-A +A

Einde samenwoning en opzeg voor partner zonder huurrecht of eigendomsrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Bezit ter bede heeft slechts een precair karakter en biedt geen enkele waarborg inzake duur of stabiliteit, zodat de verleende gunst telkens weer in vraag kan worden gesteld.

Ons Belgisch recht kent geen recht toe aan de partij die een eigen woning van de ex-partner bewoont zonder huurrecht, noch zakelijk (genots)recht, ook al werd daarin jarenlang samengewoond.

Wel bestaat er zoiets als een «recht van bezetting ter bede», op grond waarvan de eigenaar (of huurder) aan de partner met wie hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, een verblijfs- of genotsrecht van onbepaalde duur toekent, gebaseerd op de duurzame samenwoning.

De inroeping van dit recht van bezetting ter bede heeft tot gevolg dat de (gewezen) feitelijk samenwonende partner niet van de ene op de andere dag op straat kan worden gezet, maar enkel mits naleving van een redelijke (opzeggings)termijn, rekening houdend met de duur van de samenleving en de concrete omstandigheden.»

Een van de typische kenmerken van een «bezetting ter bede» is dus dat het betrekken van de woning te allen tijde, eventueel met een termijn van enige maanden, beëindigd kan worden.

Rechtspraak: 

Vredegerecht Westerlo 28/06/2017, RW 2017-2018, 555

samenvatting

Bezit ter bede heeft slechts een precair karakter en biedt geen enkele waarborg inzake duur of stabiliteit, zodat de verleende gunst telkens weer in vraag kan worden gesteld.

Ons Belgisch recht kent geen recht toe aan de partij die een eigen woning van de ex-partner bewoont zonder huurrecht, noch zakelijk (genots)recht, ook al werd daarin jarenlang samengewoond.

Wel bestaat er zoiets als een «recht van bezetting ter bede», op grond waarvan de eigenaar (of huurder) aan de partner met wie hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, een verblijfs- of genotsrecht van onbepaalde duur toekent, gebaseerd op de duurzame samenwoning.

De inroeping van dit recht van bezetting ter bede heeft tot gevolg dat de (gewezen) feitelijk samenwonende partner niet van de ene op de andere dag op straat kan worden gezet, maar enkel mits naleving van een redelijke (opzeggings)termijn, rekening houdend met de duur van de samenleving en de concrete omstandigheden.»

Een van de typische kenmerken van een «bezetting ter bede» is dus dat het betrekken van de woning te allen tijde, eventueel met een termijn van enige maanden, beëindigd kan worden.

tekst vonnis

J.M. t/ T.V.

...

Overwegende dat eisende partij met akte verleden door notaris (...) op 29 juni 2015 de woning aankocht gelegen te (...). Hij verklaart dat mevrouw T.V., verwerende partij, bij hem inwoont maar dat die toestand niet langer houdbaar is omdat hun relatie begin januari 2017 geëindigd is. Hij verzoekt om verwerende partij te veroordelen om de voormelde woning te verlaten, onmiddellijk na de betekening van het tussen te komen vonnis.

Overwegende dat, hoewel de partijen daarover geen informatie verschaffen, toch moet worden aangenomen dat hun relatie (het betrof feitelijke samenwoning) een min of meer duurzaam karakter vertoonde. Op de datum van de aankoop van het onroerend goed was eisende partij namelijk gedomicilieerd te (...), nr. 44/A, kennelijk een hernummering van (...), nr. 44. Op dit laatste adres is mevr. T.V. eveneens gedomicilieerd vanaf 10 september 2009, zodat hun feitelijke samenwoning minstens ongeveer 7,5 jaar duurde. Het betreft in casu dus geen kortstondige relatie maar een partnerschap.

Overwegende dat eisende partij de juridische grond van haar vordering niet aangeeft. Het is echter de taak van de rechter om de rechtsregels te bepalen die op het voorliggende geschil van toepassing zijn, om m.a.w. de hem onderworpen feiten juridisch juist te kwalificeren (cf. Cass. 22 oktober 1982, RW 1984-85, 611, noot).

