-A +A

Bindende derdenbeslissing begrip

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Beslissing genomen door een derde voorafgegaan door een overeenkomst waarin partijen conventioneel hebben vastgelegd een feiteijk of een onzeker juridisch element te beslechten en de beslissing als bindend te erkennen, onverminderd een marginaal toetsingsrecht van de rechter.

Deze derdenbeslissing staat los van de arbitrageprocedure en in onderscheiden van bemiddeling of onderhandeling. Bij een bindende derdenbeslissing worden er geen wederzijdse toegevingen gedaan.

De bindende derdenbeslissing ontleent haar obligatoire kracht aan de bindende kracht van overeenkomsten; bijgevolg kan aan de derdenbeslissing geen bindende kracht worden verleend wanneer de derde zijn opdracht niet heeft uitgevoerd overeenkomstig hetgeen door de partijen was overeengekomen. (Zie Cass. 28/10/2016, RW 2017-2018, 1135 en juridat)

Art. 1134 B.W. bepaalt dat alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die deze hebben aangegaan, tot wet strekken.

Art. 1592 B.W. bepaalt dat de bepaling van de koopprijs aan een derde kan worden overgelaten.

Krachtens art. 1134 en 1592 B.W. kunnen de partijen aan een derdebeslisser opdragen de waarde van de door de ene partij aan de andere partij over te laten aandelen bindend voor hen te bepalen. Zij kunnen de derdebeslisser daarbij ook opdragen bepaalde parameters in acht te nemen.

Als de partijen aan een derdebeslisser opdragen de aandelenwaarde te bepalen op grond van door hen op bindende wijze vastgelegde criteria en de rechter vaststelt dat de derdebeslisser zich op andere parameters heeft gebaseerd, vermag de rechter zich niet in de plaats van de derdebeslisser te stellen door zelf de waarde van de aandelen te bepalen op grond van die criteria.

In een arrest van het Hof van cassatie werd dan dan ook beslist, na te hebben vastgesteld dat de derdebeslisser zijn beslissing baseert op boekhoudkundige gegevens die afwijken van de door de partijen opgelegde parameters, bepalen de appelrechters op grond van de opgelegde parameters zelf de waarde van de over te nemen aandelen van de firma W.W. & Co waardoor aldus het aanvohten arrest 1134 B.W schond en het cassatiemiddel gegrond werd geaxht.

...

zie Hof van Cassatie, 1e Kamer – 31 oktober 2008, RW 2009-2010 met Noot. A. Van Oevelen, De bepaling van de koopprijs door een derde: een bindende derdenbeslissing,

 

Franse term: 
tierce décision obligatoire
Rechtspraak: 

Cassatie 28/10/2016, AR C.15.0528.N

Samenvatting

De bindende derdenbeslissing ontleent haar obligatoire kracht aan de bindende kracht van overeenkomsten; bijgevolg kan aan de derdenbeslissing geen bindende kracht worden verleend wanneer de derde zijn opdracht niet heeft uitgevoerd overeenkomstig hetgeen door de partijen was overeengekomen

Tekst arrest

Nr. C.15.0528.N
1. BUCHEN INDUSTRIAL SERVICES nv, met zetel te 2250 Olen, Hoog-buul 17,
2. HDI-GERLING INDUSTRIE VERSICHERING AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 30659 Hannover (Duitsland), HDI-Platz 1,
eiseressen,
tegen
1. AGRO - INVE nv, met zetel te 9130 Verrebroek (Beveren), Kieldrechtse-baan 51/2,
2. AMLIN INSURANCE SE, voorheen Amlin Europe nv, met zetel te EC 34 4AG Londen (Groot-Brittanië), The Leadenhall Building, 122 Leanden Wall Street,
verweersters,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Dendermonde, van 21 augustus 2015.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee mid-delen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De bindende derdenbeslissing ontleent haar obligatoire kracht aan de bin-dende kracht van overeenkomsten. Bijgevolg kan de derdenbeslissing geen uit-werking krijgen wanneer de derde zijn opdracht niet heeft uitgevoerd overeen-komstig hetgeen door de partijen was overeengekomen.

2. De appelrechters stellen vast dat:
- de partijen bij overeenkomst van 3 mei 2010 de heer Top als deskundige heb-ben aangesteld met als opdracht "de technische oorzaak van de brand te bepa-len" en overeenkwamen om "de conclusie van de deskundige te zullen aan-vaarden";
- de deskundige zich expliciet beperkt heeft tot "een nazicht van de potentiële oorzaken behorend tot het gebouw, namelijk de muren en de nutsvoorzieningen die zich in of op de muren bevonden en wat concreet neerkwam op een onder-zoek van de elektriciteitsinstallatie";
- de deskundige geen rekening heeft gehouden met mogelijke oorzaken beho-rend tot de inboedel van het gebouw.

