-A +A

Cognossement of vrachtbrief

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een cognossement, vrachtbrief of beurtvaartadres is een eigendomsdocument, dat wordt opgesteld en verstrekt, oorspronkelijk door een schipper, later een scheepvaartmaatschappij en is een verklaring dat in het cognossement omschreven goederen zijn geladen. Bij aankomst dient het cognossement als eigendomsbewijs, waar het meestal aan de nieuwe eigenaar van de goederen wordt overhandigd (dit ontvangstbewijs wordt soms ook stuurmansreçu genoemd) in ruil voor een wissel. De goederen kunnen dan na overlegging van het cognossement in ontvangst worden genomen.

Aantal exemplaren

Van elk cognossement worden 4 exemplaren opgesteld. Eén exemplaar wordt door de bevrachter ondertekend en is voor de kapitein. De 3 andere exemplaren worden door de kapitein ondertekend en zijn voor de bevrachter, de geadresseerde en de rederij. Op het exemplaar voor de geadresseerde staat ORIGINAL en dit is het enige verhandelbare exemplaar. Na het ondertekenen geeft de kapitein de ORIGINAL aan de bevrachter en hij stuurt deze op naar de geadresseerde.

Soorten

Volgens overdraagbaarheid:

• Cognossement op naam: Alleen de aangeduide persoon kan de goederen in ontvangst nemen.
• Cognossement aan toonder: Iedereen met het cognossement kan de goederen in ontvangst nemen.
• Cognossement aan order: Het cognossement kan aan derden overgemaakt worden via een eenvoudig endossement.

Volgens garanties 

  • Schoon cognossement: Op het cognosement staan geen clausules die op schade van de goederen wijzen.
  • Vuil cognossement: Op het cognossement staan beperkende clausules.
  • Waarborgbrief: De bevrachter stelt een waarborgbrief op zodat men niet alle clausules op het cognossement moet zetten. Deze waarborgbrief zorgt ervoor dat de kapitein en de bevrachter geen verantwoordelijkheid meer hebben.

Rechtspraak:

• Hof van Cassatie 3 september 2015, RW 2015-2016, 459

Samenvatting

Bij een verzendingskoop dient de rechter de plaats van de levering van de goederen te bepalen aan de hand van alle relevante voorwaarden en clausules van de overeenkomst, met inbegrip van de voorwaarden en clausules die algemeen erkend en in de internationale handel gebruikelijk zijn, zoals de door de Internationale Kamer van Koophandel opgestelde Incoterms. Bij een verkoop CFR vindt de levering door de verkoper aan de koper eerst plaats wanneer deze laatste in het bezit wordt gesteld van het cognossement, zodat hij gerechtigd is om van de zeevervoerder de afgifte van de goederen te verkrijgen in de bestemmingshaven en in staat is zijn verplichting tot inontvangstneming na te komen.

Tekst arrest

AR nr. C.14.0289.N

NV T.S. t/ Vennootschap naar Spaans recht A.P.Q.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 16 december 2013.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens art. 5.1., a) van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke handelszaken kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat in een andere lidstaat worden opgeroepen, ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd.

Krachtens art. 5.1., b) eerste streepje, van deze verordening is voor de toepassing van deze bepaling en tenzij anders is overeengekomen, de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken, de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden.

2. Uit de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie blijkt dat bij verzendingskoop de plaats waar de goederen volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden, op basis van de bepalingen van deze overeenkomst moet worden bepaald (HvJ 25 februari 2010, Car Trim GmbH, C-381/08, rechtsoverwegingen 54-55; HvJ 9 juni 2011, Electrosteel Europe SA, C-87/10, rechtsoverweging 16). De nationale rechter moet alle relevante voorwaarden en clausules van deze overeenkomst in beschouwing nemen, op basis waarvan deze plaats duidelijk kan worden aangewezen, met inbegrip van de voorwaarden en clausules die algemeen erkend en in de internationale handel gebruikelijk zijn, zoals de door de Internationale Kamer van Koophandel opgestelde “Incoterms” (HvJ 9 juni 2011, Electrosteel Europe SA, rechtsoverwegingen 22-23). Indien de plaats van levering niet kan worden bepaald zonder toepassing van het op de overeenkomst toepasselijke materiële recht, is dit de plaats van de materiële overdracht van de goederen, waardoor de koper op de eindbestemming van de verkooptransactie de feitelijke beschikkingsmacht over deze goederen heeft verkregen of had moeten verkrijgen (HvJ 25 februari 2010, Car Trim GmbH, rechtsoverweging 62; HvJ 9 juni 2011, Electrosteel Europe SA, rechtsoverweging 16).

