-A +A

Ex aequo et bono

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De schadebegroting ex aequo et bono, behelst de bepaling van de schade naar billijkheid. De rechter mag slechts de raming ex aequo et bono aanwenden mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door de getroffene voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald. (Cass. 16/04/2015, RW 2016-2017, 1389).

Schadebegroting

Heel wat begrotingen van schade zijn zeer moeilijk becijferbaar. Zij worden dan naar billijkheid bepaald, zogeheten ex aequo et bono.

Alternatieve geschillenbeslechting

In alternatieve geschillenbeslechting zoals arbitrage, kan voorzien worden welke rechtsregels worden toegepast. Er kan bepaald worden dat deze aangevuld worden met billijkheid, of er kan zelfs geoordeeld worden dat er louter op grond van billijkheid ex aequo et bon zal geoordeeld worden.

Overige takken van het recht

Soms wordt de billijkheid als uitdrukkelijke bron van het recht weergegeven:

- terugvordering OCMW steun
- handelsagentuur
- verkoopsconcessies
- ...

 

Rechtspraak: 

Cass. 16/04/2015, RW 2016-2017, 1389

Samenvatting:

De rechter mag slechts de raming ex aequo et bono aanwenden mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door de getroffene voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald. De rechter miskent de verplichting om de schade in concreto te beoordelen in het geval hij zich enerzijds baseert op de veranderingen van de forfaitaire basis om de verleden schade te bepalen en anderzijds, met betrekking tot het vermogen om het huishouden te doen, geen melding maakt van de omstandigheden eigen aan de zaak die de verandering van de forfaitaire basis in de tijd verantwoorden en op grond daarvan beslist dat de huishoudelijke schade na consolidatie geen vaststaande schade is waarvan de dagwaarde bekend is, net omdat die schade geen vast en blijvend karakter vertoont, dat de raming van de schade door kapitalisatie niet is verantwoord omdat zij onvoldoende rekening houdt met de concrete realiteit en het verloop van de schade en dat het dus meer raadzaam is om de vergoeding van de blijvende huishoudelijke schade forfaitair te ramen, aangezien zij onmogelijk anders kan worden bepaald.

Tekst arrest

AR nr. C.13.0305.F

NV B.V. t/ J.R., L.D. en NV H.-G. V.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik van 11 februari 2013.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Tweede middel

Tweede onderdeel

Degene door wiens fout aan een ander schade is berokkend, moet die vergoeden en de getroffene heeft recht op de volledige vergoeding van de schade die hij geleden heeft.

De rechter raamt in concreto de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade.

De rechter mag slechts de raming ex aequo et bono aanwenden mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door de getroffene voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald.

In haar appelconclusie stelde de eerste verweerster voor om de blijvende huishoudelijke schade te berekenen met de kapitalisatiemethode, waarbij zij een onderscheid maakte tussen de verleden en de toekomstige schade, en voerde zij aan dat, in het verleden, het huishouden bestond uit drie personen van 15 mei 2001 tot 13 januari 2004, uit twee personen van 14 januari 2004 tot 10 december 2005 en van 28 augustus 2007 tot 11 februari 2013, de vermoedelijke datum van het te wijzen arrest, waardoor de dagelijkse basis werd vastgesteld op respectievelijk 30 euro, 25 euro en 17,50 euro, en, voor de toekomst, op een dagelijkse basis van 25 of 20 euro tegen 100 % ongeschiktheid, volgens de door haar opgegeven formule.

Het arrest stelt vast dat “[de eerste verweerster] een kapitalisatieberekening maakt, waarbij zij een onderscheid maakt tussen de verleden en de toekomstige schade; voor de verleden schade neemt ze voor de berekening van de vergoeding verschillende dagelijkse vergoedingsbasissen in aanmerking, naargelang van de wijzigingen in de samenstelling van haar huishouden, en voor haar kapitalisatieberekening neemt ze een dagelijkse basis van 25 of 20 euro en een graad van [blijvende ongeschiktheid van] 100 % in aanmerking” en dat “zij de betaling van 47.030 euro vordert voor de verleden schade en 48.557,28 euro voor de toekomstige schade”.

Het arrest overweegt enerzijds dat “het huishouden van [de eerste verweerster] sinds de consolidatie op 15 mei 2001 belangrijke wijzigingen heeft ondergaan, aangezien haar echtgenoot de echtelijke woning heeft verlaten op 6 juli 1995 en pas twaalf jaar later, in juli 2007, is teruggekeerd, dat haar zoon [...] het ouderlijk huis heeft verlaten op 10 december 2005, dat haar dochter [...] het ouderlijk huis heeft verlaten op 13 januari 2004, dat die wijzigingen in het huishouden van de getroffene een weerslag hebben gehad op de huishoudelijke taken, die [...] niet dezelfde waren wanneer men binnen het huishouden met zijn drieën, met zijn tweeën dan wel alleen leeft” en anderzijds dat “het vermogen om het huishouden te doen wijzigt na verloop van tijd en met de leeftijd”.

Het arrest dat zich enerzijds baseert op de verandering van de forfaitaire basis, zoals die door de eerste verweerster is vastgesteld om de verleden schade te bepalen, en anderzijds, m.b.t. het vermogen om het huishouden te doen geen melding maakt van de omstandigheden eigen aan de zaak die de verandering van de forfaitaire basis in de tijd verantwoorden, en op grond daarvan beslist dat “de huishoudelijke schade van [de eerste verweerster] na consolidatie geen vaststaande schade is waarvan de dagwaarde bekend is, net omdat die schade geen vast en blijvend karakter vertoont”, dat “de raming van de schade door kapitalisatie niet is verantwoord, omdat zij onvoldoende rekening houdt met de concrete realiteit en het verloop van de schade” en dat “het dus meer is aangewezen om de vergoeding van de blijvende huishoudelijke schade forfaitair te ramen, aangezien zij onmogelijk anders kan worden bepaald”, miskent de verplichting om de schade in concreto te beoordelen.

Het onderdeel is gegrond.

...

Rechtsleer:

Tijdschrift voor Verzekeringen [T. Verz.] ULRICHTS, Hilde; Analyse 'Lichamelijke schade: het Hof van Cassatie over huishoudelijke ongeschiktheid. En wat met verhoogde inspanningen bij het vervullen van huishoudelijke taken, en met de hulp van derden?' 2017, nr. 1, p. 70-81.

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: ma, 28/11/2011 - 13:09
Laatst aangepast op: do, 11/05/2017 - 12:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.