3. Door op grond van die vaststellingen te oordelen dat de deskundige "zijn opdracht niet volledig heeft uitgevoerd" zodat "zijn conclusies niet bindend dienen te worden verklaard" , verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.
Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

4. De appelrechters oordelen dat er twijfel blijft bestaan over de juiste oorzaak van de brand, zodat de eerste eiseres als huurster aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden.

5. De appelrechters geven hiermee te kennen dat niet bewezen is dat de brand is ontstaan buiten de schuld van de eerste eiseres.

6. Door aldus te oordelen, stellen de appelrechters zich niet in de plaats van de derdebeslisser en schenden zij derhalve evenmin artikel 1134 Burgerlijk Wetboek.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

7. De appelrechters oordelen niet alleen dat de clausule van afstand van ver-haal geldig is, maar ook dat er twijfel blijft bestaan over de juiste oorzaak van de brand, zodat de eerste eiseres aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden.

8. Die zelfstandige in het eerste middel tevergeefs bekritiseerde reden, draagt de bestreden beslissing.
Het onderdeel is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseressen tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 2288,29 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, in openbare rechtszitting van 28 oktober 2016 uitgesproken

C.15.0528.N
Conclusie van advocaat-generaal Van Ingelgem:

I. SITUERING

1. Eerste eiseres huurde een pand van eerste verweerster. Ingevolge brand ontstond schade aan het pand en aan de goederen van eerste eiseres. Deze schade werd door tweede eiseres, als verzekeraar van eerste eiseres, vergoed.

2. Eiseressen dagvaardden daarna eerste verweerster en haar verzekeraar, tweede verweerster, teneinde vergoeding te bekomen. Deze vordering wordt door de bestreden beslissing afgewezen als ongegrond.

3. Tegen deze beslissing voeren eiseressen twee middelen tot cassatie aan.

II. BESPREKING VAN HET MIDDEL.

1. In deze hebben de partijen een deskundige aangesteld met als opdracht de technische oorzaak van de brand te bepalen, en zijn zij overeengekomen dat zij zijn conclusies zullen aanvaarden.

1.2. De vraag rijst dan ook of de appelrechters gebonden zijn door de conclusies van die deskundige, volgens dewelke de oorzaak ligt in het gebouw zelf.

1.3. Krachtens artikel 1733 Burgerlijk Wetboek is de huurder aansprakelijk voor brand, tenzij hij bewijst dat de brand buiten zijn schuld is ontstaan. Uit deze bepaling en artikel 1735 Burgerlijk Wetboek volgt dat de huurder t.a.v. de verhuurder of de in diens rechten getreden persoon dient aan te tonen dat hij zelf noch de personen voor wie hij instaat, enige fout hebben begaan die de brand mede heeft veroorzaakt. De huurder is niet ertoe gehouden om op positieve wijze de oorzaak van de brand aan te tonen, maar het volstaat dat hij op basis van voldoende precieze en overeenstemmende vermoedens de onmogelijkheid aantoont van een dergelijke fout die de brand mede zou hebben veroorzaakt(1).

1.4. De appelrechters onderzoeken of bewezen is dat de brand buiten de schuld van de huurder is ontstaan.

1.5. Door het sluiten van een overeenkomst tot bindende derdenbeslissing gaan partijen akkoord om hun beslissingsmacht over de aan de derdenbeslissing onderworpen feiten over te dragen aan een derde. In die optiek ontleent de derdenbeslissing haar bindende kracht aan de bindende kracht van overeenkomsten (cf. art. 1134 BW).

1.6. In voormelde context rijst derhalve de vraag hoever de toetsingsbevoegdheid reikt van de rechter die wordt verzocht zich te buigen over de rechtsgeldigheid van de bindende derdenbeslissing.

1.7. Aangenomen wordt dat een marginale toetsing van de derdenbeslissing steeds mogelijk is en blijft, omdat partijen zich onmogelijk verbonden kunnen hebben om kennelijk onredelijke of arbitraire beslissingen te aanvaarden(2). Ook materiële of grove vergissingen in de besluitvorming van de derde kunnen ongedaan worden gemaakt door de rechter(3). De rechtspraak acht zich bovendien ook bevoegd te controleren of de overeenkomst correct werd uitgevoerd en de beslissing volledig conform de in de overeenkomst omschreven opdracht werd genomen(4). In wezen betreft het hier een controle op de inhoudelijke (feitelijke) voorwaarden waaraan de derde zijn bevoegdheid - en dus ook de finale beslissing haar verbindende kracht - ontleent.

