-A +A

Belediging en ruchtbaarmaking op het internet als drukpersmisdrijf

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het internet en sociale media waaronder Facebook zijn media waarop meningen worden geuit die al dan niet relevant zijn maar die zeker wanneer gedeeld door, tussen en met derden, meningen uitmaken geviseerd door artikel 150 van de grondwet waarover het oordeel niet toekomt aan de correctionele rechtbank maar enkel aan de volksjury. De correctionele rechtbank is dus niet bevoegd om zich uit te spreken over dit soort misdrijven, ook al komt dit neer op feitelijke straffeloosheid. Immers de grondwetgever heeft willen voorkomen dat de macht, weze het de rechterlijke macht als derde macht, een uitspraak kan en mag doen over meningen van iemand van het volk die geuit worden via de drukpaers of een ander procédé. Enkel het volk kan oordelen of uitsprakengedaan door en aan het volk, kunnen, mogen en dienen bestraft. Deze grondwettelijke garantie vormt een hoeksteen in ons constitutioneel recht.

Beledigingen op het internet: persmisdrijf met bevoegdheid voor het Hof van Assisen?

Cyberpesten of belagen via telecommuncatize is strafbaar op grond van artikel 145 §3bis van de wet van 13 juni 2005 op de elektronische communicatie (WEC).

Beledigende communcaties op elelektronische netwerken lijkt niet bestraft te kunnen worden door de correctionele rechtbank gelet op de grondwettelijke regeling rond persmisdrijven (artikel 150 Grondwet). Immers persmisdrijven kunnen enkel worden beoordeeld door de jury (hof van assisen). Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw wordt het Hof van Assisen niet meer samen geroepen voor deze misdrijven.

Het bewijs dat een beledigende uitlating een persmisdrijf uitmaakt impliceert een de facto straffeloosheid, weliswaar met uitzonderting van de persmisdrijven die ingegeven zijn door racislme of xenofobie die sinds 1999 bij uitzondering als enige voor de correctionele rechtbank kunnen gebracht.

Een persmisdrijf hoeft geen misdrijf te zijn dat op zichzelf staat. Zo kan een misdrijf dat aan andere kwalificaties en constitutieve elementen voldoet eveneens een persmisdrijf uitmaken en aldus onderworpen zijn aan de procedurele vereisten van een persmisdrijf zijnde de verplichte behandeling door de jury.

Voorwaarden voor een persmisdrijf:

1. potentieel strafbare meningsuiting

2. uitgedrukt in een tekst

3. teksten die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé

De strafbare meningsuiting die geviseerd wordt hoeft geen maatschappelijke relevantie te hebben (cassatie 6 maart 2012). Zelfs persoonlijke beledigingen die los staan van een maatschappelijk of politiek debat kunnen aanleiding geven tot een drukpers.

Sinds de cassatierechtspraak van 2012 wordt aanvaard dat digitale verspreiding van een meningsuiting, voldoet aan de tweede voorwaarde van een drukpers zijnde de vermenigvuldiging door een drukpers of een gelijkaardig procedé. De digitale verspreiding wordt dus door cassatie gelijkgesteld met "het gelijkaardig procedé dan dat van de drukpers".

Zelfs commentaar bij foto's valt aldus onder het drukpers wanneer zij een uiting zijn van een mening zelfs wanneer deze mening een geringe maatschappelijke relevantie of gewicht heeft en zelfs wanneer deze mening strafbaar kan zijn.

zie Jogchum Vrielink, Goed gesmurft: internetbelediging lvert (toch ) persmisdrijf op, De Juristenkrant, 28 maart 2018, pagina 4.

Commentaar: 


Gerelateerd
Gerelateerde modellen: 
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: di, 15/05/2018 - 16:46
Laatst aangepast op: di, 15/05/2018 - 16:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.