wetswijziging ter zake te overwegen, lijkt het me evenwel beter om de uitkomst van bepaalde lopende gerechtelijke procedures af te wachten. Ik zal mijn administratie niettemin vragen om haar circulaire van december 2010 aan te passen in de zin van het voorafgaande.

 

CONCLUSIE (van de heer David Clarinval)

Er zal dus een addendum bij die circulaire worden gevoegd om diverse zaken recht te zetten.

 

CONCLUSIE (van mevrouw Veerle Wouters)

Indien ik het cassatiearrest van 17 maart goed begrijp dan zou de belastingplichtige, als die van oordeel is dat er geen voordeel van alle aard werd toegekend en als hij in het ongelijk wordt gesteld, volgens de instructie van 27 juli een bijzondere aanslag geheime commissielonen van 309 procent worden opgelegd. Is dat wel billijk?

Circulaire nr. CiRH.421/605.074 dd 16.12.2011

Addendum bij circulaire nr. CiRH.421/605.074 dd 01.12.2010

Vennootschapsbelasting Berekening van de belasting Afzonderlijke aanslag Ven.B Voordeel van alle aard

Aan al de ambtenaren van de niveaus A, B en C.

1. Naar aanleiding van het antwoord dat door de heer Minister werd verstrekt op de mondelinge parlementaire vragen nr. 6590 van de heer Volksvertegenwoordiger D. Clarinval en nr. 6767 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger V. Wouters in de Commissie voor de financi?n en de begroting (CRIV 53 COM 333 van 9.11.2011 blz. 20 tot 24) worden de volgende verduidelijkingen verstrekt met betrekking tot de toepassing van de afzonderlijke aanslag zoals bedoeld in art. 219, WIB 92 op de voordelen alle aard zoals bedoeld in de art. 31, tweede lid, 2? en 32, tweede lid, 2?, WIB 92 die niet of onvoldoende zijn verantwoord overeenkomstig de ter zake geldende bepalingen.

2. In de zin van de verstrekte antwoorden op de voormelde parlementaire vragen zal uitsluitend kunnen worden afgezien van de toepassing van de afzonderlijke aanslag op de voordelen van alle aard die worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen inzake de forfaitaire raming zoals bedoeld in art. 18, KB/WIB 92 (alsmede voor de voordelen die voortkomen uit de terbeschikkingstelling van een GSM), die aan het licht komen naar aanleiding van een v??r 1 juli 2012 aangevatte controle en die niet (of onvoldoende) zijn verantwoord overeenkomstig de ter zake geldende bepalingen, en dit onder de enige en uitsluitende voorwaarde dat deze voordelen effectief ten name van de genieters binnen de wettelijke termijnen kunnen worden belast.

Voor de voordelen van alle aard die niet op de wijze zoals vermeld in het vorige lid aan het licht komen en voor de andere voordelen van alle aard1, die niet of onvoldoende zijn verantwoord overeenkomstig de terzake geldende bepalingen, blijft de afzonderlijke aanslag zoals bedoeld in art. 219, WIB 92 van toepassing, tenzij deze voordelen op een spontane wijze worden aangegeven bij de PB controle van de genieter en ten laatste op 30 juni 2012.

1 Hier zijn bedoeld de voordelen van alle aard die niet overeenkomstig de bepalingen inzake de forfaitaire raming zoals vermeld in art. 18, KB/WIB 92 (andere voordelen dan deze die voortkomen uit de terbeschikkingstelling van een GSM) en die niet naar aanleiding van een v??r 1 juli 2012 aangevatte controle aan het licht komen.

 

Eenmaal dat deze overgangsperiode is verstreken moeten de bepalingen inzake de afzonderlijke aanslag zoals bedoeld in art. 219, WIB 92 worden nageleefd bij gebrek aan het opstellen van de betrokken fiche binnen de vereiste termijn, rekening houdend met de beoordelingselementen hierna aangehaald in punt 3, in fine.

3. De houding waarbij opzettelijk geen fiches en samenvattende opgaven worden gemaakt zoals door de wet opgelegd en de fiscale controle wordt afgewacht om alsdan het bedrag dat op de voorgeschreven wijze had moeten worden vermeld op de rekening courant van de genieter van het voordeel in te schrijven kan niet worden aanvaard. Buiten deze hypothese lijkt het redelijk, inzonderheid met het oog op het vermijden van een toename van de administratieve en gerechtelijke geschillen, dat rekening wordt gehouden met de goede trouw van de belastingplichtige die iets uit het oog zou hebben verloren of een fout zou hebben begaan, met het uitzonderlijke karakter van de niet-aangifte, met het relatieve belang van de fout van de belastingplichtige, met name in vergelijking met dat van de andere fiscale verplichtingen waaraan hij wel heeft voldaan, enz.

Wanneer het voordeel van alle aard tijdens het belastbaar tijdperk in de loop waarvan dat voordeel is toegekend, op het debet van de rekening courant van de genieter wordt geboekt, wordt er aan herinnerd dat het bedrag ervan niet als voordeel van alle aard wordt aangemerkt (zie schriftelijke parlementaire vraag nr. 427 van 21.6.2011 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger C. Marghem, QRVA 53 043, blz. 8).

4. Bovendien wordt een nieuwe administratieve soepelheid in de ComIB 92 op art. 219 opgenomen, in die zin dat het nr. 219/11 wordt aangevuld met een tweede lid : "Eveneens zal kunnen worden afgezien van de vestiging van de afzonderlijke aanslag voor de bedragen waarvan het ontbreken van de verantwoording voortkomt uit een redelijk verschil in interpretatie van de fiscale bepalingen met betrekking tot de voordelen met een sociaal of cultureel karakter zoals bedoeld in art. 38, ? 1, eerste lid, 11? en 25?, WIB 92, op voorwaarde dat deze bedragen ten name van de genieters binnen de wettelijke termijnen worden belast".

De grens tussen een vrijgesteld sociaal voordeel en belastbaar inkomen kan inderdaad uit een dergelijk verschil voortvloeien.

Het huidig addendum is onmiddellijk van toepassing in elke fase van de procedure.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:

R. ROSOUX

Auditeur-generaal a.i.

 

 

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: di, 10/04/2012 - 14:13
Laatst aangepast op: di, 10/04/2012 - 14:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.