1.8. In de voorliggende zaak stellen de appelrechters vast dat de deskundige zijn opdracht niet correct heeft uitgevoerd en zijn beslissing niet conform de in de overeenkomst omschreven opdracht heeft genomen, die erin bestond de technische oorzaak van de brand te bepalen. Waar de deskundige zijn opdracht heeft beperkt tot een nazicht van de potentiële oorzaken behorend tot het gebouw en geen rekening heeft gehouden met mogelijke oorzaken die daarbuiten zijn gelegen (zoals bijvoorbeeld een kortsluiting veroorzaakt door de warmwaterboiler van de huurder), heeft hij aldus zijn beslissing derhalve niet met (de nodige) kennis van zaken genomen, zodat deze dan ook niet kan dienen voor het doel dat partijen voor ogen hadden.

1.9. In zoverre de appelrechters op die gronden oordelen dat aan de beslissing van de derde bijgevolg geen bindende kracht kan worden verleend(5), verantwoorden zij m.i. hun beslissing naar recht, en lijkt het eerste middel niet te kunnen aangenomen worden.
(...)

III. CONCLUSIE: VERWERPING.
__________________________
(1) Cass. 30 november 2012, AR C.11.0618.N, AC 2012, nr. 653.
(2) M.E. STORME, "De bindende derdenbeslissing of het bindend advies als middel ter voorkoming van gedingen". TPR 1984, 1260, nr. 36; B. TILLEMAN, "Het minnelijk deskundigenonderzoek" in G. DE LEVAL en B. TILLEMAN (eds.), Gerechtelijk deskundigeonderzoek. De rol van de accountant en de belastingconsulent, Brugge, die Keure, 2003, (151) 171, nr. 33; B. VAN DEN BERGH, " De bindende derdenbeslissing: toch niet zo bindend?" (noot onder Antwerpen 7 juni 2006), RW 2008-09, (1475) 1478; Antwerpen 9 november 2005, P&B 2006, 163; Antwerpen 18 oktober 2006, RW 2007-08, 829; Antwerpen 11 juni 2012, DAOR 2012, 301; Antwerpen 25 maart 2015, RW 2015-16, 1416.
(3) Cass. 30 juni 1966, AC 1966, 1400; Antwerpen 18 oktober 2006, RW 2007-08, 829.
(4) Antwerpen 9 november 2005, P&B 2006, 163; Antwerpen 7 juni 2006, RW 2008-09, 1471, noot B. VAN DEN BERGH; Antwerpen 18 oktober 2006, RW 2007-08, 829; Brussel 17 maart 2010, T. Verz. 2013, 292; Antwerpen 24 februari 2012, RW 2012-13, 1149; Antwerpen 25 maart 2015, RW 2015-16, 1416; Rb. Brugge 20 juni 1989, Verkeersrecht 1990, 59; Rb. Turnhout 8 november 1994, Turnh. Rechts. 1994-95, 40; Pol. Brugge 27 september 2005, RW 2007-08, 835. Zie ook M.E. STORME, "De bindende derdenbeslissing of het bindend advies als middel ter voorkoming van gedingen", TPR 1984, 1262, nr. 39; P. MEESEN, "Minnelijke of gerechtelijke medische expertise bij lichamelijke schade, een moeilijke keuze!", RW 1997-98, (937) 940, nr. 19; B. TILLEMAN, "Het minnelijk deskundigenonderzoek" in G. DE LEVAL en B. TILLEMAN (eds.), Gerechtelijk deskundigenonderzoek. De rol van de accountant en de belastingconsulent, Brugge, die Keure, 2003, (151) 168, nr. 26; K. VANDERSCHOT, "De bindende derdenbeslissing en de partijbeslissing in België en Nederland" in J. SMITS en S. STIJNS, (eds.), Inhoud en werking van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, Intersentia, 2005, 434-435; B. VAN DEN BERGH, "De bindende derdenbeslissing: toch niet zo bindend?" (noot onder Antwerpen 7 juni 2006), RW 2008-09, (1475) 1478; N. PORTUGAELS, "De beperkte aantastbaarheid van de bindende derdenbeslissing bij verzekeringsgeschillen" (noot onder Antwerpen 25 maart 2015), RW 2015-16, (1420) 1422.
(5) In diezelfde zin: K. VANDERSCHOT, "De bindende derdenbeslissing en de partijbeslissing in België en Nederland" in J. SMITS en S. STIJNS, (eds.), Inhoud en werking van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, Intersentia, 2005, 440; B. VAN DEN BERGH, "De bindende derdenbeslissing: toch niet zo bindend?" (noot onder Antwerpen 7 juni 2006), RW 2008-09, (1475) 1479; Antwerpen 9 november 2005, P&B 2006, 163; Antwerpen 7 juni 2006, RW 2008-09, 1471, noot B. VAN DEN BERGH; Brussel 17 maart 2010, T. Verz. 2013, 292; Pol. Verviers 20 maart 2006, T. Pol. 2007, 28, noot M. EVRARD.

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 21/03/2010 - 21:28
Laatst aangepast op: za, 10/03/2018 - 16:08

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.