-A +A

Beroepsbezgheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wat is een beroepsbezigheid? Definitie van de rechtspraak

Een beroepsbezigheid is een persoonlijke en daadwerkelijk uitgeoefende activiteit die bestaat uit een in aantal in voldoende mate herhaalde en met winstoogmerk verrichte handelingen die het louter beheer van het eigen vermogen te boven gaan.

Overzichten van rechtspraak:

– 1974-76: J. VAN LANGENDONCK, JTT 1977, 245-250.
– 1977-83: A. VAN REGENMORTEL, RW 1984-85, 771-792.
– 1983-88: A. VAN REGENMORTEL, RW 1989-90, 377-400.
– 1985-91: Chr. PERSYN en W. VAN EECKHOUTTE, TPR 1992, 193-230.
– 1988-95: A.-M. BAEKE, G. VAN LIMBERGHEN, A. VAN REGENMORTEL, TSR 1998, 131-216.
– 1996-2005: G. VAN LIMBERGHEN, A. VAN REGENMORTEL, E. D‘ERBEE, K. HEEMERYCK en M. VAN BELLE, TSR 2006, 223-392.
 

Commentaar: 

Art. 3, § 1, eerste lid, van het KB nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen bepaalt dat onder zelfstandige dient te worden verstaan iedere natuurlijke persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is. Deze definitie wordt door de rechtsleer het sociologisch criterium van verzekeringsplicht genoemd.

Alleen natuurlijke personen kunnen aldus zelfstandigen kunnen zijn en niet rechtspersonen, dat de activiteit in België moet worden uitgeoefend en dat het een beroepsbezigheid moet zijn.
 

In het KB nr. 38 van 27 juli 1967 en in het KB van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het KB nr. 38 van 27 juli 1967 worden een aantal weerlegbare of onweerlegbare vermoedens ingevoerd betreffende de uitoefening van een beroepsbezigheid. Deze delegatie van bevoegdheid aan de Koning is sinds 1967 opgenomen in § 2 van art. 3 van het KB nr. 38 van 27 juli 1967.

In art. 3, § 1, tweede lid, van het KB nr. 38 van 27 juli 1967 is bepaald dat iedere persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent die inkomsten kan opleveren bedoeld in art. 23, § 1, 1o of 2o, of in art. 30, 2o, WIB, tot bewijs van het tegendeel geacht wordt onderworpen te zijn aan het sociaal statuut der zelfstandigen.

Wanneer een persoon "bedrijfsinkomsten" heeft genoten kan hij het vermoden van onderwerping aan de sociale zekerheid als zelfstandige weerleggen door het bewijs te leveren dat de werkzaamheden sociologisch niet aanzien kunnen worden als beroepswerkzaamheden.

 

0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 04/03/2011 - 15:09
Laatst aangepast op: vr, 04/03/2011 - 16:07

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.