-A +A

Devolutieve uitwerking van het hoger beroep

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Tantum devolutum quantum appellatum.

 

Slechts wat vermeld staat in de beroepsakte, wordt behandeld door de rechter in hoger beroep:

Letterlijk slechts hetgeen in hoger beroep aan de rechter wordt voorgelegd maakt het voorwerp uit van het beroep.

Juridisch: de devolutieve werking van het hoger beroep is beperkt tot hetgeen de eerste rechter heeft uitgesproken en waartegen beroep werd ingesteld.

Vollediger: appellanten en geïntimeerden bepalen zelf op hoofdberoep en tegenberoep de grenzen van de betwistingen die aan de beroepsrechter worden voorgelegd. De rechter in beroep mag geen zaken van d eeerste rechter hervormen die niet werden aangevochten op straffe van cassatie.

Met dit adagium wordt de gewone werking van het devolutief karakter van het hoger beroep uitgelegd. Maar het adagium gaat voorbij aan de buitengewone devolutieve kracht, terwijl evenzeer dit adagium de regel uitsluit dat oorspronkelijke eisen worden uitgebreid of nieuwe eisen in beroep worden ingesteld, hetgeen vroeger in het Belgisch recht niet kon en thans onder bepaalde voorwaarden wel.

uittreksel uit het gerechtelijk wetboek:

Devolutieve kracht van het hoger beroep

en recht om de zaak aan zich te trekken.

 

Art. 1068. Hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen maakt het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.
Deze verwijst de zaak alleen dan naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

Art. 1069. (opgeheven) 

Art. 1070. De rechtbank van eerste aanleg, en, in voorkomend geval, de rechtbank van koophandel die zitting houdt in tweede aanleg, beslist over de zaak zelf en daartegen staat hoger beroep open indien het geschil tot haar bevoegdheid behoorde. 

Art. 1071. Indien de partijen of een van hen geen conclusie hebben genomen over de zaak zelf voor de eerste rechter of voor de rechter in hoger beroep, verwijst deze de zaak naar een latere zitting, waar over de zaak zelf conclusie zal worden genomen en beslist.

Art. 1072. De rechter in hoger beroep houdt, wanneer daartoe grond bestaat, zijn eindbeslissing aan totdat de maatregelen zijn uitgevoerd, die de eerste rechter of hij zelf heeft bevolen alvorens recht te doen.
Behoudens de uitzondering bepaald in artikel 1068, tweede lid, staat de uitvoering van die maatregelen aan de eerste rechter of aan de rechter in hoger beroep, naar gelang deze laatste beslist.

Franse term: 
l'effet dévolutif de l'appel ne se produit que dans mesure de l'acte d'appel
Rechtspraak: 

• Cassatie 17/09/2015, juridat, AR C.14.0332.N

Samenvatting 

Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep; hieruit volgt dat door het hoger beroep het geschil op de rechter in hoger beroep overgaat met alle feitelijke en juridische vragen die daarmee samenhangen (1). (1) Cass. 18 maart 1999, AR C.97.0444. F, AC 1999, nr. 163.

Tekst arrest

Nr. C.14.0332.N
tegen
INDUVER GENT nv, met zetel te 9070 Destelbergen, Meersstraat 162,
verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 24 maart 2014.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. De appelrechters oordelen dat:
- het wettig geregeld oogmerk van de wraking ertoe strekt de geviseerde rechter te onttrekken van de verdere behandeling van de zaak;
- waar aan de wraking aldus geen terugwerkende kracht toekomt, deze dan ook geen effect vermag te hebben op de voorgaande handelingen die door deze rechter werden gesteld op een ogenblik dat zijn wraking niet aan de orde was;
- het door de eiseres voor het eerst op 14 november 2012 ingediende verzoek tot wraking niet tot gevolg kon hebben dat de eerder gewezen vonnissen van 22 januari 2007 en 4 juni 2009 onvermijdelijk nietig dienden te worden bevonden, minstens volledig buiten beschouwing dienden te blijven.

2. Gelet op dit oordeel dienden de appelrechters niet meer te antwoorden op het in het onderdeel bedoeld verweer, dat niet meer dienstig was.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Tweede subonderdeel

3. Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Hieruit volgt dat door het hoger beroep het geschil op de rechter in hoger beroep overgaat met alle feitelijke en juri-dische vragen die daarmee samenhangen.

Een miskenning van het recht van een partij op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd kan in burgerlijke zaken dan ook niet aangenomen worden wanneer enkel een gebrek aan onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de eerste rechter wordt aangevoerd en blijkt dat de appelrechters, waarvan de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid niet in vraag worden gesteld, het geschil algeheel opnieuw hebben beslecht.

4. De appelrechters stellen niet-betwist vast dat:
- zoals de eiseres overigens zelf uitdrukkelijk erkent, het hof van beroep in de op 18 juni 2007 en 13 december 2010 gewezen arresten in alle onafhankelijkheid en onpartijdigheid geoordeeld heeft over het door de eiseres zowel tegen het vonnis van 22 januari 2007 als tegen het vonnis van 4 juni 2009 ingesteld hoger beroep waarmee de tussen partijen bestaande betwisting aan de beoordeling van de rechter in hoger beroep werd voorgelegd;
- anders dan de eiseres voorhoudt, de voormelde beroepsprocedures dan ook niet hebben voortgebouwd op de bestreden vonnissen;
- het hof van beroep op basis van de voorliggende objectieve gegevens en van de eigen en van de bestreden vonnissen losstaande beoordelingen en overwegin-gen, als onafhankelijke en onpartijdige beroepsinstantie, de door de eiseres in-gestelde hoger beroepen als ongegrond heeft afgewezen;
- uit niets blijkt dat het door de eiseres ingeroepen gebrek aan onpartijdigheid van de eerste rechter enige ontoelaatbare invloed heeft gehad op het hof van beroep;
- dit aangevoerd gebrek aan onpartijdigheid van de eerste rechter een eerlijk pro-ces niet onmogelijk heeft gemaakt voor het hof van beroep, dat zich geenszins gehouden achtte door de door de eerste rechter al gemaakte beoordeling en in alle onafhankelijkheid de door de eiseres ingestelde hoger beroepen heeft be-oordeeld.

5. Uit deze niet-betwiste vaststellingen blijkt dat de appelrechters, waarvan de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid niet in vraag werden gesteld, de zaken algeheel opnieuw hebben beslecht, zodat het aangevoerde gebrek aan onpartijdig-heid van de eerste rechter geen miskenning van het recht van de eiseres op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd, noch van haar recht van verdediging tot gevolg kan hebben.

Het subonderdeel kan niet worden aangenomen.

Eerste subonderdeel

6. Uit het antwoord op het tweede subonderdeel volgt dat het subonderdeel dat uitsluitend betrekking heeft op de aangevoerde nietigheid van de vonnissen in eerste aanleg geen belang vertoont en mitsdien niet ontvankelijk is.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 706,49 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: di, 05/01/2016 - 15:17
Laatst aangepast op: do, 09/02/2017 - 12:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.