-A +A

Centraal strafregister rechtspersonen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie, (Belgisch Staatsblad 30/12/2016),  ook de vierde potpourriwet geheten, voorziet in de toepassing van het centraal strafregister voor rechtspersonen.Nieuw is ook elke herroeping van elke uitspraak ieder uitstel en elke verbodsbepaling opgelegd door een onderzoeksrechter ten aanzien van een persoon die vrij is onder voorwaarden, om een activiteit uit te oefenen waarbij hij in contact zou komen met minderjarigen en niet alleen wanneer de
veroordeelde geen woon- of verblijfplaats heeft in het België aan het centraal strafregister dient medegedeeld en ingeschreven in dit register.

Uitreksel uit de potpourriwet van 25/12/2016:

Art. 15. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 112undecies ingevoegd, luidende :
"Art. 112undecies. Het kenbaar maken van de identiteit van het lid van de politiediensten die overeenkomstig dit hoofdstuk wordt afgeschermd, buiten de gevallen waarin artikel 112decies voorziet, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot twee jaar en met geldboete van driehonderd euro tot drieduizend euro of met een van die straffen alleen. Dezelfde straf is van toepassing op het zich onrechtmatig toegang verschaffen tot het register bedoeld in artikel 112septies.".

Art. 16. In artikel 441 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 14 februari 2014, worden de woorden "op vertoon van een uitdrukkelijk bevel, hem door de minister van Justitie gegeven," vervangen door de woorden "op verzoek van een procureur-generaal bij het hof van beroep of van de minister bevoegd voor Justitie,".

Art. 17. In artikel 464/2, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 februari 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"De in het eerste lid bedoelde politiediensten genieten de bescherming van hun identiteit onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 112quater en 112quinquies.".

Art. 18. In artikel 589 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het tweede lid, 3°, wordt vervangen als volgt :
"3° natuurlijke personen en rechtspersonen ingeval zij een uittreksel uit het Strafregister moeten voorleggen;";
b) in het derde lid worden de woorden "het Ministerie van Justitie" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Justitie";
c) het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"Deze gegevens kunnen dienen als grondslag voor statistieken uitgewerkt en verspreid op initiatief van de Federale Overheidsdienst Justitie.".

Art. 19. In artikel 590, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 3 worden de woorden ", gewone of" ingevoegd tussen de woorden "herroeping van het" en "probatie-uitstel";
b) in de bepaling onder 16 worden de woorden "of rechtspersonen die hun maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel in België hebben" ingevoegd tussen de woorden "ten aanzien van Belgen" en de woorden "die krachtens internationale overeenkomsten ter kennis van de Belgische Regering worden gebracht";
c) in de bepaling onder 18 worden de woorden ", wanneer het personen betreft die geen woon- of verblijfplaats in België hebben" opgeheven.

Art. 20. Artikel 591 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997, wordt vervangen als volgt :
"Art. 591. § 1. De schriftelijk bij naam aangewezen ambtenaren van niveau A van de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie, de hoofdgriffiers, de griffiers-hoofden van dienst en de griffiers van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde hebben, uitsluitend in het kader van het beheer van het Strafregister, toegang tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 8°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
De personen bedoeld in artikel 593 hebben in het kader van de raadpleging van het Strafregister toegang tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9° en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
§ 2. De personen bedoeld in paragraaf 1 mogen de identificatienummers van het Rijksregister van de natuurlijke personen alleen gebruiken voor de identificatie van de in het Strafregister opgenomen of op te nemen personen.
Zij mogen het inschrijvingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in artikel III.49 van het Wetboek van economisch recht alleen gebruiken voor de identificatie van de in het Strafregister opgenomen of op te nemen rechtspersonen.
§ 3. De personen bedoeld in paragraaf 1 kunnen de bevoegdheden bedoeld in paragraaf 2 overdragen aan één of meer schriftelijk bij naam aangewezen personen binnen hun dienst. Dergelijke delegaties moeten met redenen zijn omkleed en verantwoord door de behoeften van de dienst.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder die delegaties worden verleend.".

Art. 21. In artikel 592 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd luidende :
"Indien de beslissing is uitgesproken door van een rechtscollege, dat noch een politierechtbank noch een rechtbank van eerste aanleg zetelend in hoger beroep tegen een vonnis van een politierechtbank is, en die beslissing heeft betrekking op een rechtspersoon die zijn statuten in België heeft neergelegd, zenden de griffiers bovendien een uittreksel van deze beslissing aan de griffie van het rechtscollege waar de statuten van deze rechtspersoon zijn neergelegd.".

Art. 22. In artikel 593 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997 en gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2004, 31 juli 2009 en 21 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "de vrederechters," ingevoegd tussen de woorden "de onderzoeksrechters," en de woorden "de rechters en de assessoren van de strafuitvoeringsrechtbanken";
2° in het tweede lid worden de woorden "vrederechters," ingevoegd tussen de woorden "onderzoeksrechters," en de woorden "rechters en assessoren van de strafuitvoeringsrechtbanken".

Art. 23. In artikel 595 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997 en gewijzigd bij de wetten van 15 mei 2006, 31 juli 2009 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "Een ieder" vervangen door de woorden "Elke natuurlijke persoon of elke persoon bekwaam om een rechtspersoon te vertegenwoordigen,", en worden de woorden "of, naar gelang het geval, op de rechtspersoon" ingevoegd tussen de woorden "op hem" en de woorden "betrekking hebben";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel. Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats. Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie.";
3° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"Elke natuurlijke persoon, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van de rechtstreeks op hem betrekking hebbende gegevens uit het Strafregister, overeenkomstig artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Ieder persoon bevoegd om een rechtspersoon te vertegenwoordigen, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van gegevens uit het Strafregister die betrekking hebben op de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt.".