3. De Incoterm “Cost and Freight” (hierna: CFR), zoals vastgelegd door de internationale Kamer van Koophandel in 2000 en van kracht op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst tussen de partijen, heeft tot gevolg dat de verkoper instaat voor de vracht en de kosten van het zeevervoer tot aan de overeengekomen bestemmingshaven en dat het risico voor verlies van of schade aan de goederen overgaat op de koper zodra deze aan boord van het schip zijn gebracht. Onder punt A4 met als opschrift “Delivery” (“Levering”) wordt bepaald dat de verkoper de goederen dient te leveren aan boord van het schip in de haven van vertrek op het overeengekomen tijdstip en dat de verkoper aan de leveringsplicht onder CFR-voorwaarden voldoet zodra de goederen aan boord van het schip werden gebracht in de vertrekhaven. Krachtens punt B.4 “Taking delivery” (“Inontvangstneming”) dient de koper de goederen die overeenkomstig het bepaalde in punt A4 werden geleverd, in ontvangst te nemen van de zeevervoerder in de overeengekomen bestemmingshaven.

Hieruit volgt dat bij een verkoop CFR de levering door de verkoper aan de koper eerst plaatsvindt wanneer deze laatste in het bezit wordt gesteld van het cognossement, zodat hij gerechtigd is om van de zeevervoerder de afgifte van de goederen te verkrijgen in de bestemmingshaven en in staat is zijn verplichting tot inontvangstneming na te komen.

4. De appelrechters stellen vast dat:

– een Belgische koper (de eiseres) op 3 maart 2004 bij een Spaanse verkoper (de verweerster) twee bestellingen plaatste voor de levering van 13 ton krabvlees;

– de koopovereenkomst werd gesloten onder de voorwaarden “CFR Antwerp” en “Cash against documents”;

– de goederen werden vervoerd onder cognossement vanuit Busan (Zuid-Korea) naar Antwerpen, waar zij op 21 april 2004 werden gelost;

– volgens de eiseres de overdracht van het cognossement gebeurde in Antwerpen op de maatschappelijke zetel van de eiseres;

– tussen de partijen betwisting ontstond over de kwaliteit van de goederen en in een verslag van SGS werd vastgesteld dat de goederen niet voldeden;

– de eiseres bij gerechtsdeurwaardersexploot van 8 juli 2005 de verweerster heeft gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen strekkende tot de ontbinding van de overeenkomst en tot schadevergoeding.

5. De appelrechters die hun bevoegdheid afwijzen omdat de goederen aan boord van het zeeschip werden gebracht te Busan (Zuid-Korea) en dit de plaats van levering is overeenkomstig de Incoterm “CFR Antwerp”, zonder de overhandiging van het cognossement, noch de clausule “Cash against documents” in hun oordeel te betrekken, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het oordeel is gegrond.

Rechtsleer:

• J. Heenen, Vente et commerce maritime, Brussel, Bruylant, 1952, p. 142-143, nr. 128;

• J. Van Ryn en J. Heenen, Principes de droit commercial, Brussel, Bruylant, 1981, p. 632, nr. 793;

• I. De Weerdt, Zeerecht, III, 2008, p. 309, nr. 1611; W. Hau, “Die Kaufpreisklage des Verkäufers im reformierten europäischen Vertragsgerichtstand” , JZ 2008, 978;

• S. Leible, “Bestimmung des Lieferorts beim Versendungskauf”, EuZW 2011, 606.

Rechtsleer: 

• J. Heenen, Vente et commerce maritime, Brussel, Bruylant, 1952, p. 142-143, nr. 128;

• J. Van Ryn en J. Heenen, Principes de droit commercial, Brussel, Bruylant, 1981, p. 632, nr. 793;

• I. De Weerdt, Zeerecht, III, 2008, p. 309, nr. 1611; W. Hau, “Die Kaufpreisklage des Verkäufers im reformierten europäischen Vertragsgerichtstand” , JZ 2008, 978;

• S. Leible, “Bestimmung des Lieferorts beim Versendungskauf”, EuZW 2011, 606.

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: za, 19/05/2012 - 12:33
Laatst aangepast op: za, 19/12/2015 - 17:43

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.