Overwegende dat het verblijf van mevr. T.V. in de woning eigendom van de h. J.M., eisende partij, niet als een bezetting zonder recht noch titel kan worden gekwalificeerd. Deze rechtsfiguur betreft namelijk de situatie waarbij iemand gebruikmaakt van het goed van een derde, zonder dat deze laatste zich hiermede akkoord verklaard heeft. Eisende partij is wel degelijk akkoord gegaan met het inwonen bij hem, van mevr. T.V. De precieze juridische aard van de in casu voorliggende feitelijke toestand is dan ook dat het een «bezetting ter bede» betreft, door eisende partij aan verwerende partij verleend bij wijze van gunst. Deze laatste heeft slechts een precair karakter en biedt geen enkele waarborg inzake duur of stabiliteit, zodat de verleende gunst telkens weer in vraag kan worden gesteld (cf. D. Meulemans, I. Snick en M. Snick (ed.), Handboek bezetting ter bede, Gent, Story Publishers, 2010, p. 9; B. Louveaux, Le droit du bail. Régime général, Brussel, De Boeck, 1993, p. 36-37, nrs. 61-62; M. Dambre en B. Hubeau, Woninghuur in APR, Mechelen, Kluwer, 2002, p. 122, nr. 289). In zijn annotatie onder Vred. Halle 23 juli 2008, NJW 2009, 137 omschreef G. Verschelden het aldus: «Het positieve recht biedt inderdaad recht noch titel aan de partij die een eigen woning van de ex-partner bewoont zonder huurrecht, noch zakelijk (genots)recht, ook al werd daarin jarenlang samengewoond. Dit vonnis illustreert dat er – praeter legem – wel zoiets bestaat als een «recht van bezetting ter bede», op grond waarvan de eigenaar (of huurder) aan de partner met wie hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, een verblijfs- of genotsrecht van onbepaalde duur toekent, gebaseerd op de duurzame samenwoning. De inroeping van dit recht van bezetting ter bede heeft tot gevolg dat de (gewezen) feitelijk samenwonende partner niet van de ene op de andere dag op straat kan worden gezet, maar enkel mits naleving van een redelijke (opzeggings)termijn, rekening houdend met de duur van de samenleving en de concrete omstandigheden.»

Een van de typische kenmerken van een «bezetting ter bede» is dus dat het betrekken van de woning te allen tijde, eventueel met een termijn van enige maanden, beëindigd kan worden (cf. Vred. Gent 30 januari 1998, TGR 1999, p. 98-99, nr. 3, met verwijzing naar J. Kokelenberg, «Precaire bezetting: versoepeling of ondermijning van de handelshuurwet?», RW 1970-71, 1.600).

Overwegende dat de einddatum van deze voormelde bezettingstermijn hic et nunc nog niet kan worden bepaald, gelet op hetgeen hierna volgt.

Overwegende dat beide partijen, de h. J.M. en mevr. T.V., bij akte verleden door notaris (...) op 29 juni 2015 bij de NV A.S. een hypothecair krediet hebben aangegaan ter gedeeltelijke betaling van de aankoopprijs van de woning (...) te (...), eigendom van de h. J.M. alleen. Ter zitting van 14 juni 2017 verklaarden de partijen dat zij ieder de helft van de maandelijks aan NV A.S. verschuldigde mensualiteit betaalden.

Dit is een handelswijze die kan worden onderschreven. Meer zelfs: van meet af aan moet duidelijk worden gesteld dat de beëindiging van het partnerschap tussen de gedingvoerende partijen aan mevr. T.V. (die daaromtrent overigens geen vordering stelt) geenszins het recht verschaft om het gedeelte dat zij alleen aan A.S. afbetaalde, van de h. J.M. terug te vorderen, gelet op het voordeel dat zij haalde uit de bewoning van het huis (samen met J.M.). Het betrof hier immers de vrijwillige uitvoering van een natuurlijke verbintenis, als juridische verwoording van de solidariteitsplicht die (ook) bestaat tussen feitelijke partners (cf. Gent 3 maart 2011, nr. 2009/AR/870 onuitg.; Antwerpen 15 maart 2016, T.Not. 2016, 285; Antwerpen 20 mei 2015, RABG 2015, 1.106).

Overwegende dat een en ander echter fundamenteel is veranderd door de beëindiging van de relatie tussen de gedingvoerende partijen. Daardoor zal de bezetting ter bede binnenkort een einde nemen (cf. supra) en komt het voordeel dat mevr. T.V. uit de bewoning haalt, te vervallen. Daardoor komt eveneens een einde aan de hierboven vermelde natuurlijke verbintenis. Die relatiebeëindiging heeft evenwel geen invloed op de verbintenissen en verplichtingen die mevr. T.V. (zowel als de h. J.M.) in het kader van het hypothecair krediet hebben opgenomen ten opzichte van NV A.S. In de praktijk komt dit erop neer dat mevr. T.V. verder dient af te betalen voor de woning die exclusief eigendom is van haar ex-partner en waarin zij niet meer mag verblijven of wonen. Dit is onredelijk. Alvorens derhalve de einddatum van de bezettingstermijn wordt bepaald, dient eisende partij het bewijs voor te leggen dat hij de verbintenissen en verplichtingen, vervat in de akte van hypothecair krediet verleden door notaris (...) op 29 juni 2015, ten opzichte van NV A.S., voor de toekomst op hemzélf alleen neemt. Daartoe wordt het debat ambtshalve heropend.

 

Gerelateerd
Gerelateerde modellen: 
Nog dit: 

Opgelet. Een modelovereenkomst ter bede is maatwerk en laat zich niet vatten in een vast model. Met modellen kan u in specifieke gevallen in moeilijkheden raken, nu contracten ter bede niet wettelijk geregeld zijn en de minste verkeerde clausulering ernstige gevolgen kan hebben op burgerlijk of fiscaal vlak. U kan ons contacteren met melding van uw specifieke behoeften waarna we u een aangepast contract kunnen bezorgen.

0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: wo, 29/11/2017 - 14:24
Laatst aangepast op: wo, 29/11/2017 - 14:24

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.