Art. 24. Artikel 596, derde lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997, wordt vervangen als volgt :
"De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel. Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats. Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie.".

Art. 25. Artikel 598 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997, wordt vervangen als volgt :
"Art. 598. De gegevens van het Strafregister die betrekking hebben op overleden natuurlijke personen of rechtspersonen na afsluiting van de vereffening, gerechtelijke ontbinding of ontbinding zonder vereffening, worden eenmaal per jaar aan het Algemeen Rijksarchief toegezonden.".

Art. 26. In artikel 624 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964 en gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1997, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Herstel in eer en rechten is afhankelijk van een proeftijd gedurende dewelke de verzoeker die een natuurlijke persoon is in België of in het buitenland een vaste verblijfplaats moet hebben gehad en blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag.
Wanneer het een rechtspersoon betreft, is het herstel in eer en rechten afhankelijk van een proeftijd gedurende dewelke de rechtspersoon zijn bedrijfszetel of een exploitatiezetel in België moet hebben gehad en worden de elementen die in aanmerking komen om de aanvraag tot herstel in eer en rechten te beoordelen door de procureur des Konings bepaald.".

Art. 27. In artikel 628 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964 en gewijzigd bij de wetten van 9 januari 1991 en 8 augustus 1997, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
"De verzoeker richt zijn aanvraag tot herstel in eer en rechten aan de procureur des Konings van het arrondissement waarin hij verblijft of indien het een rechtspersoon betreft, waarin zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel gevestigd is, onder opgave van de veroordelingen waarop de aanvraag betrekking heeft en van de plaatsen waar hij gedurende de proeftijd verbleven heeft of zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel heeft gehad.
Wanneer de verzoeker in het buitenland verblijft of indien het een rechtspersoon betreft die zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel in het buitenland heeft, wordt de aanvraag gericht aan de procureur des Konings van het arrondissement Brussel.".

Art. 28. Artikel 629 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964 en gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1997 en 1 februari 2016, wordt vervangen als volgt :
"Art. 629. § 1. Wanneer de verzoeker een natuurlijke persoon is, laat de procureur des Konings zich afgeven :
1° een uittreksel uit het strafregister van de verzoeker;
2° een voor eensluidend verklaard uittreksel uit alle arresten en vonnissen in strafzaken die de verzoeker betreffen;
3° een uittreksel uit het moraliteitsregister van de verzoeker gehouden tijdens de uitvoering van de vrijheidsstraffen of de maatregelen van vrijheidsbeneming die hij heeft ondergaan;
4° de verklaringen van de burgemeesters van de gemeenten waar hij gedurende de proeftijd heeft verbleven, betreffende het tijdstip en de duur van zijn verblijf in elke gemeente, zijn beroepsarbeid, zijn middelen van bestaan en zijn gedrag gedurende die tijd.
De in het eerste lid, 2°, bedoelde uittreksels vermelden, benevens de juiste aard van de feiten en de uitgesproken straffen of maatregelen, iedere veroordeling tot teruggave, tot schadevergoeding jegens een burgerlijke partij en in de proceskosten.
§ 2. Wanneer de verzoeker een rechtspersoon is, laat de procureur des Konings zich afgeven :
1° een uittreksel uit het strafregister van de verzoeker;
2° een voor eensluidend verklaard uittreksel uit alle arresten en vonnissen in strafzaken de verzoeker betreffende.
Die uittreksels vermelden, benevens de juiste aard van de feiten en de uitgesproken straffen of maatregelen, iedere veroordeling tot teruggave, tot schadevergoeding jegens een burgerlijke partij en in de proceskosten.
3° de verklaringen van de burgemeesters van de gemeenten waar de rechtspersoon zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel gevestigd was tijdens de proeftijd, betreffende de elementen die door de procureur des Konings worden bepaald om de aanvraag tot herstel in eer en rechten te beoordelen.
Wanneer de verzoeker een rechtspersoon is met maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel in het buitenland, bepaalt de procureur des Konings welke verklaringen moeten worden overgelegd ter vervanging van de hierboven bedoelde, of verschaft zich de nodige bescheiden.
§ 3. De procureur des Konings wint ambtshalve of op verzoek van de procureur-generaal alle nodig geachte inlichtingen in. Hij zendt het dossier met de stukken en zijn advies aan de procureur-generaal.
Wanneer de veroordeelde een natuurlijke persoon is en een straf heeft ondergaan voor feiten bedoeld in de artikelen 371/1 tot 378 van het Strafwetboek of voor feiten bedoeld in de artikelen 379 tot 386ter van hetzelfde Wetboek indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, bevat het dossier het advies van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten.".

Art. 29. In artikel 630 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964, wordt het negende lid vervangen als volgt :
"De verzoeker moet verschijnen op elke terechtzitting, behalve op die waarop het arrest wordt uitgesproken. De verzoeker die natuurlijke persoon is, verschijnt in persoon. De verzoeker die rechtspersoon is, verschijnt in de persoon van degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.".

Art. 30. In artikel 632 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Van het herstel in eer en rechten wordt melding gemaakt op de kant van de eindarresten of -vonnissen waarvoor het wordt verleend; een uittreksel uit het arrest wordt gezonden aan de minister van Justitie, aan de procureur des Konings die verslag heeft gedaan, aan de burgemeester van de gemeente waar de verzoeker zijn woonplaats of indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel heeft. Indien de in eer en rechten herstelde een privaatrechtelijke rechtspersoon is die zijn statuten in België heeft neergelegd, dan wordt een uittreksel van het arrest toegezonden aan de griffie van het rechtscollege waar de statuten van deze zijn neergelegd.".

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 13/01/2017 - 12:37
Laatst aangepast op: vr, 13/01/2017 - 12:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.